Diepe weemoed van het Politie Orkest

Van de Ethiopische populaire muziek drong jarenlang weinig door in het buitenland. De achterstand wordt goedgemaakt met de fraaie cd-serie 'Ethiopiques', waarvan de eerste vier delen zijn verschenen....

SAMEN MET koning Bhumibol van Thailand - een niet onverdienstelijke jazzklarinettist - hoort Tafari Makonnen, alias Ras Tafari, tot de weinige figuren van koninklijken bloede die een rol opeisen in de lichte muziek van deze eeuw.

Ras Tafari, ofwel keizer Haile Selassie, verdient zijn plaats in de muziekencyclopedieën door zijn rol als schutspatroon van de Rastafarians en daarmee van de Jamaicaanse reggae - een genre dat ver van 's keizers troon in Ethiopië tot bloei kwam en waaraan hij in praktische zin, zoals het een goddelijke inspirator betaamt, part noch deel had. Maar wie dacht dat de negus daarmee een louter passieve rol in de muziek heeft gespeeld, vergist zich.

In de toelichtingen bij de cd-serie Ethiopiques, waarvan onlangs de eerste vier delen verschenen, wordt een fascinerend beeld gegeven van de muzikale ontwikkelingen in het enige Afrikaanse land dat nooit een kolonie was (Mussolini's ongelukkige avontuur in 1935-1941 uitgezonderd).

De conceptie van de populaire muziek in Ethiopië is volgens Francis Falceto, de samensteller van de serie, tamelijk nauwkeurig te dateren. Ze valt zo ongeveer samen met de dag in 1924, waarop de jonge Ras Tafari op diplomatieke reis in Jeruzalem een brass band hoort en het orkest van voor de genocide in hun land gevluchte Armeniërs overhaalt naar Ethiopië te komen, waar de exotische bezienswaardigheid al snel promoveert tot officieel staatsensemble.

Leider van het orkest is Kevork Nalbandian (de latere componist van het Ethiopische volkslied) en als zijn neef Nerses Nalbandian hem achterna reist naar Addis Abeba om daar met zijn 'moderne' inzichten een sleutelpositie in de nog prille platenindustrie te verwerven, is het fundament voor de bloei van de Ethiopische populaire muziek gelegd.

Haile Selassie verklaart de muziek tot een staatsaangelegenheid. Muziekuitvoeringen zijn in handen van de Imperial Body Guard Band en het Police Orchestra, die fungeren als kweekvijvers van muzikaal talent. Dankzij een muziekminnende politiechef genieten ze in artistieke zin overigens meer vrijheid dan hun namen doen vermoeden.

De overzichtelijke spelregels worden verstoord, als de keizer in de jaren zestig aan gezag begint in te boeten. Selassie ziet Addis Abeba veranderen in een moderne metropool, compleet met transistorradio's, Afro-kapsels, spijkerbroeken en de Pil.

Het is in dit klimaat dat de 24-jarige Amha Eshete in 1969 iets gewaagds onderneemt: hij besluit het staatsmonopolie te negeren en begint een eigen platenmaatschappij. Zijn eerste platen laat hij persen in Griekenland en India, want dat is 'dichtbij en goedkoop'. Eshete wordt geen haar gekrenkt, de Gouden Era van de Ethiopische muziek kan beginnen. Uit de staatsensembles komen nieuwe bands voort, die zich laten inspireren door rhythm 'n' blues en jazz en die vermengen met Ethiopische tradities.

De bloeitijd duurt maar kort: van 1969 tot circa 1975, als de duistere jaren beginnen onder de marxistische junta, die de 'Ethiojazz' bijna letterlijk de nek omdraait. In die paar jaar is echter zoveel goede muziek opgenomen, dat Falceto er om te beginnen tien cd's mee denkt te kunnen vullen.

Ethiopiques is een ontdekkingsreis. Falceto traceerde zangers, bandleiders en componisten wier muziek zelden of nooit buiten Ethiopië te horen was. Aanvankelijk niet omdat de platen alleen voor de binnenlandse markt waren bestemd, later als gevolg van de verstikkende junta, waardoor veel muzikanten eindigden als anonieme bannelingen in de USA.

Het gevolg was dat Ethiopië in de jaren tachtig niet mee kon profiteren toen muziek van het Afrikaanse continent in het Westen populair werd. Alleen de lp Ere Mela Mela van Mahmoud Ahmed drong in 1986 in Europa door; met zijn slepende, op vreemde toonschalen gebaseerde soulvariant verwierf de plaat een cult-status die nog altijd niet is verbleekt.

Pas nu, na tien jaar speurwerk, kan Falceto een overzicht presenteren van deze in de schaduw gebleven muziek. Het resultaat is spectaculair. Vooral het eerste en derde deel van Ethiopiques bevatten zo veel onweerstaanbare, van stijlvolle passie en diep verlangen doortrokken muziek, dat je je afvraagt hoe al dit moois zo lang onbekend kon blijven.

Ethiopië blijkt eind jaren zestig een eigen vorm van funk en r & b te hebben ontwikkeld, die klinkt als een verre, donkere variant van de Memphis-soul, gekruid met bedwelmende Afrikaanse specerijen. Zangers als Muluken Mellesse, Seyfu Yohannes en Tlahoun Gessesse wedijveren met Mahmoud Ahmed in gepassioneerdheid. De arrangementen zijn soms wonderlijk avontuurlijk, met diep brommende bassaxen en buitelende space-orgeltjes à la Sun Ra.

De tenorsaxofonisten vormen een hoofdstuk apart. Tewodros Meteku, Fekade Amdemeskel en Tesfa Maryam Kidane zijn namen om met gepast respect uit te spreken. Ze beschikken over een diep en koninklijk geluid, en spelen weemoedige lijnen die in lange spiralen worden vervlochten.

Als iets de muziek van Ethiopiques typeert, dan is het misschien de sensatie van een steeds net bedwongen extase. De druk loopt gevaarlijk op, maar de discipline van de Imperial Body Guard zit kennelijk heel diep.

Pas in de jaren negentig ontstaat in Addis Abeba een vrijere, brutalere muziek, zoals te horen is op de tweede cd. Spleen maakt plaats voor ironie, liefdespoëzie wijkt voor snelle grappen over Romario en Cantona.

Ethiopië schudt het verleden van zich af, maar het stemt dankbaar dat Francis Falceto nog één keer om heeft gekeken en deze verwaarloosde schatten heeft gered.

Ethiopiques 1: Golden Years of Ethiopian Modern Music 1969-1975. Buda Musique 82951-2. 2: Tètchawèt. Urban Azmari's of the 90's. Buda Musique 82952-2. 3: Golden Years of Ethiopian Modern Music 1969-1975. Buda Musique 82963-2. 4: Ethio Jazz & Musique Instrumentale. Buda Musique 82964-2 (import AMG, Zwolle).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden