Deze ontwerper is de Willie Wortel van de mode

Modeontwerper Iris van Herpen krijgt maandag de Johannes Vermeer Prijs. Voor haar werk, natuurlijk. Maar ook haar eigenzinnige visie en werkwijze droegen bij aan de bekroning. De pas 33-jarige laureaat verklaart zich nader.

Iris van Herpen in haar studio in Amsterdam. Beeld Cornelie Tollens

Terwijl noorderlicht binnenvalt vanaf het IJ in het grote atelier van Iris van Herpen, een waterige zon door de grote openstaande luiken van het oude pakhuis schijnt, vertelt de ontwerper over de dorpsschool uit haar jeugd in het Gelderse Wamel, het buitenspelen aan de dijk, en het fietsen naar de middelbare school in de vroege, mistige ochtenden. 'Eerst een lang stuk over de dijk, dan een klein, stil pontje over de Waal naar Tiel. Dat is fijn wakker worden: het licht, het weer, het water.'

Achteraf wordt een jeugd zo vaak gebombardeerd tot fundament van een carrière. De introductie van een succesverhaal, het een móést wel tot het ander leiden, zie, het begon al op het schoolplein, op de zolderkamer, op het pontje. We willen een verhaal met een aanloop en een clou. Iris van Herpen weet zelf niet hoe groot de rol is van haar jeugd voor haar huidige succes. Ze groeide op met artistieke ouders, zonder televisie, zonder computer, in een dorp dat weinigen kennen. Het is een compleet ander leven nu. Maar er zijn constanten; dat water, de natuur, het licht. De natuur werd een pijler in haar werk als modeontwerper, in vrijwel elke collectie zijn vertalingen van gedachten over natuurkrachten en de elementen te vinden; een jurk als een wolk, een stof die reflecteert als een waterval in de zon, een 3D-geprinte creatie als een enorme 'bevroren' waterplons, een jurk die als schuim vanzelf lijkt te zijn gezwollen en uitgedijd.

Onder water

Iris van Herpen presenteerde haar Aeriform-collectie afgelopen juli in Parijs, tussen muzikanten die onder water speelden. De collectie was geïnspireerd op lucht, de muziek op water. De Deense band Between Lines, die met duikers en neurowetenschappers samenwerken, speelden in grote aquaria. De geluiden waren duister, hypnotiserend en melancholisch. De modellen liepen in ontwerpen die soms aan diepzeewezens in slowmotion deden denken. Af en toe kwamen de muzikanten naar boven op lucht te happen, om daarna weer de groene tank in te duiken en verder te spelen.

Op haar 22ste kocht Van Herpen een computer, op haar 23ste begon ze haar modelabel. Ze experimenteert met materialen en stoffen, verwijst weinig tot niet naar bestaande silhouetten en vormen in de mode. De pendule van almaar terugkerende stijlen in de mode doorbreekt Van Herpen met geduldig gemaakt handwerk van nieuwe materialen, ontwikkeld met de modernste technieken die meestal hun weg in de industrie nog niet gevonden hadden. Nu, op haar 33ste, viert ze het tienjarig jubileum van haar label. Komende maandag neemt ze de Johannes Vermeer Prijs in ontvangst uit handen van Ingrid van Engelshoven, de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Het is in Nederland de officiële staatsprijs voor de kunsten, ter waarde van 100 duizend euro. Van Herpen is niet alleen de jongste die hem krijgt, maar ook de eerste modeontwerper. Eerder ging de staatsprijs naar onder anderen Steve McQueen, Erwin Olaf en Marlene Dumas.

In het atelier werkt een handvol assistenten in stilte aan de couturejurken, het is monnikenwerk. Ze naaien kleine stukjes 3D-geprint materiaal aan een dunne stof, bevestigen ragfijne metalen deeltjes aan elkaar alsof het modern kantklossen is. Er hangen jurken en schoenen, gemaakt van uit laser gesneden leerpatronen en stoffen die vorig jaar nog niet bestonden. Hier komt het eeuwenoude ambacht van het kleermakersvak samen met innovatie, een onderzoeksdrang om nieuwe mogelijkheden te vinden om kleren te maken voor de vrouw.

Van Herpen benadert materiaal als een bioloog en mode als een uitvinder. Elke collectie is de uitkomst van een onderzoek. De jurken worden gedragen door een trouwe kring van verzamelaars, gekocht door musea als het Metropolitan Museum of Art in New York, het Victoria and Albert in Londen en in Nederland het Groninger Museum (die als eerste een solo-expositie van haar werk presenteerde in 2012) en het Centraal Museum Utrecht. Sterren als Taylor Swift, Solange, Björk, Liu Wen en Scarlett Johansson dragen haar ontwerpen.

In 2008 transformeerde Van Herpen 'rook' tot kleren. Ze ontwikkelde een ragfijn metalen gaas en bewerkte dat zodat het niet meer hard en koud aanvoelt, maar zacht als zijde en kneedbaar was. Als rookwolken drapeerde ze de stof om haar modellen tot jurk. Digitale straling was in 2009 de inspiratie voor een beeldschone collectie van met lasers bewerkt leer in golfpatronen, ontwikkeld met kunstenaar Bart Hess. In 2010 was ze de eerste modeontwerper die een collectie maakte van 3D-geprinte ontwerpen. In samenwerking met onder meer Benthem Crouwel architecten gaf ze vorm aan het proces van 'bevriezen'; de ontwerpen zagen eruit als grote bevroren waterspatten en ingenieuze witte cirkels leken op golven (en deden in de verte aan witte molensteenkragen uit de 17de eeuw denken). Vragen over eigenaarschap van het vrouwelijk lichaam leidden in 2014 tot de collectie Biopiracy, samen met kunstenaar Lawrence Malstaf. Duizenden kleine stukjes geblazen glas vormden een stekelig maar kwetsbaar ontwerp. Vorig jaar maakte ze een jurk van ontelbaar veel minuscule handgeblazen glazen belletjes.

CV Iris van Herpen

1984 geboren in Wamel
2006 Studeert af aan Artez
2005 werkt voor Claudy Jongstra en Alexander McQueen
2007 richt label Iris van Herpen op
2008 tentoonstelling Bridges to Fashion in het Historisch Museum Rotterdam
2010 tentoonstelling In Your Face
2011 lid Chambre Syndicale de la haute couture
2012 Eerste museale solo-expositie in het Groninger Museum
2014 wint Franse Andam Awards Grand Prix
2014 Beyoncé draagt Micro Dress in de video Mine
2014 Van Herpen kleedt Scarlett Johansson in de film Lucy
2016 ontwerpt alle kostuums voor Benjamin Millepieds voorstelling Clear, Loud, Bright, Forward
2017 Solange ontvangt een Grammy in een ontwerp uit de Seijaku-couture collectie
2017 ontvangt de Johannes Vermeer Prijs

'Glitch'

Bekijk de lijstjes bij Iris van Herpens collecties en je wordt duizelig van de materiaalnamen, alsof je in het laboratorium van Willie Wortel staat: 3D-geprinte TPU 92A-1, kaasdoek, glas, 3D-geprint transparant polymeer met SLA hars, lasergesneden geitenleer, metaalgaas, changeant polyzijde, koperdoek, UV-herstelbaar 3D-geprint polymeer, lasergesneden polyester filmkant, transparant acryldoek, zilver Magiflex, donker metallic dubbelgeweven zijde met waterpolish.

Op sommige jurken kun je je door de reflecties nauwelijks oriënteren: de 'glitch'-jurk bijvoorbeeld, uit de Between the Lines-collectie van dit jaar, die met laser is opengesneden in talloze kleine golfpatronen die over elkaar heen wrijven tijdens het lopen. Het materiaal speelt met je oog; als het licht valt op de jurk werkt het als een stroboscoop. Op de pop, in haar kantoor, zie je hoe ingenieus het is gemaakt, maar pas in het echt, als het gedragen wordt, zie je de werking op de omgeving en de drager. Het woord 'glitch' verwijst naar een korte elektronische of softwarematige storing.

Beeld Pixelformula

Op de vraag waar een ontwerp begint, antwoordt Van Herpen zonder aarzeling: 'Bij het materiaal.' Dat lijkt logisch, maar er komt geen tekening aan te pas, wat toch ongewoon is voor modeontwerpers. Van Herpen volgt een eigen methode, waarbij alleen achteraf tekeningen worden gemaakt, of wanneer er voor een 3D of laser-productie een computertekening nodig is. Schetsen hoeft niet. Schetsen bij Iris van Herpen is het 'drapen', het vouwen van de stof om een pop totdat het model van de jurk vorm krijgt. Dat is het maak- en denkproces tegelijk.

Zo ontstaan jurken als wolken, met experimenten van metaal, of jurken met gevouwen uitsteeksels die bij beweging doen denken aan mysterieuze onderwaterwezens die in slowmotion bewegen. De vorm ontstaat tijdens dat 'vouwen', en volgens Van Herpen werken haar hoofd en haar handen dan tegelijk en samen: 'Een gedeelte van het ontwerpen gaat onbewust, ik laat letterlijk mijn handen het werk doen. Omdat ik dat nu al zo lang doe, is er kennis en intuïtie in mijn handen gaan zitten die verder gaat dan wat ik kan bedenken.' Het lichaam slaat, net als bij dansers en muzikanten, volgens haar kennis op door ervaring en herhaling. 'Ik kan daardoor het materiaal snel begrijpen en weten wat ik ermee moet. Dat zit puur in de handen.'

Iris van Herpen is dus een kunstenaar die al makend het werk uitdenkt: 'Als ik eerst ga denken, dan weet ik wat ik ga maken, ik verras mezelf niet meer. Dat is beperkender dan wanneer ik het intuïtief doorga, omdat er altijd meer mogelijk blijkt dan ik vooraf bedenk.' Elke stof heeft zijn geheimen, zegt ze, en die ontdek je pas als je ermee werkt.

Natuurlijk is experimenteren soms als lopen in het donker en hopen dat je je kop niet stoot. Er kan van alles misgaan, of op zijn minst niet als gehoopt. In atelier Van Herpen wordt leer gekweekt uit biocellen, er worden stoffen gemaakt die veranderen onder invloed van warmte of vocht, maar: niet álles wordt een jurk. Er gáát veel mis. 'Ik denk dat zo'n 70 procent van de experimenten met materiaal niet doorgaat, of althans niet in de collectie waar we op dat moment aan werken.' Zelfs als een collectie in de maak is, valt er nog veel af, soms vlak voor het getoond moet worden. En dan is het vloeken. 'Als je echt iets moois in je hoofd had en het lukt niet dan is het erg frustrerend. Een collectie is vaak vijftien tot achttien stuks, maar er worden meer gemaakt. Ik zou zeggen dat gemiddeld drie of vier stuks het niet halen tot de catwalk.'

Foutjes zijn welkom

Foutjes zijn welkom, want foutjes kunnen nieuwe mogelijkheden betekenen. Klinkt mooi allemaal, maar men wordt niet geboren met de groothartigheid om de eigen mislukkingen te omhelzen. Ook Iris van Herpen moest het leren. 'Als je net begint en verwacht dat het wordt zoals je je voorstelt, kun je heel gauw teleurgesteld raken. Dan denk je bij elk foutje: laat maar zitten. Ik moest leren dat foutjes het begin kunnen zijn van mooie dingen, en gelukkig zijn er inmiddels veel mooie dingen ontstaan.'

Ze wijst op een jurk in haar kantoor van fijne geribbelde stof, die bij de heupen in ronde cirkels wijd uitstaat. Een jurk als een organisme, of een danseres midden in haar draaiende bewegingen. Van welke kant je ook kijkt, hij ziet er steeds anders uit. De weeftechniek is een eeuwenoude: changeant, waarbij twee kleuren draad tegen elkaar ingeweven zijn. Je vindt het op Renaissanceschilderijen, en ziet het ook hier: van de ene kant lijkt ie roze, van de andere groen. Het is een pronkjurk, onlangs was ie te zien in de tentoonstelling The Vulgar in Londen en hij is aangekocht door een museum in Toronto. Maar wel een pronkjurk die ontstond uit een foutje, vertelt Van Herpen.

Ze neemt me mee naar een kleine ruimte die volhangt met stofjes, foto's en aantekeningen. Daar laat ze een stukje ribbelstof zien. 'Kijk, dit was het eerste experiment. We wilden een plisséstof maken (een stof bestaande uit vele kleine vouwen, red.), maar het kwam anders uit de machine; van beide kanten gevouwen. Dat had ik nog nooit gezien.' Een dubbele plissé, kleine vouwtjes linksom, kleine vouwtjes rechtsom. In het proeflapje ziet het er nog een beetje krom uit, maar Van Herpen verbeterde het tot een strak patroon van dubbele vouwen. Dat werd de jurk.

Het geld van de Johannes Vermeer Prijs zal ze besteden aan onderzoek en samenwerking. Onderzoek is de basis van haar werk, en samenwerken doet ze al sinds ze van de academie af is. Met grafisch ontwerpers, wetenschappers, choreografen, architecten, allerlei mensen met een eigen expertise. 'Hoe verder je van elkaar af staat, hoe beter. Als je met iemand gaat werken die te dicht bij je ligt, krijg je competitie.' Voor onder anderen de choreografen Nanine Linning en Benjamin Millepied, tot vorig jaar directeur van de Parijse Opera Ballet, maakte ze kostuums. Als er tijd is, en ze wordt vroeg betrokken, leidt dat tot wederzijdse invloed: een kostuum wordt aangepast aan de dans, en de dans vervolgens aan het kostuum. Zoals bij een dans van de Duitse Sasha Waltz, voor wie ze een pak ontwierp van talloze lange uitsteeksels, die als de takken van een winterse wilgenboom aan de danser vastzaten. Omdat dat ruim op tijd af was, kon de danser erin repeteren. Dat leidde tot nieuwe bewegingen: 'die 'spikes' volgden haar bewegingen als een soort aura en vergrootte ze compleet uit. Zij is daardoor heel anders gaan dansen. Hele kleine beweginkjes werden enorme gebaren, als een projectie rondom haar lichaam.'

Anti-materie

Drie jaar geleden ging Van Herpen voor het eerst naar Cern, het grootste wetenschapsinstituut van Europa voor nucleair onderzoek bij Genève in Zwitserland. De plek van de Large Hadron Collider, de enorme deeltjesversneller, waar tienduizend wetenschappers werken. Een ver-van-mijn-bedshow voor een modeontwerper, maar een plek waar Van Herpen inmiddels een paar keer is teruggekeerd en nog niet is uitgekeken.

'Ik vond een experiment mooi, over anti-materie. De beroemde Large Hadron Collider ziet er heel perfect uit, terwijl het gebouw van de antimaterie eruit zag als een film van de mad professor. Een grote hal met miljoenen draadjes die alle kanten op gingen; het zag er zo mooi chaotisch uit. Je ziet de menselijke kant van wetenschap, het is allemaal handwerk.' Het zit 'm niet in letterlijke vertalingen naar mode, Van Herpen is geen wetenschapper. Wel in een manier van kijken en thema's, zoals aardse krachten, waar in Genève onderzoek naar wordt gedaan. Dus wie vraagt of Cern leidde tot een jurk, krijgt bevestigend antwoord: Magnetic Motion, een hele collectie zelfs.

Andere schoonheid

Ze maakte die samen met de Canadese architect Philip Beesley, een specialist in synthetische biologie en het ontwerpen van mechanische systemen, en Jólan van der Wiel, een kunstenaar die beelden maakt met behulp van magnetische kracht. Het magnetisch veld in de Hadron Collider is twintigduizend keer sterker dan die in de rest van de aarde, en die onzichtbare kracht interesseerde Van Herpen. De jurken leken een bewegend web om de vrouw heen, bestaand uit vele kleine 3D-geprinte deeltjes. De schoenen, riemen en tassen waren ontstaan door 'magnetische groei', gemaakt van hars met ijzerpoeder dat werd gevormd door er met magneten aan 'te trekken'; geen twee accessoires waren hetzelfde.

Deze mode gaat over een compleet andere schoonheid dan die van gestandaardiseerde (seksuele) vrouwelijke vormen. Het gaat om schoonheid van kennis, leven, natuur. De vrouw wordt, door Van Herpens ontwerpen, onderdeel van die veelomvattende schoonheid.

Ze leerde in haar eerste jaren de schoonheid zien van de natuur, nu geniet ze evenveel van de schoonheid in de stad. Misschien vormden deze plekken haar, maar vooral typeert het Van Herpen dat ze haar omgeving zo scherp opmerkt en gebruikt in haar werk. Een oog voor mooie dingen is maar deels aan te leren. Ook frappant: ze kijkt liever naar gebouwen dan naar mensen en wat die dragen, zegt ze, als ze door Amsterdam loopt: 'Omdat er tijd in de architectuur zit. Als je nu naar het straatbeeld van mensen kijkt, kijk je naar hier en nu, terwijl als je de stad ziet, zie je al die eeuwen langs komen, al die tijden van mensen die daar gewoond hebben.'

Kijken in de verte

Er zit, vooral, iets langzaams in haar blik. Een lange lijn van kijken, over het gerommel van nu heen, een tempo dat geen boodschap heeft aan vluchtigheid. Dat staat nogal haaks op de industrie waarin ze werkt; in de mode is het vaak snel en veel. Haar interesse ligt bij het verbeteren van die mode, zowel de materialen als de vormen, als ook het vak: 'Ik hoop dat in de toekomst heel andere productiemethoden mogelijk zijn, die ook duurzamer zijn. Daar is onderzoek voor nodig. Alle branches buiten de mode - technologie, dienstverlening, levensmiddelen, enzovoort: al die bedrijven hebben altijd een afdeling voor onderzoek, innovatie, en vernieuwing. Dat heb je amper in de mode.'

Dat kijken in de verte - terwijl haar leven soms een tornado is - is een gave. Onderzoek doet ze met oog op een volgend werk, of ze nou een boek leest over de intelligentie van de octopus of een dansvoorstelling ziet. Als een ontwerp klaar is, is ze er ook wel klaar mee. Dan wordt het van een ander: 'Ik heb best wel moeite af en toe met mijn eigen werk en moet er niet te veel naar terugkijken. Dus ik vind het heel leuk als mensen die het kopen het toe-eigenen. Als Björk het draagt, of Solange, die maken er iets nieuws van met hun krachtige identiteit.'

Ze vindt het moeilijk zich voor te stellen dat mensen zich kunnen vervelen. Zelfs als ze afremt, is er geen vervelen. Gewoon, boeken lezen, kijken. Misschien wortelt dat wél in het vroegere leven zonder technologie. In een eerder interview merkte ze op dat ze snel overprikkeld is. Daarover zegt ze nu: 'Ik heb geleerd om heel helder keuzen te maken wat ik aandacht geef. Daar heeft mijn jeugd absoluut mee te maken. Ik heb nog steeds geen tv. Het spijt me zeer, maar ik lees de krant niet. Eigenlijk ook geen magazines. Ik heb geen social media. Ik zit veel achter de computer, helaas, mijn e-mail doe ik erop en research, verder zijn boeken mijn bronnen.' Thuis is stilte, in de studio concentratie. En als ze gericht werkt, dan maakt de hoeveelheid niet uit. 'Wat me echt interesseert, overlaadt me niet. Maar als ik dingen niet kan vertalen naar iets in mijn werk, dan is het maar troep.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden