DIT IS ’M! HIJ IS TERUG!

Tributebands – die zich richten op een bepaalde groep of artiest – worden populairder. Op de Beatle Week in Liverpool, afgelopen week, verzamelden ze zich....

The Fab Four eren en dan toch met z’n vijven, of meer zelfs, op het podium staan? Daar maalt deze late augustusavond in Liverpool echt helemaal niemand om, of-ie nu in The Cavern Club staat, The Cavern Pub, de Rubber Soul, of in Lennons Bar.

‘Can’t buy me lo-ove, lo-ve!’ Welwillend wuiven de armen als tentakels van zeeanemonen op de deining, bier klotst uit ter aanmoediging omhoog geheven pints, het zweet gutst de bezoekers net zo hard van het lijf als de muzikanten. ‘Nááá, naa naa nananana!’

Natuurlijk kan het met vijf. Sjoerd van den Broek, zanger/gitarist van The Strawberry Beats: ‘The Beatles hebben live ook met Billy Preston gespeeld.’ Jan Hovers, basgitarist van de Mal Evans Memorial Band (Evans was de hondstrouwe roadie van John, Paul, George en Ringo): ‘The Beatles maakten later nummers die ze op een podium met z’n vieren nooit konden waarmaken.’

Het is, zoals elk jaar, Beatle Week, en het epicentrum is Mathew Street, een tegenwoordig autovrij straatje waar van 1957 tot 1973 de originele The Cavern Club stond, de gewelvenkelder waar het viertal van 1961 tot 1963 292 keer speelde voordat de gekte rond de groep overal losbarstte. Tientallen bands die louter Beatles-repertoire spelen zijn naar de Merseyside gekomen voor een dagenlang huldebetoon. Letten, Polen, Italianen, Hongaren, Amerikanen, Brazilianen. Bezoekers, duizenden in getal, komen van even ver, de beeltenis van de vier op veel bolle buiken omspannende T-shirts.

The Strawberry Beats en de Mal Evans Memorial Band vormen in het evenement een gelauwerd Nederlands smaldeel – in eigen land ontvingen ze eerder van de fanclub Beatles Unlimited de Golden Apple Award. Doet het ze wat, spelen op de plek waar het zweet van hun helden nog in de muur moet zitten? De nieuwe club is weliswaar wat meters opgeschoven, maar er zijn bakstenen van de oude Cavern gebruikt. Hans Sligter, Strawberry Beats-gitarist: ‘Dit is heilige grond.’ Janneke van Heeswijk, drumster bij de MEMB: ‘Dit is een jongensdroom.’

Zo zie je maar hoe ver je kunt reiken als je je verdiept in een oeuvre; de Beatle Week geldt als een hoogmis voor de zogeheten tributebands. Dit is de beloning voor het nauwgezet uitpluizen van kwinten en tertsen, riffs en fills; soms gaat het eerbetoon verder en worden ook de pasjes en de looks ontrafeld en gekopieerd en dezelfde instrumenten aangeschaft.

Het wordt populair, verzekeren managers, evenementenbureaus en boekingskantoren. De tijd is er naar. Muzikanten zijn het ondefinieerbare spectrum van men vraagt en wij draaien in alles spelende coverbands beu, met eigen werk raken ze de oefenruimtes niet uit. En er is publiek. Veel idolen van muziekliefhebbers op middelbare leeftijd zijn er niet meer of ze zijn met pensioen. Jongeren raken nieuwsgierig, wat uit het verleden komt, is niet altijd slecht. Zenders als Radio 2, City FM en Arrow voeden de interesse.

Robin Groenveld, directeur van One & Only Productions, organiseerde in 2004 en 2005 een Tribute Night in Ahoy in Rotterdam. Op de affiche stonden de klonen van bands als Queen (Killer Queen), Pink Floyd (Pink Project), U2 (U2 Tribute Band) en de Stones (Tribute Stones). ‘Achteraf denk ik dat het iets te vroeg was. Maar ik weet het zeker: als de originele bands er definitief mee kappen, komt er alleen maar meer publiek op de been.’

Volgens Groenveld moet in Nederland nog wel een vooroordeel worden overwonnen. ‘Er wordt al gauw gedacht aan een soundmixshow. Je zet een pruik op en je doet iemand na. Maar in Groot-Brittannië en Australië is het een volstrekt geaccepteerd artistiek fenomeen.’ Zelf liet hij zich overtuigen na het zien van een concert van The Bootleg Beatles in de Royal Albert Hall in Londen. ‘Ik had er eerst geen zin in. Ik ben zelf Beatles-fan. Maar ik viel van m’n stoel. Alles klopte. Instrumentaal, vocaal, de apparatuur, de kleding. Dichterbij de realiteit kun je niet komen.’

Tributebands.nl is een gespecialiseerd boekingskantoor in Mariahoop. In de portefeuille zitten onder meer Kiss This (Kiss), Imitallica (Metallica), Purple Strangers (Deep Purple), drie Iron Maiden-vertolkers en Hot Leggs (Tina Turner). Directeur Mario Vermulst, zelf zanger in Action in DC (AC/DC): ‘De bandjes schieten sinds een jaar of twee als paddestoelen de grond uit. Ze staan in cafés, maar net zo goed ook op festivals.’

Onderschat het niet, waarschuwt hij. Fans kunnen een minder optreden van hun favorieten heel goed met de mantel der liefde bedekken. Naar een tributeband wordt kritischer geluisterd. Komen ze echt wel in de buurt? ‘Je bent kwetsbaar. Eigenlijk moet je beter zijn.’ Zijn Action in DC verschijnt dan ook met kanonnen en vuurwerk op het podium, de gitarist draagt het schooluniform met de korte broek van Angus Young die zoals het hoort op gezette tijden afzakt.

Moeten de bands wat de bemiddelaars betreft wel uiterlijk op hun voorbeelden lijken? Dat blijkt van het voorbeeld af te hangen. Wie de Stones naspeelt, redt het met een spijkerbroek. Elvis vereist een glitterpak en volle kuif. Enige gelijkenis met Freddy Mercury telt voor Queen. Maar Vermulst van Tributebands.nl: ‘De zanger van een Queen-tributeband uit Italië, Innuendo, lijkt sprekend op Phil Collins. Maar zijn stem is zo precies die van Freddy, dat je hem dat vergeeft.’

‘Wachten jullie op iemand in het bijzonder?’ Zelfverzekerd kijkt gitarist Francisco Calgaro vanonder zijn weelderige krullenbol naar honderden verhitte Liverpudlians. Een gebrul stijgt op.

En ja hoor, daar is-ie weer. Het interlockje is uit, om de ontblote tors hangt de vlag van de stad. De vuist gaat gebald omhoog. ‘We will, we will rock you!’

Tijdens de Beatle Week is ook ruimte voor andere tributebands, en hier, in de zaal van de Carling Academy, een oud pakhuis, heeft de verbijstering al twee uur geleden plaats gemaakt voor complete overgave. Dit is ’m! Hij is terug! De donkere snor, de royale overbeet, het geëxalteerde lippenspel, het gemanipuleer met de helft van de microfoonstandaard ter hoogte van het kruis, het mennen van het publiek; in alles Freddy Mercury. Dat er een Spaans accent schemert in de teksten, dat de uitersten van Mercury’s stem net buiten bereik blijven, dat de trainingsbroek wat minder geprononceerd de vormen binnenin weergeeft, het wordt Pablo Padín vergeven.

Dios Salve a la Reina, God Save the Queen, is een tributeband uit Rosario, Argentinië, en de faam van Pablo en de zijnen reikt verder: de band speelt in heel Zuid-Amerika en toert nu twee maanden door Spanje. De leden hebben hun banen opgezegd en hun studies eraan gegeven.

Het toeval is de groep welgezind geweest, legt bassist Ezequiel Tibaldo voor het optreden uit. Zo was Calgaro eigenlijk pianist, maar hij bleek de vaak breed uitwaaierende stijl en vingervlugheid van gitarist Brian May razendsnel onder de knie te krijgen. De gelijkenis tussen Padín en Mercury was niet eens zo opgevallen, totdat de Argentijn zijn lange haar afknipte en een snor liet staan. Madre mía Pablo, je bent Freddy!

‘Het is keihard werken, het is niet de eenvoudigste muziek om te spelen’, zegt Tibaldo. ‘Maar aan het uiterlijk hebben we weinig gedaan.’ Alleen de krullen van Calgaro zijn niet echt, en drummer Matias Albornoz heeft zijn haar laten blonderen.

Heeft Tibaldo een verklaring voor de opkomst van tributebands? ‘Er wordt niet zo heel veel goede nieuwe muziek meer gemaakt. Nee, we hebben zelf niet de behoefte om te schrijven. De feedback die we van het publiek krijgen is meer dan genoeg. Je zult het zien, straks.’

Als Bohemian Rhapsody begint te rocken, springt het publiek op en neer en vliegt het bier door de zaal.

Lichte onrust bij The Strawberry Beats, net voordat ze hun instrumenten The Cavern Club indragen. Gitarist Sligter is zijn jasje vergeten, gemoduleerd naar de beige outfit die The Beatles in 1965 droegen in het Shea Stadium in New York. Dan moet de drummer maar in T-shirt, dat valt minder op.

Verder dan het jasje gaan we niet, zeggen Van den Broek en Sligter later, als hun plek is ingenomen door The Black Birds. Elders in Mathew Street hebben Not the Beatles, Beatless en The Yellow Submorons afgetikt.

Van den Broek: ‘Wij brengen een ode aan de liedjes, het moet geen persoonsverheerlijking zijn. Je kunt een pruik en een brilletje opzetten, je stem verdraaien, maar John Lennon word je niet, never.’ En laat ruimte voor creativiteit: The Strawberry Beats brachten de compositie Come and get it uit, door The Beatles zelf nooit opgenomen, en maakten een eigen arrangement. Het was dit jaar nog Klaus Voormann, gewezen bassist in Lennons Plastic Ono Band, die ze na het zien van een optreden geruststelde: ‘You don’t need those jackets, guys.’

De Mal Evans Memorial Band veroorlooft zich in de snikhete Cavern Pub ook uitstapjes. She loves you wordt ineens Ze houdt van jou, en drumster Van Heeswijk zingt It’s for you van Cilla Black – dat kan best, want Black was ooit garderobejuffrouw in The Cavern.

Hovers en Van Heeswijk ‘Je kunt best iets aparts doen, dat houdt het ook spannend, het moet geen kopie worden.’ Daarom ook: voor integere vertolkingen hoef je niet per se een rinkelende Rickenbacker- of Epiphone-gitaar en een plokplok Höfner-vioolbas in te pluggen. Hovers: ‘Zo’n Höfner is gewoon een inferieur instrument.’

Er mag dan een markt gloren voor tributebands, het is niet de gedachte aan geld verdienen die de groepsleden – allemaal met een coververleden en pogingen tot eigen werk – aan het specialiseren hebben gezet. Die veronderstelde markt is maar betrekkelijk, zeggen ze. Een of twee optredens per maand; een festival, personeelsfeesten, bruiloften. De manager van The Strawberry Beats denkt na over een theatertournee. Dat de MEMB een keer op tv was in De Wereld draait door met de Nederlandse vertaling van Beatle-teksten heeft de agenda niet doen dichtslibben. De reis naar Liverpool hebben ze zelf moeten betalen, voor de optredens ontvangen ze geen cent.

Nee, de drijfveer behoort de gedeelde passie te zijn. Sligter: ‘The Beatles waren nooit vast te pinnen op één stijl, het bleef geniaal.’ Van den Broek: ‘Ze hebben eigenlijk nooit iets slechtst gedaan.’ Van Heeswijk: ‘Ze vervelen nooit.’ Hovers: ‘Die baslijnen: composities in een compositie.’

Je hoort het, zeggen ze, als de ware toewijding er niet is, als The Beatles niet de rode draad in een muzikaal leven zijn geweest. Ze hebben hier bands gezien met meer technische bagage, grotere virtuositeit, maar het lééfde niet. Mechanisch. Te perfect. Het mag rammelen, af en toe.

Zelf luisteren ze intens naar platen, draaien het linker- of rechterkanaal weg om de lick van George te doorgronden, of de plofjes van Ringo’s bassdrum. Ze worstelen zich door notenschrift en de zogeheten tab-notaties. Ze kijken video’s. Voor Van den Broek en Sligter is het telkens een ontdekking hoe de harmonieën en akkoordenwisselingen de symbiose weerspiegelen tussen McCartney’s kennis van het musicalidioom en zeemansliederen en Lennons liefde voor de rock ’n’ roll. Hovers verbaasde zich over de scheve plaatsing van McCartney’s vingers op de toets van de basgitaar, wat leidde tot bijzondere loopjes. Van Heeswijk vond het een openbaring te ervaren dat als je je beweegt als Ringo – veel opwippen en meewiegen met het hoofd – je ook gaat klinken als Ringo.

Maar dat alles neemt niet weg dat binnen de gelederen van zowel The Strawberry Beats en de MEMB nog altijd de ambitie van de eigen compositie gloeit. Daar gaat, erkennen ze, toch niets boven. Sligter: ‘Uiteindelijk is wat we doen pronken met andermans veren.’ Van Heeswijk: ‘Gek eigenlijk, ik zou me toch een beetje schamen als Paul of Ringo in de zaal zou zitten.’ Van den Broek van The Strawberry Beats: ‘Aan de andere kant: dat oude rock ’n’ roll- en bluesnummers worden nagespeeld, vindt niemand vreemd. Wie weet, verschuift het mee in de tijd. Klassieke muziek wordt ook uitgevoerd door anderen. Dit is misschien wel nieuwe klassieke muziek, ja.’ Hovers: ‘Het is in elk geval laagdrempelig.’

Alan, een zwaarlijvige bezoeker van 53 met kale schedel en in korte broek, ziet geen reden voor geringschatting. Hij slaat de leden van de Mal Evans Memorial Band na hun optreden omstandig op de schouders. ‘Ze lijken er niet op, het klinkt niet hetzelfde, maar ze speelden met het hart. Dat volstaat.’ Nee, met nostalgie heeft zijn aanwezigheid hier niks te maken. ‘Dit is goede muziek. Die wil ik horen. The Beatles zullen nooit meer spelen, en hier zijn bandjes die dichtbij proberen te komen. Prima. Dit is the next best thing.’

In de Carling Academy gooit Pablo Padín twee aan elkaar geknoopte vlaggen de zaal in, die van Groot-Brittannië en Argentinië. De Liverpudlians zijn de beleving van the next best thing voorbij. ‘Freddy! Freddy! Freddy!’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.