Reportage

Deze werken van Jheronimus Bosch worden gerenoveerd

Op dit moment wordt wereldwijd gewerkt aan tien restauraties van werken van Jheronimus Bosch. Daarmee is het een van de grootste onderzoeken naar één kunstenaar ooit. Met infraroodbeelden, detailfoto's, eindeloze concentratie en een Conchita Wurst vijhonderd jaar avant la lettre.

Jheronimus Bosch, Het Laatste Oordeel, ca. 1505-15. Beeld Groeningemuseum Brugge

Brugge, 18 februari 2015

Vn de bleke winterzon begeef ik me naar het Groeningemuseum, veel te vroeg. Ik mag mee naar het restauratieatelier om een drieluik te zien. Het Laatste Oordeel, een drieluik dat uit de omgeving van Jheronimus Bosch komt, wordt schoongemaakt en gerestaureerd. Het is de eerste van drie restauraties waar ik bij mag zijn; later dit jaar volgen nog twee drieluiken in Venetië. Het aankomende Bosch-herdenkingsjaar 2016 en de grote Jheronimus Bosch-tentoonstelling die 13 februari opent in het Noordbrabants Museum waren aanleiding voor een van de grootschaligste onderzoeken die ooit naar het oeuvre van één kunstenaar zijn gedaan. Tien restauraties worden er op dit moment verricht, in musea overal ter wereld. Het zal nieuwe inzichten opleveren over de laat-Middeleeuwse kunstenaar van wie de experts feitelijk nog zo weinig weten. Een kunstenaar die brak met de beeldconventies van de christelijke kunst en wiens verbeelding zo krachtig was dat iedereen weet wat er bedoeld wordt als je spreekt over een 'Bosch-landschap': onheil, monsters, gruwelijke martelingen, maar toch ook: humor. Op een bepaalde manier steekt de kunstenaar de draak met de mens en zijn falend streven naar roem en rijkdom met zijn voorstellingen van hemel en hel.

Onderweg ontmoet ik Bosch-expert Matthijs Ilsink en een groep specialisten: restaurator Luuk Hoogstede, restaurator Griet Steyaert, hoofdconservator (toen nog, nu directeur) van de Musea Brugge, Till-Holger Borchert en zo nog een vijftal. We begeven ons naar de restauratieruimte waar het middenpaneel van het Laatste Oordeel (1505-1515) staat. Het heeft iets onheiligs, zo'n laat-Middeleeuws altaar uitgekleed te zien staan in een warme werkruimte vol spullen. Griet Steyaert praat zacht maar niet zonder stevige opvattingen. Steyaert is relatief jong maar ervaren: ze werkt op dit moment ook aan de omvangrijke restauratie van Jan van Eycks beroemde altaar het Lam Gods.

De vraag bij het Laatste Oordeel is vooral: wat blijft er over van de kwaliteit als het is schoongemaakt? Als overschilderingen zijn verwijderd en de oorspronkelijke verf zichtbaar wordt? Het werk is vies, de verwachting is dat er zeker nieuwe informatie naar boven zal komen. De achterkant van de zijluiken vormen bovendien een probleem. Daarop staat de geseling van Christus in een monochrome voorstelling. Maar boven en onder zijn dikke repen verf verdwenen - het zijn geen gaten, maar geulen, centimeters breed. Dat komt doordat er in het verleden houten planken op bevestigd waren ter versteviging. Die zijn eraf gehaald, ten koste van de verf. Hoe moet zoiets worden gerestaureerd?

Waar vinden de restauraties plaats?

Van Venetië tot de VS wordt gewerkt aan Bosch .

In het kader van het vooronderzoek voor het Jheronimus Bosch jubileumjaar en de tentoonstelling in het Noordbrabants Museum worden er tien werken gerestaureerd. De eerste zes worden gefinancierd door het Bosch Research and Conservation Project, de eerste drie ook door de Getty Research Institute:

1. Wilgefortis-drieluik, Gallerie dell'Accademia, Venetië

2. Heremieten-drieluik, Gallerie dell'Accademia, Venetië

3. De achterzijde van de paneeltjes van de visioenen van het hiernamaals, Gallerie dell'Accademia, Venetië

4. Het Laatste Oordeel-drieluik, Groeningemuseum, Brugge

5. De heilige Hiëronymus, Museum voor Schone Kunsten, Gent

6. De heilige Christoffel, Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam

7. De aanbidding van de drie wijzen, Philadelphia Museum of Art

8. De Aanbidding van de drie wijzen, Prado Madrid (alleen te zien in de aansluitende tentoonstelling in het Prado in Madrid)

9. De Kruisdraging, Kunsthistorisches Museum, Wenen

10. Het Narrenschip, Louvre, Parijs

Het bezorgt de experts kopzorgen. Een discussie volgt over de vraag of een restaurator zulke dominante gaten moet invullen of juist leeg laten.

Venetië, 6 mei 2015

Onder aan de Rialtobrug ontmoet ik Jos Koldeweij, hoogleraar aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en Bosch-expert. We lopen over de brug en door steegjes. We komen bij de Scuola Grande, het restauratieatelier van de Accademia in een statig oud klooster met een wilde groene binnentuin. Hier worden twee drieluiken gerestaureerd: een met een gekruisigde vrouwelijke heilige en het Heremieten-drieluik, elk met een eigen 'restauratie-problematiek'.

Daarnaast worden van vier kleine paneeltjes van de hemelsferen de achterkanten schoongemaakt. Die achterkanten blijken fenomenaal, een sterrenhemel als een Jackson Pollockschilderij met uiteenspattende sterren. Restaurator Giulio Bono zal me later vertellen dat Bosch deze paneeltjes op de grond moet hebben gelegd en de verf erop heeft gespat en laten druipen, vergelijkbaar met de meester van het abstract expressionisme vijfhonderd jaar na hem.

Jheronimus Bosch, Sint-Wilgefortistriptiek middendeel, ca. 1495-1500. Beeld Gallerie dell'Accademia, Venetië,

Maar nu, de twee drieluiken. Die hebben de restauratoren wakker gehouden, en dat is nog niet voorbij. Allereerst het drieluik met de vrouw: wie is zij? Een gekruisigde heilige, daar zijn er niet veel van. Geschreven bronnen zijn er niet over dit schilderij. Op de zijluiken staan helse landschappen, typisch Bosch. Maar als je beter kijkt, zie je zelfs met het blote oog links en rechts de contouren van een knielende man; aanvankelijk stonden er twee opdrachtgevers op deze luiken. Wie ze zijn, is onduidelijk. De restauratie moet verheldering geven over de identiteit van de vrouw en de kwaliteit van de zijluiken; zijn dit latere overschilderingen, zijn ze gedaan in het atelier van Bosch, of door Bosch zelf?

Jos Koldeweij vermoedt dat onder het vrouwengezicht een baard schuilgaat. In dat geval is het Sint Wilgefortis, een heilige voor wie nauwelijks devotie bestond. Ze moest trouwen van haar vader maar bad tot God dat ze dat niet hoefde, omdat ze trouw wilde blijven aan Christus. Ze kreeg daarop een baard en werd verstoten door haar verloofde. Haar vader liet haar kruisigen; dan moest ze ook maar dezelfde straf ondergaan als de man die ze trouw wilde blijven. Als het Wilgefortis was, zegt Koldeweij, is de kans dat dit schilderij door Italiaanse opdrachtgevers is besteld, nihil. Het werk was weliswaar rond 1520 al in Italië, maar in Italië is er geen enkele traditie rondom Wilgefortis.

Het Heremieten-drieluik staat er nog kaal en onbewerkt bij. Verderop in de ruimte zit een vrouw zo geduldig te werken aan een van de zijluiken, dat ik me afvraag of ze doorheeft dat wij er zijn. Van dit drieluik is eerst in 2013 de parkettering afgehaald: de planken die tegen de achterkant waren bevestigd in een eerdere restauratie. Daarna kon het beter worden onderzocht met infrarood en röntgenfotografie, en bleek dat het werk ooit halfrond moet zijn geweest, terwijl het nu rechthoekig is: het is zowel boven als onder afgezaagd.

Op het drieluik staan, van links naar rechts, Sint Antonius, Sint Hiëronymus en Sint Egidius. Drie heremieten die God aanbaden in eenzaamheid, en omringd worden door verleidingen: een ideale voorstelling voor iemand zo fantasierijk als Jheronimus Bosch. De hoofdfiguur Hiëronymus was ooit groter, is in ondertekeningen te zien, maar Bosch corrigeerde zichzelf tijdens het werken, zoals hij vaak deed. Hij maakte het landschap complexer met een omvallend standbeeldje, een zuil met een man die tot de sterren bidt, een kadaver, worstelende monsters, een crucifix, een altaar met Judith en Holofernes en een mysterieuze afbeelding van een man die een eenhoorn bestijgt.

De belangrijkste uitdaging voor de restauratoren in dit werk is het herstellen van de lacunes: na schoonmaak en verwijdering van overschilderingen zijn gaten ontstaan. Giulio Bono heeft het lange tijd niet aangedurfd, geeft hij toe, om er aan te beginnen, uit angst dat er in cruciale delen te weinig oorspronkelijke verf over zou blijven. Sinds kort is duidelijk dat in elk geval de gezichten van de heiligen intact zijn; een grote geruststelling.

's-Hertogenbosch, 19 oktober

Giulio heeft een baardje gezien, zegt Matthijs Ilsink als ik thee krijg van de assistente in het Noordbrabants Museum. Giulio heeft haar gevonden op de kin van de gekruisigde vrouw. Niet veel, een vlassig baardje, zo'n hipsterding, maar onmiskenbaar een baard. Ilsink laat het zien en heeft alvast een foto van zangeres Conchita Wurst ernaast op zijn computerscherm geopend. De vrouw is dus Wilgefortis, ook wel Sint 'Ontkommer' genoemd, wat me aan Suske en Wiske doet denken. Dat ze weinig haar heeft, is natuurlijk omdat de kijker óók moet zien hoe mooi ze was, legt Jos Koldeweij uit. Het raadsel van de identiteit is opgelost. Al zijn ze niet achter de identiteit van de twee mannen op de zijluiken gekomen.

En waarom moesten er zulke duivels landschappen overheen worden geschilderd? Omdat men een echte Bosch wilde, denkt Ilsink. Zijn theorie: de oorspronkelijke opdrachtgevers hebben de opdracht teruggegeven of zijn gestorven, waarna de zijluiken met deze landschappen zijn overschilderd. Die overschildering van de zijluiken is zó goed, dat het heel dicht bij Bosch zit, zegt Jos Koldeweij. Bosch ís, zegt Ilsink, Koldeweijs voormalig leerling. Het is te goed geschilderd: wat hem betreft is het hele drieluik volledig eigenhandig van Bosch.

Jheronimus Bosch, Sint-Wilgefortistriptiek middendeel, ca. 1495-1500. Beeld Gallerie dell'Accademian Venetië

De Heremieten waren de ingrijpendste restauratie, vinden beide mannen, maar er is wel de meeste winst behaald. Het was geen eenvoudige problematiek, zoals bij Wilgefortis. Het lag ingewikkelder, alleen al omdat de betekenis van de voorstelling zich minder prijs geeft. Dat maakt het des te moeilijker als er veel gaten in de verflaag zijn, om deze goed te kunnen opvullen. Langzaam, stukje bij beetje konden de restauratoren punten verbinden.

Daar gaan soms acht flinterdunne lagen verf tegenaan, want als je een lacune vult met één dikke lag verf dan is de kans groter dat dit verkleurt en binnen tien jaar als 'vlek' in het schilderij zichtbaar is. Erika, in Venetië nog stil in de hoek aan het zijluik aan het werk, heeft verschillende lagen van dat zijluik er weer af moeten halen om het gelijk te trekken met het middenpaneel. Restaureren is monnikenwerk, besteed aan de laatsten op de aarde met een echt lange concentratiespanne.

Het Laatste Oordeel in Brugge is een eigenhandige Bosch, dat weten ze nu zeker. De kwaliteit die na de restauratie zichtbaar werd is overtuigend, details zijn zeer vergelijkbaar met details in andere werken van Bosch en de typische zoekende hand van werken werd duidelijk zichtbaar: Bosch tekende als het ware in verf, legt Ilsink uit, en hij corrigeerde zichzelf tijdens het werken.

Dat is in alle drie de triptieken goed zichtbaar geworden. Dankzij infrarood en detailfoto's konden de experts beter kijken. Ze herkenden stijl, vorm en aanpak. En de restauraties maakten de oorspronkelijke verf weer zichtbaar. Een gigantische winst. Een oplossing voor de achterkanten van de zijluiken van het Laatste Oordeel is ook gevonden: de brede gaten worden ingevuld met een grijzige verf zodat het oog niet te veel wordt afgeleid en de aandacht gaat naar de voorstelling die er nog wel te zien is.

Het gaat erom de hand van Bosch te zien, zegt Ilsink, de manier waarop hij al denkend zijn voorstelling opbouwde. Die is nu weer gevonden.

Vrijdagavond gaat de documentaire Jheronimus Bosch - Touched by The Devil van Pieter van Huystee in première op het IDFA in Amsterdam. De overzichtstentoonstelling Jheronimus Bosch opent op 13/2 in het Noordbrabants Museum in 's-Hertogenbosch.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.