Dionysisch spel met ijzeren kruizen

Jonathan Meese..

AMSTERDAM/BERLIJN Het was een mooi moment, afgelopen Paaszondagavond in de Volksbühne in Berlijn. Zelden zoveel hippe types bijeen in ouderwets pluche theaterstoeltjes gezien, verwachtingsvol voor het inmiddels tot in Amerika gevierde Duitse kunstfenomeen Jonathan Meese. Het was de een na laatste opvoering van zijn eerste avondvullende toneelstuk, dat de schilder, installatiebouwer en performer onder zeer veel publiciteit in elkaar had gezet.

En toch, binnen korte tijd vertrok al weer eenderde van de toeschouwers, geïrriteerd, nog eenderde ging vertwijfeld bier drinken in het aangrenzende café. En het laatste derde deel bleef: één uur, twee uur, drie uur, bijna vier uur achtereen. Misschien alleen om te weten hoe het afliep, maar zeker ook overdonderd, gefascineerd, gecharmeerd.

Niet vreemd, irritatie bij Jonathan Meese (1970), van wie vandaag een solo-expositie in De Appel in Amsterdam opent, en die vanavond een eenmalige performance geeft. In een eerste confrontatie lijkt zijn werk op makkelijke provocatie: in zijn schilderijen, beelden, installaties en performances trekken gothic ridders voorbij, stijve penissen en ijzeren kruizen, klinken Rammstein en Wagner op het hoogste volume, passeren een man met snor en sik zoals hijzelf, Napoleon, een SS-uniform, 100 keer de Hitler-groet; ogenschijnlijk spontaan op doek en op het podium gesmeten. Spannend misschien voor Duits kunstpubliek dat al in de hoogste boom schiet als iemand hun moeizame verleden bespot, spannend voor de Amerikaanse kunstmarkt, waar rijke verzamelaars graag veel geld neerleggen voor gekwelde Europese jongelieden.

Maar toch voldoet het niet zijn werk als provocatie af te doen. Daarvoor is het geheel te consequent, te ironisch, te imposant, daarvoor is de kunstenaar ook te oprecht. Naar goed Duits gebruik liggen er mega-ambities aan zijn werk ten grondslag: kunst is niet ter ontspanning, vindt Meese, maar kunst is de redding van de maatschappij, een grootmacht die als dictator politieke dictaturen kan laten vallen.

De avond in de Volksbühne eindigde in een urenlange rondedans van het halfnaakte gezette lijf van Meese, samen met de laatste acteur die niet van uitputting de handdoek had gegooid, terwijl ze enkele zinnen over Hermann Göring bleven herhalen. Het had iets van een sjamanistisch ritueel, alsof er iets bevochten moet worden.

Culturele exorcist, is een benaming die hem eens is gegeven. En inderdaad: op het podium ontstaat bij hem een bezetenheid, maar wel een geconcentreerde en overtuigde bezetenheid – óók de keer dat hij zich in de Tate Modern in een boksring hees, gezicht wit geschminkt, en zich zo stomdronken had gezopen dat hij bijna direct tegen de grond ging, tot ontstentenis van het Engelse publiek.

Hij schotelt een groteske wereld voor, bevolkt door superhelden en filmsterren, historische figuren en zichzelf, destructie en schepping, hilariteit en provocatie. Alles door elkaar gesmeten in een dionysische uitbarsting met slapstick-elementen. Om zo de cultuur los te weken uit de ‘verstening’, zoals hij het zelf zegt. Niet als politieke boodschap, want lieve-wereldvrede-boodschappen heeft hij allerminst. Actualiteit als in Guantánamo Bay wil hij ook niet gebruiken, te dichtbij, misschien over 100 jaar, als het in de cultuur getrokken is.

De verfstreken op het doek zijn als zijn daden op het podium, existentieel ernstig als van de Duitse expressionisten na de Eerste Wereldoorlog, en tegelijk moet men om zijn combinatie van middeleeuwse duisterheid en hedendaagse popcultuur ook bevrijdend kunnen lachen. De duistere kanten van de cultuur moeten onschadelijk gemaakt worden, vindt Meese, en dat doet hij door ze fel en bloot in de spotlichten te zetten. Hij wil ze neutraal maken, de mens moet weer ‘deemoedig’ worden, zegt hij in De Appel. ‘Honderd keer de Hitlergroet is niet genoeg, pas als ook vlinders de Hitlergroet geven, is het onschadelijk gemaakt.’

Merlijn Schoonenboom

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.