Directeuren geschiedenismusea bijeen in Parijs

Directeuren van geschiedenismusea spraken in Parijs over de contouren van zulke instituten.

‘Een betekenisvol gebouw op een symbolische plek.’ Dat zijn kort samengevat de eisen die moeten worden gesteld aan een Frans museum voor nationale geschiedenis. De formulering is van François de Mazières, directeur van het architectuurmuseum in Parijs. Locaties buiten de hoofdstad vallen daarmee wat hem betreft buiten de boot.

In zo’n museum komen veel elementen samen: een gebouw, een locatie, een collectie, politieke wil en universitaire onderbouwing, zei hij. Alleen als de afstemming optimaal is, kan zo’n museum een succes worden.

Net als in Nederland woedt in Frankrijk een debat over de oprichting van een museum voor de nationale geschiedenis. Directeuren van grote geschiedenismusea in Europa kwamen eind vorige week samen in Parijs voor een conferentie.

De opdracht is afkomstig van president Sarkozy, die al in zijn verkiezingsprogramma op een dergelijk museum aandrong. Frankrijk heeft veel musea voor beeldende kunst, had Sarkozy gezegd. Maar een groot museum voor de geschiedenis ontbreekt. Een dergelijk museum zou de coherentie van het verleden moeten laten zien, inclusief die van pijnlijke perioden als nederlagen en kolonialisme. Het ministerie van Cultuur is naar een geschikte locatie op zoek. Op de longlist staan vijftien gebouwen.

De historicus Pierre Nora, lid van de Académie Française, schetste de contouren van zo’n museum. ‘De Franse geschiedenis is niet continu maar versplinterd’, zei hij. ‘Daar zul je recht aan moeten doen. Het centralistische, imperialistische Frankrijk is niet meer. Het land is nu op zoek naar een nieuwe democratische identiteit.’

De kernvraag is voor hem het verband tussen herinnering en geschiedenis. De eerste hecht zich aan voorwerpen, plekken, gebouwen. Geschiedenis zoekt een verhaal, een ontwikkeling, een verband. ‘Die continue geschiedenis kun je niet zichtbaar maken’, zei Nora. ‘Daarom toont een huis van de geschiedenis onvermijdelijk het verleden aan de hand van herinneringen, dus van objecten.’

Een land dat al duizend historische musea heeft, waarvan er alleen al 250 gewijd zijn aan de Eerste Wereldoorlog, heeft dat nog een nationaal museum nodig? Laurent Gervereau, voorzitter van het Europese museumnetwerk, vroeg het zich hardop af. Hij antwoordde bevestigend, maar vindt dat zo’n museum een huis moet zijn, met de deuren en ramen open, naar Europa en naar de lokale geschiedenis.

En hoe laagdrempelig moet zo’n museum zijn? ‘Door onze ligging aan Unter den Linden in hartje Berlijn krijgen we ook veel toevallige bezoekers’, zei Hans Ottomeyer, directeur van het Deutsches Historisches Museum. ‘Sommigen blijven tien minuten, anderen tot sluitingstijd. In zijn museum ligt de nadruk op objecten, geplaatst in een politieke context. In Duitsland, dat vele jaren het liefst met de rug naar de geschedenis stond, behoort het geschiedenismuseum tot de bestbezochte van het land. Het museum is strikt chronologisch opgezet en toont 8000 objecten op 8000 vierkante meter. ‘Dat is tegelijk te groot en te klein’, zei Ottomeyer. ‘Je hebt steeds het gevoel te weinig te kunnen laten zien.’

Het Duitse museum kwam voort uit een explosief toenemende belangstelling voor de eigen geschiedenis, opgekomen na de aanslag bij de Olympische Spelen in Munchen, na de financiële crisis en vooral na de Duitse eenwording. Hervé Lemoine, door Sarkozy belast met het vooronderzoek voor het Franse museum, ziet een soortgelijk momentum. De dorst naar historische kennis is in Frankrijk onlesbaar. Tegelijk groeit de behoefte de veranderende nationale identiteit zichtbaar te maken.

Waarop Thierry Sarmant van het Muntenkabinet uitlegde hoe zo’n nieuw museum een collectie kan opbouwen. Bestaande musea als het legermuseum en zijn eigen werkgever zouden er in kunnen worden ondergebracht. Bruiklenen zijn daarnaast een geschikte methode. Hij had een geruststellende vaststelling: geschiedenis is herhaling. Dat maakt juist goedkopere serieprodukten als prenten, aardewerk, documenten, wapens en kleding geschikt om het verloop van de historie te tonen.

Het Nederlandse Nationaal Historisch Museum in wording was niet bij de studiedagen aanwezig. Gervereau en anderen hadden nog niet van de Nederlandse voornemens gehoord. ‘Ik denk dan meteen aan Nederland als handelsnatie, met wereldwijde invloed’, zei Gervereau. ‘En aan uw schilders, die met de Italianen Europa de ogen hebben geopend. Een dergelijk museum in Amsterdam kan ook de toeristen laten zien dat de huidige omvang van Nederland niet overeenstemt met zijn historisch belang.’

Over Arnhem als vestigingsplaats zei hij dat dat wellicht past bij Nederland, dat minder centralistisch is dan Frankrijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden