TegensprekersWilliam Melvin Kelley

Deze ‘vergeten gigant van de Amerikaanse literatuur’ bedacht de term woke

William Melvin Kelley Beeld Seb Agresti
William Melvin KelleyBeeld Seb Agresti

De Amerikaanse schrijver William Kelley (1937-2017) wilde de begrippen ‘black’ en ‘white’ overstijgen. Anders dan de hedendaagse woke-beweging, die voor haar naam schatplichtig is aan Kelley, relativeerde hij raciale verschillen juist.

1962 was hét jaar van schrijver William Melvin Kelley. Zijn debuutroman A Different Drummer kwam uit, een boek dat hogelijk werd geprezen, maar na een tijdje ook weer in de vergetelheid dreigde te raken. Het duurde 56 jaar totdat The New Yorker bij monde van journalist Kathryn Schulz Kelley uitriep tot ‘de vergeten gigant van de Amerikaanse literatuur’. Hoe had literair Amerika deze grootheid na het midden van de jaren zestig uit het oog kunnen verliezen? Schulz’ stuk werd in 2018 gepubliceerd, een jaar na Kelleys dood, waarop een revival van Kelleys eersteling volgde, met tal van buitenlandse vertalingen, ook in het Nederlands. De auteur heeft het zelf niet meer mogen meemaken.

1962 was ook het jaar van persoonlijk geluk: Kelley trouwde met Karen Gibson, de vrouw die zich later Aiki ging noemen, ook al om afstand te nemen van haar black bourgeois opvoeding met auto’s en paarden in Chicago. Hij bleef zijn leven lang met haar en hun twee dochters: ze vormden een hecht Afro-Amerikaans gezin, dat in Europa woonde (Rome, Parijs), jarenlang op Jamaica verbleef en uiteindelijk weer terugkeerde naar New York, waar Kelley ook zijn laatste adem uitblies.

Globetrotters, kosmopolieten.

Als ik per videoverbinding aan echtgenote Karen/Aiki vraag of het niet wrang is dat Kelley vooral postuum zoveel eerbewijzen mocht ontvangen, is ze heel gedecideerd: ‘Vergeet niet hoeveel roem, geld en eer ons te beurt vielen in 1962, toen William echt gold als de nieuwe Afro-Amerikaanse auteur, vergelijkbaar met de erepositie die James Baldwin bekleedde. William wist wat hij waard was, hij ging ervan uit dat zijn werk de tijd zou overleven. Ook toen het daar lange tijd niet op leek, bleef hij geloven in de kracht van zijn proza.’

En dan schreef Kelley in 1962 ook nog eens een opinieartikel voor The New York Times: If you’re woke you dig it, waarmee hij officieel de eerste Afro-Amerikaan werd die het begrip ‘woke’ in deze zelfbewuste en ‘wakkere’ betekenis gebruikte. Zestig jaar later bestaat er wereldwijd wat een ‘woke-cultuur’ is gaan heten. ‘Woke’ heeft inmiddels ook de Oxford English Dictionary gehaald: ‘alert to injustice in society, especially racism’ (bewust van het onrecht in de maatschappij, vooral van racisme).

Het mag ondertussen gesneden koek zijn, maar iemand moest het begrip introduceren, en vooral ook in drukinkt laten verschijnen, zodat het meer werd dan hippe straattaal.

Het verhaal wil dat Kelley begin jaren zestig een buurtgenoot uit Harlem tussen neus en lippen door over ‘woke’ hoorde praten. Hij begreep meteen wat de betekenis was, het waren de grote jaren van de Civil Rights Movement, van Martin Luther King en Malcolm X, en het keurige New York Times-publiek zat door Kelleys toedoen op de eerste rij om kennis te maken met de zwarte straattaal uit Harlem. Later, in 2008 zou zangeres Erykah Badu ook over ‘woke’ zingen, en nog later werd de Black Lives Matter-beweging bekend met de hashtag ‘#staywoke.’ Het woord kreeg een wereldcarrière, vooral toch dankzij Kelleys alertheid.

Na de geboorte van hun eerste dochter besluiten de Kelleys te verhuizen naar Parijs: ze zijn het racistische Amerikaanse klimaat meer dan beu, maar willen ook een samenleving ontvluchten die haar inwoners precies twee ‘kleursmaken’ te bieden heeft: ‘Black or white’. Het is een voortvloeisel uit de ‘one drop rule’, waardoor iedereen met gekleurde of zwarte voorvaderen definitief tot ‘black’ wordt gerekend. ‘Octoroon, quadroon’, het zijn de semi-wetenschappelijke benamingen voor mensen die voor een achtste of een vierde deel ‘zwart bloed’ in zich hebben, dankzij hun voorouders. Licht gekleurd, donker gekleurd, het maakt niet uit, want ‘a negro’ was je en bleef je in de ogen van ‘white America’.

Het blijft bijzonder dat de ‘woke’- propagandist Kelley in zijn latere leven zelf weigert de wereld op te delen in zwart en wit. Hij leert zijn dochters dat er ‘pink people’ bestaan en ‘brown people, and that’s it.’

Echtgenote en moeder Aiki verklaart dat het stel de hele raciale indeling onderuit wilde schoppen. ‘Een term als ‘race’ is zo beladen geweest in de Amerikaanse geschiedenis, en nog steeds. Het overstijgen van het begrip ras, dat was ons doel.’ Die relativering van het raciale heeft de hedendaagse woke-beweging bepaald niet overgenomen van Kelley.

Sowieso moet het echtpaar Kelley moeilijk plaatsbaar zijn geweest. Aiki zegt dat ze nooit van die ‘community people’, gemeenschapsmensen, zijn geweest. Ze kenden James Baldwin, ze kenden de fotograaf Carl van Vechten, die William portretteerde, ze kenden de schrijver Langston Hughes, de laatste twee bekende namen uit de periode van de ‘Harlem Renaissance’. Maar individualistischer dan William Kelley vind je ze niet. Eigenzinnig. Op zichzelf. In zijn latere, experimentele prozawerken viert hij een orale traditie, die hij in schrift probeert te vangen, ook als de grens van de leesbaarheid daarvoor moet worden overschreden. Het boek dem uit 1967 is taalkundig net zo experimenteel als Finnegans Wake van James Joyce, maar deze tekst moet ook nog eens uitgesproken worden om betekenis te krijgen. De man geloofde in A Different drummer, mooi in het Nederlands vertaald als Uit de maat. Als motto voor het boek heeft Kelley voor een citaat gekozen van de Amerikaanse filosoof van de burgerlijke ongehoorzaamheid, Henry David Thoreau (1817-1862): ‘Als iemand niet met zijn kameraden in de pas kan blijven, komt dat misschien doordat jij een andere tamboer hoort. Laat hem stappen op de maat van de muziek die hij hoort, in wat voor maat en hoe ver ook.’

In zijn debuutroman vertelt Kelley het verhaal van ene Tucker Caliban, die eerst het land koopt waarop ooit zijn Zuidelijke voorvaderen in slavernij leefden en werkten, om vervolgens als nieuwe, gekleurde eigenaar alles wat hij bezit (boerderij, stallen, vee, grond, akkers) te verwoesten. De witte buurtgenoten zien ongelovig toe hoe Caliban zijn levenswerk nauwgezet en heel precies sloopt en vervolgens met de noorderzon vertrekt. Verbijstering en onbegrip alom.

De roman is nog steeds adembenemend, omdat Kelley de perspectieven van ‘witte Zuiderlingen’ centraal stelt, terwijl hij ook oog heeft voor hun onderlinge verschillen.

De hedendaagse lezer begrijpt al snel hoe onleefbaar een gebied kan zijn dat blijvend getekend is door slavernij: de radicale daad van boer Tucker is ook een afrekening met dat geknechte verleden. William M. Kelley bewijst met zijn debuut dat hij de geest van ‘white America’ met een onthutsend gemak kan lezen. Hier is een geboren New Yorker aan het woord, die alle kleurgeledingen kent als waren het familieleden; ‘white and black’, later ook wel bekend als ‘pink and brown.’

Na hun Franse verblijf besluiten de Kelleys zich te vestigen op Jamaica – alles beter dan de Verenigde Staten. Maar Kelley krijgt het, na die razend succesvolle start, steeds moeilijker, ook financieel: het gezin leeft in een armoedig vervallen huisje op het Jamaicaanse platteland en de visa’s verlopen.

In de tussentijd verdiept Kelley zich in zijn schrijfwerk maar ook in religie: het tekent zijn eigenzinnige karakter dat hij zelf een versie van het joodse geloof fabriceert, gebaseerd op de Pentateuch, de vijf boeken van Mozes, maar ook geïnspireerd raakt door de rastafari’s uit de buurt.

Bij hun terugkeer naar New York merkt het gezin pas goed hoe idiosyncratisch hun geloofsovertuiging is. Liberale en orthodox joodse stadsgenoten kijken er flink van op.

Kelley sterft in de Bronx, New York in 2017; dezelfde buurt waar hij als kleine jongen opgroeide te midden van Italiaans-Amerikaanse buurtgenoten, en waar hij als ‘brown American’ een voorsprong had op al die immigrantenkinderen, die zich nog het Amerikaanse leven eigen moesten maken. Toen al voelde William zich niet de mindere, maar juist de zelfbewuste Amerikaan.

Echtgenote Aiki woont met haar dochters nog steeds in het appartementengebouw waar William zijn laatste jaren doorbracht.

Kelley stierf in de zekerheid, dat zijn werk na zijn dood een heropleving zou doormaken. De woke profeet heeft het niet met eigen ogen mogen zien, maar het beloofde land werd uiteindelijk wel bereikt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden