Directeur: het Rijksmuseum gaat een volgende fase in

Na de uiterlijke transformatie van het Rijksmuseum onder zijn voorganger, is bij directeur Taco Dibbits de inhoud aan de beurt. Zo brengt hij het buitenland de 'nationale' collectie binnen.

Rijksmuseum-directeur Taco Dibbits. Beeld Foto Ivo van der Bent

Het is nogal een binnenkomer, het schilderij dat in de directeurskamer tegen de muur hangt. Geen heroïsch geschilderd titanengevecht uit vroeger tijden, geen weids stadsgezicht van Amsterdam of griezelig realistisch stilleven. Wat er wel op het doek is te zien: een liggende bok. Levensgroot, in dikke penseelstreken neergezet. Alsof het zo, uit de lijst, op de vergadertafel zal springen.

Er valt heel wat beters te kiezen, denk je, voor de baas van een internationaal geprezen museum dat een miljoen collectiestukken bezit. Maar de geit hangt er niet voor niets. Een schilderij als conversationpiece, het is Taco Dibbits (1968, Amsterdam) op het lijf geschreven. Heeft hij gelijk de aandacht van zijn gasten. En het is een mooie aanleiding voor de nieuwe directeur van het Rijksmuseum om te doen wat hij het liefste doet: over kunst converseren.

'Kijk, de haren van het dier vallen precies samen met de kwaststreek.' En: 'Toch gek dat zo'n groot portret van een bok in Amsterdamse stadspaleizen hing. Dat had alles te maken met het verlangen van de 17de-eeuwse Amsterdammers om naar buiten te gaan, de natuur in.' Of: 'Moet je zien wat voor een prachtige woeste signatuur de maker, Jan Baptist Weenix, heeft.' Blijmoedig: 'Het Rijksmuseum heeft een heel serieuze, calvinistische collectie. Maar het moet ook leuk blijven.'

Hij is een schoolmeester, zal hij later tijdens het interview toegeven - het eerste dat hij over de toekomst van het Rijksmuseum geeft sinds zijn aantreden in juli vorig jaar. 'Maar wel een schoolmeester vol verwondering.'

Ondanks zijn dwingende aanwezigheid is het niet de bok die de meeste aandacht in de kamer trekt. Toen Wim Pijbes nog de hoofddirecteur van het Rijksmuseum was, waren de wanden behangen met een hip, kleurrijk streepjespatroon. Nu hebben de muren dezelfde kleur als die in het Rijks: het veelbesproken doffe zwart dat de kunst zo mooi zou doen uitkomen. De directeurskamer is museum geworden.

Bij Pijbes, onder wiens leiding het Rijksmuseum na een slepende verbouwing werd heropend, ging het tijdens interviews hoofdzakelijk over de fietstunnel, het gebouw en de tuinen daaromheen, over de verloedering van Amsterdam. Zijn opvolger rept daar met geen woord over. Het museum ligt er glorieus bij, verklaart hij, dus daar hoeft voorlopig niks meer aan te worden veranderd. 'If it ain't broke, don't fix it. Het gebouw staat op de kaart. Nu volgt de verdieping: wat erin te zien is.'

De volgende twee uur praat hij alleen maar over kunst.

De liggende bok door Jan Baptist Weenix Beeld Rijksmuseum

Internationaal

Al snel wordt duidelijk dat Dibbits, voormalig student aan de universiteit van Cambridge en inwoner van Londen, Florence en Los Angeles, een ander profiel van het Rijksmuseum voor ogen staat dat zijn voorganger. Na de heropening stond er een museum dat - mede door zijn collectie - een duidelijk nationaal karakter heeft, zegt hij. 'Maar we moeten ook laten zien dat Nederland altijd internationaal is geweest. Was het niet minister Joseph Luns die op de vraag waarom er zoveel mensen op Buitenlandse Zaken werken, antwoordde: Nederland is een klein land, dus is er veel buitenland.

'Met tijdelijke tentoonstellingen kunnen we het publiek laten kennismaken met buitenlandse kunst op het hoogste niveau. Ik wil bijvoorbeeld Titiaan tonen, maar wel in dialoog met onze collectie. Daarmee creëer je context, maar ook perspectief op die collectie. Het is een verrijking om te zoeken naar het internationale karakter van de Nederlandse kunst. Er speelt een prachtig idee om te laten zien wat er in Amsterdam aan buitenlandse kunst aanwezig was in de tijd van Rembrandt. Nederland was toen het centrum van verzamelaars.'

Dit is niet de enige nieuwe tentoonstelling die Dibbits aankondigt; tijdens het vraaggesprek verklapt hij een hele reeks. Zo zullen in maart volgend jaar Marten en Oopjen verfrist hun rentree maken in het Rijks. De door Rembrandt geschilderde portretten, die Nederland en Frankrijk gezamenlijk aankochten voor 160 miljoen, worden nu gerestaureerd.

'Toen Marten en Oopjen een jaar geleden voor het eerst in het Louvre in Parijs werden gepresenteerd, was ik toch een beetje zenuwachtig hoe onze landgenoten het in het buitenland zouden doen.' Hij lacht. 'Hier zijn ze thuis, in het Louvre zijn ze op vakantie. Daar hangen ze tussen overweldigende Italiaanse en Franse kunst. Maar ze stonden hun mannetje. Juist omdat ze anders waren. Dat willen we volgend jaar laten zien: Marten en Oopjen in hun internationale context, de high society in Europa.'

Nog een tentoonstelling om volgens Dibbits naar uit te kijken: die over Spaanse en Nederlandse kunst in de 17de eeuw. Een potje armdrukken tussen Diego Velázquez en Johannes Vermeer of, in zijn woorden: 'Als je hier een van mijn lievelingsschilderijen toont, Gezicht op de tuinen van de Villa Medici in Rome van Velázquez, dan gaat dat een dialoog aan met Het straatje van Vermeer.'

Great art met wall power, dat is wat hij in zijn museum wil laten zien en dat moet ook de 10 procent Nederlandse bezoekers teruglokken die na de succesvolle heropening niet meer is teruggekomen. Maar er zal ook aandacht zijn, belooft hij, voor meer geschiedkundige exposities. Zie de huidige expositie over Zuid-Afrika en de omvangrijke tentoonstelling die gepland staat over de Tachtigjarige Oorlog. En daarna, in 2020 of 2021, komt de slavernij aan bod, een voornemen dat eerder al in het nieuws kwam. 'Het is relevant dat het Rijksmuseum daarover een tentoonstelling maakt. Slavernij zit in onze vezels.'

Of hij met deze aandacht daarvoor geen rumoer veroorzaakt bij het smaldeel PVV-kiezers, dat liever Hollands Glorie ziet? Het Rijksmuseum was toch ons nationaal museum? 'Ik heb tot nu toe alleen maar positieve reacties ontvangen. Zowel van mensen die uit een gezin komen met een gemengde culturele achtergrond als van mensen van wie de familie in de 19de eeuw in de slavenhandel zat. We zijn geen politiek museum, maar willen de mogelijkheid geven van verschillende kanten naar een onderwerp te kijken. We zijn er voor iedereen, voor alle politieke overtuigingen. Tegelijk kun je nooit iedereen gelukkig maken.'

Over politiek gesproken, wat verlangt hij van de nieuwe minister van Cultuur? 'Soms is er in Nederland, maar ook in Europa, een bijna verwende opstelling tegenover kunst en cultuur, alsof het een hobby is. Een land zonder kunst en kunstmakers bestaat niet. Het is van belang te benadrukken dat kunst een basisbehoefte voor ons mensen is.

'Heel vaak zeggen mensen, als je vertelt dat je in het Rijksmuseum werkt: ik heb eigenlijk weinig met kunst. Maar als je dan gaat doorvragen, blijken ze altijd wel een reproductie in huis te hebben hangen. Kunst is een onderdeel van ons als mens, van onze beschaving. Het is essentieel om kinderen met kunst in aanraking te brengen.'

Kennis delen

Geld blijft een probleem voor musea, werpt Dibbits daarnaast op. Zelfs in het relatief rijke Rijks 'wordt elke cent drie keer omgedraaid'. De positie van de vaak financieel zwakkere musea in de regio verdient volgens hem meer aandacht van de politiek. Hij ziet daar ook een taak voor zichzelf. 'We werken aan een plan om zo veel mogelijk kunst van het Rijksmuseum in regionale musea te laten zien door die in bruikleen te geven. Maar ik wil ook kennis delen. Het Rijksmuseum heeft restauratieateliers die andere musea niet hebben: voor textiel, meubels, keramiek, glas. Wij hebben de verantwoordelijkheid als nationaal museum dat de regio daar ook gebruik van kan maken.'

Innovatie, dat is wat volgens Dibbits belangrijk is. De 'goede energie' in de Nederlandse museumwereld, die steeds meer bezoekers weer te trekken, wordt internationaal gesignaleerd, stelt hij. Trots meldt hij dat het grote Louvre de beknopte 'beteksting' (de wijze waarop met bordjes uitleg wordt gegeven over de collectie) van zijn museum heeft overgenomen. Dibbits wil niet te veel uitleg, omdat dat verbeelding in de weg staat.

'Je moet openstaan voor vernieuwing. Wat wij progressief noemen, blijft in Nederland heel vaak in de comfortzone. Dat geldt ook voor de discussie over de drukte in Amsterdam. Ik ben hier opgegroeid in de jaren zeventig. Ik geloof dat dat een van de rustigste periodes ooit was in de stad, omdat er weinig kinderen werden geboren. Nu zeggen dat toeristen moeten wegblijven, is een verlangen naar een periode die er niet meer is. Toen ik werd geboren, waren er 3,1 miljard mensen op de wereld. Nu zijn het er 7,4 miljard.'

Nieuwe fase

Volgens hem moeten er ten aanzien van dit precaire onderwerp 'lange lijnen' worden uitgezet. 'Ik denk dat je dit over een beleidsperiode van vier jaar moet tillen.' Maar eerst wil hij zijn aandacht aan zijn 'fantastische' museum schenken, dat weer een transformatie moet ondergaan, nu een inhoudelijke.

'Toen Wim besloot te vertrekken, dacht ik: nu gaat het museum een volgende fase in. Je kunt de enorme collectie natuurlijk nooit helemaal kennen, maar ik heb die toch voor een groot deel op mijn netvlies staan. Dan weet je wat de mogelijkheden zijn. Dus ik dacht: dat moet ik gaan doen.'

Was hij bij het Rijksmuseum weggegaan als hij net als in 2008 de strijd om de hoogste post had verloren? 'Dat is niet in me opgekomen. Ik heb daar later over zitten nadenken. Wat interessant dat die vraag niet bij me is opgekomen. Ik heb altijd gedacht: hoe kan ik me het best voor het museum inzetten.'

Later bekent hij dat hij in zijn vijftien jaar bij het Rijks geregeld keek of er interessante banen in het buitenland waren. 'Nu denk ik: Nee. Ik zit hier goed.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden