Reis door mijn kamerDimitri Verhulst

Dimitri Verhulst: ‘Het is geen gevangenschap, te kunnen schrijven voor zo’n open raam’

null Beeld null

Blijven bewegen is belangrijk, weet Dimitri Verhulst, zeker tijdens een lockdown. In de Franse paardenstal die hij bewoont, gaat het van het espressoapparaat naar de schrijftafel en terug. Geen wonder dat zijn conditie buitenaards is. 

Er waren best wel wat vrienden die niet begrepen waarom ik een paardenstal had gekocht. En minder nog begrepen ze dat ik van plan was om in die paardenstal te gaan wonen. Een veel te grote, lompe ruimte, een stenen doos waarin sinds 1885 hoofdzakelijk werd gezeken en gescheten door aanstaande biefstukken, met een lap grond eraan die eertijds gewoon werd kaalgevreten maar nu dus dient te worden onderhouden door een intrinsieke luilak met niet eens heel erg groene vingers. Bovendien ligt het hier zo verdomde afgelegen, in het immer doodse deel van Frankrijk, pandemie of geen pandemie, in wat heet: de Diagonaal van de Leegte.

Klinkt goed, vind ik, de diagonaal van de leegte. Daar wou ik volgaarne wonen. Terug in het land van mijn moeder. Terug in het land van mijn alleroudste moedertaal. De taal waarin ik voornamelijk zwijg, eindelijk zwijg. Veel te veel heb ik gepraat. En veel te weinig geschreven.

De vermaledijde gezondheidsapp op mijn telefoon vertelt mij dat ik gisteren 5.040 stappen heb gezet, oftewel 2,9 kilometer. Geen idee hoe mijn telefoon weet hoe lang mijn benen zijn. Dat hadden meer stappen kunnen zijn, aangezien ik enkele uren op een ladder heb doorgebracht, raamkozijnen vervend. We zullen de wereld proper achterlaten als we vergaan. Ik denk aan de ramen in de steden, waar iedereen de hele dag alleen maar heeft door te staren, en hoe helder die uit verveling weer zijn gelapt. Als nieuw.

Het gros van mijn stappen leg ik af tussen mijn schrijftafel en het espressoapparaat. 66 stappen zijn dat, enkel, ik heb het zopas geteld. Dat geluk beleef ik aan mijn cafeïneverslaving, ze houdt mij fit. In feite beleef ik dubbel sportief genot aan al die emmers koffie die ik onophoudelijk in mijn gezicht gooi, aangezien ik van dit pekzwarte goud moet pissen als een kameel. Een hyperkinetische blaas, alles heeft een naam.

Dimitri Verhulst in Frankrijk. Beeld null
Dimitri Verhulst in Frankrijk.

Van mijn schrijftafel naar de plaspot: 42 stappen. Met nog wat handen wassen erbij loop ik een verhoogde kans op kuitkramp.

Blijven bewegen is belangrijk, zeker in tijden van lockdown: lezen doe ik in een schommelstoel.

Druk, druk, druk.

Geen wonder dat mijn conditie buitenaards is. Zonde eigenlijk, dat die Olympische Spelen zullen worden afgelast, ik zag me al uitblinken in de lelijkste sport die ooit werd bedacht, het snelwandelen. Als dat mag bestaan, dan moet traagsprinten ook mogen bestaan.

Ik doe het soms, traagsprinten, onder meer wanneer mijn telefoon gaat en die, in tegenstelling tot ik, nog in de slaapkamer blijkt te liggen. Ik haal het nooit, dat weet ik bij voorbaat. Veel te ver, dat bed, 78 stappen vanaf het espressoapparaat. Ik zie daar dan ook vaak tegen op en raak er moeilijk in ’s avonds. Tegen de tijd dat ik eindelijk die telefoon beet heb, is mijn correspondent allang het antwoordapparaat aan het volleuteren. Maar toch trek ik dat sprintje, uit burgerzin of zoiets, en ik doe dat meteen in slowmotion, dan hoeft de herhaling niet meer. Ergens onderweg kom ik dan mijn piano tegen, net op het moment dat de ringtune ophoudt met lelijk te wezen. Tja, dan weet je het wel.

Ik heb een afspraak met mijn piano: telkens als ik haar passeer, zal ik haar bespelen. Desnoods maar twee minuten. Die toch wel weer twintig minuten worden.

Deze week heb ik mij op een song van Paul Weller gesmeten, die ik dan als een volkomen mislukte Brad Mehldau zit te ver-jazzen. Aangekomen bij de zin ‘People fly by in the traffics boom’, schiet ik in de lach.

Eigenlijk zou mijn schatje nog eens gestemd mogen worden; ik kan mijn lievelingsakkoord, b-mineur, niet meer al te zuiver spelen. Schandalig is dat. Weinig is mooier dan een b-mineurakkoord. Daarom vroeg ik een volmacht van mijn karma, om in mijn volgende leven een b-mineurakkoord te mogen zijn. Of dat zal zijn gelukt, laat ik iedereen te gepasten tijde weten. (In mijn vorige leven was ik een boule de berlin, ik geef het maar even mee. Maar men begrijpt, het was even wennen voor me om opeens een mens te zijn.)

Gefrustreerd over de mij te droge aanslag van enkele pianotoetsen gaat het van de piano heel vaak naar de accordeon. Beide instrumenten bevinden zich op 13 stappen van elkaar. De accordeon dus, een Italiaanse. Daar trek ik dan een beetje aan. Franse chansons. Ik bak er niks van, padam, padam, padam, in de Parijse metro zouden ze mij met recht en reden doodslaan, maar ik word zo onverklaarbaar gelukkig met dat dikke ding op mijn buik gebonden.

De piano van Dimitri Verhulst. Beeld null
De piano van Dimitri Verhulst.

Ik zou mooi zwanger zijn, dat denk ik wel.

Wonende op een appartementje hoefde ik het niet te doen, vermoed ik, aan die accordeon sleuren. Mijn bovenbuur, die de pech zou hebben niet doof te zijn, zou al snel zijn geweer laden en zijn vloer vol gaten schieten. Maar hier kan ik, als ik dat zou willen, alles ongestraft in mijn mond stoppen: het blaasstuk van een quadrotrombone, de pijp van een Asturische doedelzak. Ik zeg maar wat. Het enige wat er zou gebeuren met mijn dichtste buur, is dat die ineens zure melk zou geven.

Dit huis heeft ramen, zij kunnen open, ik kan de wereld naar binnen laten waaien, en dan hoor ik in dit seizoen onder andere de kikkers kwaken, uit voortplantingsdrift. Zij hebben billen die de Fransen gaarne weten baden in de knoflookcrème en in de peterseliejus. Zij kennen het lot van de kok, hij zal hoesten voor zijn zonden. Alle lepels liggen achter gesloten luifels, in het culinaire land bij uitstek zijn de restaurants potdicht. Ik hoor die vreugde in dat gekwaak, een oeroud leedvermaak.

Ook de nachtegaal zit weer uren al zijn partituren naar een soortgenoot van lekkerder kunne te fluiten.

De mensheid zit in z’n zesde en hopelijk laatste periode van extinctie, je hoort die hoop uitgeroepen door de oehoe, je hoort haar worden uitgeblaat door ieder, vanaf morgen voor immer ongeschoren blijvend, schaap. En ook de egels, die ineens niet meer tot straattapijt worden gereden, paren luidruchtig van de pret.

Het is geen gevangenschap, te kunnen schrijven voor zo’n open raam.

Ik hoef nergens heen, ik ben er al. En ik ben er niet alleen.

Het is hier goed in mijn petoet. Ik deel mijn cel met de enige met wie ik het zou kunnen. De enige met wie ik het zou willen.

Is dit het huis waaruit ik in een kist naar buiten zal worden gedragen? Je denkt er weleens aan. Het is een mooi huis, ik heb het gevuld met geluk. Met liefde ook. Van mij mag het. Maar niet nu. Nu niet. Ik heb hier nog een paar stappen te zetten.

Wie is Dimitri Verhulst?

De Vlaamse schrijver en dichter Dimitri Verhulst (Aalst, 1972) debuteerde in 1999 met de verhalenbundel De kamer hiernaast. Zijn grote doorbraak kwam zeven jaar ­later met de auto­biografische roman De helaasheid der dingen, die verfilmd werd en waarmee hij de Gouden Uil won. In 2009 kreeg hij de Libris Literatuurprijs voor Godverdomse dagen op een godverdomse bol. In 2019 verscheen bij uitgeverij Pluim zijn roman De pruimenpluk, begin dit jaar gevolgd door de ‘ongedateerde dagboeken’. Vanuit zijn woonplaats in Frankrijk doet hij sinds het uitbreken van de coronacrisis dagelijks verslag via de site van zijn uitgever.

Binnenkort in deze reeks

Als iemand weet hoe het is om de hele dag thuis te zitten, zijn het schrijvers. In deze serie nemen ze ons mee op hun (geestelijke) omzwervingen door de werkkamer, zoals Xavier de Maistre dat deed in 1794 in het boek Reis door mijn kamer. Nicolien Mizee, Lieke Marsman, Paul Scheffer, Arnon Grunberg, Katinka Polderman, Bert Wagendorp, Maarten ’t Hart, Michel van Egmond en Saskia Noort gingen Dimitri Verhulst voor. De komende zaterdagen volgen onder anderen Maxim Februari, Connie Palmen en A.F.Th. van der Heijden. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden