Oog voor detailPaard

Dit schilderij laat zien wat ware paardenkracht is

Maks kloddert er zo woest op los dat mensen strepen zijn, lichten stippen (zie de stip links van het paardenhoofd).Beeld Singer Museum Laren/Collectie Nardinc

Je ziet het pas goed van dichtbij. Wieteke van Zeil over opmerkelijke en veelbetekenende bijzaken in de beeldende kunst. Deze week: paard.

Iedereen kan zich, als-ie wil, wel een samenleving zonder auto’s voorstellen. Lekker rustige straten, buitenspelen, dat verhaal. Maar het was een artikel dat ik een poos geleden las waardoor ik me ineens realiseerde wat er echt verloren is gegaan met de komst van de auto: de alledaagse omgang met het paard. 

Steden waren vergeven van paarden. Paardengeur, paardengehinnik, paardengeroffel, zachte vochtige vacht waar af en toe stoom afkomt. Het moet een gigantische invloed hebben gehad op hoe we de wereld ervoeren. Ze hoorden erbij. Ze hielpen ons van hier naar daar, droegen onze spullen en zijn machtig, groter dan wij. 

In het boek SuperFreakonomics (2009) van Steven Levitt en Stephen Dubner las ik over de impact van het paard in New York eind 19de eeuw. Rond 1880 leefden er minstens 150 duizend paarden in die stad, gezamenlijk zorgden zij voor bijna 100 miljoen tripjes met de paardenkar per jaar. Elk paard liet per dag zo’n 10 kilo poep op straat vallen. Dat stonk – en er was nog niet eens een stikstofdebat. In 1898 waren de zorgen over de overlast zo groot dat er een congres werd georganiseerd door stadsplanners over de mest. De stront was niet meer te bedwingen. Experts voorspelden dat, als het zo doorging, rond 1910 die stront tot bijna 3 meter hoog in de straten zou liggen.

Met de komst van de auto veranderde het probleem in een oogwenk. In 1912 waren er meer auto’s dan paarden in New York, en in 1917 reed de laatste door paarden getrokken wagen (op de toeristenkoetsen na, natuurlijk). De paardenpoepparabel werd door de auteurs gebruikt om te laten zien hoe techniek onze problemen kan oplossen, met als ondertoon dat het met de zorgen over het klimaat ook wel goed komt. Daarin heeft de realiteit ze toch weinig gelijk gegeven – de mens lost niet alles op met technische vooruitgang. Maar op een andere manier is het stuk inzichtelijk; wie staat erbij stil hoe aanwezig die dieren ooit waren?

Kees Maks, Madeleine-Bastille Omnibus (ca. 1902).Beeld Singer Museum Laren/Collectie Nardinc

De kunst helpt ons een handje. Zoals nu met de tentoonstelling van George Stubbs in het Mauritshuis, de grootste Britse paardenportrettist. En hier en daar op schilderijen in museumzalen, waarin we een blik op die paardensamenleving van toen krijgen.

In het Singer Museum zag ik dit werk van Kees Maks en ik dacht meteen: ah, Breitner op de Dam. Wat totaal niet klopt, op het tweede gezicht. Maks was leerling van Breitner, maar schilderde heel anders, veel strakker en strenger. Om eerlijk te zijn is dit het eerste werk van hem dat me echt bevalt, maar dat is van weinig belang. Ten tweede is dit de Parijse versie van de paardenwagen, de omnibus. Maks kloddert er zo woest op los dat mensen strepen zijn, lichten stippen (zie de stip links van het paardenhoofd) en reflecties lange oranje slierten. Het is heerlijk en dat komt vooral door de paarden. 

Als kind tekende ik paardenhoofden, er was een vaste vorm voor, bijna alle meisjes in mijn klas kenden het. Later zag ik de beweeglijkste paarden bij Rubens, de machtigste en meest woeste. Bij hem voel je dat wij ons tot die dieren hebben te verhouden, niet andersom.

Kees Maks brengt die dynamiek terug, op een totaal eigen manier. In zijn schaarse klodders zorgt hij er toch voor dat er enorme beweging in de beesten zit; ze gaan net een bocht maken. In grote snelheid scheren ze voor ons langs, de witte strepen, de gele vlek, de donkere ogen, hun vastberadenheid. Een herinnering aan de echte paardenkracht. Gelukkig wel zonder de geur van hun dagelijkse 10 kilo.

Kees Maks

Madeleine-Bastille Omnibus

Circa 1902

Olieverf op doek

78 x 106 cm

Singer Museum Laren (collectie Nardinc)

Volg Wieteke van Zeil op ­Instagram: @artpophistory

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden