Dezelfde visie in nieuw jasje

Trouwe lezers van Karen Armstrong, volgens de aanprijzing van haar Engelse uitgever tegenwoordig de belangrijkste wetenschapper op het terrein van de religie, kunnen haar laatste publicatie beter aan zich voorbij laten gaan. Maar ook mensen die met haar werk kennis willen maken, doen er goed aan het boek links te laten liggen.

Dat heeft allerminst met het onderwerp te maken. De relatie tussen religie en geweld is, zeker na de aanslagen in Parijs, een hevig omstreden thematiek. De vraag of terroristisch geweld met religie verbonden is, staat hoog op de publieke agenda. Het werd bijna onvermijdelijk dat Armstrong er haar deskundige licht over liet schijnen.

Beeld EPA

Herhaling

Haar trouwe lezers heeft ze hierbij helaas, zoals gezegd, niet veel te bieden, omdat ze veel materiaal uit eerdere studies recyclet. De hoofdstukken over de religie in India, China en het oude Israël zullen bijvoorbeeld de lezers van De grote transformatie uit 2005 bekend voorkomen. Het hoofdstuk over de Islam is, zoals Armstrong in een voetnoot ook vermeldt, min of meer een uittreksel van een eerdere studie over Mohammed. Voor zover ik het kan overzien - haar oeuvre telt meer dan twintig boeken - bevatten met name de laatste twee van de dertien hoofdstukken uit In naam van God vooral nieuw materiaal.

Doet ze dan tenminste nieuwe en interessante dingen met alle eerdere gegevens die ze herhaalt?
Dat valt zwaar tegen. Ondanks pompeuze hoofdstuktitels als 'Het Hebreeuwse dilemma' en 'Het moslim dilemma', komt Armstrong niet veel verder dan de algemene constatering dat op het individu toegesneden religieuze waarden en deugden in de harde politieke praktijk nauwelijks stand kunnen houden. Het bekende voorbeeld hiervan, dat zij in De grote transformatie ook al bespreekt, is de boeddhistische keizer Asoka uit de derde eeuw voor Christus, die met wrede veroveringstochten een groot rijk stichtte. Toen hij vanuit zijn religieuze overtuiging terugblikte op het onmetelijke lijden dat hij met zijn oorlogen had veroorzaakt, voelde hij wroeging. In zijn rijk propageerde hij het boeddhistische ethos van de vrede, dat hij ook als heerser in praktijk wilde brengen. Dat lukte nauwelijks.

Open deuren

Armstrong merkt terecht op dat hij bijvoorbeeld de gevolgen van zijn oorlogszuchtige politiek had kunnen terugdraaien, maar dat niet deed. Na de verovering van een ander koninkrijk, waarbij honderdduizenden waren omgekomen en zeker 150 duizend mensen gedeporteerd waren, liet Asoka alles bij het oude.

'Als Asoka zo ontdaan was over de ellende van de gedeporteerden, waarom heeft hij ze dan niet simpelweg terug laten voeren?' In De grote transformatie suggereerde ze dat er een politieke noodzaak bestond die Asoka tot dit hardvochtige optreden dwong. Dat herhaalt ze nu, waarbij ze opmerkt dat Asoka worstelde met 'het centrale dilemma van de beschaving'. Daar heeft ze gelijk in. Bij alle godsdiensten die ze bespreekt, komt het terug.

Alleen zegt Armstrong daarmee helaas niets nieuws. Machiavelli wist al dat de politieke heerser niet 'barmhartig, betrouwbaar, menselijk, oprecht en godsdienstig' kan zijn. Armstrong lijkt niet te beseffen dat ze een aantal open deuren intrapt en dat het terrein daarachter al door velen is geanalyseerd.

Gebrek aan kennis

Helaas zullen lezers die vooral afgaan op het thema van de relatie tussen terroristisch geweld en religie, dat in de laatste hoofdstukken behandeld wordt, ook weinig van hun gading vinden. Daarvoor blijkt zij te weinig op de hoogte van de wetenschappelijke literatuur over het onderwerp. Typerend is dat zij in de 'Inleiding' verwijst naar God en geweld, volgens haar de klassieke studie van René Girard over de rol van het geweld in religies. Helaas blijkt ze dit boek niet te hebben gelezen. Girard betoogde dat de menselijke religie begonnen was met de moord op een zondebok, wat vervolgens via mensenoffers die de aanhangers van een religie verenigden, vaak herhaald werd. Armstrong gaat hier niet op in, maar betoogt, volgens haar in de lijn van Girard, dat wij moderne mensen, ten onrechte de religie tot een zondebok hebben gemaakt, die de schuld krijgt van allerlei actuele misstanden. Daar hoort dus ook toenemende gewelddadigheid bij, waarvoor Armstrong ijverig allerlei niet-religieuze oorzaken gaat zoeken. Vooral de liberale ideologie wordt door haar voortdurend in de beklaagdenbank gezet.

Dat doet ze weer zonder veel kennis van zaken. Ergerlijk zijn haar verwijzingen naar Hobbes en Locke, de twee grote 17de-eeuwse filosofen van het maatschappelijk verdrag. Haar weergave van hun ideeën laat zien dat ze echt geen letter van hun werk gelezen heeft. Ze verwijt Locke, de vader van het liberalisme bijvoorbeeld dat hij een voorvechter was van een absoluut en despotisch gezag over slaven, die de meester mocht doden wanneer hij dat maar wilde. Behalve dat het hoofdstuk uit Over het staatsbestuur, waarnaar ze op gezag van een secundaire bron verwijst niet klopt, staat er bij Locke precies het omgekeerde. Het woordje 'niet' is bij Armstrong uit haar weergave verdwenen.

Door haar gebrek aan kennis van zowel de moderne filosofie (om nog een voorbeeld te noemen, Armstrong maakt van de atheïst Sartre een gelovige) als van het hedendaagse onderzoek van religie heeft Armstrong in In de naam van God niets substantieels aan de vele analyses over 'Parijs' toe te voegen. Ze komt niet verder dan de gemeenplaats dat religies in essentie vreedzaam zijn. Wat ze van 'de klassieke studie' van Girard had kunnen leren is dat religie altijd een ambivalent verschijnsel is geweest, vreedzaam naar binnen, naar de eigen aanhangers, vaak gewelddadig naar buiten, naar de anderen, de ongelovigen. Het goddelijk gebod 'Gij zult niet doden' uit onze Bijbel gold bijvoorbeeld de eigen volksgenoten. Het wordt geflankeerd door veel teksten die juist oproepen om andere volken en geloven met geweld uit te roeien.

Missie

Karen Armstrong staat bekend als een wetenschapster met een missie. In haar werk wil ze de godsdienst, die het volgens haar in de moderne tijd zo zwaar te verduren heeft, rehabiliteren. Dat heeft ze in het verleden, onder andere met een krachtig pleidooi voor compassie dat veel internationale weerklank vond, met verve gedaan. Een gebrek aan wetenschappelijke integriteit en zorgvuldigheid in haar laatste boek dreigt nu echter haar grote maatschappelijke missie te ondermijnen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.