Dichter Albert Verwey komt niet echt tot leven: de lezer moet zelf een beeld van zijn persoonlijkheid construeren

Boek (non-fictie) - Als een meeuw op de golven - Albert Verwey en zijn tijd

De biografie van Albert Verweij draait om kunstenaarsvriendschappen. Madelon de Keizer werpt nieuw licht op zijn relatie met Willem Kloos, de bekendste brouille uit de Nederlandse letteren.

Aanvankelijk, zei Madelon de Keizer onlangs in VPRO Boeken, wilde ze een cultuurgeschiedenis schrijven over Nederland tussen 1880-1940. Tot ze stuitte op leven en werken van dichter Albert Verwey (1865-1937). Hij bleek 'een persoon aan de hand van wie ik uitstekend een groot segment van de Nederlandse cultuurgeschiedenis in beeld zou kunnen brengen'.

Inderdaad speelde Verwey, zoon van een Amsterdamse meubelmaker, daarin decennialang een moeilijk te onderschatten rol. Aan materiaal was in elk geval geen gebrek: hij liet alleen al meer dan 10.000 brieven na.

Als een meeuw op de golven is geen klassieke, chronologische biografie. De Keizer koos ervoor Verwey te portretteren in zeven lange hoofdstukken, gewijd aan zes van zijn kunstenaarsvriendschappen én aan zijn huwelijk. Aan de lezer de niet geringe taak om uit deze elkaar overlappende episodes een coherent beeld van Verweys persoonlijkheid te reconstrueren.

Interessant blijft de al dikwijls beschreven geschiedenis van Verweys relatie met Willem Kloos. Als 16-jarige hbs'er, brandend van literaire ambitie, zocht hij de zes jaar oudere dichter voor het eerst op. In 1885 begon het duo met enkele geestverwanten De Nieuwe Gids, tijdschrift van een beweging die later de Tachtigers zou heten. Verwey nam vrijwel al het redactiewerk op zich.

Eensgezind waren ze in hun strijd tegen de generatie literatoren vóór hen, die ze afserveerden als benepen en bloedeloos. (Zij moesten bij wijze van spreken allemaal deaud.) Die boodschap sloeg aan, maar drie jaar later was het elan alweer weggezakt - niet in de laatste plaats doordat de beide vrienden hevig en voor eeuwig gebrouilleerd raakten. In augustus 1888 had Verwey zich in stilte verloofd met de bekoorlijke Kitty van Vloten. Toen hij dat eindelijk durfde opbiechten, belandde Kloos in een zware depressie. 'Ik zal hem kwaad doen tot aan mijn dood', schreef hij later aan een wederzijdse vriend.

Met de blik van nu is het verleidelijk om de nadruk te leggen op het homo-erotische van hun verhouding. Gedroeg Kloos zich na de biecht niet als een verlaten minnaar? De Keizer nuanceert dat. Hun vriendschap was niet vrij van erotische gevoelens, maar ze wijst erop dat Verwey al in 1886 'een andere visie op het leven en de wereld' ontwikkelde: het adagium kunst om de kunst was hem te schraal. Tegelijkertijd groeide bij hem de weerzin tegen Kloos' destructieve, in alcohol gedrenkte levensstijl. Kloos, die besefte dat zijn pupil hem ontglipte, ontwikkelde daarop 'een steeds grotere psychische en materiële afhankelijkheid'. Verwey kon daar niet meer tegen. Volgens De Keizer was de beroemdste brouille uit de Nederlandse letteren bovenal het gevolg van 'een pijnlijk emancipatieproces'.

Als een meeuw op de golven - Albert Verwey en zijn tijd

non-fictie

Madelon de Keizer

Prometheus;

767 pagina's; euro 39,99.

Foto Claudie de Cleen

Vaststaat dat hun vriendenkring zich liet meesleuren in het conflict, waarbij Kloos aanzienlijk meer sympathie wist te wekken dan Verwey. Die trouwde in 1890 met Van Vloten en trok zich terug in Noordwijk, ver weg van het Amsterdamse gekrakeel. Maar tot diep in de twintigste eeuw zou Verwey in het literaire wereldje te boek blijven staan als een pedant, saai, burgerlijk mannetje, cerebraal dichter bovendien. (Als ik me niet vergis, zie je pas de laatste jaren een kentering. Zo nam Ilja Leonard Pfeijffer in zijn recente bloemlezing negen gedichten op van Verwey, van Kloos acht.)

Lezenswaardig is ook het hoofdstuk over Verweys huwelijk. Zij was dol op hem, hij droeg zijn 'Kittekind' op handen. Man en vrouw moeten zich vrije mensen weten, schreef hij haar in 1889. 'Iemand die 't gevoel heeft dat hij slaaf is kan geen verzen maken, en een slavin krijgt geen mooie kinderen.' Ze waren, verklaarde hij ooit aan een vriend, 'zo gelukkig als klaar water'. Het paar zou zeven kinderen op de wereld zetten, die zij uiteraard grootbracht. Naar verluidt was het hun 'streng verboden op eigen gezag Verweys studeerkamer binnen te gaan'.

De vijf overige hoofdstukken pakken minder boeiend uit, vooral doordat de biograaf zich verliest in details. Zeker, als je dit lijvige boek dichtslaat, weet je dat Verweys gezag allengs groeide, vooral via zijn tijdschrift De Beweging. Dat hij tot het einde toe bleef ijveren voor een literatuur die naast het Schone ook oog moest hebben voor het Ware en het Goede. Dat hij internationale schrijverscontacten onderhield. Dat hij jonge talenten onder zijn hoede nam. Dat zijn statuur in 1925 werd onderstreept met een leerstoel letterkunde in Leiden. Maar werkelijk tot leven wil de man niet komen.