Interview

Deze theatermaker en schrijver vragen zich in hun nieuwe voorstelling een uur lang af: heeft wat wij doen wel nut?

null Beeld Aurélie Geurts
Beeld Aurélie Geurts

Theatermaker Milo Rau en schrijver Édouard Louis voeren dezelfde gevechten. Tegen masculien geweld, politiek geweld, tegen onderdrukking. Nu nemen ze de wapens op tegen bourgeois theater met hun voorstelling The Interrogation. ‘We bevragen het idee dat kunst het individu kan verheffen.’

Eind vorig jaar schreef Édouard Louis een e-mail aan Milo Rau. ‘Beste Milo, het spijt me dat mijn antwoord zo lang op zich liet wachten. Maar ik moest er goed over nadenken. Ik heb gemerkt dat het leven van een acteur toch niet het droomleven is, waarop ik altijd had gehoopt.’

De twee kunstenaars zijn dan net begonnen samen te werken aan een voorstelling, die 27 mei als livestream in première gaat in Brussel onder de titel The Interrogation. Destijds was er alleen nog maar een vaag idee. Louis, de schrijver, zou zelf op het toneel staan en Rau zou regisseren. Het moest een monoloog worden. Maar toen sloeg de twijfel toe bij Louis. ‘Ik hoop dat je niet boos bent’, eindigt hij zijn mail.

Wat nu? Hoe waren ze hier eigenlijk beland? De twee waren gestrikt door Kunstenfestivaldesarts in Brussel om samen iets te maken. Dat mag geen geringe prestatie genoemd worden. Louis is op zijn 28ste al onthaald als een Frans literair ‘wonderkind’ (aldus The New York Times) met vier romans, in dertig talen vertaald en veelvuldig bewerkt voor theater. In Nederland waren recent de theaterbewerkingen te zien van Weg met Eddy Bellegueule door de Noorse regisseur Eline Arbo en Ze hebben mijn vader vermoord door Ivo van Hove.

De Zwitserse theatermaker Milo Rau (43) is al de ‘ambitieuste’ (The Guardian) en ‘invloedrijkste’ (La Repubblica) kunstenaar van deze tijd genoemd. Hij maakte meer dan vijftig voorstellingen. Hij is momenteel artistiek leider van de theatergroep NTGent. Vorige maand kwam zijn film The New Gospel uit.

Iets compleet anders

Het festival had meteen ook een aardig idee voor het tweetal. Waarom maakten ze geen nieuwe bewerking van Weg met Eddy Belleguele?

‘Daar kon natuurlijk geen sprake van zijn’, zegt Rau daarover in een Zoomgesprek met hem en Louis samen. ‘Ik doe niet aan boekbewerkingen.’

‘Milo houdt er niet van om op een conservatieve manier theater te maken’, verduidelijkt Louis. ‘Je weet wel: tekst, personage, emotie.’

Rau: ‘Dit gebeurt altijd bij mij. Ik word gevraagd om Mozart te doen of Antigone en het resultaat is iets compleet anders en onverwachts.’

Louis: ‘Milo wil iets nieuws maken. Hij wil vragen stellen. Hij wil een nieuw discours.’

Wie beide kunstenaars tegelijk spreekt, moet zijn best doen om ze te volgen. Zelfs in het Engels, niet hun moedertaal, spreken ze rap, zelfverzekerd en soms zonder genade over kunst, politiek en hun eigen angsten en verlangens.

Ze zijn vriendelijk en beleefd, maar van valse bescheidenheid is geen sprake. Louis kan een zin beginnen met: ‘Toen ik laatst Nan Goldin ontmoette…’ Of Rau, in een bijzin: ‘Toen dachten we: laten we een film maken met Isabelle Huppert.’ Het moge duidelijk zijn: hier zijn twee van de meest succesvolle Europese kunstenaars van het moment aan het woord.

Vriendschap

De twee zijn ook vrienden. Rau las Louis’ boeken. Louis ging naar zijn voorstellingen. Zoals Orestes in Mosul, waarin de regisseur de Griekse tragedie Oresteia – over een niet-eindigende reeks moorden uit bloedwraak – verplaatst naar het moderne Irak. Louis zag ook La Reprise, een reconstructie van de moord op de homoseksuele moslim Ihsane Jarfi in Luik. Na afloop ontmoetten ze elkaar voor het eerst.

Ze ontdekten als snel dat er vele raakvlakken waren. Of zoals Louis het formuleert: ‘We bleken dezelfde gevechten te leveren en dezelfde verlangens te hebben.’ Waarover gaan hun gesprekken? ‘We hebben het vaak over seksualiteit, geweld en klasse’, zegt Louis. ‘Het liefst proberen we de kunsten te ontregelen.’

Zeg maar gerust een intellectuele vriendschap dus.

Uit hun geanimeerde gesprekken is uiteindelijk The Interrogation voortgekomen: een ‘performance lecture’ door Louis. Ze schreven samen de tekst.

Na de aanvankelijke twijfels van Louis over het acteren, kwamen ze op een idee. Wat als ze een voorstelling maken over precies die twijfels? En zo ging de bal weer rollen. Uiteindelijk gaat het niet alleen over Louis’ twijfels over acteren, maar over hun twijfels over de zin van kunst überhaupt.

‘In deze performance kijken we kritisch naar ons eigen werk, zegt Rau. ‘We bevragen onszelf. Heeft het zin, wat we doen en maken? We hebben het zo vaak over kunst als een middel om de mens te bevrijden, om hem te emanciperen. Maar werkt het wel zo?’

Een clown

In de voorstelling zit Louis een uur lang in zijn eentje op het podium. Hij vertelt over hoe hij van jongs af aan gedwongen werd om te performen, om zich voor te doen als hetero in het masculiene arbeidersmilieu waarin hij opgroeide. Hij vertelt over de theaterles op school en de bevrijding die hij daar voelde: ‘Dat was de eerste keer dat ik me gezien voelde, op een positieve manier. Het was de eerste keer dat ik bestond in andermans ogen.’

Dit zijn waargebeurde scènes uit leven van de schrijver, die zijn lezers al kennen uit Weg met Eddy Bellegueule. De voorstelling gaat verder waar het boek ophoudt. Al Louis’ dromen komen uit, zo vertelt hij. Hij wordt schrijver. Hij is succesvol. Zijn boeken worden bewerkt tot toneelstukken. En eind vorig jaar stond hij voor het eerst zelf op het podium.

De Duitse regisseur Thomas Ostermeier vroeg hem om zichzelf te spelen in de bewerking van zijn boek Ze hebben mijn vader vermoord, waarin hij zijn alcoholische, homofobe vader verrassend meelevend portretteert als een slachtoffer van de neoliberale Franse politiek. Ontroerd zei hij ja op het voorstel. Maar zodra Louis met zijn eigen verhaal op het podium staat voor een laaiend enthousiaste zaal in Théâtre de la Ville in Parijs, realiseert hij zich dat er iets niet klopt.

‘Soms voelde ik me een clown’, zegt hij in The Interrogation.

‘Begrijp me niet verkeerd, ik heb ervan genoten om te spelen’, verduidelijkt hij desgevraagd. ‘Thomas was geweldig. Ik hou van alles wat hij maakt. Maar wat ik ook merkte: ik heb mijn hele leven gevochten voor deze vrijheid. Om te doen wat ik wilde. En nu stond ik daar en was ik nog steeds niet gelukkig.’

Dit was niet de eerste keer dat hij zich zo voelde. ‘Heel mijn leven probeerde ik te ontsnappen aan het onzichtbare bestaan van een homoseksuele jongen uit een arbeidersmilieu. Dus werd ik schrijver. Maar wat bleek? Ik liep daar tegen dezelfde grenzen aan als op het podium. Waarin zit ik gevangen? Zijn dit de grenzen van kunst? Kunnen we met kunst wel de realiteit veranderen? Dat zijn de vragen die Milo en ik stellen. Onze performance is het verhaal van een oneindige zoektocht naar vrijheid en geluk.’

De paus van het realisme

Ze geven in de voorstelling geen antwoord op die vragen. Maar er worden wel hints gegeven. Toen Louis succes had met zijn eerste twee romans, kreeg hij opeens allerlei verzoeken van theatermakers die zijn verhalen wilden bewerken voor toneel.

Dat waren heel verschillende mensen uit verschillende landen, maar ze kwamen opvallend vaak met hetzelfde plan, vertelt hij. ‘Meerdere mensen zeiden tegen me: we hebben een goed idee: laten we het stuk opvoeren in een oude, verlaten fabriekshal. En ik snap het wel, ze wilden niet in de traditionele zalen spelen. Maar tegelijk kon ik me niet aan de indruk onttrekken dat er een onbewuste gedachte aan ten grondslag lag: als je over arme mensen wilt praten, dan zet je ze niet in een theater, maar op een marginale plek. Waar ze thuishoren.’

Louis en Rau noemen deze manier van theater en kunst maken ‘bourgeois’, een geliefd woord van beide kunstenaars voor alles wat er mis is met deze wereld. Bourgeois theater is uit de hoogte, het is neerkijken op anderen, het is een realistische verteltrant, waarbij de kunstenaar zelf gemakzuchtig buiten schot blijft. Het is wat ze in hun eigen werk soms ook doen, geven ze toe. Het verschil is dat ze zich ervan bewust zijn.

‘Daarom vind ik het zo interessant dat juist wij twee deze performance maken’, zegt Rau. En dan grijnzend: ‘Édouard wordt toch door velen gezien als de paus van het realisme? En ik heb eenzelfde soort reputatie in het theater. Nu maken we een voorstelling die dat beeld op zijn kop zet. Waarin we het idee aanvechten dat kunst het individu kan verheffen.’

Experimentele vechter
Heeft Louis inmiddels het licht gezien als acteur, na de repetities met Rau? ‘Nee, haha. Er zijn genoeg mensen die veel beter zijn dan ik. Dit is niet mijn plek. Ik ambieer ook geen carrière als acteur. Ik wil alleen maar een podium hebben om iets te kunnen zeggen.’

Rau: ‘Édouard heeft zichzelf nu even in de understatement-stand gezet, geloof ik. Want hij is wel degelijk een heel goede acteur. Ik zit nu al ruim een week naar hem te kijken en hij heeft een uitmuntend instinct voor wat wel en wat niet werkt op toneel.’

Louis: ‘Het verschil is: wij maken geen theater. Wij experimenteren met tekst, theater en onze twijfels. Als we theater wilden maken, dan hadden we wel een Macbeth opgevoerd met Isabelle Huppert en Ben Whishaw. Dat zou prachtig zijn geweest. Zij zijn zoveel beter dan ik.’

Louis ziet zichzelf naar eigen zeggen evenmin als schrijver. Hij noemt zichzelf een ‘experimentele vechter’. Theater, literatuur en activisme zijn slechts zijn wapens. Zijn vijand? ‘Geweld,’ zegt hij meteen. ‘Ik vecht al mijn hele leven tegen homofoob geweld, masculien geweld, politiek geweld, met andere woorden: tegen onderdrukking.’ En die onderdrukking wordt gevoed door de zekerheid en stelligheid van alles wat ‘bourgeois’ is, zegt Louis. ‘En daarom moeten we alles blijven bevragen. Vooral onszelf. Vandaar dat het The Interrogation heet.’

Louis: ‘Er bestaan zoveel mythes over wat het betekent om een schrijver te zijn, of theatermaker of een activist. De werkelijkheid is vele malen ingewikkelder. We weten niet of we echt van ons werk houden. We weten niet of het enig effect heeft. We twijfelen. Voortdurend. En weet je wat? Dat is helemaal okay.’

The Interrogation is 27 t/m 30 mei te zien als livestream (Frans gesproken, Engelse ondertiteling) vanuit Théâtre Varia in Brussel op het Kunstenfestivaldesarts. Volgend seizoen tournee door Europa, onder andere bij ITA, Amsterdam.

Nieuw boek

Op 15 juni verschijnt Strijd en metamorfose van een vrouw, de Nederlandse vertaling van Édouard Louis’ nieuwste boek. Hierin vertelt hij het verhaal van zijn moeder, die het slachtoffer is geweest van het geweld van mannen. Tot ze op een dag – in navolging van haar zoon Édouard – het heft in eigen hand neemt en zichzelf bevrijdt. Milo Rau over het boek: ‘Typisch Édouard. Je denkt dat je een verhaal krijgt over een moeder. Maar eigenlijk krijg je een boek over de vraag hoe je een waarachtig boek over een moeder kan schrijven.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden