Die hagedissen stappen niet zomaar 'uit' het welbekende Escherpatroon

Je ziet het pas goed van dichterbij. Wieteke van Zeil over opmerkelijke en veelbetekenende bijzaken in de beeldende kunst. Deze week: hagedissen.

Op een bepaalde manier zijn kunstenaars altijd goochelaars geweest: ze spelen met de waarneming van hun publiek. Soms zo gewiekst dat je denkt dat een afgebeeld figuur in jouw ruimte staat. In een geestig 19de-eeuws schilderij van de Spaanse kunstenaar Pere Borrell del Caso komt een jongetje de schilderijlijst uitstappen met een blik van ‘riep iemand mij?’ Die lijst erbij is natuurlijk de grap; het jongetje breekt door het kunstwerk heen.

Een trompe-l'oeil waarbij een jongen uit de lijst van een schilderij kruipt. Beeld Pere Borrell del Caso, Escaping Criticism, 1874, Banco de España Madrid

Maar trompe-l’oeil krijgt een extra dimensie in kunst waar juist platte patronen de hoofdrol spelen. Tot de leukste ‘oogbedriegers’ behoren de Romeinse vloermozaïeken met vissenkoppen, halve garnalen, botjes, stukjes groente en zelfs een muisje dat aan het ‘van tafel gevallen eten’ knaagt. In het zichtbare mozaïekpatroon wordt een illusie opgeroepen, en dat al in de 1ste en 2de eeuw na Christus.

Vloermozaïek waarop etensresten zijn afgebeeld alsof ze van tafel gevallen zijn. Beeld 'Ongeveegde vloer' - Romeins mozaïek, 2de eeuw, Vaticaanse Musea

Escher was geweldig in vlakvullende kunstwerken; patronen herhalen en veranderen geleidelijk. Het opgevulde vel heeft iets geruststellends, als een mandala of een doorgaand ritme in een muziekstuk. Het is er, overal, je kunt je gedachten er als het ware inhangen. Ze werken als de lijstjes en bullet journals waar we nu zo dol op zijn: de abstractie geeft houvast. Zoals de eeuwenoude tegels in de Alhambra in Granada met eindeloze kleurige geometrische patronen.

In een patroon veranderen vogels en een Hollands landschap in hun negatief. Beeld M.C. Escher, Dag en Nacht, houtsnede, 1938, The M.C. Escher Company

Maar dit detail ontsnapt aan het ritme. Twee hagedissen stappen ‘uit’ het welbekende Escherpatroon, in dit geval een in elkaar hakend geheel van hagedissen die in zeshoeken verdeeld zijn. Ze kruipen over de rand als een salamander die zijn eerste levensfase aflegt. Escher laat zijn werk op hol slaan, alsof het op je eigen bureau plaatsvindt. Hij is de goochelaar die ons even iets doet geloven.

De hagedissen – ze lijken meer minikrokodillen – marcheren in een rondje over de bureauspullen en glijden dan rustig weer terug in hun patroon. Over die spullen wilde Escher zelf weinig zeggen, hij schijnt zich nogal verwonderd te hebben dat mensen er allerlei interpretaties aan gaven. Er ligt bijvoorbeeld een pakje met ‘Job’ erop, waarbij je kunt denken aan het Bijbelboek Job. Maar Escher merkte nuchter op dat dat gewoon een merk sigarettenvloei was. Kan zijn, maar jammer voor de kunstenaar: de kijker kan er meer in zien. Misschien wel meer dan de kunstenaar bedoeld heeft. Mij kun je bijvoorbeeld niet wijsmaken dat die geometrische spullen én het natuurboek er zomaar liggen: dit werk gáát over het verschil tussen werkelijk en abstract. Als je dan een dierenboek op tafel legt, een tekendriehoek en een – deze moest ik opzoeken – dodecaëder, het object met twaalf vijfhoekige vlakken, dan zit er toch meer samenhang in. Die lucifers, de cactussen en de Job-vloei; het zal ongetwijfeld willekeurig van zijn bureau zijn nagetekend. Maar als je het losbreken van de hagedissen samen ziet met de scherpe cactussen (symbool voor overleven in droogte), en de vloei die al dan niet per ongeluk naar het beroemdste verhaal over menselijk lijden in de geschiedenis verwijst, én bedenkt dat hagedissen in oude culturen werden geassocieerd met strijd, wedergeboorte en het noodlot, dan valt toch op zijn plek dat Escher dit maakte in 1943 – ver in de grote wereldoorlog, nog zonder uitzicht op een einde.

Volg Wieteke op Instagram: @artpophistory

De interactieve Escher-documentaire van de NTR staat nu online

M.C. Escher, Reptielen. 1943, litho48,5 x 53,7 cm, t/m 28 oktober te zien in het Fries Museum Leeuwarden.

Beeld RV
Beeld RV

Aanvullingen en verbeteringen
In een eerdere versie werd een dodecaëder beschreven als een object met twaalf zeshoekige vlakken. Dat moet zijn, zoals ook op de litho van M.C. Escher te zien was: vijfhoekige vlakken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.