interviewMensje van Keulen

‘Dieren zetten geen dieren op transport en dieren snijden niet bij dieren de keel door’

Welk boek leest de schrijver deze zomer? En waar gaat het boek over dat hij of zij zelf heeft geschreven? Deze week Mensje van Keulen. Al vijftig jaar schrijft ze over katten, in gedichten, korte verhalen en kwinkslagen. Haar kattenteksten, met illustraties, zijn onlangs gebundeld in Het kattentheater.

 Mensje van Keulen  Beeld Marie Wanders
Mensje van KeulenBeeld Marie Wanders

Wat leest u deze zomer?

Twee weken weg van de Britse schrijver R.C. Sherriff. Een herontdekking uit 1931. Mijn gepensioneerde uitgever gaf het me in het Engels, The Fortnight in September. Ik was zo bekoord. We kwamen terug van Texel, ik had niet eens door dat we in Amsterdam waren, het was alsof ik als kind weer Winnetou zat te lezen, zo in de ban was ik. Het is aandoenlijk, ontroerend, opbeurend en universeel. Over een gezin dat in de buurt van Londen woont en met vakantie gaat aan de Engelse kust. Je herkent het, dat is het aardige. En onlangs is de vertaling verschenen.’

In juni werd u 75 jaar en vierde u 50 jaar schrijverschap. U was lang een van de weinige vrouwelijke schrijvers. In een van uw gepubliceerde dagboeken schreef u dat u vaak de vraag kreeg: ‘En wat doe je ernaast?’

‘Ik ging weleens met onder anderen Maarten Biesheuvel en Maarten ’t Hart naar lezingen en dan kreeg ik die vraag. Zij niet. Opmerkelijk, maar ik dacht: laat gaan. Net zoals het me niet kon schelen dat mensen het vreemd vonden dat ik een mannelijke hoofdpersoon had, zoals in Bleekers zomer het geval was. In een recensie stond: ‘Hoe weet zij nou hoe het is als een man zich scheert?’ Ik heb altijd m’n schouders opgehaald en ben doorgegaan. Er waren en zijn recensenten aan wie ik veel aan te danken heb. Dat waren vroeger overigens veelal mannen.

‘Ik heb zelf in die jaren zeventig een lelijk stuk over feminisme in Propria Cures geschreven omdat ik het maar flauwekul vond dat vrouwen met een spiegeltje in hun kut zaten te kijken. En in groepsverband in alle ernst gingen praten over hoe een vrouw zichzelf van binnen moest leren kennen. Dan moet je toch lachen? Dingen slaan soms zo door. Het gaat nu goed met de vrouwen in de literatuur, er zijn er veel meer.’

In 1978 zei u in een interview met Jan Brokken dat schrijven ‘een kwelling’ is, zo valt te lezen in Mensje 75 , de speciale uitgave ter gelegenheid van uw verjaardag. Is dat nog steeds zo?

‘Ze denken dat je een routinier bent na zoveel jaar in het vak, maar het schrijven gaat niet gemakkelijker. Ik heb onlangs de opdracht aangenomen om het Nationale Voorleeslunchverhaal in oktober te schrijven. Zo nu en dan overvalt me de angst of ik het wel voor elkaar krijg. Zo is het altijd gegaan. Maar als ik met iets klaar ben, valt het gewone leven tegen en wil ik het liefst weer in mijn kamer aan het werk zijn.

‘Het was nooit een besluit schrijver te worden. Het was er van kinds af aan. In bed lag ik aan mijn broertje en zusje verhalen te vertellen, ze steeds enger makend tot we alle drie bang waren en onze ouders moesten komen.’

U schrijft korte verhalen. In Nederland is het genre niet populair. Hoe verklaart u dat?

‘In het buitenland krijgt het meer waardering. Ik heb eens een lijstje gemaakt van wat mensen zeggen als je signeert. Een keer zei een vrouw, toen ik er al iets voor haar had in gezet: ‘O jee, het zijn verhalen! Daar houd ik niet van, ik houd alleen van romans.’ Maar ja, toen stond haar naam er al in. Net goed!

‘Mooi aan een kort verhaal is dat het je onmiddellijk bij de lurven kan grijpen. Kleine uiteenlopende shockmomenten.’

Ter ere van uw 50-jarige schrijverschap is Het kattentheater uitgekomen. Een bundel met korte verhalen, dagboekfragmenten en gedichten waarin katten een rol spelen. Waarom vond u dat passend?

‘Weer een idee van mijn gepensioneerde uitgever. Wie die man is? Haha, Emile Brugman! Eerst dacht ik dat ik hooguit 60 pagina’s zou kunnen vullen, maar het bleek meer. Het is ernst en luim. Met kattengedichten, stukjes voor De poezenkrant, maar ook een kort verhaal over Emily Brontë, die een schitterend essay schreef over een kat, genaamd Le chat.’

Waarom houdt u zo van katten?

‘Ik houd van dieren. Boeren, type bio-industrie, zullen zeggen: daar heb je weer zo’n stedeling met een zwak voor dieren. Maar zo is het. In mijn jeugd hadden we honden. Ik heb katten genomen toen ik 20 was. Op een gegeven moment had ik er zelfs vijf, dat kwam door mijn zusje, die haar vriend verliet en kwam aanzetten met twee katten in een boodschappentas. Ik heb nu één ontzettend leuke kat, Bosie, een abessijn van bijna 4. M’n vorige Bosie werd 12. Vóór hem Bobbie die 21 jaar werd. Ze wilden laatst in de boekhandel dat ik een stukje voorlas over Bobbies laatste dagen, maar dat hield ik niet droog.’

Soms wekt u in Het kattentheater de indruk dat u katten leuker vindt dan mensen.

‘Hoe ouder je bent, hoe meer mensen je hebt meegemaakt in wie je teleurgesteld bent. En daarnaast: lees de krant en zie wat een pestzooi het is. Dieren zetten geen dieren op transport, dieren snijden niet bij dieren ritueel de keel door. Als ik hoor dat het koningshuis jaagt met vrienden, gruwel ik. Al die boeren op zo’n Malieveld, vreselijk. Of Henk Bleker, die de boel heeft verziekt in de natuur. Dan heb ik liever mijn kat. O, help, straks krijg ik allemaal mest voor mijn deur.’

Mensje van Keulen Beeld Marie Wanders
Mensje van KeulenBeeld Marie Wanders

Na de dood van uw geliefde Bobbie schrijft u in uw dagboek: ‘Ik wil geen huisdier meer, ik wil het verdriet om het einde niet meer.’

‘Maar ja, dan komt er toch weer een. Het is saai zonder. Als je thuiskomt en er komt zo’n beestje naar de deur, zo’n warm klein dier op schoot dat spint... niets troostrijkers dan dat.’

Is het diepe rouw als een huisdier overlijdt?

‘Je voelt je verlaten want het is een huisgenoot. Als ik denk aan mijn vorige Bosie en de oerkreet die hij gaf toen hij stierf. . . die vergeet ik nooit meer. En dan zit je in zo’n kantoortje van een crematorium alleen maar te snikken en te snikken. Alleen mensen die daar ook komen om iets te brengen, snappen het en laten je met rust. Maar een ander zal zeggen: dat wijf is gek. Laat ze me maar gek vinden, het zal me een zorg wezen.’

Wat gaat u doen deze zomer?

‘Ik heb toegezegd mijn dagboeken uit te tikken. De eerste dertig schriften sinds 1976 zijn al uitgegeven (Alle dagen laat en Neerslag van een huwelijk, red.). Nu de rest nog. Ik begin er met tegenzin aan, want je beleeft alles nog een keer en ik schrijf liever fictie. Maar ja, weggooien doe je ook niet. En er zijn reacties geweest van jonge vrouwen die er wat aan hadden.’

En wat was de reactie van uw ex-man?

‘Ik denk niet dat hij het heeft gelezen, hij woont in Frankrijk. Ik heb nooit mensen beledigd. Ook hierin niet. Maar het huwelijk was zoals het was.’

U gaat deze zomer niet weg?

‘Mijn zus woont in Spanje en ik heb haar bijna twee jaar niet gezien. Dus daar gaan we naartoe. Mijn zoon of mijn buurvrouw past dan op Bosie. Hij wordt dan wat sip op den duur. En ik mis hem zeer als ik weg ben. Ja, eigenlijk elke dag.’

null Beeld Atlas Contact
Beeld Atlas Contact

Mensje van Keulen: Het kattentheater. Atlas Contact; 192 pagina's: € 19,99.

Heikele kwesties, lastige vragen

De gevoeligheden van deze tijd leveren ook volop discussie op in de literaire wereld. We leggen onze geïnterviewde schrijvers wekelijks wat lastige vragen voor.

Zou u uw werk door een sensitivityreader laten lezen?

‘Nee, dat vind ik onzin. De uitgeverij belde mij er onlangs over. Mijn laatste drie romans werden uitgegeven in een omnibus, vanwege dat vijftigjarige schrijverschap. In die drie romans schijnt twee keer het n-woord voor te komen. Toen zei ik: wat, neuken, mag dat niet? Maar een van mijn personages zegt in De laatste gasten: ‘Het is hier in het pension net tien kleine negertjes.’

‘Of ik het eruit wilde halen. Maar nee, dat doe ik niet, ik ga daar niet ‘tien kleine zwarte mannetjes’ van maken. Het is een kinderboekje dat zo heette. Het personage zegt dat. Dan kan ik dat toch niet veranderen? Als het past in een verhaal zie ik niet waarom ik die vrijheid niet zou hebben. Ik sta voor totale vrijheid, zolang niemand letterlijk wordt gemarteld.

‘Ik hoop dat dit een tussenfase is. Want alles is nu zo hard tegen hard. Racisme lijkt op alle fronten te ontstaan, het verwijt naar alles wat wit is. Ik vind die twee woorden wit en zwart ook naar. Omdat ze te hard zijn. Bij blank heb je gradaties, bij donker heb je gradaties, er zit van alles tussen. Ik ben niet wit, eerder beige, roze, gelig. Dat is iets dat me stoort qua taalgevoel.’

Maar ‘tien kleine negertjes’ kan toch niet meer?

‘Het is op zich een vrolijk boekje. En god, jee, natuurlijk hebben ze gelijk en mogen ze tekeergaan. Maar almaar roepen dat je van slaven afkomt, ik weet niet of dat helpt. Het kan averechts werken.

‘In Afrika zijn stammen die elkaar uitmoorden, net zoals ‘witten’ hier elkaar uitmoorden. Menselijke eigenschappen horen bij iedereen. Of je aardig bent, van dieren houdt of een moordenaar bent, noem maar op. Daar maakt kleur geen enkel onderscheid in.’

Wat vond u van de ophef rond de vertaling van Amanda Gorman?

‘Ik had de beste vertaler genomen. Een dichter als Marieke Lucas Rijneveld had er vervolgens met een poëtisch oog naar kunnen kijken. De kleur maakt werkelijk niet uit. Vertalen is een vak. Je laat de visboer ook geen boek recenseren. Hoewel dat nog best interessant zou kunnen zijn.’

Gebruikt u ‘hen’ in uw boeken voor non-binaire personen?

‘Nee, ik vind niet dat ik verplicht ben zo’n raar woord te gebruiken. ‘Hen’ zie ik als een meervoud. Al dat groepsdenken en onderscheid maken irriteert. Nu ben je eerst dat etiket en daarna pas wie je bent. Dat is vreemd. Je bent eerst je karakter en dat wat je kunt. Je seksuele geaardheid gaat niet voor. Dat zul je waarschijnlijk pas merken als de hormonen niet meer zo jagen.’

Welk boek kan niet meer in deze tijd?

‘Een boek als American Psycho van Bret Easton Ellis, waarin de hoofdpersoon vrouwen met een nietmachine aan de grond nagelt, zal niet meer worden geaccepteerd na #MeToo. Maar ik heb het desondanks verslonden.’

Wie is Mensje van Keulen?

Mensje van Keulen werd op 10 juni 1946 geboren in Den Haag als Mensje Francina van der Steen, roepnaam Mennie. Haar eerste verhaal (Een bruiloft) werd gepubliceerd in 1969 in Hollands Maandblad. Haar debuut Bleekers zomer verscheen in 1972 en wordt tot de klassieken in de Nederlandse literatuur gerekend. Haar werk werd bekroond met de Annie Romeinprijs, de Charlotte Köhlerprijs en de Constantijn Huygensprijs. Voor haar verhalenbundel Ik moet u echt iets zeggen (2020) kreeg zij de J.M.A. Biesheuvelprijs.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden