Dimitrovs lach galmt weer door Sofia

De overgang van het communisme naar de democratie met een vrije markt leverde in Oost-Europa zeer verschillende resultaten op. In tegenstelling tot het succesvolle Polen (zie De Volkskrant, 23 oktober), belandde Bulgarije in een vrije val richting armoede en chaos....

Het mausoleum bleef staan. Trots, recht overeind, onbeschadigd. Enorme hoeveelheden dynamiet waren aangesleept. Maar het mausoleum van Georgi Dimitrov doorstond de ontploffing glansrijk.

Het was te pijnlijk voor woorden. Had de regering net aan hoge heren van de Europese Unie duidelijk gemaakt dat Bulgarije hard op weg is een succesvol kapitalistisch land te worden, dat het in niets meer lijkt op die stille, in het zuidoosten van de Balkan weggestopte, hondstrouwe Sovjetsatelliet die het 43 jaar was. Lukte het niet eens het mausoleum van de eigen communistische aartsvader Dimitrov op te blazen!

Het was op die hete augustusmiddag, eerder dit jaar, alsof Dimitrovs bulderende alcoholische lach voor het eerst sinds 1949 weer door de straten van Sofia galmde. Alsof hij de Bulgaren uitlachte om de vele illusies die zij koesterden toen zij zich in de herfst van 1989 van het communisme ontdeden.

Niemand voorspelde toen dat Bulgarije van alle zojuist bevrijde landen de grootste tuimeling zou gaan maken. Communistisch Bulgarije: een dictatuur, maar iedereen een driekamerappartement, een Lada, een baan, een vakantie aan de Zwarte Zee. Postcommunistisch Bulgarije: vrijheid, maar overleven van dag tot dag. De geschiedenis is een echoput. Wie hem aanroept, ontvangt zijn eigen versie terug. In de herfst van 1999 spreken veel Bulgaren weer over hun laatste communistische leider Zjivkov met de liefkozende term 'vadertje'. In de herfst van 1989 was Zjivkov een dictator. De langst zittende leider van het Oostblok kreeg toen huisarrest.

De magie in Sofia was destijds dezelfde als die in Berlijn, Praag of Boedapest. En in de eerste jaren na 1989 leek zich in Bulgarije - net als in die post-communistische staten in Midden-Europa - een normale transitie te voltrekken.

Hervormingsgezinde communisten namen de macht over van hardliners. Er vonden ronde-tafelbesprekingen plaats met een nieuw gevormde oppositie. In oktober 1991 won die oppositie de verkiezingen. Premier Filip Dimitrov ging Bulgarije voortvarend hervormen. Zijn dynamische uitstraling leverde hem al snel de bijnaam 'Filip Kennedy' op.

In de winter van 1997 openden westerse televisiejournaals met beelden van een door woedende demonstranten verminkte Filip Kennedy, die op een brancard het parlementsgebouw werd uitgedragen. Bulgarijes transitie was uitgelopen op een ramp. Een schrijnender symbool dan het bebloede hoofd van Filip Kennedy was nauwelijks denkbaar. 'Hervormen' was in Bulgarije zeven jaar lang een veelgebruikt woord geweest. In werkelijkheid was het land al die tijd nauwelijks bestuurd. Het wegvallen van 'vadertje' Zjivkov betekende het verdwijnen van controle en het ontstaan van grote onenigheid binnen de gestaalde kaders.

In de top van de Bulgaarse Communistische Partij zaten weinig westers denkende hervormers. Er zaten wel veel ambitieuze partijbonzen. Jarenlang hadden zij likkebaardend naar de eigendommen van de staat gekeken. In 1990 na de omwenteling zagen velen hun kans schoon. In rap tempo voltrok zich de 'privatisering van de nomenklatoera'.

De nieuwe politieke situatie was voor de schimmige transacties welhaast ideaal. De oud-communistische machthebbers (kleur: rood) en de anti-communistische oppositie (kleur: blauw) gedroegen zich niet als politieke partijen, maar als kampen, niet in staat tot samenwerken.

Tegenwerking werd het centrale woord in de Bulgaarse politiek. Ook binnen de kampen woedde een permanente interne machtsstrijd. Chaos en wetteloosheid waren het gevolg.

Zoals de Bulgaarse communisten niet te vergelijken waren met de Poolse of de Hongaarse communisten, zo had ook de oppositie niets van doen met die in Midden-Europa. Bulgarije miste een grote, breed georganiseerde dissidentenbeweging. Het kende geen vooroorlogse democratische traditie.

In 1990 verenigden monarchisten, conservatieven, milieu-activisten, liberalen, boeren, glasnost-aanhangers en nog heel veel anderen zich in het Samenwerkingsverband voor Democratische Krachten (SDS). Echter: de 'krachten' waren niet democratisch en werkten ook niet samen. Iedereen wilde maar één ding: de macht.

Filip 'Kennedy' Dimitrov ondervond het tijdens zijn rampzalige regeerperiode. Na vele malen op corrupte communisten te zijn stukgevaren, werd hij uiteindelijk getackeld door groepen in zijn eigen SDS. Zijn mislukte hervormingsexperiment bracht rood in 1994 terug in de regering.

In deze tijd zette het verval op dramatische wijze in. Als geen ander Oostblokland was Bulgarije geïndustrialiseerd onder leiding van de Sovjet-Unie. In kleine dorpjes waren kolossale fabrieken neergezet. Met de vrije markt hadden die niets te maken, wel met afhankelijkheid van het Oostblok.

Toen in de eerste helft van de jaren negentig de kunstmatige Oostblokhandel een zachte dood stierf, was het lot van de fabrieken bezegeld. Tot overmaat van ramp verloor Bulgarije in dezelfde tijd nog twee cruciale handelspartners buiten het blok: Irak, waar alle olie vandaan kwam, en Joegoslavië, waar het geografisch letterlijk achter verscholen ligt.

In het midden van de jaren negentig begonnen bejaarden in Sofia de vuilnisbakken af te speuren naar eten, een tafereel dat in Bulgarije nog nooit was vertoond. Politiek, zakenleven en criminaliteit waren een hechte drie-eenheid gaan vormen. In oktober 1996 werd de rode oud-premier Loekanov voor zijn huis in Sofia met kogels doorzeefd.

Drie maanden later bestormden woedende, hongerige demonstranten het parlementsgebouw. Weken van grootschalige straatprotesten leidden tot het aftreden van de oud-communisten. Op 19 april 1997 won de SDS de vervroegde verkiezingen met een absolute meerderheid.

Op de kalender van de Bulgaarse orthodoxe kerk is 19 april de dag waarop Jezus de gestorven Lazarus uit de dood opwekte. De huidige SDS-premier Ivan Kostov mag dit graag aanhalen als allegorie: hij heeft een land tot leven gewekt dat de doodsteek al had gekregen.

Kostov - zwarte wallen onder de ogen, drie uur slaap per nacht - is inderdaad anders dan zijn voorgangers. Hij heeft wél de controle over zijn achterban. In de tweeëneenhalf jaar van zijn bewind is de inflatie geremd, de strijd tegen de corruptie begonnen en worden de salarissen - tweehonderd gulden per maand - als het kan uitbetaald.

Ook is Bulgarije nauw gaan samenwerken met het IMF, de EU en de NAVO, daarbij hopend op (tot nu toe uitgebleven) concrete steun. De westerse weg is de enige weg, houdt Kostov de bevolking steeds weer voor.

De gewone Bulgaren kunnen het na een vrije val van tien jaar nauwelijks meer te geloven. Bij hen overheerst de ontgoocheling. Het Westen? Het koppelt via een currency board de Bulgaarse munt rechtstreeks aan de Deutschmark, maar dat maakt het leven alleen maar harder. Het gebruikt het Bulgaarse luchtruim in de Kosovo-oorlog, maar laat 'per ongeluk' een raket op Sofia neerdalen. Het verbiedt Bulgarije handel te drijven met Joegoslavië, maar weigert zelf in het 'onrijpe' Bulgarije te investeren.

Voor hen blijft Zjivkov nog even een vadertje.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden