INTERVIEWKendace Springs

Dit jaar geen North Sea Jazz, maar gelukkig maakt het nieuwe album van Kandace Springs veel goed

The Women Who Raised Me is een coverplaat, mét een samenwerking met haar grote heldin Norah Jones. Voor de Volkskrant licht Springs haar keuzen toe.

Kandace SpingsBeeld Robby Klein, bewerking: Studio V

Enkele dagen voor dit interview livestreamde Kandace Springs een miniconcert vanuit haar woonkamer in Nashville. Een sympathiek gebaar, in het bijzonder naar haar fans in Europa, alwaar de tournee van een van de boeiendste jazzvocalisten van het moment in volle gang had moeten zijn. De coronacrisis besliste anders. Na een knikje van de cameravrouw dat ze ‘live’ waren, zette ze de eerste coupletregels in van The Beautiful Ones.

Springs (31) koos niet zomaar een Prince-klassieker als opener. In 2014 kreeg ze een persoonlijke uitnodiging van Zijne Popexcellentie, om op diens landgoed Paisley Park te komen zingen. ‘Hij had mijn cover van Sam Smiths’ Stay With Me gehoord, toen een populair liedje’, vertelt Springs aan de telefoon. Nadien hielden de twee contact, en Springs werd Prince’ laatste protegé voor hij in 2016 overleed. ‘Weet je dat ik nog steeds niet kan geloven dat dat allemaal echt is gebeurd?’

De keuze voor het Prince-liedje, een cover dus, was ook een knipoog naar Springs’ nieuwe album The Women Who Raised Me, uitgebracht op het roemruchte label Blue Note. Daarop herinterpreteert ze op overtuigende wijze de liedjes van twaalf van haar favoriete zangeressen, onder wie Nina Simone en Ella Fitzgerald – iconische vakvrouwen, veelal uit de jazzhoek, met wier stemmen Springs muzikaal opgroeide.

Dat ze nu met een coveralbum komt, is opvallend. Soul Eyes (2016) en Indigo (2018), twee platen met eigen liedjes die Springs eerder bij Blue Note uitbracht, ontvingen positieve kritieken. Er was de fijne instrumentatie, maar vooral Springs’ diepe en naturel klinkende stemgeluid. Het totaalgeluid klonk fris en vol ideeën.

Gebrek aan ideeën was dan ook niet wat Springs ertoe bracht zich op het werk van anderen te storten. ‘Veel liedjes die je op de nieuwe plaat hoort, zing ik al sinds mijn tienerjaren. Ik heb me de liedjes sindsdien toegeëigend, en inmiddels staan ze net zo dicht bij me als nummers die ik zelf schreef.’

Dat het een geinig idee zou zijn een aantal van die liedjes eens op te nemen, dacht Springs al langer. Nu en dan, wanneer haar agenda het toeliet, dook ze de studio in om aan een nummer te werken. ‘Het idee was: dit is cool om op de plank te hebben. Wellicht kunnen we er ooit iets mee doen. Concreter werd het eigenlijk niet.’

Dat veranderde toen label Blue Note het lijstje bekeek van het materiaal dat Springs inmiddels had opgenomen. ‘De originele versies van die liedjes waren allemaal gezongen door vrouwen. Daar zag Blue Note wel een thema voor een plaat in.’

Toen bleek dat een aantal grote namen wilde meewerken aan Springs’ project, kwam het albumidee in een stroomversnelling terecht. ‘Dat begon met Norah Jones, een van mijn absolute heldinnen. In 2002 kreeg ik haar album Come Away With Me cadeau. Ik was dertien jaar en wist na het luisteren: dit wil ik ook doen. Je zult begrijpen dat ik uit mijn dak ging toen ik hoorde dat Jones nu, zoveel jaar later, voor mijn eigen album een duet wilde opnemen.’

Kandace SpringsBeeld Robby Klein

Naast Norah Jones bleek ook een aantal van ’s werelds fijnste jazzmusici te willen meespelen. Onder hen de ervaren bassist Christian McBride en het in Europa nog onbekende talent Elena Pinderhughes op dwarsfluit.

Met al die geweldenaars zou je verwachten dat The Women Who Raised Me een plaat is waarop de muzikale moeilijkheidsgraad flink wordt opgestuwd. Het tegendeel is waar. Uit een nummer als Pearls (origineel van Sade) spreekt kalmte en souplesse. Van individuele versiersels, zoals felle vocale uithalen of imponerende loopjes tijdens solo’s is geen sprake; alle aandacht gaat uit naar de sfeer.

Die sfeer – denk een zwoele avond – is wat het album als één geheel doet klinken. Ze ontstaat uit de combinatie van jazzharmonieën en de kleine bezetting. ‘Een elektrische piano uitgezonderd, hebben we alleen akoestische instrumenten gebruikt’, zegt Springs. ‘Daar heb ik echt een zwak voor. Mensen hebben jaren geoefend om hun instrument onder de knie te krijgen. Dat geeft de klank iets integers.’

In de ruimte die de ingetogen instrumentatie laat voor Springs’ diepe stem – die fier overeind blijft – schuilt de visie van leermeester Prince. ‘Kandace, moffel je stem niet weg’, zei hij altijd. Laat de instrumenten rond jouw stem dansen, niet andersom. Zo komt je stem het beste tot zijn recht.’

Alle twaalf de zangeressen van wie ze een liedje koos, hebben volgens Springs iets geruststellends in hun stem. ‘En tegelijkertijd betekenen die stemmen en muziek stuk voor stuk iets anders voor me.’ Voor V licht Springs drie liedjes uit die ze extra bijzonder vindt.

Nina Simone - I Put A Spell On You

‘De eerste keer dat ik de stem van Nina Simone hoorde, zong ze in het Frans. Ne me quitte pas van Jacques Brel. Eerlijk gezegd vond ik haar stem toen maar vreemd, zo laag! Juist omdat Nina Simone nooit haar best doet om gelikt te klinken, is haar stem me door de jaren heen steeds meer gaan fascineren.

‘Daarnaast delen Simone en ik dat we onszelf op toetsen begeleiden. Simone wist klassiek pianospel te mengen met jazzharmonieën. Dat vind ik gaaf. Daarom opent mijn versie met een stukje Beethoven. De keuze voor I Put a Spell on You heeft met mijn vader te maken. Hij zette dit nummer thuis vaak op. Hierin zit de beste saxofoonsolo ooit opgenomen, zei hij dan.’

Bonnie Raitt - I Can’t Make You Love Me

‘Er zijn van die stemmen die je herkent zodra ze ook maar een seconde te horen zijn. Bonnie Raitt heeft zo’n stem, en wat ik er vooral aan bewonder is de toon. Daar zit zo veel soul in! Je hoort haar dan ook zelden hard zingen. Kan ze wel, maar heeft ze niet nodig.

‘Ik speelde I Can’t Make You Love Me vaak in de lounge van het Marriott hotel in Nashville. Daar zingen was een aantal jaar mijn avondbaantje. Overdag parkeerde ik auto’s in. Wanneer ik dit nummer zing, ben ik weer even terug in die lounge.’

Astrud Gilberto - Gentle Rain

‘Dit klinkt misschien vreemd, maar Astrud Gilberto zingt niet als een zangeres. Op al die bossa nova-klassiekers gebruikt ze haar stem eerder als een trompet of fluit: vrijwel zonder vibrato. Wat haar geheim is? Misschien dat ze geen geoefend zangeres was. Ze kon niet anders dan als zichzelf zingen. Gentle Rain was niet het eerste liedje dat ik ooit van Gilberto hoorde, maar het is wel mijn favoriet. In het refrein lijkt Gilberto’s stem haast te zweven.’

Scat Springs

Het is geen geheim dat Kandace Springs’ vader Scat een belangrijke kracht in haar muzikale loopbaan is geweest. Scat Springs zong als sessiemuzikant met onder anderen Chaka Khan en Donna Summer. ‘Mijn vader spoorde mij als tiener aan om naast het pianospelen ook te gaan zingen. Veel van de liedjes op The Women Who Raised Me ken ik doordat hij ze me ooit liet horen.’

Kandace Springs, The Women Who Raised Me. Blue Note. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden