'Die doppen zijn geen vuilnis. Het is werkmateriaal'

De Ghanese kunstenaar El Anatsui ( 72 ) maakt weergaloze sculpturen van oude flessendoppen. Hoewel hij exposeerde in de grootste musea, wordt zijn werk nog vaak 'Afrikaans' genoemd. Tot zijn ongenoegen.

El Anatsui in de Prince Claus Gallery in Amsterdam Beeld Erik Smits

Zeg niet dat El Anatsui Afrikaanse kunst maakt. Hij is Afrikaan, jazeker, en hij is kunstenaar, zijn hele leven al. Hij woont en werkt in Afrika, maar Afrikaanse kunst, zegt hij beslist, is net zoiets als Nederlands voetbal. 'Er bestaat geen Nederlands voetbal of Duits voetbal. Voetbal is voetbal. Nederlandse kunstenaars maken geen Nederlandse kunst. Ze maken kunst.'

Niet alle voetbalfans en kunsthistorici zullen zijn mening delen. In kunstkringen woedt al decennialang een discussie over de vraag of je op hedendaagse, niet-westerse kunst een geografisch etiket mag plakken. Het werk van de 72-jarige Ghanees krijgt nog vaak het predikaat 'Afrikaans' al is het de galeries en musea voor etnische kunst ontstegen. El Anatsui draait mee in het mondiale circuit van hedendaagse kunst. Zijn werk was te zien in Tate Modern in Londen, op de Biënnale van Venetië, in het Parijse Centre Pompidou, het Brooklyn Museum en het Metropolitan Museum of Art in New York. In de Prince Claus Fund Gallery in Amsterdam heeft hij nu zijn eerste solotentoonstelling in Nederland.

Wandsculpturen

Sinds eind jaren negentig maakt El Anatsui reusachtige draperieën die in sculpturale plooien over de muur golven. De zacht glanzende werken, met grote zilver- of goudkleurige vlakken, hebben van een afstandje een luxueuze, soms zachte uitstraling. Van dichtbij bezien blijken de wandsculpturen niet gemaakt van kostbaar, weelderig textiel, maar van metalen flessendoppen en de aluminium wikkels van flessenhalzen. Met metaaldraad (en engelengeduld) zijn de tienduizenden stukjes metaal aan elkaar genaaid. Van Sydney tot New York is het publiek ondersteboven van het contrast: weergaloze schoonheid die tevoorschijn komt uit afgedankte rommel.

De tegenstelling tussen de grandeur van de sculpturen en de nederigheid van het basismateriaal is door kunstcritici geregeld gebruikt om werk van El Anatsui als Afrikaans te bestempelen. Want is Afrika niet het continent waar kinderen spelen met autootjes van plastic flessen, waar keukengerei wordt gefabriceerd van gebruikte tonijnblikjes, nieuwe schoenen van oude autobanden? Tijdens een gesprek in de Prince Claus Fund Gallery schuift El Anatsui de rubricering vriendelijk maar beslist terzijde. 'Ik ben er steeds weer verbaasd over. Je kunt namelijk álle beschikbare materiaal gebruiken om kunst te maken. Daar is geen limiet aan, en dat is ook niet typisch Afrikaans. Die doppen zijn geen vuilnis. Het is werkmateriaal.'

El Anatsui, Meyina

Curator: Bisi Silva.
t/m 28/4 in de Prince Claus Fund Gallery, Amsterdam.

Eind jaren negentig vond de kunstenaar in zijn Nigeriaanse woonplaats Nsukka, waar hij in 1975 naartoe verhuisde, bij toeval een zak capsules van drankflessen. Ze werden ingezameld en omgesmolten tot pannen. El Anatsui zag de mogelijkheden van het materiaal, ging op zoek naar meer en werd in korte tijd een geduchte concurrent van de pannenindustrie. 'Ik heb altijd gewerkt met spullen die al een leven achter de rug hebben, en niet alleen uit financiële overwegingen. Jarenlang heb ik sculpturen gemaakt van gebruikt hout, zoals oude deuren. Door dat hergebruik breng je een verbinding tot stand met mensen die ditzelfde materiaal ooit hebben aangeraakt.' Dus ook met de drinkers die al die flessen hebben geleegd? Lachend: 'O ja, ook met hen. Elke dop staat voor een leeggedronken fles. Ik heb zelf ook een beetje meegedronken, samen met mijn assistenten. Er is interactie geweest, dat telt.'

Hij blijft erop hameren bij zijn studenten in Nsukka, waar hij les geeft aan de kunstacademie: 'Je hebt niet per se olieverf en canvas nodig voor een schilderij. Je hebt niet per se marmer of brons nodig om een beeld te maken. Ik moedig studenten aan te werken met beschikbaar materiaal, wat dat ook is.'

Ghanese kunstacademie

Worden in hedendaagse westerse kunst inmiddels alle mogelijke materialen toegepast, dat was niet wat El Anatsui leerde tijdens zijn opleiding in de jaren zestig aan een Ghanese kunstacademie. 'Ik kreeg voor het eerst kunsthistorische boeken onder ogen. De beeldhouwwerken op de foto's waren altijd van marmer of brons. Het waren westerse boeken, we volgden een westers curriculum. Maar in Afrika werden vanouds totaal andere media gebruikt om beelden te maken: hout, leer, spijkers, boombast, alles wat in de buurt voorhanden was. Alleen, de voorwerpen die daarvan werden gemaakt, zag men niet als kunstobjecten. Een beeldhouwwerk moest van marmer of brons zijn, anders mocht het geen kunst heten. We leerden dat kunst in de eerste plaats Europese kunst was.'

Met een aantal jonge geestverwanten maakte hij zich los van het westerse verhaal om zijn eigen weg te zoeken. Hij vond zijn persoonlijke, abstracte beeldtaal in Afrika zelf. 'Ik raakte geïnteresseerd in een verzameling Afrikaanse symbolen die ik ontdekte in een cultureel instituut. Ze werden wel als cultuur, maar niet als kunst aangemerkt.

Op de academie hadden we net de leerstof over de Europese Renaissance afgesloten. Giotto, Michelangelo, Rafael en al die anderen schilderden wat het oog kon zien, herkenbare afbeeldingen. Die Afrikaanse symbolen stonden voor abstracte begrippen, zoals veelzijdigheid of de alomtegenwoordigheid van God. Dat vond ik interessanter en van daaruit ben ik werk gaan maken.' Nog altijd, zegt hij, bewondert hij kunstenaars die abstracte begrippen als uitgangspunt nemen. Hij noemt de Amerikaanse kunstenaar James Turrell en de Brits-Indiase beeldhouwer Anish Kapoor.

Hoe veelzijdig zijn beeldtaal is, wordt duidelijk in de Prince Claus Fund Gallery. Sommige werken roepen associaties op met Afrikaanse weefpatronen - El Anatsui's vader was wever. Andere motieven doen denken aan uitvergrote pixels of byzantijnse mozaïeken die niets met het continent te maken hebben. Goede kunstwerken, zei hij ooit, laten iets los over hun herkomst, maar reiken verder dan dat. In enkele oudere werken van hout is de cadans al aanwezig die is terug te zien in zijn doppensculpturen. Speciaal voor de expositie maakte El Anatsui een aantal nieuwe stukken, aangepast aan de afmetingen van de galerie. Zijn grotere sculpturen - hij spreekt nooit van wandkleden - passen hier niet, ze zijn gemaakt voor monumentale muren met een oppervlakte van vele tientallen vierkante meters.

Fish and Fading Memories van El Anatsui op de biënnale in Venetië, 2007 Beeld El Anatsui

Arte povera

Een film gemaakt in zijn Nigeriaanse atelier laat zien hoe arbeidsintensief de productie is. Een legertje assistenten doet niets anders dan doppen en capsules platslaan en aan elkaar zetten met metaaldraad. De zo gefabriceerde 'lapjes' worden onder het oog van de meester uitgelegd op de vloer en door hem gecomponeerd tot reusachtige, hangende installaties. Hoe het werk wordt opgehangen, laat hij over aan curatoren. Musea en galeries zijn onderdeel van het artistieke proces, meent hij. Door de afmetingen en de stugge plooien is het effect sowieso sculpturaal.

Werk van El Anatsui is weleens vergeleken met arte povera, een kunststroming uit de jaren zestig met installaties van eenvoudige materialen. Er zijn parallellen getrokken met het werk van de Oostenrijkse symbolistische schilder Gustav Klimt, die kleine kleurvlakken schilderde, vaak met een goudkleurige achtergrond, om een groter beeld op te bouwen en met de Amerikaanse pop-art kunstenaar Robert Rauschenberg, die gebruikte materialen toepaste of met diens landgenoot Frank Stella, vanwege zijn abstracte, grafische kleurvlakken. Het zijn pogingen zijn werk te meten naar de maten van de westerse kunstcanon, meent hij. 'In Afrika of Azië gebeurt van alles op kunstgebied, al decennialang, maar die ontwikkelingen worden niet altijd opgepikt in Europa en de VS. Gelukkig is dat aan het veranderen.'

De laatste jaren lijken vooral Chinese kunstenaars aan te treden op het mondiale podium van hedendaagse kunst. Waar blijven de Afrikanen? Ze zijn onderweg, zegt El Anatsui. 'In heel Afrika vind je hoogwaardige hedendaagse kunst. Steden als Lagos, Accra, Dakar, Kinshasa en Caïro hebben vitale kunstpodia. Dit dringt nog niet altijd door in het Westen, maar dat is een kwestie van tijd.'

Metalen gordijn

El Anatsui werd in 1944 geboren in Anyako, in het oosten van Ghana, als jongste van 32 kinderen die zijn vader had bij een paar vrouwen. Na zijn kunstopleiding in Kumasi, Ghana, vestigde hij zich in 1975 als docent in de Nigeriaanse stad Nsukka, waar hij nu nog woont. Hij verwierf bekendheid met een installatie in Venetië tijdens de biënnale van 2007. Dit werk, Fresh and Fading Memories, bedekte als een metalen gordijn een deel van het Palazzo Fortuny. In 2009 ontving hij de Prince Claus Award. Van de Biënnale in Venetië kreeg hij in 2015 de Golden Lion for Life Time Achievement. Vorig jaar benoemde Harvard University hem tot eredoctor.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden