‘Dit is slopend, maar zeer leerzaam’

In zijn nieuwste regie ziet het toneel eruit als een repetitieruimte. ‘Een decor? Moet dat?’..

‘Er is geen toneelstuk in het wereldrepertoire dat zo accuraat en op zo een pijnlijke manier het ontstaan en het mechanisme van massahysterie blootlegt.’

Regisseur Franz Marijnen staat op het toneel in de grote zaal van de Koninklijke Schouwburg in Den Haag. Zijn nieuwe voorstelling bij het Nationale Toneel, Arthur Millers Heksenjacht, gaat hier zaterdag in première. Technici maken het podium klaar voor de eerste doorloop. Een houten verhoging markeert de speelruimte, die in verhouding met de grote zaal vrij klein is. Daaromheen staan een aantal stoelen en tafeltjes en een paar waterkoelers. Hier zitten de acteurs als ze niet hoeven te spelen. Niemand verlaat tijdens de voorstelling het toneel.

‘Je komt uit die repetitieruimte en gaat naar de schouwburg. Dan is er altijd even een depressie’, zegt Marijnen. ‘Na zeven weken repeteren, ben ik toch begonnen te houden van die ruimte en denk ik: waarom spelen we het eigenlijk niet gewoon hier? Tussen Ersatzteile, attributen die we ter plekke hebben gevonden en die rekwisieten zijn geworden. Meer heb je niet nodig. Dan kom ik in de schouwburg en daar wordt dat decor opgebouwd en dan denk ik: mijn God, moet dat? Na al die jaren heb ik nog altijd dat gevoel. Vervolgens zie ik de kostuums en denk ik: de repetitiekostuums waren eigenlijk veel mooier. Daarom heb ik nu de repetitieruimte integraal op het toneel gezet.’

Heksenjacht speelt zich af in 1692 in het strenggelovige dorpje Salem in Amerika. De op wraak beluste Abigail beschuldigt Elizabeth, de vrouw van haar ex-minnaar, van hekserij. Dit is de aanleiding voor een reeks ongegronde beschuldigingen tussen de inwoners van het dorp. Uiteindelijk worden onschuldige vrouwen als heksen vervolgd en opgehangen. Redelijkheid en gezond verstand delven het onderspit. Miller schreef Heksenjacht in 1952, ten tijde van de communistenjacht in Amerika. Op deze manier kon hij deze maatschappelijke regressie becommentariëren zonder zichzelf op de zwarte lijst te plaatsen.

‘Wat deed Miller als briljant toneelschrijver? In plaats van het probleem te actualiseren, stuurt hij het terug naar de geschiedenis. Daardoor krijg je iets wat theater nodig heeft. Een beetje afstand. Voor de actualiteit hebben we veel betere media: film en tv.’

Voor Marijnen is het de tweede keer dat hij zich ontfermt over deze tekst van Miller. In 1989 ensceneerde hij het stuk al in Berlijn bij het Schillertheater. Hij kan zich er weinig meer van herinneren, behalve dat het een gekostumeerde versie was. Marijnen: ‘Op die manier zou ik het niet meer doen. Ik gebruik nu een strakkere vorm die eigenlijk veel meer documentair is. Ik probeer dit verhaal zo kaal mogelijke te vertellen. Wat neerkomt op acteren, acteren en acteren. Opdat die structuur van dat mechanisme bloot komt te liggen.’

Angst als wapen – daar gaat het stuk over. Het is de motor achter elke vorm van terrorisme, waar of wanneer dan ook. Marijnen: ‘Het gaat over fantomen. Roddels. Mensen worden gedwongen om fantomen als werkelijkheid te beschouwen en tegelijk hun contact met de werkelijkheid af te zweren. Dat is wat hier feitelijk gebeurt. Iedereen heeft het over heksen, die per definitie onzichtbaar zijn. Juist de personages die de macht vertegenwoordigen, gaan het verst. Dat is het beangstigende. Het resultaat is dat mensen worden opgeknoopt.’

‘Op eenzelfde manier werd nog niet zo lang geleden de wereld verplicht te geloven dat er massavernietigingswapens aanwezig waren in Irak. Ook dat is begonnen op een kamer in het Witte Huis met mensen die bestuderen hoe ze fantomen kunnen voortbrengen. Hoe ze angst kunnen creëren.’

Marijnen loopt snel de grote zaal uit. De acteurs kunnen elk moment binnenkomen. De laatste jaren werkte hij vooral in de kleine zaal, met twee of drie spelers. Nu zijn het er zeventien – met onder anderen Wim van den Heuvel, Peter Tuinman en Wendell Jaspers, die Abigail speelt. Marijnen: ‘Dat is even wennen. Nu staan er opeens zeventien hongerige bekken voor me die allemaal gevoed willen worden. De oudste is 78 en de jongste 20 – drie generaties. Ik zie drie speelstijlen en ik moet die met elkaar in verband zien te brengen. Dat is een slopende, maar ongelofelijk leerzame ervaring.’

‘Toch als ik dan zo af en toe bij repetities merk dat het klopt, dan kan ik daar stil van worden. Niets is mooier dan mensen die bereid zijn heel diep te gaan in hun rol. Iets over henzelf te vertellen. En als hun tegenspeler dat oppikt, dan ontstaat er iets dat erg fraai is. Dat is het hier en nu van het theater: je ruikt het zweet van de acteur.’

Franz Marijnen, regisseur van Heksenjacht, gespeeld door het Nationaal Toneel. (Martijn Beekman - de Volkskrant)
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden