Dichter bij het muzikale genie kom je waarschijnlijk niet

Reportage Paisley Park, de woning van Prince

Hier schreef hij zijn briljante platen, hier woonde hij: Paisley Park, de woon-werkstudio's van de in april overleden popheld Prince. De Volkskrant moest en zou erheen.

Het podium en de loungebanken in de NPG Music Club. Foto getty

Dat we Prince zelf zouden aantreffen, komt als verrassing. Onverwacht. Abrupt. En aan de vroege kant. De rondleiding door Paisley Park - Prince' muziekstudio, repetitieruimte, concertzaal, maar de laatste jaren toch vooral zijn woonplek - is nog geen vijf minuten aan de gang. Een gids heeft ons via de zij-ingang een voorportaal in geloodst. Kijk, heeft hij gewezen, naar een forse wanddecoratie die His Royal Badness liet aanbrengen. Te zien is een religieus aandoende hand in soft-focus waaruit een regenboog oprijst, met aan de ene kant een foto van publiek en aan de andere kant een afbeelding van de muzikant zelf. 'Symbool voor zijn verhouding tot de fans', luidt de uitleg.

En kijk, daar boven de ingang naar de volgende ruimte, is een gepaintbrushte versie van Prince' ogen te zien, met die onmiskenbaar priemende blik. De gids: 'Prince' waarschuwing aan iedere bezoeker: I'm always keeping an eye on you.'

Dan snelt hij alweer door. In zijn tuniek-achtige paarse T-shirt, het uniform voor gidsen, geïnspireerd op wat Prince zelf zoal in zijn kast had hangen (en wat op zijn postuur ongetwijfeld geraffineerd had gestaan). 'Hier voelde hij zich het meest op zijn gemak', zegt de gids, terwijl hij ronddraait in een atrium met dakkapel. Het is een van de weinige vertrekken met daglicht - van onder tot boven beschilderd in babyblauw met witte wolken en gele vogeltjes (ja, óók weer symbolisch: 'Voor eindeloze mogelijkheden en vrijheid').

En dan, zonder directe overgang: 'En dus ligt hij hier.'

Breed armgebaar naar een sokkel in het midden van de ruimte. Met daarop een speelgoedversie van Paisley Park, een kunststof maquette van het blokkendoos-achtige onderkomen. Op de eerste verdieping ligt een glimmend paars doosje.

Het is Prince

Mijn God. Het is een urn. Het is zijn as. Het is Prince.

'Dit is voor velen een emotioneel moment', zegt de gids en hij trekt een vroom gezicht boven zijn paarse T-shirt. 'Laten we daarom een minuut stil zijn.'

Mijn medebezoekers wippen op hun tenen, kijken ongemakkelijk in het rond. Ik tuur naar het paarse doosje. Onaangedaan.

Vanaf het moment dat het korte bericht in de krant stond - Paisley Park nu open voor publiek - was ik vastbesloten te gaan. Noem het gerust een inhaalactie; ik was niet Prince' trouwste fan. Reisden mijn vrienden, nichtjes en toenmalige geliefde jarenlang heel Europa af voor minstens twee optredens per tournee, ik zag er maar vier. Ik bezat niet al zijn platen, maar slechts zes. Ik las niet al zijn biografieën, maar slechts één. Ik heb zeker tien jaar lang Raspberry Beret verkeerd gezongen ('And if it was worn she wouldn't wear it much more'), voordat iemand me hardvochtig corrigeerde: 'And if it was warm, she wouldn't wear much more.'

De studio in Paisley Park net na de voltooiing in 1988. Foto Getty Images

En toch kwam zijn dood als een mokerslag. Mijn ouders waren op bezoek. Awkward moment: uitleggen dat je op je 43ste niet huilt om een bekende, maar om een popster. Prince had wel degelijk iets betekend. Al was het maar omdat er ooit een tijdperk was waarin jongens indruk op me probeerden te maken met Prince-parafernalia, me trachtten te verleiden met ellenlange colleges over B-kantjes en bootlegs. Al was het maar omdat Kiss, met die sensuele gitaaruithalen, kort aangebonden falsetstem en zwoele heupbewegingen voor een pubermeisje in Beverwijk de seksuele bevrijding ontketende. (De videoclip kon ik eind jaren tachtig alleen rustig kijken in het ongecensureerde MTV-huishouden van een vriendin met een gescheiden, werkende moeder).

En al was het maar omdat Prince de eerste was die mij de betekenis van muziek leerde: dat de vrijheid, moed, losbandigheid of excentriciteit die hij bezong, misschien niet voor mij was weggelegd - nog niet, of nooit niet - maar in elk geval voor de duur van twee keer 30 minuten vinyl van mij kon zijn, of voor de lengte van een nummer op de dansvloer.

Wat denk ik hier te zoeken? Troost? Een postume glimp van het zo koortsachtig afgeschermde privéleven van de superster? Een beter begrip van het enigma dat hij was? Dichter bij het idool komen? En moet ik dat wel willen?

Lees verder onder de video.

Zesduizend vierkante meter

Op een donderdagochtend meld ik mij op 7801 Audubon Road in Chanhassan, een gehucht op een half uur rijden van Prince' geboorteplaats Minneapolis. Pal aan de autoweg MN-5 ligt Paisley Park, de ruim zesduizend vierkante meter grote villa met het uiterlijk van een kantoorbunker. Prince Roger Nelson liet het in 1986 bouwen, 28 jaar oud. Een ongekend concept destijds: een woon-werkstudio, waar Prince muziek en films kon opnemen, jammen, repeteren, concerten geven - non-stop, zonder naar huis te hoeven.

De van paarse ligbanken voorziene werkruimten kregen geen ramen, zodat hij niet werd gehinderd door besef van tijd. Prince stierf er in april dit jaar op 57-jarige leeftijd, in een lift, aan de gevolgen van een overdosis pijnstillers.

Nog geen half jaar later opende Paisley Park de deuren voor het publiek. Een wens van The Artist zelf, aldus zijn familie. Prince (die geen testament naliet) zou, buiten de verrassingsconcerten die hij af en toe gaf in zijn nachtclub en popzaal, ook de meer afgeschermde delen van Paisley Park op termijn met zijn fans willen delen. De organisatie die Graceland beheert, het landgoed van Elvis Presley in Memphis, ontfermde zich de afgelopen maanden ook over Prince' onderkomen. Ze verwachten jaarlijks 600 duizend bezoekers.

Kantoren en opnamestudio's van Paisley Park, in 1990. Foto getty

Chocoladetaart

Behalve lopen waar hij liep, kun je in Paisley Park ook eten wat hij at. Ray en Juell Roberts, de persoonlijke koks van Prince (náást het runnen van restaurantketen People Organics in Minneapolis), stelden voor bezoekers een kaart samen met Prince' lievelingsgerechten. Absolute favoriet? 'Mac & Cheese', zegt Ray. 'Of gevulde pastaschelpen en geroosterde paprika.' Prince hield van salades met pittige dressing. En hij bakte zelf graag een ochtend-eitje. 'The Purple One' was ook een zoetekauw, verzot op chocoladetaart. Maar hij had 'de zelfbeheersing daar maar weinig van te nemen', volgens Juell. 'Prince was een gedisciplineerde eter, hij wist precies wat zijn lichaam nodig had en op welk tijdstip.' Wat moest je hem absoluut niet voorzetten, behalve vlees en alcohol? 'Feta, uien en paddestoelen.'

Bij binnenkomst moeten telefoons, camera's en opnameapparatuur worden ingeleverd - zoals Prince het gewild zou hebben. Met een volledig in paars gestoken vriendinnengroepje uit Minnesota volg ik de VIP-tour, een ruim anderhalf uur durende rondleiding door de werkvertrekken op de begane grond, de nachtclub en de concertzaal.

De woonruimten, boven, zijn niet toegankelijk, evenmin als de ondergrondse kluizen waarin genoeg nieuwe Prince-muziek schijnt te liggen voor tot in de eeuwigheid.

Voor een deel is Paisley Park een museum geworden. Een aantal kantoorruimten is omgebouwd tot expositiezaal, waar zijn hits klinken en zijn video's draaien. Je kunt je er vergapen aan Prince' eerste walkman, een handgeschreven songtekst, de motor uit Purple Rain. En vooral aan een bonte stoet kleine kostuums met adembenemend smalle taille. (In Prince' garderobe werden zesduizend outfits aangetroffen en duizend paar schoenen).

Lees verder onder de foto.

Een motor van Prince in de Graffiti Bridge zaal. Foto getty

Duizelingwekkend

Maar duizelingwekkend wordt het pas op andere plekken, in de ruimten waar het daadwerkelijk gebeurde: het eerste idee voor een videoclip, de eerste regel van een songtekst, de eerste aanzet voor een funkende gitaarriff. Dichter bij het muzikale genie kom je vermoedelijk niet. Hier, in de met kersenhout betimmerde studio A, waar het ene na het andere album uit hem rolde: Lovesexy (1988), Batman (1989), Graffiti Bridge (1990), Diamonds and Pearls (1991).

In de (nu omgebouwde) zaal waar hij zijn danspassen perfectioneerde. Op het podium van zijn concertzaal waar hij optredens repeteerde. Ja, zelfs op het met sterren en manen versierde tapijt in de gangen, waar hij kilometers moet hebben afgelegd op zijn met metaal versterkte hakken, paf paf paf paf, doffe dreunen achterlatend.

Dit hier is gewijde grond. En toch begint bij het binnentreden van het heiligdom ook meteen de onttovering.

Een van Prince' zesduizend outfits.

Want Prince, de man die vanaf de begindagen van MTV voor zijn muziekclips en liveoptredens een gedetailleerd stijllexicon uitdokterde vol barok en erotiek, die Prince spreidt hier een merkwaardige mix van goedkope glamour en kinderlijke kitsch tentoon. Zaken die misschien nooit wezensvreemd waren in Prince' universum, maar die hier - in het volle daglicht en en onder de lage systeemplafonds - doodslaan als champagne in een limonadeglas. De twee witte duiven die Prince gekooid hield, Divinity en Destiny genaamd. De gepaintbrushte wolkenlucht die zo lijkt overgewaaid uit de clip van Raspberry Beret. De eindeloze hoeveelheid purperen chaises longues, crapauds en sofa's.

Het is wel weer innemend dat Prince het merendeel van zijn meubels gewoon bij de Kwantum leek in te slaan. Daar schafte hij vast ook de goudkleurige verf aan waarmee hij de muren en plafondplaten in zijn persoonlijke kantoor liet bewerken. Klus geklaard.

Maar er zijn ook zaken die je als fan niet moet willen weten. (Spoileralert!) Dat Prince graag mediteerde in een kamer waar alle muren van plint tot plafond zijn beschilderd met een glow in the dark-sterrenstelsel, inclusief kleine raketjes - ik had het liever niet gezien.

Het 'Under the Cherry Moon'-vertrek.

Prince bleef Prince

De Prince die zich in Paisley Park vooral laat zien, is de fijnslijper, de workaholic, de perfectionist. Geen nieuw beeld, maar het wordt hier beklemmend tastbaar. In zijn studio, waar de tekst van Look at me, Look at You (2015) nog op zijn muziekstandaard staat en we een van zijn laatste nummers krijgen te horen, funky en groovy, voor een onvoltooid jazzalbum voor Blue Note. Of in zijn kantoor, waar je hart kan breken bij de aanblik van twee paar witte katoenen gympies, weggemoffeld onder een stoel. Maatje 37, met ingebouwde sleehak.

Prince bleef Prince, hij stond altijd aan. De gids leidt ons voor naar een tv-kamer met vier schermen. Hier zat Prince uren, kijkend naar zichzelf. 'Vrijwel elk aspect van zijn professionele leven nam hij op', zegt de gids. Concerten, repetities, maar ook interviews - op ontelbare bestanden, schijfjes, VHS-tapes en Betamax-banden. In het halfduister keek hij wat hij goed deed en wat beter kon.

Drie smaken

Kaartjes voor Paisley Park zijn alleen vooraf en online te koop, via officialpaisleypark.com. Er zijn drie smaken: je kunt zelf een kijkje nemen (38 dollar), een gids meenemen (46 dollar) of kiezen voor de VIP-tour (100 dollar). Per 1 december wordt dat programma uitgebreid. Dan kun je in Prince' opnamestudio jouw stem over zijn muziek laten mixen. Of brunchen in de NPG Music Club en kijken naar zijn clips. Ook keert Paisley Park After Dark terug, de muziekavond die Prince zelf af en toe organiseerde. Nu draait er een dj of zijn er films, video's en zelden vertoonde concertopnamen te zien.

Je blijven verbeteren om onsterfelijk te worden, zoiets. En toch moet Prince als geen ander hebben geweten dat er een einde was. Dat hij niet de Messias was met wie hij zich soms leek te vereenzelvigen, niet de voorganger voor wie anderen hem aanzagen. Geen gewichtloze elf, maar een gewone sterveling. Hij preludeerde erop in deze kamer, met typische Prince-humor.

Tijdens de voorbereidingen van het Prince-museum merkten architecten op dat de tv-kamer veel kleiner was dan op de oorspronkelijke ontwerptekening stond aangegeven. Ze ontdekten een geheime deur die Prince had laten aanbrengen, in een geheime extra wand. Daarachter: nóg meer Betamax-banden en VHS-tapes.

En ook: een koffertje met een slot. Het bleek volgepropt te zitten met geld. Monopoly-geld.

Je kan hem bijna horen, zijn baritonlach, in de afterworld.

De Superbowl-zaal met een opname van Prince tijdens de Super Bowl.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.