Digitale revolutie 2.0

De bomen groeien weer tot in de hemel voor internetondernemers. Tien jaar na de eerste hype wordt goud geld verdiend, nu, dankzij breedband, snelle en goede verbindingen gemeengoed zijn....

Internet is helemaal terug. Vijf jaar na de dotcom-crash is sprake vaneen digitale revolutie 2.0. Aan alle kanten zijn er tekenen die daaropwijzen. De enorme groei van het aantal weblogs bijvoorbeeld. Vorige maandtelde 's werelds grootste mediamagnaat, Rupert Murdoch, 580 miljoendollar neer voor Myspace, een zogeheten 'sociaal netwerk' waar gebruikers weblogs en fotoalbums kunnen beginnen. Niet alleen lachte niemand hem uit,het ontlokte zelfs een boze reactie bij aandeelhouders van het over tenemen bedrijf. Zij wilden dat er een miljard dollar werd betaald.

Murdoch heeft niet alleen Myspace op het oog. Hij wil ook dezoekmachine Blinkx opkopen. Vorige week organiseerde de magnaat voor detop van zijn bedrijf News Corporation een conferentie in Californië. Hetonderwerp? Geld verdienen met internet. Het was dit jaar al de tweedebijeenkomst over dat onderwerp.

Er zijn veel meer voorbeelden van de revival. Zo vroegen analisten zicheerder dit jaar nog af of de introductieprijs van 85 dollar voor deaandelen Google niet te hoog gegrepen was. Inmiddels doet het aandeel bijna 300 dollar. Google is weliswaar een gigant, maar geen witte raaf.

De beursgang van de Chinese zoekmachine Baidu leek in augustus wel eenraketlancering. In Nederland weerstond het bedrijf TomTom de pessimistischevoorspellingen. De koerswaarde is een paar maanden na de beursintroductieverdubbeld

'De waardering is terug', zegt Boris Veldhuijzen van Zanten, een vande actiefste internetondernemers van Nederland. 'Als je erin slaagt eeninternetdienst op te bouwen die zijn nut bewijst, is er ook kans dat diewordt opgekocht.'

Hij wijst op de overname van de populaire fotosite Flickr.com (1,2 miljoen gebruikers) door de internetgigant Yahoo, voor - naarverluidt - 35 miljoen dollar. 'Het is een beetje ordinair om het altijdmaar in geld uit te drukken, maar de waardering reikt ook verder. Als ikin 2001 tegen mensen zei dat ik dingen deed met internet, reageerden zeverbaasd. Internet is voorbij, zeiden ze. Ik moest me bijna schamen. Nuwillen ze weten wat ik precies doe.'

Veldhuijzen van Zanten zag het vorig jaar september al aankomen. MetMeganova, zijn kweekvijver voor internetondernemeningen, besloten hij enmede-eigenaar Caspar Wenckebach in korte tijd zo veel mogelijkinternetbedrijven op te zetten. 'Dan zijn we er klaar voor als er eennieuwe hype aankomt.

'Vorige week organiseerden we met Ipan, de internetbrancheverenigingwaar ik voorzitter van ben, een launch-event. Ondernemers konden daar destart van hun bedrijf aankondigen. We hadden op vijf aanmeldingen gerekend,het werden er uiteindelijk zeventien. Een bezoeker zei me dat de sfeer hemdeed denken aan de FirstTuesday-bijeenkomsten uit 1998. Dat was wel evenschrikken, maar het enthousiasme is er kennelijk weer.'

De FirstTuesdays waren een beruchte exponent van de dotcomhype,ontmoetingen waar overenthousiaste beginnende ondernemers en gretigeinvesteerders elkaar ontmoetten. Bedrijven die uit niet meer dan eenplannetje bestonden, haalden miljoenen aan investeringen op om zo snelmogelijk naar de beurs te worden gebracht. In 2000 stortte de aandelenmarktin en spatte de bubble, de zeepbel, uit elkaar.

Een vergelijking met die bijeenkomsten roept schrik op, omdat niemandnog aan die periode van waanzin herinnerd wil worden. Veldhuijzen vanZanten: 'De bubble had helemaal niet zoveel met internet te maken. Dat waseen beursaangelegenheid. Internet is ook niet ingestort, maar gewoondoorgegaan. Als je nu kijkt naar de voorspellingen waarop de bubble wasgebaseerd, over de groei van het gebruik en dergelijke, dan zie je dat zeallemaal zijn uitgekomen. Sterker nog, we liggen voor op schema.'

De opleving heeft ook een praktische verklaring. 'Het is voorinternetondernemers veel makkelijker iets te beginnen. Destijds warenprogrammeurs duur, nu zijn het een soort loodgieters die je gewoon per uureen klusje kunt laten doen. Of neem de internetkosten. Laatst vond ik eenberekening uit 1996. Als ik 1500 bezoekers per dag haalde, kostte me dat3000 euro per maand. Nu zet ik een veel grotere site op voor nog geentientje. Allerlei toepassingen hoef je niet meer te kopen of te latenmaken. Ze zijn gratis als open source beschikbaar. Het opzetten van eenportal of winkel kost amper nog iets.'

Ook Michiel Mol, oprichter van Lost Boys, een van de grootsteinternetbedrijven van Nederland, constateert een tweede internet-boom. Molconcentreert zich met zijn bedrijf Media Republic op computergames eninteractieve marketing. 'Alleen is de situatie structureel anders. Hetaandeel Google wordt nog steeds te hoog gewaardeerd, maar het bedrijf steltdaadwerkelijk iets voor. Iedere paar weken komen ze met nieuwe toepassingendie ook echt werken. En de wereld van de gebruikers is sterk veranderd. Iedereen heeft dankzij breedband goede en snelle verbindingen. Nu wordtgerealiseerd waar wij destijds van droomden', stelt Mol.

'In september vorig jaar begonnen reclamebureaus in te zien dat hetsimpelweg opvoeren van het aantal tv-commercials, een strategie diejarenlang succesvol was geweest, niet meer werkt. Unilever verruimde hetinternetaandeel van zijn reclamebudget van 3 naar 10 procent. Bovendienbegon het er economisch rooskleuriger uit te zien. Investeerders hebbenhet geld al die tijd opgepot en willen het nu uitzetten. En er zijn nuveel meer toepassingen. Kijk maar naar de mobiele omgeving of die van MSN.'

Voor die omgevingen heeft Mol een speeltje ontwikkeld met de naamEccky. Het op tieners gerichte spel doet nog het meest denken aan eenonline-tamagotchi. Het idee is dat de gebruiker na de bescheidenaankoopsom kleine bedragen blijft betalen om het speeltje uit te breiden.Dat klinkt optimistisch, maar bij de kindersite Habbohotel is diebenadering een groot succes. 'Dat is het verschil met vijf of zeven jaargeleden. Er wordt nu veel gemakkelijker voor diensten betaald.'

Ook volgens Veldhuijzen van Zanten is de acceptatie een van de grootsteverschillen. Toen was het gebruik een kwestie van discussie tussen degelovigen en de sceptici. Nu vindt iedereen het de normaalste zaak van dewereld. 'Zelfs mijn moeder koopt haar bikini's en badpakken online. Dat geeft geen gedoe in pashokjes. Wij pioniers zijn ingehaald door demainstream.'

Komt het dan allemaal uit wat tien jaar geleden werd gedacht?Veldhuijzen van Zanten meent van wel. 'Ik verzamel oude exemplaren vanWired (het toonaangevende blad van de digitale revolutie) en zoek naargeschikte ideeën. Dat werkt wonderwel goed. Neem Pointcast bijvoorbeeld.'

Pointcast - de naam staat symbool voor alles wat mis was met dedotcom-hype. De dienst van het bedrijf, automatische aanlevering vangepersonaliseerd nieuws, klonk in 1996 als muziek in de oren en de softwarezag er gelikt uit. In de praktijk bleek het gebruik echter rampzalig. Doorde mediahype enthousiast geworden gebruikers dumpten het na een kortekennismaking massaal van hun pc's.

Op de arrogantie van de bedrijfsleiding had dat geen effect. Hetbedrijf, met een jaaromzet van vijf miljoen dollar, wees tot iedersverbijstering in 1997 een overnamebod van 450 miljoen dollar door RupertMurdoch af. Naar verluidt had de verantwoordelijke man bij Pointcast geeninteresse. Hij zat tijdens de onderhandelingen in een fotosessie voor eenglossy tijdschrift en wilde niet gestoord worden. Vervolgens ging Pointcastroemloos ten onder. 'De techniek van Pointcast was veel te zwaar endaardoor onbruikbaar. Nu zou het wel kunnen', stelt Veldhuijzen Van Zanten.

Maar er is nog een belangrijk verschil met de dotcomhype. Op de covervan Wired, dat Pointcast en de gebruikte push-techniek aanprees als 'thenext big thing', luidde de ondertitel 'Kiss your browser goodbye'. Dieaansporing was het meest in het oog springende aspect van deinternetrevolutie destijds: de ongekende bloeddorstigheid. Alles wat nietdigitaal of online was, zou worden weggevaagd. Er bestond in de visie vande Nieuwe Economie amper leven buiten internet. De toepassing waardotcom-bedrijven naar zochten, heette veelzeggend de killer-application:de toepassing die alle andere overbodig zou maken.

'In de killer-app geloof ik niet meer', zegt Mol. 'Die bestaat gewoonwegniet. In plaats daarvan zie je dat alles naast en met elkaar functioneert.Sociale netwerken zijn daar een mooi voorbeeld van; die gebruiken allerleitechnieken en zijn erg populair. Ineens lijkt iedereen op internet alsnogzijn fifteen minutes of fame te willen claimen.'

Van verdringen of uitroeien is geen sprake meer, stelt Veldhuijzen vanZanten. 'Toen draadloos internet kwam opzetten, werden we bezocht door eenkabelfabrikant die wilde weten of het einde nabij was. Natuurlijk niet,hield ik hem voor, denk aan het papierloze kantoor, dat betekende in depraktijk juist meer papier.'

De nieuwste digitale revolutie is er een van fluweel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden