BeschouwingAchtergelaten gedichten

Deze pas ontdekte gedichten zijn helemaal Lucebert, met sterke beelden en kolkende taal

Lucebert in zijn atelier. Beeld ANP
Lucebert in zijn atelier.Beeld ANP

Er is nieuwe poëzie opgedoken van Lucebert. Van uitzonderlijke kwaliteit en genoeg voor een hele bundel, die nu verschijnt bij De Bezige Bij. Schrijver Graa Boomsma mocht de ‘achtergelaten gedichten’ bezorgen, en viel van de ene verbazing in de volgende.

Soms moet een biograaf een beetje vindersgeluk hebben. Dat je iets in de schoot valt dat van grote betekenis is voor een levensverhaal. Het overkwam Graa Boomsma, werkend aan de biografie van de schrijver en dichter Bert Schierbeek (1918-1996). Het geluk had de vorm van een pak brieven. Michiel Schierbeek, de zoon van Bert Schierbeek en Frieda Koch, liet hem de brieven zien. Schierbeek junior had ze gevonden bij het opruimen van zijn atelier, in een kartonnen doos. Ze zijn geschreven tussen 1942 en 1964. Het grootste deel ervan bleek de correspondentie te zijn tussen Bert en zijn vrouw Frieda, maar er zaten ook acht brieven bij van Frieda aan de dichter en schilder Lucebert, met wie zij van begin 1950 tot februari 1952 een verhouding had.

Boomsma was verbijsterd, vertelt hij: ‘Zeventig brieven! Een geweldige vondst. En een belangrijke, betrouwbare bron voor mijn Schierbeek-biografie, die ik toen al grotendeels af had. Ik ben meteen het hoofdstuk in mijn boek over deze periode, waarin Lucebert een belangrijke rol speelt, gaan herschrijven.’ Dat kon nog, want de biografie zal verschijnen op 9 juni van dit jaar, de 25ste sterfdag van Schierbeek, maar lag nog niet bij de drukker. Boomsma schreef ook een artikel over de brieven, voor het tijdschrift De Parelduiker.

Beeld uit ‘vaarwel – achtergelaten gedichten’ door Lucebert. Beeld Lucebert, foto Michiel Schierbeek
Beeld uit ‘vaarwel – achtergelaten gedichten’ door Lucebert.Beeld Lucebert, foto Michiel Schierbeek

Het bleef niet bij deze vondst. In mei 2020 liet Michiel Schierbeek aan Boomsma een gedicht zien van Lucebert, ‘voor G.K.’, Gerrit Kouwenaar. ‘Ik kende het gedicht niet, het bleek ook nergens gepubliceerd. Het kwam uit een map vol met gedichten, voltooid en onvoltooid, toespraken, tekeningen, een drukproef van Triangel in de jungle.’ Lucebert had de map in 1952 in het huis van Bert Schierbeek achtergelaten en nooit opgehaald. Boomsma bekeek de map en viel van de ene verbazing in de andere. Hij trof eerdere versies aan van bekende gedichten van Lucebert, maar ook tientallen getypte onbekende gedichten uit de periode 1949-1952.

Ook dit was niet de laatste ontdekking. Boomsma vertelde de oudste dochter van Lucebert, Henny Swaanswijk, over de vondst van de gedichten en tekeningen. ‘Ik liet ze haar zien, ze was er erg blij mee.’ Ze kwam op het idee om te kijken in de schriften die Sylvia Sluyter – rond 1950 ook een geliefde van Lucebert – aan de familie had gegeven; ze lagen in een kluis. Boomsma: ‘Daarin bleken ook vele gedichten uit dezelfde periode te staan. Ongelooflijk.’

Nieuwe bundel

Boomsma zocht contact met uitgeverij De Bezige Bij, hij zag een nieuwe bundel in de gevonden gedichten. Dat waren uitgever Francien Schuursma en hoofdredacteur Suzanne Holtzer met hem eens. Zij vroegen hem de bundel met de gedichten en de tekeningen te bezorgen en er een nawoord bij te schrijven. Hij koos voor de titel vaarwel – achtergelaten gedichten – in onderkast, zoals Lucebert dat deed. ‘Het moest een onnadrukkelijke titel worden. En de gedichten zijn letterlijk áchtergelaten, niet nagelaten.’ Michiel Schierbeek, die beeldend kunstenaar is, deed de vormgeving.

De bundel ‘achtergelaten gedichten’ van Lucebert.  Beeld Michiel Schierbeek
De bundel ‘achtergelaten gedichten’ van Lucebert.Beeld Michiel Schierbeek

Merijn Hollestelle, de redacteur van De Bezige Bij die de totstandkoming van de bundel begeleidde, vindt het bijzonder dat de zoon van Schierbeek de vormgeving heeft kunnen doen. ‘Bert Schierbeek deed altijd de vormgeving van Luceberts bundels bij De Bezige Bij.’ In het Parelduiker-artikel van Graa Boomsma staat een foto uit de periode van de gedichten, van kleine Michiel, zijn zusje en ouders Frieda en Bert. De foto werd gemaakt voor De Bezige Bij, waar Bert Schierbeek toen adviseur was. ‘Zo komt alles bij elkaar, heel mooi.’

Iedereen bij de uitgeverij is blij met de gevonden gedichten, en stomverbaasd, zegt Hollestelle. ‘Je mond valt open als je dit hoort: hoe is het mogelijk, nooit gepubliceerde gedichten van dit kaliber, van zo’n groot dichter? Dit is een van de dingen waarop je hoopt als je bij De Bezige Bij gaat werken. Het zijn schitterende gedichten, van een uitzonderlijke kwaliteit. Die sterke beelden, die kolkende taal – helemaal Lucebert in deze periode.’

Tumultueuze tijd

De jaren 1949-1952 waren een tumultueuze tijd in het leven van de dubbelkunstenaar met het lichtgevende pseudoniem, die Bertus Swaanswijk heette, maar door iedereen Lucebert werd genoemd. Bert Schierbeek, die tijdens de Tweede Wereldoorlog actief was in het verzet, kende de keramist Frieda Koch sinds 1942, via haar zus Mies, met wie hij Joden hielp onderduiken. Hij trouwde in 1944 met de toen zwangere Frieda. Ze gingen wonen in een groot bovenhuis in de Van Eeghenlaan in Amsterdam, aan het Vondelpark. In 1944 kregen ze een dochter, Saskia, en in 1948 een zoon, Michiel. Schierbeek kon het huis huren, vertelt Boomsma, omdat hij van zijn grootmoeder 17 duizend gulden had geërfd, een enorm bedrag, waardoor hij zonder financiële zorgen een tijdlang kon werken. Frieda kreeg haar eigen pottenbakkerij op zolder.

Het was een zoete inval in dat huis. Boomsma schrijft erover in zijn Parelduiker-artikel en Wim Hazeu in zijn in 2018 verschenen biografie, Lucebert. Bert en Frieda waren gastvrij, alle vrienden mochten komen logeren. Lucebert, die in 1948 bevriend was geraakt met Bert en Frieda, kwam eind 1949 bij hen in huis wonen, nadat hij zijn zwangere vriendin Sylvia Sluyter had verlaten. Het huis werd het zenuwcentrum voor de Vijftiger-dichters. Het tijdschrift braak, dat Remco Campert en Rudy Kousbroek waren begonnen, werd vanaf het derde nummer, toen Lucebert en Schierbeek redacteur werden, op de Van Eeghenlaan in elkaar gezet.

Uit ‘vaarwel – achtergelaten gedichten’. Beeld Lucebert, foto Michiel Schierbeek
Uit ‘vaarwel – achtergelaten gedichten’.Beeld Lucebert, foto Michiel Schierbeek

Bert Schierbeek was een mentor voor de zes jaar jongere Lucebert. Hij was ontwikkeld en belezen op het gebied van literatuur, geschiedenis en filosofie. Hij had gymnasium gedaan en pedagogie gestudeerd, hij kende de hele Nietzsche. Niet voor niets was Schierbeek, zegt Boomsma, de woordvoerder van de Vijftigers. ‘Hij was de meest intellectuele van het stel, de essayist.’ In de Van Eeghenlaan stond een goedgevulde boekenkast waar Lucebert, een jongen met drie jaar ulo, gretig uit putte. Ook in politiek opzicht werd Lucebert geschoold door Schierbeek, die net als zijn vrienden Gerrit Kouwenaar en Jan Elburg links was. Met hulp van Schierbeek kwam Lucebert, wiens debuut Triangel in de jungle in 1951 verscheen bij uitgeverij Stols, in 1952 in het fonds van De Bezige Bij. Schierbeek was eerder zelf door de jonge kunstenaar geïnspireerd geraakt. In 1949 publiceerde hij twee fragmenten van wat een roman moest worden, getiteld Jazubel, over een jonge dichter die wat vreemd in het hoofd was.

Met Lucebert haalde Schierbeek ook onrust in huis. Lucebert en Frieda werden verliefd op elkaar en begonnen een relatie. Ruim twee jaar lang leefden ze in een ongemakkelijke ménage à trois, met daarbij de twee kinderen Schierbeek en Remco Campert, die er ook een tijdje woonde. Ook Lucebert had intussen, in 1950, toen Frieda al zijn geliefde was, een zoon gekregen bij Sylvia Sluyter: Ward (het omgekeerde van ‘draw’).

Muze

Frieda werd Luceberts muze, hij droeg vele gedichten op aan ‘f.d.’, zoals hij haar noemde, naar Diotima, de muze van de jonge Hyperion. De liefde was groot en hevig. Boomsma citeert uit haar liefdesbrief: ‘ (…) ik hoop en geloof dat je mij begrijpt met je gevoel, zoals ik jou begrijp, omdat je mij zo verwant bent. In de liefde ben je zoals ik mij de geliefde voorgesteld heb toen ik nog maar een klein meisje was. Daarom word ik nooit een mevrouw omdat ik deze dromen nooit vergeten heb.’ Lucebert had haar geschreven (zoals Hazeu citeert): ‘wat is liefde niet voor een geheimzinnige kracht. Dat weet jij wel het best van ons tweeën, vind ik. Ik heb nooit betere regels over die liefde gelezen dan die door jou geschreven zijn. de liefde van de witte magie. ik geloof dat de man bij zeer uitzonderlijke vrouwen deze liefde heeft te leren.’

Uit ‘vaarwel – achtergelaten gedichten’. Beeld Lucebert, foto Michiel Schierbeek
Uit ‘vaarwel – achtergelaten gedichten’.Beeld Lucebert, foto Michiel Schierbeek

De liefdesgedichten voor ‘f.d’ zijn hartstochtelijk, maar soms ook wanhopig en somber. Lucebert dicht: ‘ik zing guluit de blonde stralen van mijn begeerte/ mijn heer is een wild heer’. Soms is de toon lyrisch en ademloos: ‘haar van haar haar en muskusringen/ werflen zich waakzaam om mijn oor/ en dat ik liefde ben ik boor/ en boor een inzicht om er in te zingen/ ik ben verzwelgen lieve ik ben de zee der dingen’. Maar dichten schiet ook tekort om de echte ervaring te verwoorden: ‘twee verzen in één nacht is tevergeefs maar zeven maal zeventig verzen eveneens te vertalen dat wat analphabetisch leeft’.

Het was een onmogelijke liefde. Na een tijdje ging het niet langer. Het huis in de Van Eeghenlaan werd ook letterlijk een zenuwcentrum, iedereen raakte er over zijn toeren. Niet voor niets, zegt Boomsma, heet Luceberts debuutbundel Triangel in de jungle: ‘triangel’ verwijst naar de driehoeksverhouding, de jungle was het huis. Saskia Schierbeek vertelde Boomsma dat de spanningen hoog opliepen: ‘Lucebert kieperde een keer een pan spaghetti om op haar hoofd, ze was toen 6.’

Uit ‘vaarwel – achtergelaten gedichten’. Beeld Lucebert, foto Michiel Schierbeek
Uit ‘vaarwel – achtergelaten gedichten’.Beeld Lucebert, foto Michiel Schierbeek

Bert Schierbeek zette zijn vriend en rivaal niet de deur uit. Hazeu citeert hem in zijn biografie: ‘Je kunt mekaar de trap afslaan, maar dan kun je wel aan de gang blijven.’ Uiteindelijk verliet Schierbeek zijn eigen huis. Begin 1952 kwam er een eind aan de verhouding tussen Lucebert en Frieda; zij begon iets met weer een ander, Nico Lijsen. Een jaar later scheidden Bert en Frieda.

Herschreven leven

Het lijkt wel of het verhaal van Luceberts leven en werk elke paar jaar herschreven moet worden. In februari 2017 doken er ook al onbekende brieven op, die Lucebert vanuit Duitsland aan een vriendin had geschreven tussen juni 1943 en mei 1944. Er bleek uit dat de toen 19-jarige Lucebert vrijwillig naar Duitsland was vertrokken. In deze brieven staan ‘Deutschfreundliche’ en antisemitische passages. Lucebert noemt alles wat hij mooi en goed vindt ‘Germaans’ en soms ondertekent hij met ‘Sieg Heil en Heil Hitler’. Wim Hazeu, die zijn biografie net in manuscript had voltooid, was geschokt. Hij moest grote delen van zijn boek herschrijven.

De schok bij Luceberts lezers was ook groot. Was dit nu de dichter die altijd was opgekomen voor de vertrapte medemens? Die ‘alles van waarde is weerloos’ schreef, die ten tijde van de wrede politionele acties een ‘Minnebrief aan onze gemartelde bruid Indonesia’ had geschreven en een ‘kleine mooie ritselende revolutie’ predikte? Voor velen viel een jeugdheld van zijn sokkel. Dat wil niet zeggen dat Luceberts poëzie daarmee minder goed was geworden, maar het werd moeilijk die poëzie te lezen zonder deze nieuwe kennis erbij te betrekken.

Lucebert in zijn atelier.  Beeld ANP
Lucebert in zijn atelier.Beeld ANP

In hoeverre speelden Luceberts ervaringen in Duitsland mee bij het schrijven van de gedichten in vaarwel? Was hij in deze periode een jongen met een groot geheim, moest hij een verleden uitwissen, zichzelf bewijzen, overschreeuwen? Daarover gaat het niet in het nawoord van Graa Boomsma. Hij besloot om deze vragen, de oorlog en Luceberts verblijf in Duitsland buiten beschouwing te laten. ‘Niet omdat ik het er niet over wil hebben. Maar als ik het had aangeroerd, had ik er ook uitvoerig over moeten schrijven. Het gaat in mijn nawoord over de vondst, over de poëzie en de tekeningen. Ik beschrijf de levenssituatie van Lucebert in die drie jaar, en zijn poëtische visie. Ik heb deze bijzondere poëzie in het zonnetje willen zetten.’

Dat standpunt is te respecteren. Er zijn anderen die zich nog kunnen buigen over de relatie tussen deze poëzie en Luceberts leven. Wim Hazeu laat desgevraagd weten dat hij het nieuwe werk heeft gelezen: ‘Graa Boomsma heeft mij de gedichten vroegtijdig toegestuurd via e-mail; later kondigde hij aan een bundel met deze gedichten te bezorgen.’ Er zijn meer Lucebert-kenners, zoals Jan Oegema, die wellicht ook de nieuwe poëzie zullen interpreteren en in het oeuvre plaatsen. Het verhaal van deze ‘alles relativerend mysticus, een sceptisch zwever, een voorzichtige losbol’, zoals hij zichzelf noemde, is nog steeds niet voltooid.

null Beeld De Bezige Bij
Beeld De Bezige Bij

Lucebert: vaarwel – achtergelaten gedichten. Bezorgd en van een nawoord voorzien door Graa Boomsma. De Bezige Bij; 112 pagina’s; € 24,99.

De Parelduiker, 2021/1. Van Oorschot; € 13,50.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden