Dicht op de drama's van Latijns Amerika

Hij maakte foto's van oorlogsdrama's in landen waarvoor hij nadrukkelijk koos. Documentairefotograaf Koen Wessing (58) werd beroemd om zijn beelden van Latijns Amerika....

IN de jaren tachtig belandde fotograaf Koen Wessing in een Boliviaanse gevangenis. Een paar militairen kwamen zijn cel binnen en deden hem een blinddoek voor. Hij hoorde hoe ze de grendels van hun geweren overhaalden. En de kogels in de loop schoven.

Gelukkig was het intimidatie.

Dat was geen prettig gevoel, zegt Wessing.

Normaal gesproken houdt hij het liefst zijn mond over die gebeurtenis. Zoals ook over die keer dat militairen in Chili met getrokken pistolen op hem af renden. Eigenlijk zwijgt Wessing het liefst over álles wat met zijn werk te maken heeft. Kijk naar mijn foto's, zegt hij.

'Als je dat ziet, lul je niet meer', schreef fotograaf en cineast Johan van der Keuken er ooit over. En: 'Als je Koen op de Haarlemmerdijk tegenkomt, lult-ie ook niet zoveel. Hij glimlacht meestal een beetje.'

Het Amsterdams Historisch Museum opende deze week een overzichtstentoonstelling van het werk van fotograaf Koen Wessing (58), die beroemd werd om zijn beelden van Latijns Amerika.

Wessing is een typische documentairefotograaf; samen met Ed van der Elsken is hij de logische opvolger van de vooroorlogse generatie waartoe Cas Oorthuys, Emmy Andriesse en Carel Blazer behoorden.

Hij maakte foto's na de val van Allende in Chili (1973); hij was bij het bombardement op Esteli door Somoza's regeringsleger in Nicaragua (1978); hij maakte de beschieting van de menigte mee tijdens de begrafenis van aartsbisschop Romero in El Salvador (1980). Hij ging ook naar Guatemala, Peru, Bolivia, China, Oost-Europa, Kosovo.

Waar hij ook is, altijd loopt hij rond met zijn kleine, onopvallende camera over zijn schouder, een Leica met groothoeklens van 21 of 35 mm. Hij is een vagebond-achtige man. Haren in de war, Gauloise op de lippen.

Met die Leica heeft hij vrijwel alle foto's gemaakt. Waar anderen vanuit de boom met telelens onzichtbaar blijven, wil Wessing het liefst zo dicht mogelijk op de mensen staan, zegt hij. En dat zie je. Op zijn foto's kijken de mensen hem aan. 'Ik wil ook helemaal niet doen alsof ik er niet ben', zegt hij. 'Het feit dat je er bent, beïnvloedt de situatie sowieso.'

Hij groeide op in een kunstenaarsmilieu en ging fotograferen vanwege Ata Kando, de vrouw van fotograaf Ed van der Elsken. 'Ata was een bijzondere vrouw. Ze had nooit geld, maar als ze een idee kreeg, nam ze haar kinderen onder de arm en deed ze het. Geen geld en toch doen. Ze liftte met drie kinderen door Europa om een fotoboek te maken.

'Qua fotografie sta ik dichter bij Ed dan bij haar. Ze maakte een soort geromantiseerde meidenromanfoto's. Maar haar instelling was heel bijzonder. Zo wilde ik ook leven. Ed was veel harder.'

Wessing is geboren met een autoriteitsprobleem. Van de Kunstnijverheidsschool - later de Rietveldacademie - werd hij weggestuurd. Hij kuste een meisje, sloeg een leraar die altijd op zijn tekeningen ging staan, en kon vertrekken. Dat hij freelancer werd, leek logisch. Onder een baas kon hij niet werken.

Nadat hij de Maagdenhuisbezetting in Amsterdam en de studentenopstanden in Parijs had gefotografeerd, vertrok hij naar Guinee-Bissau en de Kaap-Verdische Eilanden.

Voor het studentenblad Propria Cures ging hij naar Cuba, vervolgens naar Chili en Nicaragua, en gaandeweg raakte hij geïnteresseerd in de machtsstructuren van Latijns Amerika. Nog altijd vertrekt hij vrijwel zonder geld; hij overnacht vaak bij families.

Hij maakt prachtige foto's. Van Marquez-achtige begrafenistaferelen met koetsen en draaimolens op de achtergrond. Van de ontreddering na Romero's begrafenis, van Chileense gevangenen die leuzen van de muren moeten schrobben, van de vrouw die bijna verliefd naar een soldaat kijkt. Of van de moeder die haar kind wegsleurt na een bombardement.

Zijn werk toont de drama's van Latijns Amerika. De mensen op zijn foto's lachen niet, maar zijn ook nooit zielig. 'Zo'n visser met een been die op krukken staat te werken bij een putemmer. Daar zit iets heel vitaals in. Of die vrouwen op een herbegrafenis die ik fotografeerde. Die waren verdrietig, maar tegelijkertijd ook heel boos. Hele sterke koppen hadden ze. Die combinatie van verdriet en kwaaiigheid, die vind ik ontroerend. Ik hou niet van zielige mensen.'

Praten over zijn werk blijft moeilijk. Wessing is beter in beelden dan in woorden.

Hij was een jaar of elf toen zijn moeder op reis moest en hem en zijn zusje een week alleen liet. Vijfentwintig gulden liet ze achter op de keukentafel. Toen ze terugkwam, lag het geld er nog. Wessing had een foto gemaakt en hem verkocht aan het Wierings Weekblad. Voor vijfentwintig gulden. Om haar te laten zien dat we dat geld niet nodig hadden, zegt hij. 'We hadden háár nodig.'

Hij zoekt conflicten op in de landen waar hij fotografeert. En altijd trekt hij partij. Mensen die geen duidelijke standpunten innemen, zijn oninteressant, vindt Wessing 'Ik fotografeer uit kwaadheid. Of uit optimisme. Soms liep ik rond met een utopie in mijn hoofd, zoals bij de Sandinisten in Nicaragua. Maar ik ben wel onafhankelijk. Niemand vertelt mij wat ik denken moet. En op het moment dat ik afdruk, wil ik helemaal níets weten. Dan is het leeg.'

Aan het Midden-Oosten waagde hij zich niet. Daar is geen goede keus te maken, vindt hij. Daar is niet duidelijk wie de goede of de slechte partij is.

De context van zijn werk is voor hem van groot belang. In 1985 spande hij een proces aan tegen De Telegraaf. Die plaatste een foto van hem bij een artikel waarin de Sandinistische regering in Nicaragua min of meer verantwoordelijk werd gesteld voor de massamoorden, terwijl zijn foto een tegenovergestelde strekking had. Hij won.

In een foto moet meer zitten dan alleen het nieuws, zegt Wessing. 'Die twee mooie, radeloze meiden op de Panama Highway die treuren om hun vermoorde vader. Dat is bijna het Griekse drama van Latijns Amerika.'

Vaak ziet hij pas in de donkere kamer of hij de goede beelden heeft. 'Ik blijf onzeker over wat ik heb gemaakt. Ik weet nooit van tevoren of ik het heb.'

De man van de Panama Highway in Nicaragua was de eerste dode die hij zag en fotografeerde. 'Hij was 's ochtends vroeg van huis gehaald door militairen. Vijftien kilometer verderop hadden ze hem doodgeschoten. Zomaar. Die collega's van die man bleven maar zeggen: leg het vast, leg het vast. Op dat moment was ik alleen maar kwaad. Pas thuis, in de donkere kamer, moest ik huilen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden