ColumnSylvia Witteman heeft iets gelezen

‘Dit boek is meer iets voor grote mensen’, zei mijn moeder

null Beeld

‘Met dat patriarchaat van jou is het nu toch echt wel bijna afgelopen’, zei ik tegen mijn oude vader. ‘Ja, het is verschrikkelijk’, antwoordde hij. ‘Gelukkig is het met mij óók bijna afgelopen.’ Hij is bijna 80, en onbetwist de grootste nog levende seksist op aarde. Onwillekeurig moest ik denken aan Uncle Oswald, een ándere grote seksist, die nooit echt heeft bestaan; hij was een creatie van Roald Dahl.

Met deze Oswald, de ‘grootste ontuchtpleger aller tijden’, maakte ik kennis toen ik een jaar of tien was. Ik had Dahls kinderboeken met grote instemming gelezen – wat kon die man geweldig vertellen! – dus dook ik vol verwachting in de verhalenbundel Gelijk oversteken die ik op de salontafel aantrof. ‘Dat is eigenlijk meer iets voor grote mensen’, wierp mijn moeder tegen, zodat ik er ­extra zin in kreeg.

Nou, dat was héél wat anders dan De fantastische Meneer Vos, maar op een bepaalde manier toch ook weer niet. Ook hier bleek Dahl een groot verteller, zó groot dat het niet uitmaakte dat ik er de helft niet van begreep. Oswald beschrijft een dame die hem ‘belangstelling inboezemde om de eenvoudige reden dat ze een buitengewoon krachtige spier bezat op een plaats waar andere vrouwen in het geheel geen spieren bezitten’ en ik nam het voor kennisgeving aan, denkend aan een vrouw met één Popeye-arm. Dat de claxon van Oswalds auto de klanken van Mozarts Don Giovanni speelde (‘Ma in Spagna son gia mille e tre!’), zei me tenslotte óók niets, laat staan dat hij stropdassen droeg van spinrag; ik had als literaire veelvraat al heel jong leren accepteren dat mij bij het lezen nu eenmaal geregeld van alles boven de pet ging.

Later zouden alle puzzelstukjes natuurlijk vanzelf op hun plaats vallen, en hóé. Ik herlas de bundel; de oorspronkelijke titel bleek Switch Bitch, wat natuurlijk al een veel vileinere, krachtiger lading heeft dan dat tamme ‘Gelijk oversteken’.

In het verhaal ‘The great switcheroo’ gaan twee buurmannen met elkaars vrouw naar bed, zonder dat die vrouwen die ruil dóórhebben. Het gebeurt in het donker, en die mannen hebben maatregelen getroffen om hun vrouwen terdege voor het lapje te houden; iets met dezelfde aftershave en allebei een pleister om hun duim. In werkelijkheid is het natuurlijk ondenkbaar dat er ooit ook maar één vrouw in zou trappen, maar mij, als 10-jarige, leek een en ander volstrekt legitiem. Ik vond die mannen bovendien slim en dapper; die hadden het toch maar mooi geflikt, al behelsde het slot van het verhaal een lelijke domper.

Bij herlezing blijft daar weinig van over. Die stoere kerels van toen deden me opeens denken aan zo’n vieze oom die iedereen in de familie heeft, die altijd schuine moppen vertelt en geen nichtjes op schoot kan trekken zonder onzuivere bijgedachten.

Met stijgende verbazing las ik de bespiegelingen over de vrouwelijke geslachtsdrift en hoe die zich verhoudt tot het uiterlijk: een uitstulpende onderlip is een teken van sensualiteit, jawel, ‘en bij de nymfomane types zit er een heel klein, nauwelijks zichtbaar huidbobbeltje aan de bovenkant van de onderlip, precies in het midden’. Opeens kon ik me herinneren hoe ik als kind voor de spiegel had gestaan, turend naar mijn onderlip, om te bepalen of ik een ‘nymfomaan type’ was. Ik begreep niet wat dat inhield, maar het moest iets leuks zijn.

Mijn moeder had gelijk: het boek was ‘meer iets voor grote mensen’.

Voor grote mensen uit de jaren ’70.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden