REPORTAGE

Dit is niet wat u van pop-art verwachtte

De pop-arttentoonstelling The World Goes Pop probeert een completer beeld te schetsen van deze kunstvorm: niet louter een westers fenomeen.

Anna Van Leeuwen
Equipo Crónica, The World Goes Pop, 1969. Beeld Museo Nacional Centro de Arte Reina Sofia
Equipo Crónica, The World Goes Pop, 1969.Beeld Museo Nacional Centro de Arte Reina Sofia

Wat is pop-art? Een nogal makkelijke vraag. Meestal felgekleurde kunst gemaakt door blanke Amerikaanse mannen als Andy Warhol, Roy Lichtenstein, Claes Oldenburg, enzovoorts. Vaak hadden zij een voorliefde voor al wat groot, populair en wansmakelijk is. In Tate Modern is pop-art iets heel anders, voor de duur van de expositie The World Goes Pop tenminste.

De eerste zaal zet de toon. Hier hangt een groot schilderij van het Spaanse collectief Equipo Crónica. Erop een vertrouwd blikje Campbell's tomatensoep en een paar cartooneske scènes à la Roy Lichtenstein die zich in een oerwoud bevinden waarin de Vietnamoorlog wordt uitgevochten. De taalexplosies van Lichtenstein ('VOOMP!') zien er gevaarlijk uit, het soepblikje van Warhol juist lullig. Zo'n oorlogstafereel van 2 bij 2 schudt de toeschouwer effectief wakker: dit is niet wat u van pop-art verwachtte. Dit is pop-art met een twist. In dit geval pop-art met een boodschap.

The World Goes Pop is niet de zoveelste blockbuster die scoort met kunst die we al kennen, die iconisch werd en populair is gebleven. Deze tentoonstelling doet zelfs het tegenovergestelde. Tate Modern wil laten zien dat pop-art méér was dan Warhol en consorten. Volgens de makers spraken kunstenaars wereldwijd de taal van pop-art: flirtend met reclame, met cartoons en populaire cultuur, vaak in felle kleuren.

Educatief tintje

The World Goes Pop is een kostbare tentoonstelling, de bruiklenen kwamen van over de hele wereld. Er valt een hoop te ontdekken, ook over de recente geschiedenis. En de kunst hier is slim, humoristisch en direct. De taal van pop-art blijkt zich bijzonder goed te lenen voor sociale en politieke kritiek.

Tate Modern gaf een expliciet educatief tintje aan deze herschrijving van de kunstgeschiedenis: elke zaal kreeg een eigen kleur en een apart thema. De alternatieve canon wordt de bezoeker in hapklare brokken aangeboden.

Vreemd is wel dat dit helemaal geen 'vergeten pop-artkunstenaars' zijn. In de interviews in de catalogus reageren de meeste deelnemers met een duidelijk 'no' op de vraag of ze zich met pop-art identificeren. Ze noemen vervolgens andere stromingen waarvan ze de spil waren.

Joan Rabascall, Atomic Kiss. 1968. Beeld Tony Coll, ADAGP
Joan Rabascall, Atomic Kiss. 1968.Beeld Tony Coll, ADAGP

Melting pot

In Japan sprak men bijvoorbeeld van antikunst, in Latijns-Amerika was nieuwe figuratie in zwang. In de Sovjet-Unie heette het Sots-art en in Parijs had men het over 'Europese pop'. Al die stromingen zijn in de zaalteksten voor het gemak weggelaten, alsof de kunstwereld van weleer een geglobaliseerde melting pot was.

Deze goedbedoelde geschiedvervalsing roept een ongemakkelijke vraag op. Viert deze tentoonstelling diversiteit, zoals ze belooft, of plakt ze vooral een Amerikaans label op allerlei kunstwerken zodat die gemakkelijker in de courante versie van de kunstgeschiedenis passen? Het is een vraag die vaker met dit soort tentoonstellingen opdoemt. De canon laat zich nu eenmaal niet op genuanceerde wijze bestrijden. Het is zaak een stevig alternatief te poneren. Daarin slaagt The World Goes Pop. Al zal een deel van die wereld tegen wil en dank 'pop' gaan.

The EY Exhibition: The World Goes Pop, Tate Modern, Londen, t/m 24/01/2016.

Big business

De term pop-art dook als eerste op in een brief van kunstenaar Richard Hamilton aan de architecten Alison en Peter Smithson. Hij somde op: ‘Pop-art is populair (gemaakt voor de massa), vluchtig (kortetermijnoplossing), eenmalig (makkelijk te vergeten), goedkoop, grootschalig geproduceerd, jong (op jeugd gericht), maf, sexy, gek, schitterend, big business.’

POP-ART IN TATE MODERN

Zes jaar geleden vierde Tate Modern pop art uitbundig met Pop life: Art in a Material World. Die tentoonstelling baseerde zich op Andy Warhols motto: 'Good business is the best art'. De kunstenaar was hier te zien als vernuftig marketingstrateeg en bij succes zelfs als beroemdheid, ook in de decennia die volgden op pop-art. Hier kon het publiek Jeff Koons zien seksen met ex-vrouw Ilona Staller, een opgezet kalf van Damien Hirst bekijken of met een mix van walging, bewondering en - wie weet - opwinding kijken naar de plastic bikini babe van Takashi Murakami die melk uit haar opgeblazen borsten spuit. Veel sensatie en seks dus, want dat verkoopt. Er was ook rumoer, toen een naaktfoto die Richard Prince maakte van een 10-jarige Brooke Shields op last van de politie werd verwijderd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden