'Dit soort dingen durf ik nu pas zelf te doen. Mondjesmaat'

Bij het grote publiek zijn ze niet altijd even bekend, maar door hun collega-kunstenaars worden ze bewonderd – de artist’s artists....

‘Hier staan de films van Enzo’. Regisseur Martin Koolhoven, gestoken in donkerbruin pak, wijst op een hoek in een muurbrede kast tjokvol dvd’s in zijn Amsterdamse bovenwoning. Ze staan gerangschikt op regisseur en land, op genre en jaar. ‘Op gevoelstemperatuur’, noemt hij het zelf. ‘Sommige heb ik drie keer’, gaat hij verder. ‘Deze is van VHS overgezet op dvd. Pas veel later is een betere versie uitgekomen op dvd. Die koop ik dan ook. Hier staan de films van zijn vader, hier heb ik een film waarvan hij de regie heeft overgenomen, maar waarvoor hij geen credit heeft. Voor deze deed hij de second unit. En dit zijn de films van zijn oom. Ik heb ook gewone films hoor, van Visconti, Fellini en dinges. . . Kom, hoe heet-ie? Bertolucci!’

Enzo is de Italiaanse regisseur Enzo G. Castellari, in kleine kring vermaard door de spaghettiwesterns die hij in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw maakte. Koolhoven (Den Haag, 1969), die, sinds hij in 1999 debuteerde met de zeer geslaagde Suzy Q, arthouse-films maakte als Het Zuiden en AmnesiA, komedies als Het Schnitzelparadijs en ’n Beetje verliefd, en die vorig jaar een enorme hit scoorde met de verfilming van Jan Terlouws jeugdklassieker Oorlogswinter: ‘Ik ben daar al heel lang gek op. En het is alleen maar erger geworden.’

De liefde begon met Once Upon a Time in the West (Sergio Leone, 1968), Koolhoven zal een jaar of 11 zijn geweest. ‘Ik dacht altijd dat ik niet van westerns hield. Tot ik op een avond die film op televisie zag. Ik zag het eerste shot en blééf kijken. Ik vond het geweldig!’

Dat hij naar de Filmacademie zou gaan, kon hij nog niet bevroeden, en van de term ‘spaghettiwestern’ had hij ook nog nooit gehoord. Maar Koolhoven was gegrepen, ging meer films van Sergio Leone kijken, en langzaam maar zeker ontstond ‘een soort honger’. Toen hij een jaar of 18 was, begon Koolhoven ook alles te lezen. En hij zag steeds meer, met dank aan een vriend die een enorme partij films opkocht van een videotheek die alle Video 2000-banden eruit deed. ‘Hij vroeg mij of ik ze voor hem wilde bekijken en korte beschrijvingen wilde maken. Zo zag ik bijvoorbeeld Castellari’s western Keoma. Dat is zo’n rare, duistere film. Die is me altijd bijgebleven.’

Later zag hij de film nog een keer, en toen hij op dvd uitkwam nog een keer, en telkens vond hij ’m beter. Koolhoven pakt de dvd uit de kast en stopt hem in de recorder. ‘Hij is nu ook in Nederland op dvd uitgebracht. Maar het hoesje is van een andere film.’ ‘The Spaghetti Western Masterpiece from the Producer of Django’ staat er met chocoladeletters op de Amerikaanse versie, en ‘Uncut. Uncensored, Unequaled’, maar naar de naam van de regisseur is het zoeken. ‘Het schijnt dat hij het scenario heeft weggegooid toen hij met de opnamen begon’, vertelt Koolhoven terwijl hij van scène naar scène zapt. ‘Onderweg heeft hij gewoon maar wat verzonnen. Iedere dag weer wat anders. Het gaat alle kanten op, maar daardoor heeft het een enorme energie. Het gebruik van slowmotion, de montagetrucs en de ongewone camerastandpunten zijn echt bijzonder. Het is zo spontaan, zo impulsief.’

Koolhoven zoekt nog even verder, en laat dan weer een scène zien. ‘Die nare nasynchronisatie, daar moet je tegen kunnen’, zegt hij. ‘De meeste spaghettiwesterns werden gemaakt met kleine budgetten, afkomstig uit verschillende landen. Die leverden dan ook een eigen ster, zodat de film beter te marketen was. Tijdens de opnamen sprak iedereen zijn eigen taal. Achteraf werd alles gedubd. Dat was lopendebandwerk, de regisseur was er bijna nooit bij aanwezig.’

De films hebben ook een volledig eigen moraal, doceert Koolhoven. ‘In de meeste Amerikaanse westerns heb je zo’n clean cut hero. De good guy in spaghettiwesterns kan opeens de vreselijkste dingen doen, daar valt je bek soms bij open. En je weet nooit hoe het afloopt; het is net het echte leven. Dat is toch veel interessanter!?’

Volgens Koolhoven hebben de spaghettiwesterns het genre een hele nieuwe impuls gegeven. Ze zijn veel vuiger en gewelddadiger. Dat wordt vaak verward met realistischer, maar dat zijn ze niet. Het is ook vaak pure opera.’

Hij toont een scène waarin een cowboy in slowmotion van zijn paard geschoten wordt. ‘Dit soort dingen durf ik nu pas zelf te doen. Mondjesmaat. In Oorlogswinter bijvoorbeeld, als Michiels vader wordt geëxecuteerd. Die hele scène is zo spaghettiwestern als het maar kan: niet alleen de slowmotion, maar ook de muziek en dat plein, gefilmd langs de kerktoren.’

Hij blijkt naar meer Italianen te hebben gekeken voor zijn voorlopige magnum opus, dat door de Nederlandse filmjournalisten werd uitgeroepen tot de beste Nederlandse film van 2008 en eerder dit jaar werd bekroond met drie Rembrandt Awards. ‘Dat shot onder de koets, met links en rechts de wielen. Dat heb ik gestolen uit A Man Called Blade van Sergio Martino, de vierde in de hiërarchie van Sergio’s. Toen ik dat zag, dacht ik: dat wil ik ook! Of de introductie van oom Ben, dat-ie zo opkijkt vanonder zijn hoed. Dat heb ik niet bewust zo gedaan, maar toen ik het terugzag, wist ik opeens: dat is de entree van Cheyenne in Once Upon a Time in the West.’

Zijn liefde voor de Italiaanse western wordt gedeeld en begrepen door cameraman Guido van Gennep. ‘Als we een close up draaien en ik zeg dat ik een Leone wil, weet hij precies wat ik bedoel. Sergio Leone kadert anders dan anderen, nóg closer. Bij een échte Leone zie je alleen de neus en de ogen, dát heb ik nog nooit gedaan.’

Ook voor Het Schnitzelparadijs (2005) greep hij al terug op zijn Italiaanse helden. Razendsnel stopt Koolhoven weer een ander schijfje in de recorder. ‘Hier! Het begint al met de titelsequentie. Die muziek, die schoten. . . leuk toch?’ Hij drukt op de afstandbediening en laat de scène zien waarin de Marokkaanse keukenhulp Nordip het begeerde serveerstertje Bracha van Doesburg uitkleedt. Haar blote voeten staan op zijn schoenen. Terwijl ze een hotelkamer binnenlopen, vallen er steeds meer kledingstukken op de grond. ‘Komt uit Revolver van Sergio Sollima. Ik heb hem keurig bedankt op de aftiteling. Ik citeer overigens niet om te citeren, dat vind ik stom. Ik doe het omdat ik het een goed idee vind. Ik zocht naar een manier om een liefdesscène op een speciale manier in beeld te brengen. Toen moest ik hier aan denken.’

Koolhoven werkt nu aan het scenario voor een eigen spaghettiwestern. ‘Een Engelse producent die de cijfers van Oorlogswinter had gezien, vroeg me wat ik het liefste wilde maken. Een western, antwoordde ik direct. Als de Italianen het kunnen, waarom zou het dan ook niet in Nederland mogelijk zijn? Het is een genre waarvan veel regisseurs zeggen dat ze het graag eens zouden willen maken: John Carpenter, Tarantino, noem maar op. Maar ze doen het nooit. Omdat het zo moeilijk te verkopen is. Ik hoop dat het mij wel lukt. Dan zou ik Enzo eigenlijk een bijrolletje moeten geven.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden