Dit is het verhaal van Ramses Shaffy's moeder

Biografie Alexandra Thérèse de Wysocka, moeder van Ramses Shaffy

Eén van de vrouwen die beweerden een dochter van tsaar Nicolaas II te zijn, was Ramses Shaffy's moeder, Alexandra Thérèse de Wysocka. Ze verkeerde in de Europese jetset, maar van haar zoontje Ramses deed ze in 1939 afstand. Biograaf Sylvester Hoogmoed ontdekte waarom.

Links Ramses Shaffy's moeder, Alexandra Théres de Wysocka.

Over Ramses Shaffy hebben altijd de wildste verhalen de ronde gedaan. En veel van die verhalen kloppen ook, sterker, de werkelijkheid was vaak nog spectaculairder dan gedacht. Dat bleek maar weer eens toen uitgeverij Prometheus, die in 2011 zijn biografie publiceerde, werd benaderd door een advocatenkantoor. Er was daar een koffertje opgedoken, dat decennia eerder in bewaring was gegeven. Het bleek vol brieven en andere persoonlijke papieren te zitten van Shaffy's moeder, die altijd een mysterieuze figuur gebleven was. Alexandra Thérèse de Wysocka heette ze volgens het geboortebewijs van de zanger/acteur en ze zou een gravin van Pools-Russische afkomst zijn geweest. Maar ze beweerde in werkelijkheid niemand minder te zijn dan groothertogin Olga Romanov, oudste dochter van de laatste tsaar.

Shaffy had gelukkige herinneringen aan zijn vroegste jeugd, toen hij met zijn moeder in hotels aan de Franse Côte d'Azur woonde. Hij beleefde er avonturen op het strand, reed in een luxe trapautootje over de boulevard en zong de Russische liedjes die zijn moeder hem geleerd had. Vlak voor de oorlog stuurde ze haar zesjarige zoontje echter ineens naar familie in Nederland en liet daarna jarenlang niks van zich horen. Pas in 1946 kwam ze hem weer ophalen, maar de jonge Ramses besloot toen bij het Leidse pleeggezin te blijven dat hem liefdevol had opgenomen. Hij zou zijn verwekster daarna nog sporadisch opzoeken in Brussel, waar ze was gaan wonen.

Beeld afkomstig uit het koffertje met foto's van Ramses Shaffy's moeder.

Intriges

De Wysocka zwierf in de Belgische hoofdstad van adres naar adres, blijkt uit de brieven in het koffertje, die merendeels dateren uit de periode 1947-1954. Ze woonde in chique pensions en wekenlang logeerde ze zelfs in het prestigieuze Astoria hotel. De directeur daarvan vroeg haar in een beleefd briefje of ze bereid was voor de gasten te musiceren. Ze moet een uitstekende pianiste zijn geweest, gespecialiseerd in het werk van Franz Liszt. Daarvan getuigen ook andere brieven in het koffertje, onder meer van de Utrechtse burgemeester De Ranitz, een grote liefhebber van deze componist. Er is sprake van concerten in Biarritz en in het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten, ook zou ze opnamen gemaakt hebben voor de Belgische radio.

In haar correspondentie gaat het echter vooral over allerlei duistere intriges. Zo probeerde ze te bewijzen dat er een kostbaar parelcollier van haar gestolen was, iemand was bereid te verklaren dat hij haar dat had zien dragen op recepties. Verder deed ze vruchteloze pogingen een visum voor Frankrijk te krijgen, een jaloerse vrouw zou er volgens haar voor gezorgd hebben dat ze daar ooit ten onrechte tot ongewenst vreemdeling was verklaard. En bovenal werd ze in beslag genomen door haar "ware" identiteit, die ze verborgen zei te willen houden uit angst voor de Russische geheime dienst. Als Olga Romanov schreef ze ministers aan, om aandacht te vragen voor haar precaire situatie, ze stuurde zelfs telegrammen naar de Amerikaanse president, vol politieke adviezen. En niet te vergeten: ze probeerde bij buitenlandse banken enorme tegoeden los te krijgen.

Een gek, zou je denken. Zoon Ramses heeft haar ook zo genoemd in een van zijn liedjes: 'Ver van onze wereld / Ver van ons verdriet / Ver van ons dagelijks leven / En daarom is gek zijn / Zo gek nog niet'.

Maar hoe labiel ze waarschijnlijk ook was, De Wysocka slaagde er wel in zich te omringen met gerenommeerde advocaten, zoals Henri Rolin - tevens voorzitter van de Belgische senaat. Zelfs de gouverneur van de Belgische Centrale Bank werd door haar ingeschakeld, die kende ze persoonlijk, getuige een handgeschreven briefje van hem.

Vermoord

Dat ze inderdaad een dochter van de tsaar was, lijkt uitgesloten. Vrijwel alle historici gaan ervan uit dat Nicolaas II met zijn gehele gezin door de bolsjewisten is vermoord in de vroege ochtend van 17 juli 1918. De stoffelijke resten die na de val van de Sovjet-Unie in de buurt van hun verbanningsoord Jekaterinenburg werden gevonden zijn jaren geleden al na dna-onderzoek geïdentificeerd. Maar omdat de Russisch-orthodoxe kerk toch nog niet overtuigd was, werd dit najaar een nieuw onderzoek gestart, waarvoor onlangs de overblijfselen van tsaar Alexander III zijn opgegraven.

Lange tijd deden geruchten de ronde dat één of meerdere leden van het gezin het bloedbad hadden overleefd. Her en der doken na 1918 tsarendochters op. De bekendste daarvan werd een beroemdheid, velen waren ervan overtuigd dat ze Anastasia was, de jongste dochter. Over Alexandra de Wysocka is daarentegen weinig terug te vinden in de krantenarchieven. Wel werd haar naam op 15 maart 1929 vermeld in Le Figaro en een aantal kleinere Franse kranten. De gravin was door een Syrische advocaat voor het gerecht gedaagd. Ze zou hebben beweerd groothertogin Olga te zijn, om hem grote bedragen af te troggelen met als onderpand Russische kroonjuwelen. Gravin De Wysocka ontkende echter zich ooit voor Olga te hebben uitgegeven en spande op haar beurt een proces aan tegen de Syriër, wegens misbruik van vertrouwen en verduistering van haar erfenis. De kranten melden niet hoe die zaak is afgelopen.

(Tekst gaat verder onder foto).

Het koffertje met documenten.

Familiejuwelen

Meer duidelijkheid verschaft een dik dossier dat de Belgische Vreemdelingendienst bijhield over de gravin. Het leest als een charmante schelmenroman. De eerste berichten dateren uit 1924, ze woonde toen in Egypte en probeerde familiejuwelen te importeren zonder invoerrechten te betalen. Ook leende ze grote bedragen om ze te verzekeren, zonder ooit iets terug te betalen. Een jaar later werd ze gesignaleerd door de politie in Frankrijk, waar ze eveneens grote bedragen had geleend, met als onderpand juwelen uit de schatkist van de tsaar, die echter vals bleken te zijn. Ondertussen leefde ze vrolijk erop los, een spoor van openstaande rekeningen en ongedekte cheques achter zich latend. De Franse politie noemde haar 'zeer doortrapt', deze jonge aantrekkelijke gravin, die ook nog eens opmerkelijk muzikaal was.

Begin jaren dertig wist ze de Egyptische consul in Parijs aan de haak te slaan: Ramsès Chaffey Bey. In 1933 werd hun zoon Ramses junior geboren. De Egyptische autoriteiten dwongen de consul echter te kiezen tussen zijn carrière en zijn vrouw, die hem voortdurend in opspraak bracht. Hij verstootte De Wysocka, die in 1934 Frankrijk werd uitgezet. Ze vestigde zich met haar zoontje in Brussel, waar ze een bediende en een kindermeisje in dienst nam - en een half jaar later alweer dik in de schulden zat. Zelfs een kiosk had geld van haar tegoed, ze scheen nogal veel kranten te kopen. Verder ontving ze geheimzinnige bezoekers, onder wie een Bulgaarse minister, fluisterde men, en er werden vaak aangetekende stukken en telegrammen bij haar bezorgd. 'Ze zou een spion kunnen zijn,' schreef een rechercheur in zijn rapport, het werd rood onderstreept. En in ieder geval een oplichtster: ze leende grote bedragen voor een rechtszaak die haar veel geld zou opleveren, beweerde ze. Maar de procedurestukken die ze ten bewijze had getoond zouden vervalsingen zijn geweest.

Eind 1935 werd De Wysocka met haar zoontje door de Belgische autoriteiten bij Moeskroen de grens overgezet, terug naar het land waar ze al eerder tot ongewenst vreemdeling was verklaard. Nauwelijks een maand later werd ze in Brussel bij verstek veroordeeld tot twee jaar cel vanwege onder meer oplichting en ongedekte cheques. Ook was er een veroordeling wegens grove belediging van een agent. 'Een intrigante van formaat,' noemde de procureur haar in zijn aanklacht.

In Frankrijk wist ze nog een aantal jaren haar avontuurlijke leventje voort te zetten, maar vlak voor de oorlog keerde haar geluk. In oktober 1939 veroordeelde de rechtbank van het Zuid-Franse Grasse haar tot drie jaar cel. Aanklacht: schending van het uitwijzingsbevel uit 1934 en gebruikmaken van een valse identiteit. Dit keer moest ze ook echt naar de gevangenis.

(Tekst gaat verder onder foto).

Beeld x

Raadsel

Niemand vertelde de jonge Ramses waarom zijn moeder hem in het najaar van 1939 naar haar zus in het koude Nederland stuurde. Over het voor hem zo traumatische afscheid zou hij later een aangrijpend lied schrijven: 'Ze stond onbeweeglijk / in tranen op het perron / toen ik klein was / in de trein naar het Noorden'.

Het grote raadsel in de biografie van Shaffy is dankzij het Belgische Vreemdelingendossier nu opgelost: waarom zijn moeder hem in de steek liet. Pas in juli 1946 kwam ze weer uit de gevangenis, waarna ze onmiddellijk een visum aanvroeg voor Nederland, om haar zoon op te halen. Wat er ook op de levenswandel van Alexandra de Wysocka aan te merken was, ze moest er zwaar voor boeten. Toen ze haar straf in Frankrijk had uitgezeten, was de gravin eind 1942 naar België overgebracht, waar ze eerder bij verstek was veroordeeld. Pas na aankomst bleek die straf inmiddels te zijn verjaard, maar vrijgelaten werd ze niet. Afwisselend verbleef ze in de gevangenis van Vorst, het Interneringscentrum voor vreemdelingen in Brugge en een instelling voor gedetineerden met psychische problemen. In 1943 werd een psychose vastgesteld, later luidde de diagnose dat ze weliswaar verminderd toerekeningsvatbaar was maar geen duidelijke stoornis had.

Ook tijdens haar detentie bleek ze overigens weer in staat te zijn goede contacten op te doen. Onder meer met een aalmoezenier van goede komaf, bij wiens familie ze na de oorlog regelmatig zou logeren. Verder ontfermde Louis Braffort zich over haar, deken van de Belgische orde van advocaten en verzetsstrijder. Hij werd echter kort voor het einde van de oorlog vermoord. Een andere advocaat verklaarde later dat de deken interessante stukken bezat over de afkomst van De Wysocka, maar die zijn nooit opgedoken.

Beschermers

Na haar vrijlating hernam ze in Brussel haar oude leventje, al benadrukte ze meer en meer dat ze eigenlijk Olga Romanov was. Medewerkers van justitie konden hun frustratie nauwelijks verbergen over deze zogenaamde tsarendochter, die op hun vragen willekeurige antwoorden gaf, alle regels aan haar laars lapte en schermde met haar goede contacten. 'Deze vrouw heeft beschermers, zoals alle grote schoften,' staat in een kattebelletje. Toen ze in 1955 opnieuw veroordeeld werd, tot vijf jaar dit keer, kwam ze na ruim een jaar weer vrij, tot ergernis van de chef van de Vreemdelingenpolitie.

Misschien was Alexandra de Wysocka een geraffineerde oplichtster, maar je krijgt de indruk dat ze toch vooral het slachtoffer was van haar eigen verbeelding. Senaatsvoorzitter Henri Rolin omschreef de gravin in een brief aan burgemeester De Ranitz als eerlijk maar extreem romantisch, een vrouw die overal mysterieuze samenzweringen zag. Hij voegde daaraan toe dat ze belangrijke bezittingen in het buitenland leek te hebben.

In de jaren zestig kwam de gravin in rustiger vaarwater. Ze was inmiddels erkend als politiek vluchteling, verbleef lange tijd in Zwitserland en woonde daarna jarenlang in de "Résidence Diplomate", een statig appartementengebouw in de Brusselse voorstad Sint-Gillis. De huur en haar levensonderhoud werden bekostigd door haar advocaat, het blijft voorlopig een raadsel uit welke bron die kon putten. Medio 1968 gaf ze aan naar Nederland te zullen vertrekken, waarna ieder spoor ontbreekt. De meeste Vreemdelingendossiers van voor 1973 zijn hier vernietigd.

Zoon Ramses heeft wel eens verteld dat zijn moeder gestorven is in een tehuis, goed verzorgd. Verder heeft hij nooit veel over haar losgelaten. Behalve dan dat ze een groot talent had om gelukkig te zijn en prachtig kon pianospelen.

Sylvester Hoogmoed schreef een biografie over Ramses Shaffy en werkt nu aan een boek over diens moeder.


De trein naar het Noorden, Ramses Shaffy

Je stond onbeweeglijk

In tranen op 't perron

Toen ik klein was

In de trein naar het noorden

We keken elkaar aan

In de ondergaande zon

Toen ik klein was

In de trein naar het noorden

Onbewust besefte ik

Dat het nu voor mij begon

Hoewel ik klein was

In een trein naar het noorden

Ik zong ons slaapgebedje

Zo hard als ik maar kon

Omdat ik klein was

In 'n trein naar het noorden

Ik viel onbeheerd in slaap

In de schoot van een wagon

Toen ik klein was

In de trein naar het noorden

Je staat voor mij nog steeds

Op een wegstervend perron

Omdat God ons gebedje niet verhoorde

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.