Dit is hét literaire talent van Nederland

Marieke Rijneveld (24)

Marieke Rijneveld (24) groeide op in een boerengezin waar het gemis van haar broer altijd voelbaar was. Na haar succesvolle dichtdebuut werkt ze nu aan haar eerste roman: 'Ik heb gewoon heel veel te vertellen.'

Schrijfster Marieke Rijneveld op de boerderij waar ze de stallen uitmest en het vee voert: `een fijne en nodige afwisseling.` Beeld Linda Stulic

Toen Marieke Rijneveld 12 jaar oud was, leende ze Harry Potter en de steen der wijzen bij de bieb in Nieuwendijk, het dorp ten oosten van de Biesbosch waar ze met haar ouders, twee broers en zusje op een boerderij woonde. Ze raakte zo verknocht aan het boek dat ze het niet wilde terugbrengen. Om het niet te verliezen, ging ze achter de computer zitten en tikte de grofweg 230 pagina's over. 'Het was een rotwerk', zegt ze nu, twaalf jaar later, maar ze kan vaststellen dat de liefde voor het schrijven zich toen definitief in haar heeft genesteld. Met een dichtbundel die in 2015 bij Atlas Contact verscheen en een roman in de maak is haar schrijverschap nog steeds ontluikend, maar desondanks niet onopgemerkt gebleven: door een panel van deskundigen is Marieke Rijneveld gekozen tot hét literaire talent van Nederland.

Haar bundel Kalfsvlies werd deze zomer lovend ontvangen en onlangs opgenomen in de eindejaarslijstjes van de beste boeken in Trouw en de Volkskrant. Recensenten prijzen haar 'verbazende vergelijkingen' (de Volkskrant, 4 sterren) die een 'beeldenstorm' (NRC, 4 sterren) ontketenen. Zelf gebruikt Rijneveld wéér een beeld om haar opeenstapelingen van metaforen te omschrijven: 'Mijn gedichten zijn stapelwolken.'

In haar hoofd ziet het eruit als in haar bundel, zegt ze: 'Heel vol.' Op de fiets komen de beelden vaak binnen. 'Dan gaan mijn gedachten heel snel. Overal waar je komt zie je zo veel dingen, zo veel prikkels - bij mij is dan al snel de knik gemaakt naar een metafoor.' Bovendien voert Rijneveld voortdurend gesprekken in haar hoofd en komen daar de gedichten vandaan. 'Dit interview bijvoorbeeld. Van tevoren weet ik dan precies hoe het zou lopen. Maar daar komt dan helemaal niets van terecht.'

Bij het koeienbedrijf aan de rand van Utrecht waar ze twee dagen in de week werkt, spreken we af. In de verte, voorbij de weilanden, is haar studentenflat op De Uithof te zien. Als afwisseling op het schrijven, maakte ze vaak wandelingen door het bos bij Amelisweerd en zo kwam ze ook langs de boerderij De Zonnewijzer. Ze vroeg de boer of ze er kon werken en dat was goed. Op de site van literair tijdschrift De Revisor, waar ze in de redactie zit, schrijft ze een blog over het bijbaantje.

In de stal prikt de ammoniakgeur van de koeienpis in je neus. Hier maakt ze de stallen schoon, mest ze de grup uit en voert ze de koeien en de kalveren. Het fysieke werk bevalt haar. 'Schrijven doe je in je hoofd. Dit doe ik met mijn lichaam. Dat is een fijne en nodige afwisseling. En ik krijg er spierballen van.'

Ze is een smalle vrouw, eigenlijk nog een meisje, en heeft vandaag een knalgele regenjas aan. Ze oogt breekbaar en onverschrokken tegelijkertijd. Halverwege het gesprek zegt ze vastberaden en zonder gêne: 'Ik heb gewoon heel veel te vertellen.'

In haar jonge leven heeft Marieke Rijneveld (24) al veel meegemaakt. Toen ze bijna 3 was overleed haar 12-jarige broer, aangereden door een bus. In haar roman beschrijft ze hoe zo'n ingrijpende gebeurtenis een gezin kan ontwrichten. 'Ik heb het niet bewust meegemaakt, alles wat ik weet is gevormd uit fantasie en verhalen van anderen. Maar er bestaat wel zoiets als lichaamsgeheugen. Er waren in die tijd veel huilende mensen om me heen. Dat blijft in je zitten, alsof dat verlies in je lijf is getrokken. Als klein kind zit je in je hechtingstijd, je moet dan zo dicht mogelijk bij je ouders zijn. Als er dan zoiets zwaars gebeurt krijg je aanleg voor kwetsbaarheid. Mijn ouders waren erg verdrietig. Ik ging de clown uithangen. Als ik blij ben, zijn mijn ouders ook blij, dacht ik. Dat werkte natuurlijk niet. Je kunt als kind niet je ouders gelukkig maken. En ik wilde graag aandacht krijgen. Een publiek hebben.'

Omdat ze die aandacht thuis miste, ging ze buiten de deur een ouderfiguur zoeken. Dat dreef haar in de armen van een oudere man, een docent die haar misbruikte tot haar 18de. Het was een moeilijke periode. Ze kon niet vrolijk zijn, ging obsessief sporten, ontwikkelde een eetstoornis en verhuisde naar de stad om te vluchten van het dorp en alles wat daar was gebeurd. Maar ook het leven in de stad viel haar zwaar. Om haar psychische problemen te bestrijden, ging ze in therapie. Daar heeft ze veel hulp aan gehad, nog steeds.

Hoewel de rode lijn van haar boek in wording autobiografisch is, wil ze het als geheel niet autobiografisch noemen. 'Ik wil niet zo'n levensboek uitbrengen: iets meemaken en het dan opschrijven, omdat je iets kwijt moet. Het is meer dan dat. Ik wil een kunstwerk neerzetten. Veel dingen in het boek zijn gekunsteld. Er zijn dingen mooier en lelijker gemaakt. Het boek gaat voornamelijk over seksualiteit, de zoektocht daarin, over verlies en weer vinden.'

De periode van 'iets van je af schrijven' is voorbij, zegt ze. Rond haar 18de schreef ze een tijdlang bijna elke maand een heel boek van 50 duizend woorden. Een stuk of zes van die manuscripten heeft ze nog steeds liggen. 'Ik was bang dat er niets van kwam, denk ik. Ik wilde zo graag schrijver worden. Het moest allemaal snel gebeuren. Ik kon vijfduizend woorden op een dag schrijven. Dat haal ik nu nooit. Het ging meer om het bereik dan de inhoud. Als ik nu naar die verhalen kijk, zie ik wat me toen bezig hield. Die noodzaak is nu gestileerd. Ik heb er meer controle over.'

Waar al die bewijsdrang vandaan komt? 'Ik wilde altijd al gezien worden. Het is alsof je je bestaansrecht almaar wil bewijzen.' Het overlijden van haar broer heeft er ook mee te maken, denkt ze. 'Ik ben opgegroeid met een constant gemis thuis. Mijn gezin was niet compleet. Dat ging nooit weg. Het gevoel dat er iets mist, maakt ook dat ik heel hard voor mezelf ben en altijd wil creëren. Uit leegte en verdriet kan ook iets voortkomen.'

Hoe is het nu met... Thomas Heerma van Voss (25)

'Mijn debuutroman De Allestafel werd kort na de verkiezing opnieuw uitgegeven. Toeval? Misschien. Dat boek was sinds 2012 niet meer leverbaar geweest dus daar was ik erg blij mee.' Thomas Heerma van Voss, literair talent van het afgelopen jaar, heeft verder eigenlijk niet veel gemerkt van de verkiezing. Ja, hij kreeg veel reacties op de poll in de krant, en hij voelde zich eventjes meer bekeken bij wat hij uitbracht.

Afgelopen mei kwam de thriller Ultimatum uit, die hij samen met zijn broer Daan schreef. Nu richt hij zich op een nieuwe verhalenbundel en een nieuwe roman. 'Ik heb de afgelopen tijd vrij veel losse stukken en verhalen gepubliceerd, maar dat is niet zo bevredigend als het schrijven van een boek.' (Hester Ramaker)

Vroeger trad ze in het dorp op met gitaar. Uiteindelijk koos ze voor het schrijven. Een plan B was er niet. Ze stopte met haar hbo-opleiding tot docent, ging meedoen aan schrijfwedstrijden en stuurde verhalen en gedichten op naar tijdschriften en uitgevers. Na publicaties in onder meer de VPRO-gids, Das Magazin en De Revisor won ze de aanmoedigingsbeurs van Hollands Maandblad en het C.C.S. Crone Stipendium.

Hoewel het schrijven een oerdrang lijkt te zijn, komt Rijneveld niet uit een literair nest. Haar vader was docent en is boer, haar moeder is verpleegkundige. 'Ze kijken op tegen de roman die uitkomt. En terecht. Ik kom uit een gereformeerd gezin. Dingen worden niet uitgepraat en er is veel schaamte. Ik heb een keer een gedicht geschreven over de eerste keer dat mijn broer bij ons thuis 'Godverdomme' had gezegd. In ons gezin was dat heel groot. Niemand zei dat.'

Totdat haar dichtbundel verscheen, had ze niet stilgestaan bij de ontvangst en de reacties. 'Soms waren er mensen in het dorp die vervelende dingen tegen mijn ouders zeiden. 'Ik snap wel dat je veel ruzie hebt als je je kind hebt verloren', bijvoorbeeld. Terwijl ik dat nooit had opgeschreven. 'Alleen op vakantie lopen ze hand in hand', schreef ik in een gedicht. Daar kun je uit opmaken dat er veel ruzie was tussen ons, maar dat bedoelde ik niet. Ik ben juist heel liefdevol naar hen toe. De scheidingslijn tussen fantasie en werkelijkheid is voor veel mensen niet te begrijpen.'

Ze twijfelt of haar roman iets zal losmaken thuis. 'Mijn ouders zijn wel trots op me. Dat ik dit doe, en dat anderen het goed vinden, maar het is voor hen moeilijk om in te schatten of het een goed boek is, omdat het zo confronterend is. Ze vinden dingen al gauw raar, bizar en ongewoon, en ja, dan moet je net mij hebben, een dochter die daar haar werk van maakt.'

2. Naomi Rebekka Boekwijt (35 punten)

Hoekig proza over het raakvlak tussen de rationele mens en het instinctieve dier.

Naomi Rebekka Boekwijt (1990) schrijft over ruwe mensen in een ruwe omgeving, over boeren en bouwvakkers, vaarzen en tractors. Haar personages praten niet in literaire volzinnen. Ze zeggen 'ja hallo' en 'weet ik veel' tegen elkaar, en meestal helemaal niets. Haar proza zingt niet. Hoofdstukken eindigen vaak plompverloren met een spreektalige uitdrukking. Ze schrijft 'klauwen', 'de hele mikmak' en 'dat hakte erin'. En juist die eigenwijs hoekige stijl is de aantrekkingskracht van het werk van deze auteur, die op een boerderij in Zwitserland woont.

Boekwijt won de gerenommeerde schrijfwedstrijd Write Now! en debuteerde in 2013 geleden succesvol met de verhalenbundel Pels, een jaar later gevolgd door de roman Hoogvlakte (beide De Arbeiderspers). In 2015 verscheen er geen boek van haar hand, maar wel korte verhalen, in onder meer De Groene Amsterdammer. Pels leverde haar een nominatie op voor de Academica Literatuurprijs en begin dit jaar won ze net niet de BNG Literatuurprijs voor Hoogvlakte.

In beide boeken valt op dat onder de nuchterheid en eenvoud van de norse gezichten en korzelige gesprekjes ook een ideeënwereld schuilgaat. Boekwijt, die filosofie studeerde, is geïnteresseerd in het conflict tussen de rationele mens en het door instincten aangedreven dier, en vooral in het moment waarin die twee in elkaar vervloeien: koeien zijn bij haar vaak menselijker en begrijpelijker dan haar gesloten personages. Ook traditie en vooruitgang zijn in haar werk voortdurend in oorlog. Weinig schrijvers kunnen abstracte ideeën zo charmant verpakken als Boekwijt, schuilend tussen de hakselaars, mesthopen en Massey Fergusontractors.

Persis Bekkering

3. Bregje Hofstede (29 punten)

Na een intelligent debuut is Hofstede stevig gezeteld in de literaire wereld.

Bregje Hofstede (1988) debuteerde vorig jaar met de roman De hemel boven Parijs (Cossee), waarin op allerlei manieren het eenrichtingsverkeer van de tijd wordt doorbroken. De Nederlandse Fie Schoonhoven studeert een semester kunstgeschiedenis in Parijs, waar ze haar docent Olivier hevig in de war brengt. Fie blijkt een exacte kopie van zijn vroegere grote liefde Mathilde. 'Het beeld op zijn netvlies schokte, als bij een diaprojector die wordt aangestoten; er schoof een oude dia over de huidige, zodat hij even niet wist waar hij naar keek, naar nu of lang geleden.' Ook in Fie's essays, die in het boek zijn opgenomen, komen geesten uit de (kunst)geschiedenis in latere kunstwerken terug.

De roman gaat over angst om te mislukken, over de last van een ideaalbeeld, en hoe je daaraan te ontworstelen. Dat thema dringt door in de stijl: helder, zelfbewust proza, soms iets té smetteloos, maar daar lijkt de auteur zich maar al te goed van bewust. Tegen het einde laat ze Olivier opeens kakken - er moet even iets stinken.

Met dit intelligente debuut viel Hofstede gelijk op bij jury's van literaire prijzen: De hemel boven Parijs prijkte op de longlist van de Gouden Boekenuil en de Libris Literatuurprijs. De filmrechten zijn verkocht en het boek is inmiddels in het Duits en Deens vertaald. Hofstede publiceert sindsdien in een lange rij literaire tijdschriften, ze treedt op op festivals en kwam op tv. Ze verhuisde van Brussel naar Amsterdam, en heeft zo in anderhalf jaar tijd een stevige plaats in het literaire landschap veroverd.

Persis Bekkering

Bregje Hofstede op het Boekenbal. Beeld Io Cooman

Volgens

Thomas Heerma van Voss schrijver Merijn de Boer Van Oorschot Daan Heerma van Voss schrijver Ernst-Jan Pfauth de Correspondent Arjan Peters de Volkskrant Daniëlle Serdijn de Volkskrant Daniël van der Meer Das Magazin Marja Pruis De Groene Amsterdammer Jann Ruyters Trouw Daan Stoffelsen Athenaeum.nl Theo Hakkert Tubantia Chris Kooi Cargo Jelte Nieuwenhuis Atlas Contact Sander Blom Atlas Contact Esther Hendriks De Arbeiderspers Wendy Bloemheuvel De Arbeiderspers Job Lisman Prometheus Simone van Saarloos NRC Christoph Buchwald Cossee Elsbeth Louis De Harmonie Mizzi van der Pluijm Atlas Contact Jeroen Vullings Vrij Nederland Rob Schouten Trouw Marnix Verplancke Knack Focus Mieke van der Weij Tros Nieuwsshow Maaike le Noble Meulenhoff Boekerij Mai Spijkers Prometheus Paul Sebes Sebes & Bisseling

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.