Interview Robert Glasper

Dit zijn de artiesten die cruciaal zijn voor de artistieke ontwikkeling van jazztoetsenist Robert Glasper

Glasper is Artist In Residence op het North Sea Jazz Festival. Hij wil de ‘stoffige bende’ die de jazz nog vaak is, opschudden. Met soul, hiphop en r&b.  

Robert Glasper. Beeld Joe Hart

Toetsenist Robert Glasper (41), de Artist In Residence van het komende North Sea Jazz Festival weet eigenlijk niet of hij zichzelf wel jazzmuzikant wil noemen. In een Londens hotel, daags voordat hij in Rotterdam op iedere festivaldag met een andere bezetting zal optreden, stelt hij vast dat de jazzscene nog altijd een wat ‘stoffige bende’ is, vergeleken met de hiphopwereld.

‘Het probleem met jazz is dat iedereen zichzelf veel te serieus neemt. Als ik bij een jazzconcert naar binnen stap, zie ik te veel muzikanten die het publiek iets willen leren. Een kunstje op hun instrument of een stukje geschiedenis. Maar daar gaat jazz niet over. De essentie van jazz is met je blik op de toekomst muzikaal plezier maken.’

Er wordt, zo stelt hij vast, veel te veel teruggeblikt. O, die gouden jaren van de bebop! O, Miles, Monk, Mingus en die prachtige spirituele saxsolo’s van John Coltrane! ‘Mooi hoor, maar waarachtige jazz kijkt vooruit.’

‘Miles Davis had zich dood verveeld met al die dwepers om hem heen. Ik denk dat hij zich veel meer thuis had gevoeld tussen rappers als Common of Kendrick Lamar.’

Dus toen Glasper de opdracht aannam een soundtrack te maken voor de Davis-biopic Miles Ahead (2016), paste hij ervoor de muziek van Davis na te (laten) spelen. In plaats daarvan nam hij met vocalisten als Bilal en Erykah Badu nieuw werk op. ‘Een gedempte trompet die een paar lange noten speelt, daarmee doe je het werk van Davis geen recht.’ 

Die zullen we zondag dan ook weinig horen tijdens een van de drie concerten die Glasper op North Sea Jazz verzorgt. ‘Wij brengen muziek waarvan ik hoop dat Miles Davis die anno 2019 interessant vindt. Een mengeling van soul, hiphop en r&b dus maar dan wél gespeeld, zo benadrukt Glasper, met het plezier dat hij met jazz associeert.

Ook tijdens zijn twee andere optredens hoeven bezoekers geen al te plechtstatige muziek te verwachten. Vrijdag schakelt Glasper naar de elektrische modus en komt Yasiin Bey, beter bekend als rapper Mos Def de boel ‘opstoken’. En zaterdag, wanneer Glasper met zijn akoestische trio aantreedt, zijn er gastbijdragen ‘om de boel een beetje op te vrolijken.’

Al twintig jaar geleden, toen hij zijn thuisbasis Houston, Texas, verliet en naar New York vertrok, nam Glasper  zich vooral voor zoveel mogelijk samen te werken met muzikanten die iets ánders deden dan hij. ‘Ik heb van mijn moeder, een professioneel zangeres, geleerd me niet op één stijltje te richten. Zij zong blues en soul en liet me iedere zondag in de kerk luisteren naar haar gospelkoor.’

‘Ik hield beslist van jazz, studeerde me suf op harmonische structuren, leerde improviseren en wilde me met een eigen pianotrio zo goed mogelijk ontwikkelen. Maar ik wilde ook aansluiting krijgen bij hiphop en soulmuziek.’

Dat lukte. Wekelijks speelde hij met zijn trio op woensdagvond in een café in Brooklyn. Op school liep hij aankomend soulzanger Bilal tegen het lijf. ‘Die kwam uit Philadelphia en kende daar iedere muzikant die ertoe deed. Questlove, de drummer van The Roots en rapper Common werden zo ook bekenden van mij.’

Zo bouwde Glasper een goede reputatie op in zowel de jazzscene als in de hiphop- en r&b van New York. Hij nam in diverse bezettingen platen op, werkte mee aan albums van Bilal en Kendrick Lamar en won Grammy’s met zijn Black Radio-projecten. Albums waarop hij jazz combineerde met soulliedjes. ‘Het lijkt misschien veel, maar het komt allemaal uit hetzelfde idee voort: het beste uit de jazz combineren met het mooiste dat pop en hiphop te bieden hebben.’

Bij het verwezenlijken van die ambitie speelde een aantal artiesten een cruciale rol. Aan de Volkskrant legt Glasper uit wat hij van al die grote artiesten heeft geleerd, en zij mogelijk van hem.

Beeld Joe Hart

Radiohead

‘Tot de mooiste muziekstukken die ik ken behoren Maiden Voyage van pianist Herbie Hancock en Everything In Its Right Place van Radiohead. Hun album Kid A, dat met dit liedje opent, was in mijn eerste New Yorkse jaren mijn soundtrack. In diezelfde tijd bestudeerde ik obsessief het werk van een van mijn absolute helden Herbie Hancock.

‘Steeds als ik Kid A opzette hoorde ik passages uit Maiden Voyage in mijn hoofd en andersom. Toen ik in 2002 mijn eerste plaat voor Blue Note mocht maken, Mood, begon ik met een combinatie van die twee. Al durfde ik het Radioheadnummer niet te noemen. Ik had er geen toestemming voor, want ik kon het niet betalen. In 2007 speelde ik het nog een keer op de plaat In My Element. Toen hebben we wel netjes betaald.’

Ik heb later nog meer van Radiohead gespeeld, want wat hun muziek voor mij zo aantrekkelijk maakt, is dat je eenzelfde soort akkoordenwisseling hoort als in de jazz. Maatsoorten, het spelen met ruimte en intervallen: het klinkt snel abstract als je erover praat, maar Radiohead maakt van alles gebruik met het lef van de ware jazzmuzikant. Het interesseert Radiohead niet hoe je iets hoort te spelen, dat bepalen ze voor ieder nummer lekker zelf.

‘Zanger Thom Yorke heeft nooit op mijn covers gereageerd. Maar van de Britse radio-dj Giles Peterson hoorde ik dat hij mijn werk goed vindt.

‘Ik zou dolgraag een keer met Thom Yorke alleen in de studio zitten. Niks echt voorbereid of uitgeschreven, tegenover elkaar elk achter een eigen elektrische piano.’

J Dilla

In 1999, toen we elkaar net kenden, kreeg Bilal een platencontract. Hiphop-producer J Dilla wilde graag met hem werken. Bilal vond het een beetje eng om alleen naar Detroit te gaan en vroeg mij mee. We zaten een paar weken lang bij Dilla. De hele dag jammen en opnemen. Aan het eind van de dag maakte hij een cd en gingen we naar de clubs. Dan gaf hij zo’n cd aan een dj, die ‘m altijd wel draaide want zo’n naam had Dilla al in Detroit.

‘Dan keek hij naar de publieksreacties en gingen we meteen weer de studio in om tracks te bewerken met de nieuwe inzichten opgedaan op de dansvloer.

‘Daar heb ik veel van geleerd. Altijd stukken in het publiek uitproberen en dan finetunen. Wat J Dilla, die helaas in 2006 overleed, ook zo goed kon was het opsnijden van beats. Hij sneed een drumpartij in kleine stukjes, die hij dan weer opnieuw rangschikte. Als je dat goed kunt, kun je compleet nieuwe bouwsels creëren.

Kendrick Lamar

‘Ik was bevriend geraakt met Terrace Martin, een muzikale alleskunner uit Los Angeles. Hij had meegewerkt aan een van mijn favoriete hiphop-platen: Good Kid…M.A.A.D City (2012) van Kendrick Lamar. Ik grapte dat ik daar een volgende keer wel bij wilde zijn.

‘Een paar jaar later, toen ik in L.A. mijn eigen plaat Covered opnam, belde hij. Of ik me even wilde melden in de studio van producer Dr. Dre. Daar nam Kendrick Lamar zijn succesalbum To Pimp A Butterfly op. Ik moest een stukje in For Free spelen. ‘O man, you’re amazing’, riep hij, en liet me met nog wat nummers meespelen.

‘Ik hoorde het resultaat gelijk met iedereen, namelijk pas toen de plaat klaar was. Vooral de solo in These Walls verbaasde me. Kon ik me niks van herinneren. Die had Kendrick gewoon geknipt uit de warming-up toen ik een beetje aan het inspelen was, vertelde hij.

‘Waarom hij zo graag met jazzmuzikanten als ik of Kamasi Washington werkte, is omdat we altijd wel iets bruikbaars achterlieten, ook al leek het op het eerste gehoor rijp voor de snijtafel.’

Herbie Hancock

‘Mijn grote held en voorbeeld. Bijna 80 is hij en ik vind dat zijn spel nog altijd beter wordt. Frasering en toetsaanrakingen zijn nog subtieler geworden. Hancock is zichzelf ook altijd blijven vernieuwen. Op zijn 40ste ging hij zich nog verdiepen in nieuwe stijlen als hiphop en hij kwam in 1983 met Rockit, een van de ultieme hiphopsingles uit de vroege jaren tachtig.

‘Bij onze eerste ontmoeting was ik licht geïntimideerd. Maar toen hij begon dat hij dankzij mijn versie van zijn eigen Butterfly dingen in dat nummer hoorde die hem voorheen ontgaan waren, voelde ik vooral trots.’

‘Hij duikt als hij in de buurt is ook altijd op als ik moet spelen. Dan praten we wat over nieuwe ontwikkelingen en blijkt hij alles goed bij te houden. Hem wordt nog altijd veel gevraagd oud werk te spelen, maar daar heeft hij geen zin in. Hij is altijd vooruit blijven kijken, heeft niks met nostalgie. Liever heeft hij dat ik of andere jonge toetsenisten zijn werk vertolken. Een groter compliment kan ik niet krijgen.

Lauryn Hill

‘Ik wist niet dat ik zoveel teweeg zou brengen toen ik een jaar geleden op de radio riep dat Lauryn Hill in 1998 veel muziek voor haar succesalbum The Miseducation of Lauryn Hill bij elkaar had gejat. Maar bijna niemand heeft voor de plaat de credits gekregen die hij verdiende. Alles had ze aan zichzelf toegeschreven. Ik kende alle verhalen en had zelf inmiddels ook wat kwesties met haar gehad.

‘Ik noemde geen namen maar weet over wie ik het heb. Kijk we hebben het toch over de Thriller van onze generatie. Stel je voor dat iemand zegt: Michael Jackson en Quincy Jones hebben mijn naam niet op de plaat gezet, maar Billie Jean is van mij. Dat gelooft niemand. Toch is het zo met The Miseducation. Dat kan toch niet? Er is veel mensen veel onrecht aangedaan. En mevrouw Hill? Die heeft nooit meer een goede plaat gemaakt. Dat is toch ook veelzeggend, dat iemand ineens niks meer kan. Nee, omdat ze voorheen alles van anderen had gepikt.

‘Zondag speelt ze een uurtje na mij op North Sea Jazz. Ik denk niet dat ik daar erg welkom ben, haar fans hebben me voor rotte vis en erger uitgemaakt. Als ik ga, haha, dan zal ik een pistool mee moeten nemen!’

Acht keer North Sea Jazz

Robert Glasper speelt voor de achtste keer op North Sea Jazz. ‘Ieder jaar weer iets om naar uit te kijken’, zegt hij. Ik denk dat geen ander festival zo goed aanvoelt wat er gaande is in de wereld van de jazz en aanverwante muziek. En ze zoeken ook altijd naar nieuwe combinaties op de podia. En anders weten de artiesten elkaar wel te vinden. Zo herinner ik me dat een paar jaar geleden ineens Gregory Porter achter me stond om een moppie mee te zingen.’

Het mooist was het optreden dat hij in 2014 mocht geven met het Metropole Orkest, onder leiding van Vince Mendoza. ‘Dat machtige orkest in die grote zaal, ik had nog nooit zoiets meegemaakt. Eigenlijk zonde dat daar geen plaat van is gemaakt. Misschien moet ik daar nog maar eens werk van maken.’

Robert Glasper op North Sea Jazz:

Vrijdag: Congo, 20:30 -21:45 uur

Zaterdag: Hudson, 20:45 – 22:00 uur

Zondag: Darling, 20:30 – 21:45 uur

Beeld Volkskrant

Gijs Groenteman gaat in onze illustere archiefkast in gesprek met mensen die hem hebben verwonderd. Rapper Pepijn Lanen, schrijver Paulien Cornelisse en kunsthandelaar Jan Six passeerden al de revue.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden