Dit is hét muziektalent van 2017

In Noorwegen groeide hij op en ging hij muzikaal de diepte in. Nu razen zijn aanstekelijke popliedjes de wereld over. Is Koen van de Wardt met zijn band Klangstof al te groot voor Nederland geworden?

Beeld Linda Stulic

Een gelopen race? Dat is overdreven. Maar spannend was de verkiezing voor poptalent 2017 dit jaar niet. Klangstof gaat het maken, daarvan is heel popmuzikaal Nederland overtuigd. Sterker nog: Klangstof ís het al aan het maken, en heeft al een rondje wereld gedaan nog voor het bandje in Nederland naam kreeg. 'On-Nederlands goed' dus, en met dat cliché prijzen wij onze opvallend uitstekende bandjes graag aan.

De talenten van 2017

Welke talenten zetten komend jaar de toon in Nederland? Om die vraag te beantwoorden raadpleegde de Volkkrant voor het vijfde jaar op rij zo'n 250 boven elke twijfel verheven kenners, die ieder met een topdrie kwamen voor hun eigen vakgebied. De optelsom resulteerde in de, mogen we wel zeggen, gezaghebbende lijst op de volgende veertien pagina's. Plus: hoe verging het de winnaars van vorig jaar?

Ja, Klangstof is een bandje, maar als je afspreekt met Klangstof dan ga je op bezoek bij liedschrijver, zanger en componist Koen van de Wardt (24). En die musiceert in een raamloze kelder in het oude krantengebouw van de Volkskrant aan de Wibautstraat in Amsterdam, dat tegenwoordig dienst doet als studioruimte, horecapand en hotel.

In deze beklemmende bunker heeft Van de Wardt zijn studio opgebouwd rond een computer, een gitaar en een paar synthesizers. Zijn grote liefde? 'Deze hier, de Prophet 12. Een duur ding, maar wát een geluiden komen eruit', zegt Van de Wardt. 'Even wat horen? Hier, dit geluid zit in dat nummer Sleaze, hoor dan, zó mooi.' De dromerige en nostalgische basloopjes trekt Van de Wardt uit een apparaat verderop. 'De Korg 20. Fijne bassynthesizer.'

De kelder is een natuurlijke habitat voor Van de Wardt. Want hij heeft een opmerkelijk muzikaal kelderverleden, dat veel van zijn melancholieke en semi-elektronische liedjes verklaart. De allesbepalende factor in dat verhaal: de verhuizing van het gezin Van de Wardt naar een andere wereld.

Noorwegen

'Mijn vader is een oud-marinier. Hij was gestationeerd in een noordelijk puntje van Noorwegen, en na zijn terugkeer in Nederland heeft hij altijd heimwee gehouden; naar de rust van Noorwegen en naar de Noren zelf. Toen ik 14 was, gingen we dus op vakantie naar Noorwegen. Wat rondkijken, maar ook huizen checken. En ja hoor, daarna gingen we ineens verhuizen, naar een plaatsje bij Lillehammer.'

Daar was Van de Wardt niet blij mee. 'Ik denk achteraf dat mijn moeder het ook voor mij deed. Ik was een beetje een irritant joch aan het worden, een uitvretertje. Mijn moeder dacht natuurlijk: Noorwegen is een mooi bootcamp voor die jongen.' En zo voelde dat in het begin ook echt. 'Ja, er ging toen veel door mijn hoofd. Ik had ineens geen vrienden meer en kon niemand meer verstaan. Niet leuk. Oké, dacht ik. Dan ga ik uit protest de rest van dit jaar in de kelder zitten. Bekijk het maar. En daar ontdekte ik Radiohead. Ik ben hun platen stuk gaan draaien. En ik dacht: misschien kan ik zelf wat muziek gaan maken. Ik moest iets verzinnen om mijn frustratie bij kwijt te kunnen. Mijn broer ging gamen, die bouwde een flinke gameverslaving op. Ik dacht: of ik ga óók gamen tot ik er bij neerval, of ik ga muziek maken.' Dat laatste dus. 'Mijn kelder werd langzaam maar zeker een steeds beter uitgeruste studio.'

Want Noorwegen had ook zo zijn voordelen, ontdekte Van de Wardt. 'Cultuur en muziek zijn er belangrijk, ook op school. Je zit per dag een paar uur in de lesbanken, maar verder moet je vooral veel ondernemen, creatief zijn. Muziek maken wordt gestimuleerd en er wordt geld in geïnvesteerd. Als je daar naar een of andere instantie een brief stuurt en zegt dat er drie mensen zijn die je muziek leuk vinden, dan krijg je zo een cheque van 20 duizend euro. Dat is wel een gemis hoor, in Nederland. Hier wordt muziek totaal niet gestimuleerd. Ik wist in Nederland echt niet dat ik het in me had, in Noorwegen kwam het er zo uit.'

Van de Wardt raakte bevriend met twee jongens die nu ook in zijn bandje Klangstof zitten. Jongens die - net als bijna alle Noren dus - heel fanatiek met muziek bezig waren. 'Ik heb nooit contact gehad met Noren die géén muziek maken, heel gek. En we konden eigenlijk niets, de drummer kon echt niet drummen, maar we zaten de hele dag te kloten in die kelder. We wilden zo graag.'

Zijn studiekeuze was minder gelukkig. Van de Wardt ging muziekmanagement studeren. 'Vreselijk. Zo saai. Het ging alleen maar over geld.' Het begon te malen in zijn hoofd: eigenlijk wilde hij wel eens terug naar Nederland. Maar hoe? 'Tijdens een les op school kwam online ineens een vacature voorbij van de band Moss (een succesvol Nederlands gitaarbandje, red.). Ze zochten een basgitarist. Ik had nog nooit bas gespeeld, maar wilde het toch proberen. Want als ik bassist van Moss zou worden, kon ik naar Nederland.' Van de Wardt leende een bas van een vriendin. 'Een heel slecht ding, maar vooruit. Ik oefende drie Moss-nummers en ging op auditie. Ik speelde echt houterig. Maar dat was kennelijk precies zoals Moss het wilde, want ik werd gekozen uit iets van zestig bassisten. Ik had mijn ticket naar Nederland.'

Elektronische popliedjes

Met Moss speelde Van de Wardt veel live. 'Drie keer Nederland rond.' Maar hij wilde meer. 'Leuk, Nederland, maar ik zou weleens in Amerika willen spelen, dacht ik. Waarom niet?' Het antwoord op die vraag kon hij zelf ook wel bedenken: omdat in de Verenigde Staten al heel veel indie- en gitaarbandjes rondlopen. De concurrentie in dat popsegment is in Amerika nogal groot. Van de Wardt ging zelf muziek produceren, op de computer, wat hij inmiddels ook deed voor een muziekproductiebedrijf dat reclame- en gamesmuziek maakt. 'Dat verdient heel goed, hoor.'

Hij bedacht zijn bandje Klangstof en bouwde in die hoedanigheid laag voor laag aan mooi gearrangeerde elektronische popliedjes, die hij deels in die kelder in Noorwegen had geschreven, maar nooit serieus had uitgewerkt. Voor de live te spelen versies van die nummers sprongen zijn collega's van Moss in, maar die samenwerking liep uiteindelijk stuk omdat beide bands wat slecht te combineren vielen. En ook omdat Klangstof dus inderdaad, en al heel snel, werd opgepikt in het beloofde muziekland. 'Ik had een nummer online gezet en daar kwamen gelijk reacties op. Het grote Britse muziekblad NME schreef erover, en een paar Amerikaanse blogs. Ik werd benaderd door een Amerikaanse platenmaatschappij. Het ging supersnel. Die platenmaatschappij, waar ik een heel gunstig contract kon tekenen, werd overgenomen door het grote Warner Music en ik ging dus mee. Zat ik daar ineens, als enige Nederlandse jongen bij dat grote Amerikaanse label, met ook nog eens mijn oude en heel royale contract.'

De platenmaatschappij zorgde goed voor Van de Wardt. 'Ik kreeg genoeg financiële steun om aan mijn muziek te kunnen werken, en die eerste plaat te maken. En ik kon al snel internationale shows spelen, van Italië tot de Verenigde Staten. En dan stond ik niet in een hoek van een of ander café, maar echt in de goede poppodia.'

In september kwam Klangstofs debuut Close Eyes to Exit uit, een plaat vol knap samengestelde, bedachtzame maar ook enorm aanstekelijke popliedjes, die Van de Wardt volgens zichzelf minutieus opbouwt. 'Ik kan echt maanden werken aan de overgang van het ene nummer naar het andere. Maar ik vind het ook leuk er soms wat lekker lompe geluiden doorheen te gooien, even niet te serieus, een knipoog naar de wereld.'

En die synths mogen soms ook overlopen in breed uitwaaiende gitaarpartijen, die af en toe wat doen denken aan die van Sigur Rós, en jawel: Radiohead. 'Ik zat in die kelder in Noorwegen in het begin toch vooral Radiohead na te doen, dus het geluid van die band ging onherroepelijk in mijn muziek zitten.'

Maar Klangstof klinkt vooral internationaal en vandaar misschien ook dat zijn muziek zo lenig over de wereld raast. 'Toen mijn eerste nummers uitkwamen, schreef de NME dat ik uit Noorwegen kwam. Dat klopte niet, maar het had wel effect. In het buitenland vinden ze muziek uit Scandinavië véél interessanter dan muziek uit Nederland - vervelend, maar waar. En dat foutje leverde me dus nog meer aandacht op, ook bij mijn liveshows in Amerika. Daar kwamen boekers en programmeurs op af, om te kijken of het wat was, dat Klangstof.'

Heel bijzonder en dat vindt Van de Wardt zelf ook wel: Klangstof speelde het afgelopen jaar ruim dertig liveshows, waarvan zeventien in de VS en een stuk of drie in Nederland. Alsof het thuisland al een gepasseerd station is, maar zo ligt het beslist niet, integendeel. 'In Nederland zijn niet zo veel bandjes die klinken als Klangstof. In Noorwegen wel. Dus het is heel fijn om juist hier een beetje te pionieren. Want ik wil heel graag óók groot worden in Nederland, echt waar!'

En dat gaat dit jaar dus gebeuren, voorspellen wij en de poptalentstemmers van de Volkskrant.

Hoe gaat het nu met... Marijn van der Meer (33) en Jorrit Kleijnen (29)

Van der Meer en Kleijnen vormen de band HAEVN. Marijn: ‘In mei stonden we voor het eerst in de uitverkochte grote zaal van Paradiso. Daarna volgde een zomer vol festivals als Appelsap en Concert at the Sea. Ineens stonden we voor duizenden mensen. Een paar maanden daarvoor was dat nog een twintigtal, in de Popronde. In april presenteren we ons nieuwe album in Carré, opnieuw voor een uitverkochte zaal.’Jorrit: ‘Daarna volgen TivoliVredenburg, De Oosterpoort en De Vereeniging. Afgelopen jaar ging razendsnel. In plaats van voor de promotie, marketing en het management in te staan, willen we ons nu liever alleen met de muziek bezighouden. Daarom zijn we een team rondom ons aan het vormen dat ons ondersteunt bij alle andere taken.’

Dit zijn de andere toptalenten

#2 45 Acid Babies

Pas op: grote gitaarband in aantocht. 45Acid Babies uit Utrecht is in de eerste plaats een herriebandje, dat vooral graag tenten afbreekt. De metertjes mogen, nee: moeten in het rood, zowel bij de gitaren als op de microfoon van zangeres Sophia de Geus. 'Electropunk', maakt de band volgens zichzelf, een beetje in de traditie van Die Antwoord, The Kills en nog zo wat grootheden in het genre. Maar 45 Acid Babies heeft veel meer dan gitaarlawaai in huis. Luister maar eens naar het opmerkelijk goed afgetrainde liedje Vamos, dat een jaar geleden op Soundcloud werd gegooid. Het nummer begint met een wereldvreemd synthloopje dat klinkt alsof ergens een lift op de gewenste bestemming is gearriveerd: dingdong, uitstappen. Dan snijdt er een simpel maar doeltreffend riffje doorheen, gespeeld op de laagste gitaarsnaar. Vier noten, meer heeft gitarist Daniel Brem niet nodig. Aanstekelijk, denk je dan. Ga zo door. Dat gaat Vamos. Zangeres De Geus wil een verdieping hoger. Ze zingt over 'crazy horses', en dat wij mensen dus rondrennen als een stelletje ontembare paarden. En dan beukt het refrein erin, na een heerlijke 'drop' en vijf waarschuwingsschoten op het houtblok van de drummer. De band White Stripes, weet je onmiddellijk, bij een heerlijke, zompige en kleverige moerasbluesriff. Het kan nog gekker. 45 Acid Babies gooit er doodleuk nog een percussieintermezzo in, een paar gierende synths, een in het Spaans gezongen angstaanval en een raggende punkrockfinale. 45 Acid Babies gaat 2017 steen voor steen slopen, te beginnen in Groningen bij festival Eurosonic/ Noorderslag. Wij hebben er vast zin in. Vamos!

#3 Jeangu Macrooy

In Paramaribo, Suriname, maakte Jeangu Macrooy muziek met zijn tweelingbroer Xillan. Ging goed, maar er zat meer in, dacht Jeangu. Hij stapte op het vliegtuig naar Amsterdam. Hij verkaste naar Hengelo en begon daar aan het Nederlandse deel van zijn popcarrière en een opleiding aan de Popacademie van Enschede. Dat het daar best lekker gaat, bewijst de uitverkiezing van Macrooy tot 'bubbling under' poptalent voor 2017. En het feit dat hij speelde in voorprogramma's van Caro Emerald tot Blaudzun, en dat zijn eerste ep werd geproduceerd door Perquisite. Macrooy raakte de talentstemmers met zijn liedje Gold, dat door VPRO's 3voor12 werd genomineerd voor de eretitel Song van het Jaar. In Gold zingt hij over het slavernijverleden. Hij doet dat zonder cynisme, maar mét een donker-intieme soulstem. Hengelo en Enschede waren al overtuigd van zijn vocale kwaliteiten en zijn liedjesschrijfskills. Nu de rest van Nederland nog, en wie weet... de wereld?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden