Interview Steve Davis

Deze wat stijve, Britse oud-wereldkampioen snooker is nu dj op de grootste popfestivals - en dan de muziek waarméé

Wie de keurige, wat stijve Steve Davis kent van diens gloriejaren als snookeraar, zal vreemd opkijken dat de Brit tegenwoordig als dj geprogrammeerd staat op de grootste popfestivals. En dan de muziek waarméé.

Steve Davis op festival Glastonbury in 2016.

Sportkampioenen vallen nog wel eens in een zwart gat als ze afscheid nemen van de mat, het veld, het zwembad of, in het geval van snookerlegende Steve Davis, de grote groene speeltafel met zes pockets. Maar voor Davis (60), zesvoudig wereldkampioen in de jaren tachtig, betekende het dat hij eindelijk weer zijn passie kon oppakken die hij sinds de jaren zeventig toch wat verwaarloosd had: muziek luisteren en platen verzamelen. En sinds een paar jaar is daar nog een bezigheid bijgekomen: dj’en.

Samen met zijn maatje Kavus Torabi maakt hij al jaren een radioprogramma voor het Londense Phoenix FM, wat in 2016 leidde tot een uitnodiging om op Glastonbury, de moeder aller Britse festivals, te draaien. En zo kon het dus gebeuren dat de naam Steve Davis, snookerkampioen van weleer, dit jaar ook op het affiche van het Best Kept Secret kwam te staan. Davis: ‘Ik had niet het idee dat we de mensen echt aan het dansen kregen, maar er volgden meer uitnodigingen, dus we zullen wel iets goed gedaan hebben.’

Davis geniet in elk geval met volle teugen van zijn nieuwe leven, ‘want wat is er nu leuker dan je passie te kunnen delen met anderen?’ Praten over snooker op tv, waar Davis voor de BBC commentaar verzorgt, is leuk. Maar plaatjes draaien van zijn geliefde bands als Magma en Autechre is nog veel leuker.

Thuis in Brentwood, even buiten Londen, legt hij uit dat het in de jaren zeventig best lastig kiezen was. Maar het was het een of het ander, want muziek en snooker, dat gaat volgens Davis absoluut niet samen. ‘Snooker is een sport die volledig draait om techniek en concentratie. Ieder geluidje kan ontzettend afleiden. In mijn gloriejaren trainde ik door acht uur per dag ballen te potten, maar ik kan me niet herinneren tijdens het trainen ooit muziek aan te hebben gehad.’

Onverslaanbaar was Steve Davis in de jaren tachtig. Hij stond zeven jaar bovenaan de wereldranglijst en won tussen 1981 en 1989 zes keer het wereldkampioenschap. ‘Ik werd gehaat en geprezen, zoals dat later gebeurde met Tiger Woods in de golfsport en met Roger Federer in het tennis.’ De ene helft van het publiek houdt van ongenaakbare kampioenen, de andere helft ziet liever telkens een andere winnaar.’

Davis is lang doorgegaan. Hij kreeg in de jaren negentig een zo mogelijk nog ongenaakbaardere opvolger in Stephen Hendry en zag daarna de opkomst van jongere kampioenen als Ronnie O’Sullivan en John Higgins, in wie hij meestal al vroeg in de toernooien zijn meerdere moest erkennen.

In 2016 nam hij officieel afscheid en sindsdien volgt hij de sport alleen nog als commentator voor de BBC.

Steve Davis is nog altijd de keurige, welbespraakte, enigszins stijve Brit die we kennen uit zijn gloriejaren als snookeraar. Wie hem in die tijd met stoïcijns gezicht zijn tegenstanders met de ene na de andere century break zag vernederen, kan zich nu nauwelijks voorstellen dat deze zelfde Davis dertig jaar later als dj geprogrammeerd staat op een popfestival.

Zo mogelijk nog groter is de verbazing wanneer hij vertelt met welke muziek hij het publiek op Best Kept Secret aan het dansen hoopt te krijgen. Niet met techno, trance, hiphop of indiegitaren, nee, de voorkeur van Steve Davis gaat al sinds zijn jeugd uit naar de experimenteelste, moeilijk te behappen rockvarianten. ‘Bij ons noemen ze dat prog rock, maar dat associeer ik meer met bands als Yes en Genesis. Daar heb ik nooit wat aan gevonden; mij te veel pop, ze stonden zelfs in de top-40. Ik hield meer van het moeilijkere werk van bands als Soft Machine, Gentle Giant en vooral het Franse Magma. Die maakten een soort minisymfonieën waarin freejazz, folk, rock en zelfs klassiek door elkaar gegooid werden. Magma had ook nog een koor dat in een eigen taal zong, het Kobaïaans. Zo ontstond een compleet nieuw muzikaal universum waarin ik graag verdween.’

Davis begint enthousiast plaattitels, jaartallen en bandleden op te noemen. Hij ontpopt zich als connaisseur van vooral de experimentele, psychedelische rockmuziek uit de jaren zeventig. Ook is hij goed thuis in het werk van Frank Zappa en Captain Beefheart, en drukt hij ons op het hart dat er in de jaren tachtig geen betere muziek is gemaakt dan die van Camberwell Now, een avant-garderockband die voortkwam uit de Londense postpunkband This Heat, die nog altijd een grote cultstatus heeft.

Allemaal interessant, maar krijg je er een dansvloer mee vol? ‘Het zal even wennen zijn, maar als we een beat nodig hebben, heb ik nog een hele stapel cd’s van Aphex Twin en Autechre.’

Dat Davis en Torabi niet voor een groot veld draaien, maar voor een fraai door containers ingekaderde, ronde houten dansvloer in het bos, stelt hem gerust. ‘Wij zijn geen dj’s die alles strak aan elkaar mixen. De play-knop is de enige die ik gebruik. Ach, het is gewoon maar een uurtje mooie muziek draaien in de zon, met een biertje erbij. No big deal.’ Bovendien: dansen is geen must. Als Davis zijn publiek maar een soort ‘out of their heads’-ervaring kan bezorgen, een extatisch, psychedelisch gevoel zoals hij dat zelf had toen hij in Londen voor het eerst Magma zag. ‘Ik weet de datum nog, 9 juni 1974, in de Roundhouse. Ik was nog geen 17, droeg zo’n Afghaanse jas en spijkerbroek met wijde pijpen. Ik begreep er niets van, maar vond het magistraal.’

Davis ging hun platen verzamelen, maar in dezelfde jaren kwam die andere passie in zijn leven, snooker. ‘De hele opkomst van de punk is aan me voorbij gegaan. Als ik nu mensen hoor over hoe BBC-dj John Peel in die tijd met punkplaatjes hun leven heeft veranderd, moet ik denken aan hoe diezelfde Peel dat een paar jaar eerder bij mij deed met muziek van Gentle Giant en Van Der Graaf Generator.’

Naar hun platen bleef Davis luisteren in de schaarse uren die hij niet aan zijn sport besteedde. Het vele oefenen aan de snookertafel begon echter al snel zijn vruchten af te werpen. Davis werd professional en begon in 1981 aan een indrukwekkende reeks overwinningen.

Hij verdiende veel geld, dat hij op een dag ‘op volkomen onverantwoorde manier investeerde in mijn oude hobby’. Dat begon in 1987 met een bezoek aan een Londense platenzaak. ‘Zoals altijd keek ik of er een vakje met Magma-platen was. Dat was er. Ik zag een nieuwe liveplaat en dacht: waarom komt die band niet eens hierheen?’

Van het een kwam het ander. Davis ging bellen, richtte een eigen boekingskantoor op en organiseerde in januari 1988 drie optredens van zijn geliefde Franse band in het Londense Bloomsbury Theatre. ‘Hartstikke leuk natuurlijk, maar mijn kantoortje was meteen zo goed als failliet. Wist ik veel dat ze met z’n veertienen kwamen en allemaal een aparte hotelkamer nodig hadden.’

Maar de recensies waren goed, en Davis zelf had een paar topdagen. ‘Al was het goedkoper geweest als ik gewoon naar Frankrijk was gegaan om de band te zien.’

Het nieuwe snooker

De finale van het World Snooker Championship 2018, zoals elk jaar gehouden in The Crucible in Sheffield, was een van de mooiste ooit, aldus zesvoudig wereldkampioen Steve Davis. ‘Mark Williams versloeg John Higgins met 18-16 in misschien niet de spannendste maar technisch wel de beste wedstrijd die ik ooit heb gezien. Het spel is tegenwoordig veel aanvallender geworden. Strategisch safety shots spelen is er bijna niet meer bij. Het niveau is veel hoger. Anders dan in mijn tijd zijn er nu een stuk of acht spelers die allemaal evenveel kans hebben. En die spelen allemaal heel aanvallend. Dat maakt snooker veel spectaculairder om naar te kijken dan twintig jaar geleden.’ 

Een verzoek van Status Quo om hun boekingen te doen liet Davis vervolgens liggen; zijn activiteiten als concertpromotor bleven eenmalig. ‘Ik pakte mijn keu weer op en begon weer ballen te potten, daar had ik toch meer verstand van.’

Maar om de paar jaar, meestal na een bezoek aan een platenzaak, leefde zijn passie voor muziek weer op. ‘Ik heb een paar jaar obsessief soulsingles verzameld. Dozen vol met artiesten als Oscar Perry, van wie verder nooit iemand gehoord had.’

Praten over zijn passie deed Davis vooral in platenwinkels. Op snookertoernooien sprak hij er nooit over. ‘Niemand had iets met muziek. Ja, iedereen zegt wel dat-ie van muziek houdt, maar dat komt vaak niet verder dan dat ze Adele of Ed Sheeran goed vinden.’

Nee, Davis kon zijn liefde met geen van zijn opponenten delen. ‘Alleen van Stephen Hendry, in de jaren negentig mijn grootste kwelgeest, wist ik dat hij groot fan was van The Smiths.’ 

Davis herinnert zich nog goed dat Hendry als opkomstmuziek het Smiths-nummer Heaven Knows I’m Miserable Now had uitgekozen. ‘Iedere speler komt tijdens het WK de zaal in met zijn eigen muziekje. Maar Hendry’s keuze kwam er niet door. De organisatie vond het nummer niet vrolijk genoeg.’

Blije en opzwepende muziek is ook niet de specialiteit van Steve Davis, die liever verdwijnt in een haast spirituele luisterervaring. De broodnodige beats zullen op Best Kept Secret vooral moeten komen van zijn partner Kavus Torabi, die hij ooit ontmoette bij een concert van Magma in Frankrijk.

‘Je weet hoe dat gaat. Engelsen onder elkaar, biertje erbij en dan blijk je precies dezelfde muzikale interesse te hebben.’ Davis nodigde Torabi een keer uit voor zijn radioshow, ‘en hij is daarna nooit meer weggegaan. Hij zorgt ervoor dat ik niet te ver doordraaf en dat er af en toe nog iets voorbijkomt dat de mensen kennen.’

Nee, Kendrick Lamar, Arcade Fire of Beyoncé, daar hoeven de mensen niet op te rekenen. Maar Tropical Hot Dog Night van Captain Beefheart, dat zou goed kunnen, want dat nummer deed het ook goed op Glastonbury, zo herinnert Davis zich. En wat het grote succesnummer moet worden van het uurtje plaatjes draaien weet hij ook al. ‘Ken je Speculative Fiction van Camberwell Now?’, vraagt hij, verwijzend naar een tamelijk complex, tegen de jazzrock aanleunend nummer van zijn favoriete jarentachtigband. ‘Dat is echt een enorme feestknaller – nou ja, dat vind ik dan. Ik sluit niet uit dat iedereen meteen aan het Shazammen gaat om te kijken wat ze horen, en dan vergeet te dansen. Vind ik ook goed. Al is er maar één festivalbezoeker die ik voor die muziek kan interesseren, dan is mijn missie al geslaagd.’

Steve Davis en Kavus Torabi draaien zondag tijdens Best Kept Secret op Stage 4 (16:30-17:30 uur). 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.