Dit zijn de parels van Robert Long

Zijn taboedoorbrekende debuutalbum Vroeger of later werd in 1974 meer dan een half miljoen keer verkocht. Nu komt zijn liedjesoeuvre uit. Robert van Gijssel over Robert Long als singer-songwriter.

Het album Vroeger of later werd in 1974 door omroepen als KRO, EO, NCRV, TROS en AVRO geboycot vanwege de spottende toon.Beeld ANP

Robert Long - snor en krullen. Doe de ogen even dicht en u ziet hem al verschijnen, mits u van zekere leeftijd bent. En zo, met al dat haar en ook nog een bijpassende hond, komt Long weer tot ons op de hoes van de oeuvrebox Jij wou mij totaal: achttien cd's met ál zijn Nederlandstalige liedjes, en dat zijn er dus veel. Inclusief een paar klassiekers, van Toe maar jongens tot Kalverliefde. 'Nederliedjes' die nog altijd worden uitgevoerd, zelfs in gelikte r&b-versies.

En toch maakt Jan Gerrit Bob Arend Leverman (geboren in Utrecht in 1943, overleden in Antwerpen in 2006) geen deel uit van de canon der Nederlandse popmuziek. In het rijtje Armand, Boudewijn de Groot, laat staan Henny Vrienten en Herman Brood, wordt Robert Long nooit genoemd. Dat is vreemd, zeker als je bedenkt dat heel linksdenkend Nederland in de jaren zeventig de plaat Vroeger of later in de kast had staan. Met die plaat, waarop Long de kerkelijke moraal op de hak nam en vrijelijk zong over zijn homoseksualiteit, liet je destijds zien dat je tolerant en vooruitstrevend was. Eigenlijk was Vroeger of later een progressieve popklassieker, of zelfs een protestplaat.

Maar Long is altijd ingedeeld in het kamp der kleinkunstenaars. Long maakte gedurende de jaren zeventig en tachtig satire, in de schouwburg en bij 'avondjes VARA', met geloofsgenoten als Dimitri Frenkel Frank en Jenny Arean. Zijn liedjes waren dus aan de theatrale kant, veelal bedoeld voor uitvoering op het toneel, en dus is Long nooit als singer-songwriter de boeken in gegaan.

Terecht? Dat valt te bezien en -luisteren, bij vijf van zijn mooiste liedjes en toch ook een paar mindere exemplaren.

Vijf mooie liedjes

Liefste, mijn liefste (1974)

Bij een van de gaafste liedjes van zijn solodebuut Liefste, mijn liefste hoor je gelijk waarom op Long altijd de stempel 'kleinkunst' werd gedrukt. Want tjonge, wat kan hij goed gearticuleerd zingen. Long zingt alsof hij de achterste rijen van een schouwburg wil bereiken. En als hij gewoon uit de luidspreker of koptelefoon komt, lijkt dat soms wat overdreven en intimiderend. Maar toch, Long zingt haarfijn en zuiver als een jazzzanger, al is zijn intonatie dus aan de theatrale kant: iedere letter is er één. Zijn vibrato is bijna plechtig en daarin herken je de theaterliedjesgrootheden die Long voorgingen, zoals Wim Sonneveld.

In Liefste, mijn liefste trapt Long wel gelijk wat heilige huisjes omver - dat zou altijd een hobby blijven. 'Als ik mijn lichaam aan anderen wil schenken', zingt Long, 'zegt dat nog niet dat ik niet van je hou.' Dat is best stoer, voor een liedje uit 1974. Long wilde duidelijk iets bereiken met zijn songs, net als zijn tijdgenoten, de protestzangers van Armand tot De Groot. Eigenlijk is Liefste, mijn liefste een heel geslaagd Nederlandstalig liedje, al doet de begeleiding nu wat gedateerd aan, met een heel dunne accordeon en veel fluiten.

Flink zijn (1976)

Op zijn tweede album Levenslang klinkt Long een stuk volwassener, en zelfs een tikje bitter. In Pa bijvoorbeeld, waarin hij afstand neemt van zijn vader, diens kerk en bijbel, maar vooral ook in Flink zijn, een van zijn bekendste liedjes.

De arrangementen van Erik van der Wurff zijn sterk, de hele plaat door. In Flink zijn horen we zachtmoedige en dus een beetje geparfumeerde jazz en wenende strijkers, rond een heel sterke melodie die echt in het hoofd blijft plakken. Het is - alweer - bijna popmuziek.

Flink zijn gaat over afscheid nemen en de liedtekst telt mee met de uren van de dag waarop Longs vriend het huis verlaat. De tekst is aards en alledaags en juist daarom herkenbaar. 'Ik voel me kloterig, maar ik zeg het niet.' Van de kleine gevoelens en observaties iets groots en universeels maken: het betere songwriterswerk. Vandaar misschien ook dat r&b-zanger Brace, bekend uit bijvoorbeeld Ali B's Leipe mocro flavour, zijn eigen en erg gevoelige versie opnam van Flink zijn, voor The Voice of Holland.

Toen hij zei: 'Schat' (1980)

Robert Long is op zijn best in afscheidsliedjes, als de stemming daalt en de tristesse over de piano tingelt. Ja, Long doet het goed in de begrafenistop-10.

Hij zal het een en ander hebben meegemaakt en weet de eigen ervaringen in Toen hij zei: 'Schat' ook weer heel invoelbaar te maken. Long zingt iets minder zelfverzekerd dan in zijn misschien wat overmoedige jeugdjaren, en dat komt de intimiteit van het nummer ten goede. De liedschrijver schetst hier heel scherp een slechtnieuwsgesprek, een relatie die wordt verbroken, in bijzonder rake teksten: 'Zijn stem ging verder, maar ze hoorde enkel klanken. Zoiets als sleur, identiteit en rolpatroon. Ze zag hem staan terwijl-ie sprak, z'n handen losjes in z'n zak, welsprekend bezig om haar keurig af te danken.' Mooi.

Tekst gaat verder onder afbeelding

Ik haat die straat (1987)

De jaren tachtig doen hun intrede in het werk van Robert Long, dus horen we op zijn album Hartstocht ook cheesy synthesizers, en zelfs een bescheiden maar toch licht gillend gitaarsolootje in Ik haat die straat. Een heel ander Long-liedje, waarin hij onvervulde dromen en stukgelopen ambities bezingt bij een wandeling door een suffe straat, waar ieder blokje om steeds weer op uit lijkt te komen. Een geslaagde metafoor: 'Het is de straat die geplaveid is, met de opgegeven strijd en met de scherven van kapotgevallen dromen.' Eigenlijk jammer dat Long hier nog steeds zo plechtstatig zingt. En dat hij zijn prachtige songteksten niet eens met een wat lossere stem wilde voordragen.

Er komt een tijd (1992)

Robert Long kon zichzelf nogal hardvochtig op de korrel nemen en dat doet hij in het verouderingsliedje Er komt een tijd. Waarin hij zijn eigen verschijning én die van zijn arme levenspartner ziet verschrompelen. 'We zijn samen in ons wederzijds verval', zingt Long. Een schrale troost. Hoewel: 'Er komt een tijd, mijn vriend, dat enkel jij nog telt.' En dat is dan natuurlijk wel weer een mooie observatie.

De begeleiding op Longs plaat Voor mijn vrienden uit 1992 is weer wat meer smaakvol: koele jazzpiano, sax en vibrafoon, en dat maakt de fysieke aftakeling en ellende in Er komt een tijd toch nog makkelijk verteerbaar. Van dit nummer zou je je kunnen voorstellen dat het ook van een hedendaagse singer-songwriter afkomstig had kunnen zijn. Die had het dan vermoedelijk wel wat introverter gezongen.

Beeld rechtenvrij

Maar ook

Mien (1974)

Op vrijwel iedere plaat van Robert Long kom je ze tegen: de hoempaliedjes vol deinende tuba's, waarmee Long kennelijk een soort carnavalsparodieën wilde maken. Het satirewerk dus waarmee Long als kleinkunstenaar de muziekgeschiedenis in zou gaan. Het liedje Mien van zijn eerste plaat Vroeger of later is nauwelijks te verdragen. Long zet een gek stemmetje op en zingt als een Amsterdamse redneck die zegt dat hij zich toch niet druk hoeft te maken over 'een zootje zwarten', 'spleetogen' en 'langbehaarde, vieze, gore zwijnen'. Dat Long lijnrecht tegenover dit ongezonde volksgevoel staat, moge duidelijk zijn. Het is gezongen politiek-correctheidscabaret waarmee je nu niet meer hoeft aan te komen.

Beeld rechtenvrij

Country music (1988)

Robert Long had niet veel op met country, blijkens zijn liedje Country music. Hierin zit God op een wolk met een glas rode port en 'een tuner', en hij stemt af op de radio-uitzending van de Evangelische Omroep, waar country wordt gedraaid. Heel merkwaardig allemaal, en dus een niet zo geslaagde satire. Vooral niet als Long zichzelf verliest in vrij belachelijke teksten: 'Op 't eerste gehoor wel relaxed, maar na het achtste liedje dacht-ie: gossiepietje, die moppies zijn wel aardig maar ik krijg wat van die tekst.' Oeps. En dan moeten in dit liedje natuurlijk ook nog countrygitaartjes klinken. Niet meer draaien.

Het oordeel

Hij had een puntgave zangstem en een vlijmscherpe pen, waarmee hij heldhaftig instak op de burgermansmoraal. Hij had bovendien iets te vertellen. Daarom mag Robert Long best worden bijgezet in de Galerij der Nationale Pophelden, als singer-songwriter met een missie. Tijd voor een herwaardering dus, bij een paar handenvol prachtige en redelijk tijdloze liedjes.

Het probleem bij een oeuvrebox van maar liefst achttien cd's: je moet de parels opduiken tussen heel veel inferieur liedwerk. Robert Long schreef niet alleen mooie, kleine en tekstueel scherpzinnige gevoelsliedjes, hij bedreef ook muzikale satire en zijn carnavaleske hoempa-parodieën doen nu nogal gedateerd aan. Logisch, omdat Long in die liedjes maatschappelijke issues bij de kop pakt die nu geen maatschappelijke issues meer zijn. Een dubbele verzamel-cd met zijn mooiste Nederlandstalige zangstukken was ook mooi en misschien wel beter geweest.

De cd-box Jij wou mij totaal, met achttien cd's van Robert Long, is verschenen bij Universal.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden