Dichter tussen 'hardop denken en dromen'

K. Michel krijgt de VSB-poëzieprijs. 'Gedichten moeten hard en kaal zijn.'..

Van onze verslaggever Peter Swanborn

'Ik probeer altijd zo concreet mogelijk te schrijven. Het kan mij niet concreet genoeg. Gedichten moeten hard en kaal zijn. In de zin van ''hardgebakken'' door ze iets langer in de oven te laten staan.'

De dichter K. Michel (1958) krijgt, werd zondag bekend, op 8 juni de VSB-Poëzieprijs (vijftigduizend gulden) voor zijn vorig jaar verschenen bundel Waterstudies. In het tijdschrift Raster, waar Michel redacteur van is, stond in 1996 een reeks tekeningen van beeldend kunstenaar Jan Andriesse, getiteld Waterstudies met gedichten van Michel. 'Nee de titel komt daar niet vandaan', zegt hij, 'de link zit alleen in het woord. Na mijn vorige bundels Ja! Naakt als de stenen, Boem de nacht en Tingeling & Totus wilde ik een rustiger titel. Een titel die niets hoeft te bewijzen. Het was bovendien een woord dat al zo lang in een van mijn notitieboeken stond.'

Michel pakt de schriften die hij gebruikt voor het dagelijkse notitiewerk. Ze staan vol met losse woorden en regels, maar bevatten ook de meest uiteenlopende knipsels. Van de reclamefolders tot aan macabere foto's uit de Spaanse krant El Pais van Marokkaanse vluchtelingen die gestikt zijn in een berg gedroogde pepers.

'De basis van mijn werk vormen deze notitieboeken. Hierin staan woordjes die ik zomaar ineens fascinerend vind, zinnen die me invallen. Dat zijn allemaal mogelijkheden voor een beeld of een vergelijking. De grap is dat ik net als de meeste mensen goed kan nadenken. Een begin, een midden en een eind van een gedicht verzinnen is dus niet het probleem. Je moet echter iets hebben dat je fascineert of obsedeert, een bepaald beeld of een gevoel, iets wat geladen is. Je zoekt contact met iets wat warm of koud is.'

In aanvang ontstaat een gedicht heel intuïtief, zegt hij. 'Neem de eerste zin van het gedicht Domino: ''Er zwemt een barst door het huis''. Die stond in mijn notitieboek en opeens zie ik dat er zich bij die zin een tweede zin voegt: ''niemand die luistert''. Dan gaat er iets rollen en is het een kwestie van kijken waar dit toe leidt. Zo tast je het gedicht af. Ook als ik het overtyp op mijn ouderwetse schrijfmachine voegen zich er dingen bij en vallen er dingen af. Wat overblijft, legitimeer je aan de hand van argumenten, maar ook aan de hand van een bepaald gevoel. Het is een kruising van hardop denken en dromen.'

Michel is een geduldig dichter (drie bundels in elf jaar) en een geduldig prater: 'Ik ben vooral ook iemand die heel erg goed kan luisteren.' Michel haalt een doos tevoorschijn met oude jaargangen van het tijdschrift Aap Noot Mies. Begin jaren tachtig, ten tijde van zijn studie filosofie, gaf hij dit blaadje samen met zijn studiegenoot en collega-dichter Arjen Duinker in eigen beheer uit. Omslagen gemaakt van verknipte behangselboeken, een in het Twents geschreven verhaal over een brandende boerderij en een kortgewiekte versie van Nescio's Titaantjes.

'Zoals je ziet, ik kom van de doe-het-zelf-generatie. Poëzie schrijf ik vanaf mijn zestiende, vanaf de middelbare school. Ik heb altijd meegedaan aan blaadjes en ik heb later ook zelf veel uitgaves gemaakt, rare boekjes, kaarten, posters. Daarna kwam Aap Noot Mies. Ik zit al zo lang met dat potlood, ik weet al helemaal niet meer waarom ik het doe. Ik doe het gewoon.'

Het woord symbool doet K. Michel inwendig vloeken. 'Een symbool is inwisselbaar. Ik zeg liever ''dit is dat'' dan ''dit is als dat''. Het gaat mij niet om wat iets betekent, maar om wat iets is. Als ik over water schrijf, wil ik dat mensen dat water voor zich zien.'

'Een fotograaf, een schilder en een filmer proberen zo intens mogelijk te kijken. Dat geldt ook voor schrijvers. In het gedicht Geval driehonderdacht heb ik het over ''boomwortels/ die op allerlei plaatsen in mijn stad de tegels/ en zelfs het asfalt omhoogdrukken in grillige drempels/ die je tijdens het fietsen doen schrikken''. Dat is toch iets wat iedereen kent. Je moet er alleen even op letten.

'In het gedicht Glas is een trage vloeistof staan de regels ''Een blik werpen is te weinig/ Goed kijken is een beweging voorover maken''. Ik werk dat beeld vervolgens uit door het over regenplassen te hebben waar je de lucht in weerspiegeld ziet. Dat voorover vallen is zo'n mooi beeld omdat je daarbij het gevoel krijgt dat je in een gat dondert, maar dat gat bevindt zich in werkelijkheid boven je hoofd. Je dreigt naar beneden te vallen terwijl je eigenlijk naar boven kijkt. Dat is prachtig en tegelijk heel simpel want iedere boerenlul kan het constateren op straat.'

'Het is heel gemakkelijk om vergelijkingen met de haren erbij te slepen omdat je in een gedicht nu eenmaal alles mag. Maar ik wil dat in een gedicht de dingen op elkaar betrokken zijn. Liefst op een manier die je niet een, twee, drie merkt. Een zekere coherentie, maar niet te opzichtig. Dat is vakwerk, handwerk. Het moet suggestief blijven. Helaas, als je gedichten op grond van hun suggestiviteit worden gewaardeerd, word je steeds vaker lastig gevallen met de vraag om het gedicht nog eens na te vertellen, maar dan wel in andere woorden. Geef je daar aan toe, dan gaat het gedicht onherroepelijk kapot.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden