BOEKRECENSIEEen eeuw van licht – Het leven van Christiaan Huygens

Deze vlot geschreven biografie brengt alleskunner Christiaan Huygens hopelijk weer iets dichterbij ★★★★☆

Christiaan Huygens was astronoom, uitvinder, alleskunner. En veel Neder­landers hebben geen idee wie hij was. Hopelijk brengt deze vlot geschreven biografie hem weer iets dichterbij.

Beeld Floor Rieder

AAACDDEEEEEGHHIIIJLMNNNNNOOOPRRRRSSSTTTTUYZ. Als je alle letters van een zin op alfabetische volgorde zet, weet niemand meer wat er staat. In 1656 kondigde Christiaan Huygens zijn ontdekking van de ring van Saturnus ongeveer zo aan, in de vorm van een anagram. Hij had meer tijd nodig – en vooral meer waarnemingen – om zeker te zijn van zijn theorie dat de planeet door een platte ring wordt omgeven. Maar door die theorie alvast te publiceren in de vorm van een anagram, claimde Huygens zijn primeur. Een jaar eerder had hij, 25 jaar oud, op soortgelijke manier vastgelegd dat hij een maan rond de planeet zag draaien.

De ontdekking van de Saturnusmaan Titan en van de ware aard van het ringenstelsel behoren tot de belangrijkste sterrenkundige wapenfeiten van alleskunner Christiaan Huygens, die overigens ook de eerste tekening van de Orionnevel maakte en vlekken zag op het oppervlak van de planeet Mars. Allemaal met lenzenkijkers die hij samen met zijn broer Constantijn bouwde. Huygens behoorde tot de grootste Europese astronomen van de 17de eeuw. Aan het eind van zijn leven speculeerde hij als een van de eersten over buitenaards leven in het postuum verschenen boek Kosmotheoros – De wereldbeschouwer, dat hij aan Constantijn opdroeg.

Maar Christiaan Huygens (1629-1695) was veel meer dan alleen astronoom. Natuurkundigen kennen hem als de grondlegger van de bewegingsleer (in zekere zin zelfs van de speciale relativiteitstheorie) en van de golftheorie van het licht. Wiskundigen weten dat hij de basis legde voor de kansberekening. Uitvinders roemen hem als de vader van het slingeruurwerk, de eerste nauwkeurig lopende klok in de geschiedenis. Bij musici is hij bekend vanwege zijn 31-toonsverdeling van het octaaf. En dichten en tekenen kon hij ook al.

Gedreven natuurvorser

In de nieuwe Huygens-biografie Een eeuw van licht van journalist en auteur Hugh Aldersey-Williams komen al die aspecten aan bod, zonder dat het ergens te technisch of te wetenschappelijk wordt. Het vlot geschreven boek (mooi vertaald door Ineke van den Elskamp en Gertjan Wallinga) plaatst Huygens als een gedreven natuurvorser in het roerige Europa van de Renaissance – de periode waarin voor het eerst een wiskundige basis werd gelegd onder de ‘natuurlijke filosofie’, zoals natuurwetenschap tot die tijd vaak werd genoemd.

Eerder zijn twee Nederlandse biografieën van Christiaan Huygens verschenen: in 1993 van natuurkundige Cees Andriesse en in 2004 van wetenschapshistoricus Rienk Vermij. Andriesses boek Titan kan niet slapen neemt je meer mee in de gedachtenwereld van de hoofdpersoon, in een prachtige literaire stijl. Vermijs beknopte maar rijk geïllustreerde Christiaan Huygens – De mathematisering van de werkelijkheid besteedt meer aandacht aan de wetenschappelijke inhoud. Een eeuw van licht is klassieker van opzet en vormt een waardevolle aanvulling op de eerdere boeken. Natuurlijk is er veel overlap – alle drie de auteurs putten dankbaar uit de 22-delige Oeuvres complètes, waarin alle publicaties, brieven en manuscripten van Huygens zijn verzameld.

Aldersey-Williams schrijft ook vrij uitgebreid over Huygens’ vader, Constantijn senior, die als dichter en staatsman bij de meeste Nederlanders meer bekendheid geniet dan zijn geniale zoon. Constantijn had geregeld vermaarde raadslieden, schilders, filosofen en wetenschappers uit binnen- en buitenland over de vloer, en het netwerken is zijn kinderen bij wijze van spreken met de paplepel ingegoten. Niet zo gek dus dat Christiaan – met een onderbreking vanwege ziekte – zestien jaar lang in Parijs woonde en werkte, waar hij medeoprichter was van de Franse Académie Royale des Sciences.

Dutch Light luidt de Engelse titel van Aldersey-Williams’ boek: volgens de auteur waren het niet alleen schilders als Rembrandt en Vermeer die zich lieten inspireren door het magische licht in het vlakke Nederland, maar ook wetenschappers als Antoni van Leeuwenhoek en Christiaan Huygens. Textuur, spiegeling, perspectief, microkosmos, lichtbreking, kleur – er viel zo veel te ontdekken; die tinteling proef je in elk hoofdstuk.

Huygens en Newton

Natuurlijk schrijft de Britse auteur ook uitgebreid over de relatie tussen Huygens en de dertien jaar jongere Isaac Newton, die er op een aantal terreinen heel andere ideeën op nahield. Zo meende Newton dat licht uit deeltjes bestaat in plaats van de golven van Huygens (volgens de quantumfysica hadden beide geleerden het overigens bij het rechte eind). In 1689, twee jaar na de publicatie van Newtons Principia, waarin hij zijn zwaartekrachttheorie beschreef, zocht Huygens hem op in Engeland – een historische ontmoeting van twee wetenschappelijke reuzen, waar menig historicus graag bij had willen zijn, maar waarover helaas niet veel details bekend zijn.

Waarom Newton – in het Verenigd Koninkrijk en ver daarbuiten – over het algemeen bekender is dan Huygens, kan Aldersey-Williams niet met zekerheid zeggen. Deels zal het te maken hebben met de grenzeloze gretigheid waarmee Huygens zich op werkelijk élk interessant onderwerp stortte – als generalist drukte hij misschien een minder groot stempel op de geschiedenis van de natuurwetenschap dan Newton deed met zijn universele zwaartekrachttheorie. Maar vermoedelijk speelde ook de nuchtere Hollandse koopmansgeest een rol. Nog steeds zouden we in Nederland wel iets trotser mogen zijn op onze wetenschappelijke kopstukken.

Christiaan HuygensBeeld Getty

Ja, er is een mooi museum ingericht in Hofwijck in Voorburg, waar Christiaan Huygens de laatste jaren van zijn leven doorbracht, en ja, oudere lezers kennen hem nog van het briefje van 25 gulden, maar het blijft enigszins beschamend dat de meeste Nederlanders geen idee hebben wie hij was. Hopelijk kan Een eeuw van licht bijdragen aan de herwaardering van de grootste wetenschapper die ons land heeft voortgebracht (Titan kan niet slapen is trouwens ook nog in de handel).

Wie een beetje van puzzelen houdt, kan nu vast het anagram aan het begin van dit artikel wel oplossen.

Hugh Aldersey-Williams: Een eeuw van licht – Het leven van Christiaan Huygens. Uit het Engels vertaald door Ineke van den Elskamp en Gertjan WallingaThomas Rap; 512 pagina’s; € 29,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden