Dit is hét modetalent van 2017

Ontwerper Sophie Hardeman is een vat vol tegenstrijdigheden. Ze doet veel met jeans, maar noemt zichzelf geen denimontwerper. Ze vindt zichzelf een wereldverbeteraar, maar gebruikt giftige fluorverf. 'Ik ben anti-alles, en tegelijk voel ik overal liefde voor.'

Beeld Linda Stulic

Krap anderhalf jaar is ze afgestudeerd, Sophie Hardeman. Vorige zomer slaagde ze met haar 'Out of the Blue'-collectie aan de Rietveld Academie. Ze gebruikt bijna altijd denim, de 'gewoonste stof', dat ze bewerkt en vervormt tot allesbehalve gewone spijkerbroeken. Na haar tweede show in januari kreeg ze een belletje: of ze mee wilde doen aan New York Fashion Week, een week later.

Sindsdien gaat het hard: van de zomer weer een show in New York, volgende maand eentje in Los Angeles, en ondertussen hangt haar kleding onder meer bij het prestigieuze Colette in Parijs. 'Door haar onconventionele jeans springt ze eruit in een overvolle markt', schreef de Amerikaanse Vogue. Het blad riep haar in oktober uit tot uit tot 'een van de nieuwe denimdesigners die je moet kennen'. Nu hebben 34 kenners Hardeman ook verkozen tot hét Modetalent van 2017.

Wel of geen eigen label?

'Toen ik afstudeerde, had ik niet verwacht dat ik meteen mijn eigen label zou hebben. Ik ben er door het succes ingerold. Als ik niet zo was opgepikt, zou ik niet zomaar een label zijn begonnen. Hoewel, als iets niet lukt, zie ik dat juist als een teken om er meer energie in te stoppen. Stel dat ik niet begrepen zou worden door het publiek, dan zou het voor mij een uitdaging zijn om juist dan zichtbaarheid te krijgen.'

Ongewoon of commercieel?

'Mijn kleding is niet heel commercieel. Ik ontwerp nooit met het idee dat iets moet verkopen. Tegelijk is het heel draagbaar. Alles kan gewoon in de wasmachine, het is niet alleen voor de show gemaakt. Oké, soms is een Hardeman-minirok zo kort dat je bil eronderuit komt, maar dan draag je er toch gewoon een leuke panty onder?

'Met mijn ontwerpen wil ik alles op zijn kop zetten. Een kledingstuk, een idee, de structuur, de regels. We zijn altijd bezig met zorgen dat het klopt. Dat het goed gaat op werk, dat we het goed kunnen vinden met onze familie. Ik wil dat mensen stilstaan: o ja, het hoeft niet zoals ons wordt voorgeschreven, zoals iedereen doet, dat is niet per se de beste manier.'

Welke talenten zetten komend jaar de toon in Nederland?

Om die vraag te beantwoorden raadpleegde de Volkkrant voor het vijfde jaar op rij zo'n 250 boven elke twijfel verheven kenners, die ieder met een topdrie kwamen voor hun eigen vakgebied. De optelsom resulteerde in de, mogen we wel zeggen, gezaghebbende lijst op de volgende veertien pagina's. Plus: hoe verging het de winnaars van vorig jaar?

Normaal of abnormaal?

'Ik zeg vaak: gewoon bestaat niet. Dat komt omdat ik er zelf altijd moeite mee heb gehad om gewoon te zijn, in het systeem te passen. Daar heb ik het niet zwaar mee hoor, ik vind gewoon dat mensen zich minder zouden moeten conformeren. Vroeger had ik een jongen in de klas met vier duimen. Dat vond ik zo tof. Er was helemaal niks mis mee, hij kon ze gewoon gebruiken. Toch zijn ze weggehaald, omdat het niet hoort. Ik was daar zo boos over.

'Het is ook weer niet zo dat ik me de hele tijd moet afzetten tegen het systeem. Ik zoek het ongemak soms ook per ongeluk op. Ik voel me supervrij in deze wereld hoor, ik heb het gevoel dat ik kan doen en laten wat ik wil.'

Ongemakkelijk of sexy?

'Mijn kleding benadrukt soms juist ongemakken. Die kunnen ook fijn zijn, sexy zelfs. Mijn tangajeans is daar een goed voorbeeld van: iets wat echt niet kan, wat superordinair is, namelijk een zichtbare string, probeer ik wél te doen, en op een sexy manier. Ik wil niet verhullen, maar juist accentueren. Ik zal nooit een stuk maken dat brede heupen verbergt, eerder iets dat ze benadrukt. Ik wil dat mensen van allerlei vormen zich supersexy kunnen voelen in mijn kleding, dat het ontwerp hun eigen schoonheid laat uitkomen.'

Abstract of herkenbaar?

'Mijn best gelukte kledingstuk is de onderstebovenrok. Hij hangt niet naar beneden, maar staat omhoog. De zoom van de rok komt tot de ogen. Die rok staat symbool voor dat op z'n kop zetten. Mijn scriptie ging over zwaartekracht en hoe dat de samenleving vormt. Ook over hoe dat kleding beïnvloedt. Ik wilde in een kledingstuk overbrengen hoe het zou zijn als we daarvan zouden loskomen, van de gebruikelijke gang van zaken.

'Ik had hem eerst in zijde gemaakt, maar dat bleef heel abstract. Ik wilde het relateerbaarder maken, dus zocht een herkenbare stof. Dat werd spijker. Toen ik de rok in denim had gemaakt, klopte het zoveel beter. Spijkerstof is de meest gewone, meest herkenbare, meest begrijpbare stof.'

Binnen of buiten het systeem?

'Ik gebruik voornamelijk jeans, maar ik zie mezelf niet als denimdesigner. Ik werk ook met andere materialen. Maar ja, ik moet ergens aan meedoen. Net als met modeweken, dan moet ik kiezen of ik binnen het mannen- of vrouwenschema show. Ik maak mijn kleding helemaal niet voor mannen of vrouwen, het is voor iedereen. Dan kies ik maar voor vrouwen, want het is geaccepteerder dat mannen meelopen in een vrouwenshow dan andersom. Ik vind het ook niet erg, ik zou alleen liever hebben dat het niet hoefde. Ik ben anti-alles, en tegelijk heb ik liefde voor alles. Ik wil alles zijn, en me tegen alles afzetten.'

Kleding of kunst?

'Wat ik doe is niet alleen kleding hè. Ik breng mijn ideeën ook over in beeld, met een expositie of een film. Zo maakte ik met Emma Westenberg Blue and You, over een blauw stadje waar de mensen zich blue voelen. Het gaat niet om de kleren, het gaat om de boodschap. Die breng ik niet alleen over via kleding. Ik noem mezelf eerder designer dan modeontwerper.'

Analyse of antwoord?

'Die boodschap? Mijn werk moet spiegelend zijn. Ik analyseer, bekritiseer, suggereer hoe het anders kan of zelfs moet. Als ik wat ik doe in één zin zou moeten omschrijven, zou ik het een aanzet tot een andere werkelijkheid noemen. Het gaat om bevragen, de samenleving onderzoeken. Het is prima als die gedachten elkaar soms tegenspreken. Ik bied geen antwoord, ik bied inzicht.

'Neem bijvoorbeeld mijn modellen. Die passen niet binnen het gangbare schoonheidsideaal; qua maten, qua leeftijd. Mijn muze Gertjan Franciscus, een extravagante performancekunstenaar, is veel markanter dan een gespierd, jong model.

'Ik wil ook weer niet dat mijn boodschap té serieus genomen wordt. Mensen moeten door mijn werk kunnen lachen om heersende opvattingen.'

Milieubewust of niet?

'Ik zou mezelf wel een wereldverbeteraar noemen. Maar nee, dat is niet het hoofddoel van mijn merk. Als je dat bovenaan stelt, kun je heel veel dingen niet meer doen. Ik wil het niet in de weg laten staan van mijn ontwerpkeuzen. Als ik iets wil maken met fluorverf, doe ik dat gewoon. En fluor is echt het allerergste, voor een potje zijn wel 1.700 ecosystemen vernield. Misschien doe ik het dan júíst, en heb ik die verschrikkelijke dingen nodig om mijn idee neer te zetten, om te laten zien hoe verschrikkelijk het allemaal is.'

'Ik ben vegetariër en koop bijna alles tweedehands. Tegelijk ben ik verslaafd aan de Action en draag ik leren schoenen. Ik maak ze zelfs. En ik vlieg vaak naar New York. Ik probeer zo duurzaam mogelijk te zijn voor wat nu financieel haalbaar is. Zo gebruik ik gerecyclede denim, maar niet uitsluitend. Hopelijk wordt het steeds meer.

'Tijdens mijn studie heb ik nog voor Greenpeace in het actieteam gezeten. Toen Rusland toch ging boren op de Noordpool, was ik een van de activisten die een olietanker ging tegenhouden in de haven van Rotterdam. De politie heeft ons uit het water gehaald, en ik heb een nacht in de cel gezeten. Volgens mij zit ik officieel nog steeds in het actieteam, maar ik heb het nu echt te druk.'

Hoe is het nu met... Tessa de Boer (26) en Joris Suk (29) van modehuis Maison the Faux

'In september hebben we voor het eerst op New York Fashion Week gepresenteerd. Plots werden we door het Amerikaanse The New York Times getipt en droeg Lady Gaga een metallic groen, leren setje uit onze ANNA-collectie. Momenteel zijn we onze nieuwe show op NYFW aan het voorbereiden. Die vindt aankomende februari plaats.' 'Vroeger vroegen we bedrijven of we voor hen mochten werken. Sinds vorig jaar werken we steeds meer in opdracht. Zo wilde regisseuse Julie van Den Berghe dat wij de kostuums ontwierpen voor haar theaterstuk Alkestis. Dat ging in december in première bij Schauspiel Frankfurt in Duitsland. Het gaf ons na New York opnieuw een groter bereik. Steeds meer mensen weten wat we kunnen. Dat voelt bijzonder.'
Lees hier het interview met Tessa en Joris van vorig jaar.

Korte of lange termijn?

'Ik wil dit blijven doen in wat voor vorm dan ook. Wat dit is? Middels kleding mijn verhaal uitdragen. Misschien wil ik gaan reizen met mijn werk. Nu ben ik in Nederland, daar ben ik geboren, ik woon en werk er. Maar ik zou dat spiegelen ook wel eens op een andere plek willen uitproberen. Ik ben alleen niet iemand van de lange termijn, dus ik weet het nog niet. En je zult zien dat het precies de andere kant op gaat dan wat ik nu zeg.'

Bekijk hieronder beelden van de collectie 'Blue and You' van Sophie Hardeman.
(Tekst gaat verder onder de video)

Dit zijn de andere modetalenten

#2 Duran Lantink
Duran Lantink ('mijn leeftijd maakt toch niet uit?'), is in 2013 afgestudeerd aan de Rietveld, en is nu bezig met een master aan het Sandberg Instituut. Hij maakte naam met zijn 'Sistaaz of the Castle'-collectie, die hij ontwierp met Zuid-Afrikaanse transgender sekswerkers. 'Het overkoepelende thema in mijn werk is ongebruikelijke dingen samenbrengen. Bijvoorbeeld dakloze transgenders en high fashion. De 'sistaaz' maakten van tweedehands kleren de mooiste dingen, dat wilden Jan (Hoek, fotograaf) en ik zien, dus zijn we afgereisd naar Kaapstad. In samenspraak met een aantal van hen heb ik hun droomoutfit ontworpen. ' 'Voor mijn nieuwe collectie maak ik collages van merkkleding in de uitverkoop. Uit verschillende screenshots stel ik weer nieuwe stukken samen. In de mode is de sale not done, dan is het voor het plebs. Dat systeem is allesbehalve duurzaam. Ik wil laten zien wat we nog meer met afgedankte kleding kunnen doen. 'Als ik klaar ben met mijn master, lijkt het me interessant om voor een groot modehuis te werken. Dan kan ik leren over het bedrijfsproces, en me concentreren op waar ik goed in ben: het ontwerpen.'

#3 Bonne Reijn (26)
Bonne Reijn begon op zijn 18de als stilist en begon in 2014 zijn eigen kledingmerk: Bonne Suits. Hij verkoopt één en hetzelfde pak in allerlei kleuren en maten. 'Het leven als stilist is een goede leerschool geweest, maar op een gegeven moment dacht ik: al die aandacht die ik in andere merken steek, zou ik wel in iets eigens willen steken. Ik heb altijd een heftige mening gehad over bullshit in de mode: overproductie, overconsumptie. Daaruit is Bonne Suits ontstaan. Eén pak voor iedereen. Je kunt het dragen op een begrafenis, een huwelijk, naar kantoor en naar de club. 'We produceren op dit moment in Portugal, maar binnenkort in Londen. Zo kunnen we nog betere kwaliteit garanderen. We brengen vier keer per jaar een collectie uit, en maken niet veel meer dan we verwachten te verkopen. Dit jaar zijn er zo'n tweeduizend pakken verkocht. Ik zie het niet als mode, maar als design. Zo'n pak is een gebruiksvoorwerp. 'Bovendien, modeontwerpers verdienen nauwelijks geld. Ik wil een goedlopend bedrijf. Het summum zou zijn dat iedereen in mijn pak loopt. Ik hoop dat binnenkort stijl overrated wordt. Dat de aandacht gaat naar iemands ogen, zijn gezicht. Uiteindelijk wil ik concurreren met H&M en Uniqlo, maar dan met mijn eigen idealen. Een Bonne Suit als de nieuwe Converse of Levi's501. Het idee is dat je je straks van top tot teen in Bonne kunt kleden. We hebben heel hip Amsterdam al, als we dat zouden kunnen doorvoeren naar Londen, Berlijn en Parijs, zou dat te gek zijn.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.