Deze uit Iran gevluchte alleskunner spiegelt zich in zijn theatervoorstelling aan de mensen aan de andere kant van het hek

De uit Iran gevluchte rapper, acteur en theatermaker Saman Amini ( 28 ) spiegelt zich in zijn voorstelling Samenloop van Omstandigheden aan vluchtelingen van nu en ‘de mensen aan de andere kant van het hek’. Waarom heeft hij het wel gered? 

Saman Amini Beeld Casper Kofi

‘Het begin van jouw verhaal was niet heel anders dan het mijne, kleine.’ Dat zegt Saman Amini (28), muzikant, acteur en theatermaker, in zijn solovoorstelling Samenloop van Omstandigheden. Rode draad van de voorstelling is een brief die hij schrijft aan een kleine jongen, een jongetje als Omran Daqneesh of Aylan Kurdi – Syrische kinderen die als gevolg van schokkende foto’s symbool werden van een humanitaire ramp; de een getraumatiseerd in een ambulance, de ander levenloos op het strand. Amini: ‘Maar hetzelfde startpunt leidt niet altijd tot hetzelfde einde.’

Neem Amini zelf: in 2001, hij was toen 11, vluchtte hij met zijn zwangere moeder en zijn zusje uit Iran naar Nederland. De situatie in Teheran was uitzichtloos en zijn familie liep gevaar – concrete details daarover wil hij niet geven. Het gezin wachtte zeven jaar op een verblijfsvergunning in diverse asielzoekerscentra. Maar kijk nu: hij heeft een Nederlands paspoort (‘Al acht jaar!’), speelt toneel en maakt muziek: rauwe, poëtische rapteksten op sobere, soepele beats in mineur. Zijn teksten zijn stoer en gedragen tegelijk, maatschappijkritisch en zwaarmoedig. In nummers als Dunne Lijn en Maandag spreekzingt Amini over oorlog, armoede en uitzichtloosheid. Maar hel is een plek hier op aarde/ voor hen die de andere kant van het hek nooit zullen halen.’

Op toneel zegt hij: ‘Mijn reis is voorbij. Bestemming bereikt. Ik wel, en jij niet.’

In de voorstelling gebruikt Amini vaak het beeld van een hek, een hek tussen daar en hier, tussen oorlog en vrede, armoede en welvaart. Zelf is hij er met succes overheen geklauterd. Maar zijn brief is bedoeld voor al die jongens ‘aan de andere kant’, die nooit uit de ellende zullen wegkomen. In 2016 speelde Amini een kort voorproefje op De Parade, ‘een half uurtje theater dat alles en iedereen door elkaar schudde’, schreef Hein Janssen in deze krant. Nu is er een avondvullende voorstelling, plus een gelijknamige EP.

Amini volgde de Toneelacademie in Maastricht. Sinds zijn afstuderen in 2012 maakte hij met drie anderen de veelgeprezen voorstelling Nobody Home, hun autobiografische relaas over vluchteling zijn in Nederland, en A seat at the table, een voorstelling over racisme. Hij heeft volop werk, beheert zijn eigen stichting, Black Sheep Can Fly, en krijgt lovende kritieken. Zoveel geluk, daar heeft hij weleens slapeloze nachten van. Want waarom hij wel? Tegelijk kan hij voor zijn toeschouwers – Nederlands, rijk, welvarend  misschien een gids zijn naar de andere kant van het hek. ‘Ik zou willen dat iedereen die een Nederlands paspoort heeft, zich realiseert dat we hier in een land leven waar je kunt dromen en je dromen kunt najagen. Als je hier geboren bent, ben je je daar misschien minder van bewust, want je hebt dat andere perspectief niet. Dat wil ik graag meegeven.’

De tekst is deels autobiografisch, maar Amini benadrukt dat hij zaken heeft uitvergroot en geromantiseerd. Een opvallend persoonlijk element is de getroebleerde relatie van de verteller met zijn vader. Daarover wil Amini in de krant niet uitweiden. ‘Nee, sorry. Ik kan niet namens hem spreken. Als je zijn verhaal wil horen, moet je hem interviewen. Alles wat ik erover te zeggen heb, zit in de voorstelling.’

Dat is, in het kort, het volgende: een zoon heeft te lijden onder de zwijgzaamheid van zijn vader, een emotioneel afwezige, onbereikbare man. Hij schreef er een nummer over, Pappa kijk dan, vrij naar Bram Vermeulen. ‘Pappa kijk dan/ hoe je zoon goals kan scoren. Pappa kijk dan/ hoe ik zelf m’n baard heb geschoren. Pappa kijk dan, kijk dan.’ Een tijdlang hebben ze geen contact. Maar uiteindelijk besluit de zoon de vader te confronteren met alles wat hij in de relatie heeft gemist. ‘Vanavond draaien we de rollen om/ ik ga praten en jij gaat horen.’

‘Dat is waargebeurd’, zegt Amini dan alsnog. ‘Ik gooide er in één lange monoloog 25 jaar frustratie uit. Ik weet niet eens meer wat ik allemaal gezegd heb. Maar het mooie was: het hielp. Opeens kon mijn vader mij vertellen welke vreselijke dingen hij vroeger heeft meegemaakt. Toen begreep ik zijn gedrag veel beter. Het is een wonder dat hij überhaupt nog overeind staat.’

Amini herinnert zich nog goed het moment dat zijn vader zich in Nederland bij het gezin voegde. Hij was toen 16 en zijn vader pakte zijn hand vast op straat. ‘In Iran is dat heel gewoon, dat vaders en zonen hand in hand lopen. Maar ik trok mijn hand meteen terug. ‘Wat doe je? Laat los.’ Sinds zijn uitbarsting is de relatie enorm verbeterd. ‘Laatst kwam hij me opzoeken in Amsterdam, we liepen over straat, druk pratend, en opeens kijk ik naar beneden en zie ik dat we elkaars hand vasthouden. Zomaar, vanzelf. Ik had het helemaal niet door.’

In het azc begon hij met teksten schrijven – ‘boze rapteksten in Tupac-stijl’ – vooral als uitlaatklep. ‘Ik weet niks van techniek, ik schrijf intuïtief. Ik houd me ook niet aan rijmschema’s, die ken ik niet eens. Ik werk vanuit het ritme, beweeg van vorm naar inhoud. Rijm is een zelfopgelegde beperking: je moet van beeld naar beeld schrijven. En soms vind ik zo per ongeluk een perfecte zin.’

Zijn taalgevoel blijkt uit de flow van zijn zinnen, de fraaie klankenreeksen, het ritme en het binnenrijm. In Longen vol rapt hij: Maar er is nog één kans, nog één plek/ en dat is het paradijs, over de oceaan/ het wordt een lange reis/ Maar als we er zijn, dan is ieder gelijk/ Iedereen vrij.’

Beeld Casper Kofi

Dat taalgevoel dankt hij aan zijn vader, ziet Amini nu. ‘Hij leest me nu de grote Perzische dichters voor, in het Farsi. Iran heeft een sterke orale traditie, het verhalen vertellen zit in mijn bloed. Ik sprak als kind al lange complexe volzinnen uit, schijnt. Toen ik 5 was, werd ik een keer ergens op aangesproken en antwoordde ik blijkbaar met de Perzische variant van ‘de pot verwijt de ketel dat hij zwart ziet. Dat vond iedereen toen hilarisch.’

Naast zijn familie is armoede een belangrijk thema in de voorstelling. ‘Maar ik zou liegen als ik beweerde dat ik de ergste armoede aan den lijve heb ondervonden. Onze buurt was arm, er was veel werkloosheid, maar wij hadden het redelijk oké.’ Zijn vader had een bedrijf in auto-onderdelen, dat failliet ging toen Saman vier was, zijn moeder was naaister en ‘hosselde bij’ als kapster aan huis. ‘Zij was creatief en vindingrijk, maakte kleren voor ons. We hadden niet veel, maar zij wist echt te zorgen voor haar kids.’

In zijn omgeving maakte hij grotere armoede mee: bij een neefje dat eens per week alleen maar oud brood en yoghurt te eten kreeg. Zelf herinnert hij zich uit zijn eerste jaren in Nederland nog goed het gevoel ‘vet gelukkig’ te zijn met één euro.

In het azc verdiende Amini als puber een tientje per week met gangen schoonmaken. Na tien weken werken, en met een beetje extra hulp van zijn moeder, kon hij zich een paar Nike Air Max veroorloven. ‘Een enorme luxe natuurlijk. Die schoenen heb ik nog steeds.’

Zijn afkomst maakte hem bewust van de impact van armoede, en dat zal nooit meer overgaan, denkt hij, ook al heeft hij nu een Ray-Ban (‘vier jaar oud, en ik hoef echt geen nieuwe) en een MacBook. In de voorstelling constateert hij dat zijn hele outfit, inclusief laptop, tas, horloge en telefoon 4.300 euro waard is. ‘4.300 euro! Een vluchteling kan voor 5.000 euro hiernaartoe komen. Dat gaat om iemands hele leven. Dat is sick.’

In Nederland voelt hij zich nog vaak een stiefkind, zegt hij. ‘Jongens zoals ik moeten hier twee keer zo hard hun best doen. Tegelijk krijg ik de kans om het tegendeel van de vooroordelen aan te tonen, simpelweg door er te zijn. Ik kan aan een talkshowtafel gaan zitten en laten zien dat iemand met een baard geen boze baboon is, en gewoon netjes Nederlands praat.’

Goeie voorbeelden zijn belangrijk, wil hij maar zeggen. ‘Een vriendinnetje van mijn zusje, 17 jaar, wil per se de politiek in. Waarom? Sylvana Simons. Zo snel kan het gaan. Ik vind de tijd waarin we nu leven heel interessant. Er is veel weerstand, maar dat komt juist omdat ‘onze’ stemmen, die van minderheden, steeds luider klinken. Wat je nu ziet, is dat Nederland zichzelf leert kennen, ook de minder fraaie kant. Dat doet soms pijn, maar de ontwikkeling vind ik hoopgevend.’

Voor iemand met zijn biografie, die bovendien nog dagelijks te maken krijgt met racisme (‘Laatst vroeg ik ergens de weg, vroeg die man: ‘Naar het reclasseringsbureau?’) komt Amini opgeruimd en evenwichtig over. Dat is te danken aan zijn moeder, zegt hij, en aan zijn vak. ‘Ik heb heus weleens therapie overwogen, maar ik weet wat er mis is; ik ken mijn pijn. Nee, ik heb een andere methode: ik schrijf het van me af. Als ik me slecht voel kruip ik achter de laptop en begin gewoon te typen: freestyleschrijven, random. Dat moet je een keer proberen! Je schrijft, en dat brengt je tot de kern van wat je voelt. Ik begin vaak letterlijk met: ‘Ik ben boos en ik weet niet waarom…’ en probeer dan alles wat in m’n hoofd opkomt te typen. Zo gooi ik het eruit. Dát is therapie voor mij.

Ja, ik heb veel meegemaakt, en had misschien een trage start, maar zelfs op mijn moeilijkste dagen zou ik met niemand willen ruilen.’

Saman Amini, Samenloop van Omstandigheden, door Paradiso Melkweg Producties en Black Sheep Can Fly. Vanaf 11/4 in Theater Bellevue, Amsterdam, première 13/4.

Saman Amini

 Saman Amini (Teheran, 19 mei 1989) kwam op zijn 11de naar Nederland. In het asielzoekerscentrum kwam hij in contact met Stichting de Vrolijkheid, waar zijn interesse voor theater ontstond. Amini begon zijn toneelcarrière bij Theatergroep Dox. Daarna volgde hij de acteursopleiding van de Toneelacademie Maastricht. Amini speelde de hoofdrol in de film Sacred Defense, die in 2014 in Los Angeles wordt gekroond tot de beste ­studentenfilm ter wereld. Hij viel op in producties als Nobody Home en A seat at the table, en speelde de rol van subversieve vlogger De Beer van ’s-Gravenhage in theatermarathon The Nation.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.