Dit zijn de wetten van de auto-achtervolgingsscène

Glanzend chroom, ronkende motoren en adrenaline: de Volkskrant verkent de allerbeste filmachtervolgingen

Glanzende lak, achtervolgingen, gierende remmen, verbrand rubber. Is de nieuwe film Baby Driver een misdaadfilmhit? de Volkskrant verklaart het auto-actiegenre en levert er de muziek bij.

Baby, gespeeld door Ansel Elgort, in Baby Driver. Foto Wilson Webb

De beste plek om een auto-achtervolgingsfilm te bekijken is in de drive-in, de inrijbioscoop. Althans, volgens Joe Bob Briggs, het alter ego van de Amerikaanse schrijver en humorist John Irving Bloom (64). Hij weet alles van drive-ins. Waar de eerste stond (Las Cruses, New Mexico, 1915), wie er patent op aanvroeg (meneer Hollingshead, New Jersey, 1933) en vooral wat er allemaal werd vertoond.

Hij schrijft filmrecensies en dwaalt langs de obscure rafelranden van het aanbod en roemt in zijn onnavolgbare taalgebruik vergeten meesterwerken als Punk Vacation, Frankenhooker, Martians Go Home en Raging Hormones. Op papier leeft Joe Bob volgens zijn eigen regels, daar is hij heel streng in. Zo is hij als recensent ten enenmale tegen martelingen met Black & Decker-boormachines door het oor, onthoofdingen middels prikkeldraad, aanvallen met kettingzagen, verminkingen door sloophamers, al dat soort zaken, tenzij het noodzakelijk is voor de plot. En dat is het in een B-film altijd, wat Joe Bob betreft. Ruim 14.500 films claimt hij in de drive-in te hebben gezien. Zijn lotgevallen heeft hij beschreven in Joe Bob Goes to the Drive In en Joe Bob Goes Back to the Drive In. Maar zo veel inrijbioscopen (anno 2017 precies 338, tegen ruim 4.000 in de late jaren vijftig) zijn er vandaag in de VS niet meer. Op joebobbriggs.com vind je nog wel nieuwe filmrecensies, maar hij tikt nu ook politieke columns. Al zegt de banner op zijn website: 'The drive-in will never die!'

The French Connection, met Gene Hackman.
Drive. Ryan Gosling speelt een stuntman die in de avonduren bijklust als chauffeur voor een vluchtauto bij inbraken.

Joe Bob heeft wel een punt. Zo'n franchise als The Fast and the Furious (acht episoden tot op heden) is door zijn vele straatraces en achtervolgingen geknipt voor de drive-in, en zou daar tijdens de hoogtijdagen van het medium ook zeker zijn vertoond. Is er iets leukers dan vanuit je opgelapte Oldsmobile Toronado naar een groot scherm turen waarop anderen de autobrokken maken? Niet wat Joe Bob Briggs betreft, nee. Cultuurgoed: de car chase is zo Amerikaans als een hamburger. Maar wat maakt een achtervolging een goede? Joe Bob heeft een geheimtip: 'De film Maniac Cop 2 uit 1990. Een van de beste autoachtervolgingen ooit. Maar bijna niemand weet dat.' Zo prijst hij de scène aan, je vindt het fragment uit de film van regisseur William Lustig terug op YouTube. Daar ga je dan even voor zitten. Want als drive-inkoning Joe Bob dat zegt, zal het wel zo zijn.

Wat we zien is dit: een politie-pycholoog, genaamd Susan Riley, wordt door een maniakale zombie-agent met handboeien aan het stuur geklonken. Zij bevindt zich aan de buitenkant en wordt meegesleept door de op hol geslagen 1978 Chevrolet Nova. Met een uiterste krachtsinspanning weet ze zich naar binnen te worstelen, zwenkt door het verkeer, en crasht alsnog. 'Joe Bob says: check it out.'

Lees verder onder het gifje (boven: The Fast and the Furious, onder: Maniac Cop 2).

Stuntman Carey Loftin

Dé grote naam uit het Amerikaanse autogenre is Carey Loftin (1914-1997). Hij begon met motorrijden op zijn 10de. Sloot zich negen jaar later aan bij een rondreizende stuntshow. Ging in Los Angeles aan de slag als mecanicien. Werd door Hollywood opgemerkt en verscheen in 358 films. Hij was de stuntheld in Thunder Road en Bullitt. Speelde de trucker in Spielbergs chase-film Duel. In The French Connection speelde hij de stuntrijder. De makers van de tv-series Knight Rider en Magnum P.I. kwamen ook bij hem uit. Quote: 'De grootste stunt in de wereld is zinloos als-ie voor het verhaal geen functie heeft.'

Geen half werk, nee. Ga je op zoek naar de wetten van de geslaagde car chase dan kom je al snel uit bij Bullitt. Dat is de film uit 1968 met master of cool Steve McQueen, die als inspecteur Frank Bullitt achter de boeven aan moet. Hij doet dat in zijn 1968 Ford Mustang GT390 GT 2+2 Fastback met grommende V8-motor. Soms zitten ze ook achter hem aan. Het jachtspektakel, want dat is het, duurt exact 10 minuten en 53 seconden.

Lees verder onder het gifje.

Toch doen we met Bullitt alleen anderen tekort. Probeer ook eens The Big Gamble, een film noir uit 1931 met een spectaculaire achtervolging. En aan acteur Robert Mitchum mogen we natuurlijk ook niet voorbijgaan. In Thunder Road (1958) speelt hij een smokkelaar van moonshine, illegaal gestookte drank. Elke nacht rijdt hij in zijn grijze, gebutste 1957 Ford Fairlane tweedeurs-sedan door het bergachtige deel van North-Carolina om zijn handeltje af te leveren. Keer op keer leggen inspecteurs van de belastingdienst een hinderlaag, maar Mitchum is ze telkens te snel af. Ook vallen er geregeld doden.

Zo is deze film van 93 minuten in feite één lange achtervolging, met dank aan stuntman Carey Loftin. Hij legt de auto's neer waar regisseur Arthur Ripley ze wil hebben, desnoods op de kop. Dat komt het realiteitsgehalte zeer ten goede, dit zijn bepaald geen flauwe montages met achtergrondprojectie. Dit is eerder onversneden rock-'n'-roll, met opzwepende rockabilly als soundtrack.

Lees verder onder het gifje.

En Robert Mitchum, die zelfs de titelsong The Ballad of Thunder Road voor zijn rekening nam, wist het. In zijn biografie Baby, I Don't Care valt te lezen hoe Mitchum niemand minder dan Elvis Presley wilde casten als zijn filmzoon Vernon Doolin. Elvis had daar wel oren naar, het zou na Love Me Tender en Jailhouse Rock zijn derde grote rol worden. Helaas vroeg zijn manager Colonel Tom Parker een honorarium dat de kosten van de complete lowbudgetfilm oversteeg. Dus koos Mitchum voor zijn eigen zoon James, die nog nooit iets had gespeeld. Aan de cultkwaliteit van Thunder Road deed dat niets af. Tot ver in de jaren zeventig bleef dit een favoriet in de drive-ins, The Fast and the Furious van zijn tijd. De filmposter inspireerde Bruce Springsteen tot het schrijven van een gelijknamig liedje, de opening van zijn doorbraakalbum Born to Run uit 1975.

Lees verder onder het gifje.

Muziek en auto's, en dus ook achtervolgingen, hebben zeker in Amerika alles met elkaar te maken. Hele cd-boxen zijn er verschenen met autoliedjes en het pronkstuk is toch wel de Rhino-uitgave Hot Rods & Custom Classics, waarvoor 87 nummers werden geselecteerd. De collectie is het equivalent voor de ruime kofferbak van een '54 Corvette of een Buick'59. Onder de klep tref je Cruisin' van Gene Vincent & His Blue Caps naast Lost Highway van Hank Williams. De Dead Man's Curve van Jan & Dean wordt afgewisseld met Bo Diddley's Road Runner.

Wie het helemaal bont maken zijn de garagerockers The Green Hornets: in Stolen Car wordt een auto gepikt voor een joyride. De B 52's hebben dan weer een Devil in My Car en Dave Edmunds komt gehavend naar buiten in Crawling From The Wreckage.

Het gaat deze artiesten om glimmend chroom, om de geur van geschroeid rubber, om de lucht van pommade en petroleum, en de kunst om de ander je staart te laten zien('license to fly'). En dan lekker met z'n allen oerendhard naar de drive-in.

Muziek als adrenalinestoot, het is in autofilms een beproefde formule. Denk aan: Smokey and The Bandit (1977), met de fingerpickin' up-tempo-country van Jerry Reed. En de jongens van The Dukes of Hazzard konden er in hun General Lee (een 1969 Dodge Charger) ook wat van: altijd weer die nerveuze bluegrass banjo zodra het gas volle bak wordt ingetrapt.

Meer bewijs levert de nieuwe autofilm Baby Driver van de Engelse regisseur Edgar Wright. Eerst zocht hij voor de soundtrack de liedjes uit, waarna hij het verhaal eromheen schreef. Leuk idee, en stoer dat Focus met Hocus Pocus en de Golden Earring met Radar Love er ook in zitten.

Baby Driver is een eenvoudig, maar heerlijk over de top actiespektakel (****)

Baby Driver is een videoclipachtig spektakel vol muziek en achtervolgingen, een geheide zomerhit. De actiescènes zijn heerlijk over de top, tot aan kogelinslagen op de maat van de beat toe. Lees hier de hele recensie.


Camera op de bumper

Geen autofilm zonder popliedjes. Dat is een andere achtervolgingswet, zou je zo denken. Curieus genoeg wordt juist die wet gelogenstraft door de drie allerberoemdste car chases, de beste in hun soort.

1 Bullitt (1968)

De dynamiek van de achtervolgingsscène kwam door het gebruik van de zojuist geïntroduceerde lichtgewicht Arriflex-camera waarmee je uit de hand kunt draaien. Deze technische noviteit leverde spectaculaire beelden op: van Steve McQueen in zijn Ford Mustang, deels gedraaid vanaf de achterbank. Er zou muziek onder komen, maar componist Lalo Schifrin wist regisseur Peter Yates ervan te overtuigen dat het zonder muziek veel sterker werkte. De geluidscollage van piepende banden, opspattend grind, ronkende motoren, het gegil van het spinnen en het Dopplereffect klinkt alsof Max Verstappen achter het stuur zit. Experiment: zet het beeld even op zwart, en luister naar deze geluidsorgie. Het resultaat is verbluffend.

Lees verder onder het gifje.


2 The French Connection (1971)

Regisseur William Friedkin zette alles op alles om de achtervolging uit Bullitt te overtreffen. Eigenlijk was het onverantwoord, bekent hij in zijn autobiografie The Friedkin Connection uit 2013. Veel te veel risico's genomen. Gene Hackman achtervolgt in een geconfisqueerde 1971 Pontiac LeMans de hitman Pierre Nicoli (Marcel Bozzuffi), die op de A-trein naar Brooklyn is gesprongen. Op de bumper van Hackmans auto is een camera gemonteerd die de kijker met de neus tegen het asfalt drukt. Bij de auto voor hem zit een camera op de achterbumper, zodat we Hackman (en zijn stunt double Bill Hickman) ook frontaal zien. En andermaal: geen muziek, maar gehengst van staal op straat. Friedkin: 'We stonden in de studio met hamers op een aambeeld te rammen.'

Lees verder onder het gifje.


3 Drive (2011)

De onderkoelste car chase ooit. Ryan Gosling speelt een stuntman die in de avonduren bijklust als chauffeur voor een vluchtauto bij inbraken. In zijn 1973 Chevrolet Impala trekt hij sportieve racehandschoentjes aan, zegt helemaal niets, de politiefrequentie hoor je op de boordradio. Lampen uit. Kat en muis met de politie. Schuilen in het donker. En dan... heel hard wegscheuren, met de boeven en de buit aan boord. Gedraaid in Los Angeles bij bestaand neonlicht, wat de scène zijn spookachtige atmosfeer geeft. En opnieuw: bijna geen muziek, alleen wat flarden hightech-klanken van The Chromatics (Tick of the Clock). De Deense regisseur Nicolas Winding Refn had voor zijn Amerikaanse debuut alle mogelijke achtervolgingen bestudeerd, en dit was de deconstructie waarop hij uitkwam.

Dat zijn de wetten van de car chase. Nooit cgi's - computer generated images (sorry, The Matrix) gebruiken. Fel realisme. Een stoïcijnse acteur kiezen die niet bang is voor 160 kilometer per uur. Een stuntman nemen die niet bang is voor 200 kilometer per uur. Camera op de bumper, de handheld op de achterbank. Alle omgevingsgeluid oppompen. Scherpe montage. Rock-'n'-roll, of juist helemaal geen muziek. Alleen dan maak je kans dat Joe Bob Briggs zegt: 'Check it out.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.