Dichten over Jazz

Column Remco Campert

O oit, mijn jongensleven nog maar net afgelopen, heb ik geprobeerd mededichters als Lucebert, Bert Schierbeek, Gerrit Kouwenaar, Jan Elburg aan de jazz te krijgen, de muziek waaraan ik verslingerd was.

Thelonious Monk. Foto anp

Alleen bij Lucebert, die voor alles openstond, sloeg het aan. Jazzmusici als Lester Young, Thelonious Monk, Lucky Thompson, Archie Shep inspireerden hem tot poëzie. In Luceberts Verzamelde Gedichten (De Bezige Bij, 2002) staat het gedicht Monk.

'de duizelingwekkende mandarijn beveelt/ afbraak van het porseleinen paleis/ wulpse slaven slopen terwijl hij/ in zijn jaden grot zich hinnikend inspint'

Wie liet zich nog meer door de jazz en zijn musici inspireren? C. Buddingh, dichter van het wat mij betreft onsterfelijke 'zeer vrij naar het chinees: de zon komt op, de zon gaat onder/ langzaam telt de oude boer zijn kloten'. In zijn Gedichten 1938-1970 (De Bezige Bij, 1971) staat het gedicht dat hij schreef naar aanleiding van de dood van de trompettist Clifford Brown: I remember Clifford

'natuurlijk er is niets veranderd/ ik eet gewoon, slaap gewoon, er gaan zelfs weken/ voorbij zonder dat je naam ook maar één keer/ bij me opkomt, maar toch, soms, eensklaps,/ midden op straat, hoor ik drie vier noten/ van, zeg: delilah of tenderly:/ en heel even, misschien drie kwart seconde/ zweef ik weg in jouw transparante heelal'.

Out to lunch heet een nummer van de saxofonist Eric Dolphy. Ik heb hem nog horen spelen in het Bimhuis. Tijdens zijn tournee verder Europa in stierf hij onverwachts in Berlijn. Ik schreef een gedicht: 'Het staat vast dat alle mensen sterven/ maar van alle mensen het eerst de jazzmusici/ sommige blijven in Amerika en sterven/ (auto's en overdoses)/ sommige komen naar Europa en sterven/ (Europeanen en overdoses)/ een pakje kleren in Parijs/ in Berlijn een hospitaalbed/ en natuurlijk eerst niet weten/ wie het is wie het was/ wie het had kunnen zijn/ en z'n saxofoon/ wat is ermee gebeurd?/ die zal over een jaar of wat/ wel opduiken op een veiling/ naast een elektrische klok en een vleesmes/ en god weet dit gedicht.'

De trompettist en zanger Chet Baker heb ik een keer horen en zien optreden in het Concertgebouw, in 1955 geloof ik. Een prachtig concert, de hele zaal was gevloerd en verliefd op die knappe jongen die er uitzag als een eenvoudige G.I. Ik schreef:

'Zijn stem is een zachte regen/ als de kleine voeten van het vreemde meisje/ op het mollige tapijt/ (...)Voor in zijn mond zingt aarzelend de liefde (...)zijn stem is poëzie zoals de gladgeslepen kiezelsteen/ de gebroken lijn van potlood op papier/ de ogen die ik liefheb/ kus me/ Zachte regen zeer romantisch aan het raam/ Ik strek mijn wapens ik sta met lege handen/ ik ben een bloederig geraamte vul mij met zachtheid/ kus me met de warme mond van je muzieke lichaam.'

Chet Baker viel zijn dood tegemoet uit het raam van een Amsterdams hotel. Europeanen en overdoses.

Het lichaam van Chet Baker wordt afgedekt, na een dodelijke val uit een hotelraam. Foto anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.