REPORTAGE

Deze totaalervaring in een loods brengt je ín het kunstwerk

Op bezoek bij Levi van Veluw

De bezoeker van Levi van Veluws nieuwste kunstwerk kijkt er niet naar, hij is er ín. V bezocht de opbouw naar deze totaalervaring in een loods in Zaandam en in een kunstcentrum in Maastricht.

Details gemaakt tijdens de opbouw van de installatie van Levi van Veluw in kunstcentrum Marres in Maastricht. Foto Marie Wanders

Attentie: dit is géén droombeschrijving. Je bent in het centrum van Maastricht. Hobbelkeitjes op straat, smalle stoep, de drukte van de winkelstraten sterft weg. Je duwt de deur van Capucijnenstraat 98 open, een zware deur met twee gietijzeren wolvenkoppen erop, en gaat alleen naar binnen. Een zwarte gang slokt je op. Het is er donker en aan de kille kant. Is het een huis? Nee. Een laboratorium? Nee. Er zijn kamers, maar daar houdt de herkenning op. Kasten hangen halverwege een val in de lucht. Net op tijd trek je je voet terug voor een peilloze zwarte poel. Naar boven, de hoek om. Niets is bekend, de ruimte onbegrensd, je lost op in het donker om af en toe in een lichtstreep weer op te doemen. Daar een zuigende trechtervorm, je zou er in kunnen verdwijnen. Door een lange gang, hoe lang eigenlijk al? Dan gaat een deur open en sta je in een helverlicht trappenhuis. Het gerinkel van de keuken van kunstcentrum Marres klinkt als een opluchting. Je bent er nog. Je bent er weer.

Zaandam, 29 juni

De zon is fel, maar tussen de hoge voormalige munitieloodsen aan de Hemkade in Zaandam is het fris en stil. Alleen een cirkelzaag krijst af en toe in de verte. Levi van Veluw duikt op uit een van de deuren; tussen de imposante gebouwen lijkt hij nog magerder, de donkerbruine kuif dwars afstaand van het hoofd. Hier bouwt hij al ruim een half jaar aan zijn grootste werk ooit, een installatie die straks in oktober alle kamers van kunstcentrum Marres moet vullen. Twee loodsen huurt hij op het terrein aan het Noordzeekanaal: in de ene het kantoor, en aan de overkant van het straatje wordt gebouwd. Een kleine ploeg mensen, variërend van zijn vaste assistent tot familieleden, werkt er in alle rust en concentratie, als in een fabriek waar ieder zijn taak weet. In het midden is een complex gangen en kamers verrezen, 350 vierkante meter groot, dat straks in zijn geheel naar Maastricht wordt gereden en in het oude herenhuis dat het kunstcentrum huisvest wordt ingepast als een nieuwe voering. Op de buitenwanden zijn cijferreeksen gestempeld: R-4 100 is de eerste gang, R 300 is vol met vloeistof.

'Ik werd gevraagd voor een solotentoonstelling', zegt Van veluw terwijl hij voorgaat door het decorachtige gangenstelsel. 'Tekeningen en installaties, dat zou het worden. Maar ik bedacht: ik hóéf het niet zo te doen. Ik kan het ook eens helemaal naar mijn hand zetten. Mensen niet naar iets laten kijken, maar echt laten ervaren.' Om dat te stimuleren gaan bezoekers straks liefst alleen, maar maximaal met zijn tweeën tegelijk naar binnen.

Hij stapt over latten en stekkerdozen door een lange smalle gang, waarin duizenden geometrische vormpjes in stellingkasten liggen. 'Wat ik nu eigenlijk aan het maken ben, kan ik niet goed omschrijven. Wat belangrijk is: normaal gesproken begrijp je een werk vooral via de hersenen, via een denkproces. Hier gaat het via de zintuigen. Daarom moet alles perfect zijn, zodat je niet wordt afgeleid, je je niet afvraagt hóé iets gemaakt is.'

Snelle start

Levi van Veluw (Hoevelaken, 1985) werd nog tijdens zijn studie aan Artez in Arnhem bekend met foto's waarin hij zichzelf als ondergrond gebruikte. Van koffie tot balpentekeningen, boomschors tot complete miniatuurlandschappen verschenen op zijn karakteristieke benige hoofd. De commercie dook op hem. Na wat opdrachten (o.a. voor Land Rover) en na veel gekopieerd te zijn, gooide hij het over een andere boeg en maakte de series The Origin of the Beginning en The Collapse of Cohesion: tekeningen, complexe diorama's en films met benauwende fantasiewerelden. Dit voorjaar was hij publieksfavoriet bij de Volkskrant Beeldende Kunstprijs. The Relativity of Matter is zijn eerste werk dat de toeschouwer helemaal omgeeft.

Foto Marie Wanders

Dus: aan die 5 duizend kilo hout, honderden kastplanken, tienduizenden ballen, duizenden geometrische vormen, 150 kilo verf en 100 liter giethars moet je straks niet meer denken. Er hangt een duistere constructie van planken in de lucht, als een ontplofte constructivistische tekening, maar de draadjes zie je niet. Of beter: je zoekt er niet naar.

De kunstenaar stapt in een kamer die van plafond tot vloer bedekt is met cassettes waarin ballen zweven. De ruimte is iriserend blauw en direct verandert zijn stem in die van een robot - een onbedoeld akoestisch bijeffect van deze totale bedekking. 'Raar, hè, net of je in je eigen computer staat', spreekt plotseling een Stephen Hawking-kloon tot mij. 'Blauw is de enige kleur die je in het hele huis tegenkomt. Dat is de kleur van de toekomst.' O ja? 'Ja, het heeft iets koels, neutraals. Er kleeft geen associatie aan, zoals aan rood.'

Hij vertelt dat hij altijd graag sciencefiction heeft gelezen uit de jaren vijftig en zestig. 'Oude sciencefiction is theoretisch, maar ook filosofisch. In een verhaal van Isaac Asimov is bijvoorbeeld de wiskunde verdwenen en dan ontdekt iemand het hoofdrekenen weer. Hoe verandert de mensheid daardoor? Er worden hele nieuwe werelden bedacht in die boeken.' Daarom heeft ook scientology zijn interesse - niet omdat hij een aanhanger is, maar om de nieuwe wereldorde die, inclusief haar ontstaansgeschiedenis, helemaal bedácht is. 'Zelf ben ik heel chaotisch, dat probeer ik te bezweren', beweert hij. 'Dit is allemaal chaos, maar wel steen voor steen opgebouwd. Als je het netjes neerlegt lijkt het weer logisch.'

Zaandam, 23 juli

Het gaat gesmeerd, maar warm is het wel onder de glazen daklichten van de loods. Zus Nina ('zij kan echt heel snel werken') zaagt met ijzeren regelmaat houten blokjes, elke twee seconden een. Honderd, duizend, ontelbaar. Op de vloer staat een enorme rechthoek afgetapet - zo groot is de vrachtwagen waar straks alles in moet passen.

Een kamer met druipende blauwe vloeistof is inmiddels afgekeurd. Nieuw: een enorme trechtervorm van latten, recht uit een oude tekening van Van Veluw. Grootste hoofdpijndossier nu: een bal van giethars, waarin allerlei zwarte vormpjes zweven. Giethars is smerig spul, Van Veluw krijgt hem nog niet perfect. 'Als je je een nieuwe werkelijkheid voorstelt, zit daar geen gietnaad in.' Twee weken later mailt hij: exit bal. Weken en weken experimenteren, geld en mankracht vergooid. 'Het voelde als een dood ding, opgelucht door kunstlicht.' Als hij erlangsloopt heeft hij buikpijn, maar de knop moet om.

In Kleef zag hij eens een heel slecht spookhuis. 'Toen dacht ik: als je dit nu eens heel goed zou doen?' Dat is voor hem net zo belangrijk als, om maar wat te noemen, de kastwanden van Louise Nevelson of het 'Haus Ur' van Gregor Schneider. Over zulke kermisassociaties had hij vroeger nooit verteld. 'Maar tegenwoordig vraag ik me niet vaak meer af wat kunst is of waarom, en al helemaal niet hoe mijn werk zich verhoudt tot andere kunst. Sindsdien heb ik veel meer plezier', zegt hij terwijl om hem heen de houtvoorraden de gemiddelde bouwmarkt degraderen tot knutselhoek.

De kamers worden meer en meer een 'totaalervaring'. Het is er echt donker, de vormen doemen op uit het duister, het gevoel voor ruimte valt weg. Een schilder zou zeggen: een reis van figuratie naar abstractie - steeds minder is herkenbaar. Met de voltooiing in zicht komen nieuwe vragen: temperatuur, geur, geluid, belichting... de belichting! Dat is het ergste. In de blauwe ballenkamer moet het licht niet van boven komen, want dan is het ineens een plafond, snap ik wel? Ik knik, maar zal het pas twee maanden later in Maastricht ook echt in knieën en buik voelen: dat het begrip van 'boven' en 'onder' weg is. Dat je, als in 2001: A Space Odyssey, de kamer zou kunnen laten kantelen en draaien en dat die nog steeds hetzelfde zou zijn.

Maastricht, 27 september

Stress - nou, welkom. Op het kantoor van Marres ontvangt Levi van Veluw, bleek als een krant boven zijn waterblauwe trui. Assistent een burn-out, zoontje ziek, iemand die een bericht stuurt: 'Voel griep opkomen.' Af komt het wel, maar is het goed? Hij grijnst moeizaam. 'Dit is een slecht moment om me dat te vragen. Ik ben toch een purist; nu vind ik alles kut. Laat ik zeggen: 70 procent klopt.' Hij vraagt zich nogmaals hardop af wat hij nu eigenlijk gemaakt heeft. 'Ik sprak een vrouw van de Nederlandse Dansdagen en die snapte het meteen. Dat was heel bijzonder. Ook al houdt zo'n danser zich met hardcore conceptuele dans bezig, dan is er altijd het lichaam. Het aanvoelen van de ruimte, het inschatten wat je kunt doen, hoe je kunt bewegen, het is nadenken met je lichaam. Dat zoek ik. Ik hoop dat de bezoeker dat ook kan.'

Het hele chique Maastrichtse woonhuis dat Marres eigenlijk is, met stucwerk en profieltjes en al, is verdwenen achter de nieuwe ruimtes van Levi van Veluw. Ik laat mijn tas en telefoon achter. De kunstenaar loopt mee naar de voordeur maar gaat niet mee naar binnen. De deur valt zachtjes in het slot en daar ga ik, de zwarte gang in. Verstand uit, voelspriet aan.

The Relativity of Matter - Levi van Veluw. Marres, Maastricht, t/m 29/11. Reserveren gewenst.

Na denken nu voelen

Kunstcentrum Marres in Maastricht toont Levi van Veluw in een langer lopende serie over het zintuiglijke in de kunst. Directeur Valentijn Byvanck: 'Tien, vijftien jaar lang was het 'discursieve' belangrijk in de hedendaagse kunst: theorievorming, discussiëren. Niet dat dat verkeerd is, maar wij willen ook andere zaken onderzoeken.'

Foto Marie Wanders
Details gemaakt tijdens de opbouw van de installatie van Levi van Veluw in kunstcentrum Marres in Maastricht. Foto Marie Wanders
Foto Marie Wanders
Foto Marie Wanders
Foto Marie Wanders