ReportageParasite

Die akelige kelderwoningen in de film Parasite zijn toch zeker fantasie? Was het maar waar

Het kelderappartement van de familie Kim in Parasite.

Volkskrant-correspondent Jeroen Visser ging op reportage in Seoul, op zoek naar de inspiratiebronnen van Bong Joon-ho’s meesterwerk.

Als je niet wist dat ze er waren, zou je er zo aan voorbijlopen. Alleen wie naar beneden kijkt, ziet ze: de kleine geblindeerde ramen met tralies ervoor, die net boven de grond uitkomen. Zo nu en dan schijnt een zwak licht door de ramen; het enige teken dat er daar beneden iemand woont.

De Koreaanse hoofdstad Seoul wemelt ervan: de banjiha; ‘semi-ondergrondse appartementen’ met ramen op enkelhoogte, waarin traditioneel de minst bedeelden wonen. Deze kelderwoningen zouden deze pagina’s nooit hebben gehaald, ware het niet dat ze een prominente rol vervullen in de succesfilm Parasite van de Zuid-Koreaanse regisseur en scenarioschrijver Bong Joon-ho. In de film, die al meerdere prijzen won en op 9 februari meedingt naar de Oscar voor Beste film, infiltreert de straatarme familie Kim vanuit hun kelderwoning in Seoul de villa en het leven van de welvarende familie Park.

In de openingsscène blijft de camera even nadrukkelijk hangen op straatniveau, om daarna af te dalen naar de smoezelige kelder van de Kims. Hier lopen de kakkerlakken op tafel, drogen de sokken aan de waslijn slechts met moeite en moeten zoon en dochter Kim in het toilet op zoek naar een gratis wifi-signaal. Later in de film wordt het allemaal nog erger, als de wijk door zware regenval overstroomt en het water door de wc de woning binnen stroomt – tot borsthoogte aan toe.

Overdreven? Nee hoor. Bij een grote overstroming tien jaar geleden liepen in Seoul meer dan negenduizend kelderwoningen onder water.

Seoul telt meer dan driehonderdduizend banjiha, gebouwd vanaf begin jaren zeventig, toen het land een stormachtige economische groei beleefde van gemiddeld 10,6 procent per jaar. Horden arbeiders vertrokken van het platteland naar de stad, op zoek naar werk  én een plek om te wonen. ‘Handige projectontwikkelaars begonnen souterrains toe te voegen’, aldus hoogleraar architectuurgeschiedenis Park Cheol-soo van de Universiteit van Seoul. ‘Het betekende een kleine toename in de bouwkosten, maar de extra woning kon gegarandeerd aan een arbeidersfamilie verhuurd worden.’

Volgens professor Park verwijst de film op een subtiele manier naar deze voorgeschiedenis. Zo spreekt vader Kim het dialect van de streek waar veel van de arbeidsmigranten vandaan kwamen. ‘Zijn kinderen doen dat niet, zij proberen hun afkomst te verhullen.’

Regisseur Bong noemde de kelderwoning in een interview met de Volkskrant, vorig jaar zomer, naast ‘typisch Koreaans’ ook een ‘ontroerende vorm van architectuur’. ‘De half ondergrondse woning is nauw verbonden met het thema van de film. De bewoners leven net niet helemaal onder de grond. Ze kunnen nog dieper zakken, een angst die reëel is, maar ze hebben ook nog de hoop om vooruit te gaan in het leven, naar een woning boven de grond.’

De kelderwoningen, waar zo’n 300 euro per maand huur moet worden betaald, worden tegenwoordig vooral bewoond door jongeren of ouderen. Starters en studenten hebben door de lage lonen en hoge huizenprijzen vaak geen andere mogelijkheid en onder Koreaanse ouderen bestaat relatief veel armoede. Bijna de helft van de 65-plussers leeft onder de armoedegrens, mede door een gebrekkig pensioensysteem.

Voorzichtig steunend op haar wandelstok gaat de 88-jarige Kim Pil-soon voor in haar kelderwoning in de wijk Eungam, in het westen van de stad. Kim, met piekerig grijs haar, woont alleen in het vier kamers tellende appartement. De meeste tijd brengt ze door in haar slaap- annex tv-kamer, die nu oplicht door een Koreaans kostuumdrama.

Mevrouw Kim Pil-soon (88) in haar kelderwoning in de wijk Eungam, in het westen van Seoul.Beeld Woohae Cho
Kim Pil-soon (88) in haar slaapkamer. Beeld Woohae Cho

Kim neemt plaats op het blauw-roze zeil in de woonkamer en biedt mandarijntjes aan. In de hoek knippert het rode licht van de rijstkoker. Een kam hangt met een koordje aan de wandspiegel.

Kim, wier man jong overleed, handelde vroeger in medicinale kruiden. ‘Decennia geleden’, nadat de kinderen het huis uit waren, kocht ze deze woning van haar spaargeld. Ze heeft geen pensioen, maar ook niet veel kosten, vertelt ze. Een van haar beide dochters helpt elke ochtend met boodschappen en koken. Een van haar drie zoons, die buschauffeur is, doet de klusjes in huis.

De buurt werd twee jaar geleden getroffen door een overstroming, maar het huis van Kim lag net hoog genoeg en had geen waterschade. Wel heeft het wijkbestuur voor de zekerheid aluminium platen voor de ramen bevestigd. Hierdoor zijn de woningen beter beschermd tegen het water, maar is het extra donker geworden. Dat vindt Kim niet erg, zegt ze. ‘Ik heb er geen last van. Als het niet te koud is, maak ik twee keer per dag een ommetje.’

De woning van Kim vertoont overeenkomsten met die van de familie Kim in Parasite. Ook hier is het donker en een beetje smoezelig. En ook Kim heeft zo’n verhoogde wc, waaronder een septische put zit. Maar wat vooral opvalt is de geur: muf, alsof er lange tijd geen raam open heeft gestaan.

Die kelderwoninggeur speelt een belangrijke rol in Parasite. Halverwege de film valt het dochter Park Da-song op dat het nieuwe huispersoneel een bepaalde geur met zich meedraagt. Als vader Kim zint op een manier om die kwijt te raken, omdat die hen kan verraden, zegt zijn dochter: ‘Het is de keldergeur. Die gaat niet weg tenzij we hier weggaan.’

De banjiha van de Kims bestaat niet echt. Het huis en het stuk straat werden vanwege de overstromingsscène nagebouwd in een enorme tank in de studio. Veel buitenscènes werden wel in Seoul gefilmd. In de wijk Ahyun bijvoorbeeld, een oude stadswijk die is gebouwd op de flank van een heuvel. Het is een typische kelderwoningwijk. Een wirwar van elektriciteitsdraden loopt hier door de nauwe, slecht verlichte straten en steegjes van wat ooit een wijk voor de groeiende middenklasse was. Nu zitten er tandeloze oudjes op straat, terwijl achter hen het afval zich tegen een muur ophoopt. Her en der liggen lege drankflessen op straat. De schone en blinkende straten van het luxe Gangnam, waar toeristen hopen een K-popster te spotten en de rijken hun inkopen doen, is hier ver weg.

De voordeur van een van de vele kelderwoningen in Seoul.Beeld Woohae Cho

Ahyun is  een wijk die op den duur ‘ontwikkeld’ moet worden: oftewel volgeplempt met het type woontorens waarin de meeste Koreanen tegenwoordig willen wonen. Sociale mobiliteit betekent hoger gaan wonen: ofwel in een flat, ofwel in de villawijken in de heuvels.

Het stadsbestuur doet het minimale om dit soort arme wijken leefbaar te houden. Ook in Parasite, dat geen hoopvol toekomstbeeld schetst voor de armen, ligt het huis van de Kims in een stedelijk afvoerputje.

Hoewel Bong een universeel thema behandelt, is Parasite ook een commentaar op het moderne Zuid-Korea. ‘We zijn een enorm rijk land, met K-pop en alles’, aldus Bong. ‘Maar de ladder van arm naar rijk is smaller geworden. Kinderen van rijke families hebben een grotere kans om naar een goede universiteit te gaan. Dat is triest.’

Onze tour eindigt in Seongnam, een arme voorstad van Seoul met kelderwoningen die nog kleiner zijn dan die in het centrum. Makelaar Kim Bong-sun (Kim is een veel voorkomende achternaam in Korea) laat enkele ‘appartementen’ zien: hokjes van 10 vierkante meter waar je gebukt naar binnen moet. Het uitzicht betreft een ander gebouw, een meter ernaast.

Deze banjiha worden al lang niet meer bewoond door Koreanen, vertelt Kim, een nieuwe groep armen is ervoor in de plaats gekomen. Chinese migranten, veelal met Koreaanse wortels, die in de bouw werken en maar wat graag naar een kelderwoning verhuizen. Ze moeten wel een borg opbrengen van 1.800 euro. Wie dat niet kan betalen, eindigt in een van de armoedige longstaymotels in de buurt. ‘Dan zit je liever hier’, zegt Kim.

Seongma, een arme voorstad van Seoul.Beeld Woohae Cho

Meer over Bong Joon-ho en Seoel 

Met regisseur Bong Joon-ho ging Volkskrant-correspondent Jeroen Visser de aflopen zomer op verkenning door Seoel, op zoek naar de plekken die Bong inspireerden voor zijn zwarte komedie Parasite.

Volkskrant-recensent Pauline Kleijer noemde Parasite  ‘een meesterwerk’ en kende de film vijf sterren toe.

Filmredacteur Bor Beekman interviewde Bong Joon-ho in Cannes over zijn film en over hoe arm en rijk elkaar in Zuid-Korea ontlopen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden