Profiel Alex Roeka

Dichter Alex Roeka: ‘Hij is 73 jaar en liegt er al vele jaren tien jaar vanaf, met volle overtuiging’

Alex Roeka. Beeld Erik Smits

Dichter word je niet zomaar. Alex Roeka (73) wilde zich opdelen in talloze figuren, net als de grote Pessoa.

Alex Roeka heeft een verhaal, en dat is niet altijd zijn eigen verhaal. Wil je iets van deze eerste zin begrijpen, dan zit er niks anders op dan naar Ravenstein te gaan, zijn geboortestad(je) aan de Maas. Want waar je geboren bent, begint je verhaal – en het verhaal dat je gaat vertellen. Je wordt niet zomaar dichter.

Hij zit op het terras van stadsherberg De Keurvorst, wat feitelijk een soort minirotonde is, in het oude hart van Ravenstein. Hij heeft zicht op de kerk waar hij misdienaar was, op het oude notariskantoor van zijn vader en de huizen waar zijn familie, de Van Mouriks, woonde. Alle Roeka-achtige aardstralen komen hier bij elkaar, terwijl hij in zijn thee roert. Zelf woont hij hier al heel lang niet meer, maar kent hij wel voor eeuwig een soort verlangen naar Ravenstein. Hoe dat komt is voor hem zo klaar als klontje; vanaf zijn negende moest hij naar een kostschool, en was er telkens het afscheid nemen van thuis, waardoor de hunkering alleen maar toenam. Ontworteling is iets dat hij altijd met zich meedraagt, zegt hij.

In zijn zojuist verschenen debuutdichtbundel Al het waaien van de wereld beschrijft hij een droom over hoe hij in Ravenstein bijna dreigde te eindigen. Hij moest dood gaan, en hier in De Keurvorst dienden de rouwenden bij elkaar te komen. Hij stond echter zomaar op, en het werd in de kroeg een groot feest, zijn oudste broer ging los op accordeon, en dagenlang was het drinken en zingen.

Al die tijd zat mijn moeder 

in het achterkamertje te huilen

en te bidden.

Elke goed verhaal begint met een bekentenis – zo ook dit verhaal. Want hij, Alex Roeka, heet om te beginnen in het echt Alexander Antonius Maria van Mourik, en zag het licht in Klooster Nazareth, alhier. Maar er is nog iets dat we nog niet wisten: hij is 73 jaar (geboren in 1945) en liegt er al vele jaren tien jaar vanaf, met volle overtuiging. Hij schaamt zich voor die leugen, en daarom ligt ie nu r pardoes op tafel. Dan kun je tegen hem zeggen, je ziet er niet uit als 73 jaar, en in je ogen zie je de honger van een jonge hond, maar dat maakt niet meer uit. Van de werkelijkheid had hij een rommelpot gemaakt.

En dat is allemaal de schuld van Fernando Antonio Nogueira Pessoa (1888-1935). Deze Portugese dichter creëerde verschillende ‘heteroniemen’; afzonderlijke persoonlijkheden met een eigen levensverhaal en woordkeuze. Lex van Mourik wilde zich ook opdelen in talloze figuren, net als de grote Pessoa. Onder de naam Jan Jacob Hansen schreef hij drie – nooit gepubliceerde – romans, als Jaimie Chauvin, vernoemd naar een obscure blueszanger, schreef hij bakken vol ongelezen gedichten, en als muzikant liet Lex zich inspireren door de fado-zangeres Teresa Tarouca: hij werd Alex Roeka, tien jaar jonger bovendien.

Beeld Erik Smits

Ja verdomme, hij kon toch niet weten dat hij als zanger aan de weg ging timmeren. Dat hij nu 25 jaar later een hogelijk gewaardeerde tekstschrijver zou zijn, elf cd’s maakte, en evenveel theatervoorstellingen deed, vele prijzen won. Alex Roeka wilde toen vooral niet een ouwe lul van vijftig met een gitaar lijken, die nog eens zo nodig moest. Leeftijdsdiscriminatie vreesde hij, ja echt, de angst voor afwijzing. Allemaal flauwekul, zegt hij nu, een achterhaald verhaal - en de Sint Lucia-kerk begint instemmend te luiden.

Ze hebben me een naam gegeven,

maar zo heette ik niet.

Ik heb nooit een naam gehad.

Wat we vooral moeten weten is dat hij zijn hele leven heeft gedroomd een dichter te zijn. Hij las de poëzie van Paul van Ostaijen en Martinus Nijhoff, en dacht, zo wil ik leven, vrij en alleen voor de schoonheid. Of als Dylan Thomas, die zich vergooide aan drank en vrouwen, in opdracht van de poëzie. Het diepste gevoel dat in Roeka huisde, is dat hij zuiver wilde blijven.

Kijk, die kerk achter hem staat leeg, en is te koop voor één euro, en God is in zijn optiek ook dood, en ja de katholieke beweging is verrot, geobsedeerd door seks en macht. Maar de roomse opvoeding heeft zich voor altijd in hem genesteld. Hij noemt het de ideologie van de zuiverheid en de eerlijkheid. Jezus is goedheid, en volmaaktheid – en dat ging hatsikidee het kinderkopje in.

Ja, en daarna begint het gedonder, zo zegt hij dat. Dan kom je er achter dat de wereld helemaal niet zuiver is maar smerig en vol mislukkingen. De keerzijde van het katholicisme krijgt je dan te pakken: schuld. Je gaat je schuldig voelen omdat je niet aan het ideaal kunt beantwoorden, het vrome misdienaartje huichelt zich door de dag. En dan is er zelfhaat en zelfdestructie, en je gaat ten onder aan de drank, wij allemaal. We gaan allemaal naar de sodemieter.

Verzin dan maar een verhaal, als uitvlucht. Keer je rug naar de werkelijkheid, zoals hij deed, in een leven vol drank en drugs. Dan maar de zelfkant, en zijn valse romantiek van lege cafés. Als je maar niet hoeft deel te nemen aan het gewone leven. Daarom ging hij ook varen, op jonge leeftijd, en zegt hij dat onderweg, in de Straat van Gibraltar, een nieuw verhaal begon. Hij zag rechts de kust van Afrika, en links de rots van Gibraltar, de ongekende deining was verdwenen, en er kwam een ongekend vergezicht tot hem. De poort ging open.

Ik stond in mijn onderbroek aan de reling

en was niemand meer

mijn leven kon beginnen.

Voor het (achteraf) herkennen van onderscheidende openbaringen heeft hij een talent. Alsof zijn levensgeschiedenis wordt bepaald door in de wolken geschreven boodschappen, die alleen hij waarneemt. Nog ééntje: hij hoorde Little Richard zingen, met zijn diep down opgerooide krijs over Long Tall Sally, en wist als tienjarige dat er buiten de kostschoolmuren een aantrekkelijke verboden wereld was. Wat te denken van de keer dat hij wakker werd in een lege meisjeskamer, zomaar gitaar ging spelen en wist dat dit zijn toekomst was. Of: Het moment dat hij besloot dat hij in het Nederlands ging zingen.

Je moet een verhaal vertellen, om een leven te hebben. En nu is er het verhaal van de 73-jarige dichter, met een kloeke bundel, debuterend in eigen beheer. Voor vijftien euro te koop!, roept hij. Om de lezer een duwtje de goeie kant op te geven, heeft hij er een intro bijgeleverd, waarin hij poneert dat het in de bundel gaat om het verhaal, en niet om woordfietserij of aanstellerige onbegrijpelijkheid. Je kunt zeggen net als zijn Amerikaanse voorbeeld, Charles Bukowski (1920-1994), soms proza-achtig verteld.

Beeld Erik Smits

Het schrijven van liedjes - hij heeft er zo’n 400 op zijn naam staan – begint als hij zijn gitaar pakt, zegt hij. Voor je het weet heb je een melodie, en dan komen de woorden vanzelf. Poëzie heeft voor hem een ander ritme, hij leest de krant op café in zijn woonplaats Antwerpen, of hij stuit op een reusachtige blondine in het bos, die in een scherp uitgesneden latex-pak koffie en bier serveerde. Wat hij ziet, schrijft hij op, en de show die de wereld is, verschaft de munitie. Zoals over zijn struise lievelingstante, die gek werd, maar zelfs in de inrichting nog de bloemetjes buiten zette. De agrariër die het leven van een bohemien leidde, waarvan zijn vrouw op de begrafenis er op aandrong dat we hem zo snel mogelijk moesten vergeten.

Waar Alex Roeka vrolijk van wordt, is de ontluistering. Dat de schijn wordt opgehouden, zoals in het Rijke Roomsche Leven van processies en fanfare. Maar als het doek wordt weggetrokken, is er een parade is van leed, drankzucht, ongemak en tragiek. Laatst zag hij het weer; een dronken man die door zijn vrouw uit de kroeg wordt gehaald. Weinig bleef er over van de charmante causeur die zijn verhalen doopte in klatergoud, die dociel naar huis werd gevoerd.

Als het om zijn eigen ontreddering gaat, is hij ook niet zuinig. Je echte pijn, je diepste gevoelens delen, daarmee heeft hij niet het idee dat hij zichzelf uitverkoopt. Iedereen is eenzaam, zegt hij, dat noemt hij niet zijn unieke recht, maar algemeen menselijk, en herkenbaar. In Beet van Liefde zaagt hij zichzelf door in een ongemakkelijke reeks van veertien gedichten. Over hoe hij zijn vrouw en zoon verliet voor zijn Vlaamse geliefde, Annebel.

Maar steeds moeten we ons

vroeg of laat van elkaar losmaken

om ieder weer een ander te zijn.

Wat er aan ontbreekt is een gedicht over zijn zoon, met wie hij geen contact meer heeft. Zijn zoon zette zich tegen hem af, vanwege het verraad aan zijn moeder, en wilde zijn eigen weg gaan, zoals Roeka zich ooit tegen het ouderlijk gezag in Ravenstein had gekeerd. Tenminste, dat was het verhaal dat Roeka zichzelf had verteld. Maar bij de laatste keer dat hij hem zag, op de pont in Amsterdam twee jaar geleden, bleek het anders in elkaar te steken. ‘Kom eens langs jongen, zei Roeka. ‘Laten we afspreken, en het er over hebben.’ Maar zijn zoon wimpelde het voorstel af, met de opmerking: ‘Nee, ik heb niks met jou, helemaal niks.’ Ja, dan kan je wel dichter zijn geworden, zegt hij, maar sommige momenten zijn te pijnlijk voor poëzie.

Alex Roeka, Al het waaien van de wereld, Raaf Boeken. 

15 juni staat hij op het Eindeloos Eiland Festival in Noord Beveland.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden