TV-recensieHaro Kraak

Diepgang is ver te zoeken in de muziekdocumentaire over zanger Waylon

null Beeld

De ene muziekdocumentaire is een Wikipedia-pagina met bewegende beelden, de andere veel meer dan dat.

Daar stond hij dan, op een torentje, omringd door zijn krumpende gitaarvrienden, enorm Waylon te zijn. Uithaal, vingertje in de lucht, blik in de camera. De enige rockster van de avond deed wat van hem verwacht werd: zich in het zweet rocken.

In dat middelpunt wilde Willem Bijkerk al van jongs af aan staan. In de documentaire Het verhaal van...Waylon, afgelopen week twee keer te zien op NPO 3, vertelde Carlo Boszhard dat Waylon als jongetje een brief naar Telekids stuurde of hij alsjeblieft iets mocht komen zingen. Met cowboyhoed op zong Young Waylon, zoals hij toen heette, Harry de Hengst (‘Harry is de schrik van elke cowboy’).

De AvroTros-documentaire was een Wikipedia-pagina in bewegende beelden. Alleen de bekende feiten werden opgesomd. Ja, het ging over zijn tijd als kindsterretje, maar over zijn jeugd of podiumdrang werd haast niets verteld. Ja, we zagen een fragmentje van Waylon die op zijn 21ste mocht optreden met zijn grote held Waylon Jennings, een jaar voor diens overlijden, maar wat die vriendschap met zijn leermeester werkelijk inhield, bleef onduidelijk.

De botsing met Ilse DeLange en de daaropvolgende #waariswaylon-verdwijning werden natuurlijk ook aangestipt, maar waar de frictie vandaan kwam? Niets daarover. Terwijl Waylon er best openhartig over is geweest. Tijdens het schrijfproces werd hij tegengewerkt, zei hij in Brandpunt Profiel. ‘Ik kom de volgende ochtend de studio in en het liedje is afgeschreven, zonder mijn bijzijn.’ Of hij het een beetje als Johnny Cash kon inzingen.

Terwijl Waylon in Lissabon Outlaw In ’Em zong (de uitslag was nog niet bekend toen de deadline van dit stuk verstreek), begon op Canvas een documentaire over een van zijn andere helden. De nieuwe tweedelige HBO-film Elvis Presley: The Searcher, volgende week is deel twee te zien, illustreerde hoe je wél een goede muziekdocu maakt. Zelfs als de makers samenwerkten met de beheerders van Elvis’ nalatenschap, die dus ook zeggenschap hadden.

Regisseur Thom Zimny, bekend van documentaires over Bruce Springsteen, koos niet zomaar voor een chronologische vertelling, maar zette spanning op het materiaal door als uitgangspunt de Comeback-Special te nemen, het tv-concert in 1968, toen Elvis zeven jaar niet had opgetreden en bloednerveus was of hij zijn carrière nieuw leven in kon blazen.

Nog een slimme keuze: alle experts, betrokkenen en intimi onder wie Tom Petty, Bruce Springsteen en Priscilla Presley kwamen niet als pratende hoofden in beeld, zoals in vrijwel elke muziekdocu, maar waren alleen te horen. De film bestond voor vooral uit archiefmateriaal, waardoor de muziek en het tijdsbeeld ultiem tot hun recht kwamen.

Behalve nooit eerder vertoonde beelden, onthulde de film niets nieuws over Elvis. Maar de bekende feiten - de armoede thuis in Tupelo, de sterke band met zijn moeder, de blanke jongen die van zwarte muziek hield, de wiegende heupen die het publiek horendol maakten - werden zo fijn geduid en in hun tijd geplaatst dat de documentaire uiteindelijk over veel meer dan een rockster ging.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden