'Dit interview moet wel talk of the town worden'

Deze week verscheen Het Grote Foute Jongens Boek, geschreven door Rob Hoogland (columnist De Telegraaf) en Arthur van Amerongen (de Volkskrant). Grote Foute Man Maxim Hartman sprak de schrijvers, ook wel over het boek.

Beeld Els Zweerink

Voor een interview met een schrijver spreek je normaal af in één of andere horecatent. Na anderhalf uur weet je genoeg en ga je lekker weer naar huis. Voor een gesprek met beide auteurs van Het Grote Foute Jongens Boek moet ik helemaal afreizen naar de Algarve in Portugal. Lastpak Arthur van Amerongen woont daar sinds een jaar of vijf tussen de kampers aan de rand van een zompig moeras. Ik vlieg niet alleen naar het zuiden maar doe dit samen met Grote Foute Jongen Rob Hoogland. En dan is er nog Elsje, de vrolijke fotografe van de Volkskrant. Zij maakt ons bonte gezelschap compleet.

Als Rob op Schiphol komt aanlopen, doet hij mij sterk denken aan een Ierse wolfshond. Een grote lobbes met een intens droeve kop. Door zijn enorme oogkassen lijkt hij zeker van opzij op een neanderthaler die toevallig wat kleren heeft aangetrokken. Met zijn bizar borstelige wenkbrauwen zou je makkelijk een vettige keukenvloer kunnen schrobben. Vanwege zijn onhandige lengte van 2 meter en 24 centimeter krijgt Rob een speciale plek in het vliegtuig. Fotografe Elsje zal met haar lengte van nauwelijks anderhalve meter een grote keukentrap nodig hebben om een staand portret van deze schrijvende reus te kunnen maken. Wanneer Rob zijn plastic zak toont (dat is alles wat hij bij zich heeft als bagage) met daarin één schone onderbroek en twee flessen aftershave die hij zojuist taxfree heeft gekocht, zie ik een jongensachtige glimlach doorbreken op zijn tragische hoofd. Mannen blijven echt altijd jongens.

Facebook

Rob Hoogland en Arthur van Amerongen leerden elkaar kennen op Facebook, die sneue site die nog steeds zo populair is onder 50-plussers en ouder. Arthur en Rob kwamen elkaar in real life tegen op een plek die ik hier helaas niet mag vermelden van Rob de Telegraaf-coryfee. Rob is sowieso heel neurotisch als het over zijn privéleven gaat. Ook zijn huidige echtgenote en wat zij doet, mogen absoluut niet door mij vermeld worden. Ik zou hier als lezer juist extra nieuwsgierig van worden en Rob uitgebreid gaan googlen. Maar dit advies heeft u niet van mij.

Tijdens het inchecken begint Rob mij vast te waarschuwen dat Arthur als ex-junk een ongeleid projectiel is. 'Na een paar drankjes wordt Tuurtje (koosnaampje) ook erg lichamelijk. En soms is hij nogal breedsprakig, maar je kunt wel met 'm lachen.'

Inmiddels heeft Rob sinds 1984 ruim zevenduizend columns voor De Telegraaf geschreven. 'Nee, ik heb niet altijd een eigen mening. En als ik er wel soms één heb, word ik er ook moe van.'

Beeld Els Zweerink

Pensioen

Rob geniet met zijn 66 jaar van een riant pensioen. Omdat hij door De Telegraaf gevraagd werd zijn column ook na zijn pensioneren te blijven doen, doet hij dat nu als zzp'er. 'Ik verdien nu beter dan toen ik nog in loondienst was. Ik heb meteen een nieuwe Volvo station gekocht.' En ja hoor, daar is dat schampere lachje weer.

Portugal is al jaren het Lalaland voor Hollandse senioren. Alleen al in de Algarve overwinteren inmiddels meer dan honderdduizend Nederlanders. Ons vliegtuig zit dan ook bommetje vol met half geriatrische patiënten. Het nauwe gangpad ligt vol kunstgebitten en halfvolle stoma's. Tijdens de reis lees ik vluchtig enkele hoofdstukken uit Het Grote Foute Jongens Boek. Hun literaire baby is onderverdeeld in maar liefst twintig hoofdstukken. Het zijn veel oudejongenskrentenbroodverhalen. Arthur en Rob klappen ook uit de school over hun jeugd, vrouwen, voetbal en allerlei andere belangrijke maatschappelijke thema's. Arthur vertelt ongegeneerd over zijn jaren als crackjunk op de Wallen. Ook is er een pittig hoofdstuk over de stuitende hypocrisie van moslims met betrekking tot homoseksueel gedrag. Het hoofdstuk 'Egels zijn de nieuwe negers' is grotendeels gewijd aan Sylvana Simons. Vooral Arthur is zo te lezen dol op provoceren.

Drie uur later landen we in Faro. Buiten staat Arthur letterlijk te trappelen van ongeduld. Hij ziet er nog redelijk gezond uit voor iemand van 57. Zeker als je moet geloven hoeveel drugs en drank hij tijdens zijn leven naar binnen gestauwd heeft. Heroïne, crack, cocaïne; niks was hem te dol. And still standing. Arthur is een taaie bastaardhond die lijkt op een kruising tussen de vieze man van Kees van Kooten en Robbie Muntz. Met die laatste is hij overigens al jaren bevriend en won hij ooit de Nipkowschijf voor radio.

Beeld Els Zweerink

Casa Marijke

In het donker rijden we in een te kleine auto naar Casa Marijke, een landelijk gelegen huisje dat Arthur heeft geregeld en waar Rob, kleine Elsie en ik zullen overnachten.

We zijn nog niet goed en wel binnen in het landelijk gelegen Casa Marijke of de flessen rode wijn worden al per twee tegelijk ontkurkt. Rob en Arthur hebben veel van de wereld gezien. Rob als sportjournalist voor De Telegraaf, waarbij hij vooral het vrouwenhockeyteam als een stalker achtervolgde. Arthur heeft ruim acht jaar in Zuid-Amerika gewoond. Eerst in Paraguay, daarna in Rio de Janeiro. Nu zoekt hij de rust in de Algarve.

De volle glazen klinken vrolijk. Proost! Of 'Saúde!' zoals de Portugezen plegen te zeggen. Ineens besef ik schuldbewust dat we hier natuurlijk wel op kosten van de Volkskrant verblijven. Ik moet mijn journalistieke taak serieus nemen en pak mijn vragenlijstje erbij.

Beeld Els Zweerink

'Oké, vraag 1 jongens. Wat is het concept achter dit boek?'

Rob en Arthur kijken mij glazig aan. Ik gooi er snel een nieuwe hopelijk betere vraag in:

'Er staat een aantal eerder verschenen stukken in jullie boek. Zijn jullie duurzaam of is het meer ordinaire recycling van oud materiaal?'

Wederom geen antwoord. Slechts holle blikken.

'Stel ik moet dit boek lezen maar ik heb geen zin om al die 260 pagina's door te moeten worstelen. Hebben jullie dan ook een samenvatting?'

Tekst gaat verder onder de foto.

Beeld Els Zweerink
Beeld Els Zweerink

Plop!

Gelukkig. Daar kunnen ze wel om lachen. En... plop! De volgende fles rode wijn is alweer geopend. Ik leg mijn geforceerde kutvraagjes weg en besluit serieus met ze mee te gaan drinken. Little Elsie maakt ondertussen uit alle hoeken foto's van het literaire drankfestijn.

Ik vraag Rob: 'Laat eens een foto van je dominante vrouw zien.' Hij scrollt wat door zijn mobiel. Even later laat hij me een foto van zijn hond zien. Leuk beestje daar niet van. Maar WTF? Arthur valt me bij: 'Maxim vraagt je om een foto van je vrouw en dan laat je je hond zien!' Rob begint snel verder te scrollen en toont dan alsnog zijn vrouw. Het is een compacte, geblondeerde vrouw over wie ik verder dus niks mag zeggen. Rob zit duidelijk zwaar onder de plak bij haar.

'Dat interview met ons moet wel talk of the town worden. En ik wil ook op de cover van de bijlage', zegt Arthur. Ik beloof mijn best te doen voor ze. Ondertussen lullen ze zoveel dat ik ze zelfs met een stenodiploma cum laude niet bij had kunnen houden. Even overweeg ik nog om de opnameapparatuur aan te zetten maar volgens Arthur is het een enorm teringwerk om dat achteraf allemaal uit te moeten typen.

Het tempo van drinken wordt nog hoger. Om de tien minuten wordt er een nieuwe fles rode wijn ontkurkt door Arthur. Deze gevluchte Nederlander geniet duidelijk van ons bezoek en toont zich uitzonderlijk gastvrij. Reus Rob is ondertussen nogal gecharmeerd geraakt van Elsie. Aan de eenvoudige doch praktische keukentafel probeert hij steeds nadrukkelijker een een-op-een gesprekje met haar aan te knopen. Op een gegeven moment hoor ik Rob tegen de fotografe zeggen: 'Elsje, ben je weleens in Rome geweest?'

Het klinkt als een heel slechte openingszin. Arthur en ik lachen Rob er hard om uit maar hij blijft stoïcijns. 'Ken je La grande bellezza? Och kindje, die film heb ik nu al 25 keer gezien...'

Het valt mij op dat heel lange mannen altijd op heel kleine vrouwen vallen.

Beeld Els Zweerink

Arthur, die bijzonder snel is afgeleid, laat mij ondertussen ongevraagd foto's van Rammstein zien.

Voordat we gaan avondeten in een plaatselijk restaurant arriveert Carrie, de huidige vriendin van Arthur. Tijdens de kennismaking praat ze nog zeer bekakt maar na drie glazen wijn komt haar platte Rotterdamse tongval heerlijk naar boven. Arthur is overigens zeldzaam on-galant. Deuren openhouden voor Carrie? Ho maar. En wanneer er in het restaurant een grote schaal met verse oesters voor iedereen wordt geserveerd, heeft Arthur minstens de helft ervan in no-time op zijn eigen bordje gesleept. Het favoriete gerecht van Arthur is kleine schelpjes in olie met knoflooktenen zo groot als volwassen menselijke tenen. 'Eet het nou maar, iedereen stinkt hier naar knoflook.'

Rob is even wat stiller. Hij drinkt, eet en kijkt steeds net iets te lang naar Elsje.

Beeld Els Zweerink

Gedurende de avond maakt Arthur aan de lopende band foute grapjes. Ik zou deze licht tot middelmatig racistisch willen noemen maar dat mag niet van Arthur. Hij behandelt mij ook als vriend dus ik respecteer dit. Dus: het waren GEEN racistische grappen maar harde grappen.

Na de maaltijd rijden we terug naar Casa Marijke. Vriendin Carrie heeft pas anderhalve fles wijn op, dus die kan nog wel autorijden.

'Ik ben straatarm', zegt Arthur, 'maar ik betaal geen belasting hier.'

'Helemaal niet?'

Beeld Els Zweerink

'Nee niks. Ik heb mij in Nederland uitgeschreven en in Portugal malen ze niet om belasting.' Na de wilde jaren in Zuid-Amerika besloot Arthur dat het welletjes was. Hij wilde rust. Terug naar de natuur. Want daar is hij gek op.

Rob: 'Dat heb ik ook! Het mooiste dat ik ooit heb gezien op dit vlak zijn twee zeepaardjes die een paringsdans doen. Ze deden dat... kom hoe heet dat ook alweer? ... Synchroon!'

Arthur: 'Ik ben heel veel gepest in mijn jeugd, daarom kan ik zo goed terugpesten. Rood haar, sproeten, kleinste van de klas, moeder in een inrichting. Een vader die sigaren rookte, schaakte en niet van voetballen hield. Dat vormt je wel. Ik was altijd de kop-van-jut.'

Rob: 'Ik herken dat wel. Ik had flaporen, was broodmager, verreweg de langste van de klas, heel grote voeten. Mijn bijnaam was Goofy. Van pesten word je hard. Niet dat ik de gevolgen van pesten op internet onderschat. Maar een beetje eelt op de ziel kan geen kwaad. Mijn vader pestte me ook, zelfs mijn moeder deed mee.'

Tekst gaat verder onder de foto.

Beeld Els Zweerink
Beeld Els Zweerink

GroenLinks

Dan gebeurt er iets vreemds. Op het moment dat Els tussen neus en lippen vertelt dat ze deze verkiezingen op GroenLinks wil gaan stemmen, slaat de sfeer in een keer 180 graden om.

'GroenLinks!! GroenLinks???', buldert Rob, alsof het een heel enge ziekte is. Zijn zachte zorgzame kant is in een klap verdwenen. Els krimpt ineen, waardoor ze nog kleiner wordt dan ze al was. 'Luister', gaat Rob verder: 'Wij zijn niet rechts. Echt niet.'

De Telegraaf-coryfee kijkt heel dreigend terwijl hij dit zegt.

Arthur: 'Maar we hebben wel een terechte pestpleurishekel aan links.'

Rob: 'Arthur en ik kunnen echt om alles lachen. Behalve één ding.'

'De islam!', vult Arthur bijna triomfantelijk aan. Ik kijk naar Arthur. Hij ziet er ineens uit als Wilders on crack. Hij gaat los: 'Rechtse mensen zijn ook eerlijker!'

Els begint nu echt een beetje bang van ze te worden.

Rob: 'De PvdA had die islamfascisten nooit in hun partij moeten toelaten.'

Arthur: 'Linkse mensen zien het gevaar van de islam niet. Linkse partijen hebben niet door dat ze door hun multicultiknuffelgedrag de deur wagenwijd openzetten voor een zwaar onderdrukkende religie!'

Beeld Els Zweerink

Rob gaat staan: 'Fuck tolerantie voor de intoleranten!'

Als ik beide heren vraag waarom ze zelf de politiek niet in gaan in plaats van vanaf de zijlijn van alles te roepen, reageren ze fel.

'Als columnist ga je nooit de politiek in!', schreeuwt Rob.

'Dat is echt een no go!', benadrukt Arthur nog eens.

Ik vraag aan Rob of het verleden steeds belangrijker wordt als je, zoals hij, de 65 gepasseerd bent.

Beeld Els Zweerink

Rob vindt dat een moeilijke vraag. Ik vind van niet, al is de woordvolgorde van de vraag erg slecht.

'Het verleden bestaat niet', brabbelt Arthur, die door alle wijn ineens in een tijdelijke boeddhistische modus is gesprongen. 'Mijn moeder had een enorme apotheek, valium, librium, et cetera. Old school-pillen. Ik heb toen allemaal lege potjes op de zoldertrap gelegd en mij opgesloten, om zelfmoord te veinzen. Ze merkten niks, twee dagen niet.'

Rob: 'Dit boek... dat zijn onze memoires.'

Dan is het volgens Arthur hoog tijd om wat YouTubefilmpjes te kijken.

De clip I'll never drink again van Alexander Curly moeten we helemaal uitkijken van hem.

Tekst gaat verder onder de video.

Om half drie uur 's nachts en tien flessen wijn later valt er eindelijk een stilte van drie seconden waardoor uw interviewer ongezien weg kan sluipen. Buitenom het Portugese pikkedonker in. Op de tast naar mijn slaapkamer. Het is een steenkoude nacht met hees blaffende Portugese honden op de achtergrond. Wanneer ik die nacht tollend van de wijn in het ijzige bed lig te rillen, bedenk ik dat Rob en Arthur zelf ook zeepaardjes zijn. Het kruisen van hun degens is in feite een synchrone literaire paringsdans. Hun boek is een duet van twee boze, witte maar zeer goedgebekte mannen.

De volgende ochtend.

Rob heeft dan wel twee, nog ongeopende, flessen aftershave bij zich, maar geen shampoo. En dat laat hij iedereen in de wijde omgeving van Casa Marijke ook duidelijk weten. Piemelnaakt buldert hij vanaf het dakterras. 'HALLO! Heeft iemand shampoo of zeep?'

Gelukkig heeft Els een klein flesje conditioner bij zich.

Eenmaal beneden vertelt Rob dat hij het steenkoud heeft gehad die nacht. 'Ik heb er nog serieus over nagedacht om bij de kamer van Els aan te kloppen.' Ik kijk verbaasd.

Rob: 'Nee, niet zozeer voor de seks maar gewoon voor de lichaamswarmte. Om te kunnen overleven.'

Arthur haalt ons op en neemt ons mee naar de kust. Voor een kleine excursie. Maar eerst gaan we brunchen in een vrij duur octopusrestaurantje. Een uurtje later stappen we in een lullig boemeltreintje dat dwars door het nabijgelegen moerasgebied rijdt. In het minitreintje zitten alleen 50- en 60-plussers. In de hele Algarve heb ik sowieso geen normaal mens onder de 40 gezien. Jan Slagter zou er liters voorvocht van krijgen. Als het treintje wil gaan vertrekken, schreeuwt Arthur keihard: 'EINSTEIGEN!' Ik vind het vrij genant, maar volgens Arthur begrijpen de Duitse toeristen het anders niet. Het is een kinderachtig treinritje van niks. Ik haat excursies. Arthur vertelt nachtenlang op Facebook te zitten. Hij heeft vijfduizend voornamelijk oudere vrouwen uit Vinexwijken. Hij ziet Facebook als try-outplek voor zijn tekstuele grappen. 'Als die menopauzewijven tijdens het lezen een natte doos krijgen, weet ik dat ik goed zit.'

Tekst gaat verder onder de foto.

Beeld Els Zweerink

Intussen vraag ik mij af of Rob en Arthur ook zo'n last hebben van al die wijn van gisteravond. In het keukentje zag ik zeker 14 lege flessen staan. En in het restaurant hadden we er ook minstens 6 of 7 op met zijn vijven.

'Welnee!', reageert Arthur: 'Een goede journalist moet wel kunnen zuipen!'

Rob: 'Journalisten zijn zulke burgerlijke braveriken geworden.'

Arthur: 'In onze tijd dronken de bazen van de krant om 10 uur 's ochtends al whisky. Het was Mad Men-achtig. Pure romantiek. Zo moet het zijn. Avontuur zoeken. Kuifje spelen.'

Rob: 'In ons boek vertellen we elkaar graag sterke verhalen. We proberen elkaar constant af te troeven. Het is een soort Voetbal Inside maar dan intelligenter. En melancholieker.'

Arthur: 'Het heeft ook iets tragisch. Maar dat is juist mooi. We zijn een uitstervende generatie. Na ons komt niemand meer.'

Het beste hoofdstuk uit het boek is volgens Arthur het allerlaatste. Dat gaat over de dood. Rob is het daar volledig mee eens. 'Maar het hoofdstuk over besnijdenis en aids mag er ook wezen.'

Ik kijk naar Arthur en Rob die gebroederlijk naast elkaar in het boemeltreintje zitten. Ze vertederen mij. Het zijn twee oldschool-journalisten van de uitstervende soort. Mooie types en interessant genoeg om met verbazing naar te luisteren. Maar net als in de dierentuin is het voor de veiligheid van de bezoekers het beste om er toch een stevig hek omheen te zetten.

Beeld Els Zweerink
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden