Deze Noor schreef een roman van 1.232 pagina's. Waarom?

Max, Mischa & het Tet-offensief is een boek om in te wonen

Een roman schrijven waarin zowel hijzelf als de lezer kon verdwijnen, dat was de ambitie van de Noor Johan Harstad. Het werd een verhaal dat je meesleurt, doet zwoegen en ontredderd dan wel geïmponeerd achterlaat. En o ja, het telt 1.232 pagina's.

Foto Ilja Keizer

'Waarschijnlijk begon het allemaal met die film. Net als mijn personage Max heb ik op 10- of 11-jarige leeftijd de film Apocalypse Now gezien. Elk zinnig mens zal zeggen dat dat veel te jong is, en ze hebben gelijk. Ik hoop niet dat mijn kinderen deze of een vergelijkbare film op die leeftijd zullen kijken. Ik vond Apocalypse Now tegelijkertijd buitengewoon angstaanjagend en uitgesproken saai. In de tweede helft van de film zien we Marlon Brando die filosofisch probeert te doen, en dat is natuurlijk niks voor een 10-jarige. Maar de nachtmerrieachtige scènes in de eerste helft van de film hakten er bij mij keihard in.'

Johan Harstad

1979 Geboren in Stavanger, op 10 februari
2006 Buzz Aldrin, waar ben je gebleven? (roman)
2009 Hässelby. Het demonteren is begonnen (roman)
2009 Huisregisseur van het Nationaal Toneel, Oslo
2011 Darlah - 172 uur op de maan (jeugdboek/sf-roman)
2014 Ambulance (verhalen)

De Noorse schrijver Johan Harstad was onlangs enkele dagen in Nederland, op uitnodiging van het International Literature Festival Utrecht (ILFU), waar hij door zijn fan-van-het-eerste-uur Arjen Lubach werd geïnterviewd. Harstad bereikte de status van cultauteur met zijn roman Buzz Aldrin, waar ben je gebleven?

Dat was met 480 pagina's een stevig boek, maar een dunnetje vergeleken met het zojuist vertaalde Max, Mischa & het Tet-offensief, dat 1.232 pagina's telt. De roman vertelt het verhaal van Max Hansen, die met zijn ouders en zusje van Noorwegen naar de Verenigde Staten emigreert en daar een liefdesrelatie krijgt met de zeven jaar oudere Canadese Mischa Grey.

Max ontwikkelt zich tot toneelregisseur, Mischa wordt een befaamd kunstenares, een goede vriend, Mordecai, wordt acteur, en dan is er nog oom Owen (ooit Ove). Hij is in de hippiedagen met muzikale dromen naar Amerika verhuisd, heeft in Vietnam gediend om zo het Amerikaanse staatsburgerschap te verkrijgen en is door zijn oorlogservaringen levenslang getraumatiseerd.

Foto Ilja Keizer

Aan de hand van deze vier personages vertelt Harstad een breed uitwaaierend, vijftig jaar omspannend, soms tot op de krankzinnigste details inzoomend verhaal dat de lezer nu eens meesleurt, dan weer doet zwoegen en bij vlagen ontredderd dan wel geïmponeerd achterlaat. En van Europa naar Noord-Amerika en van Azië naar Australië voert.

Harstad: 'Ik realiseer me dat de lengte van mijn roman vragen oproept. Toen ik op 700 pagina's zat, begon het me duidelijk te worden: dit wordt een dik boek. Daar schrok ik van. Ik was bang dat de lezers het zouden zien als een macho-gebaar: kijk eens wat een dik boek ik kan schrijven. Of erger nog: dat mensen zouden denken dat ik het boek totaal niet geredigeerd had. Terwijl ik meer dan 500 pagina's heb geschrapt.

'Als reactie op mijn zorgen zei mijn redacteur: 'De lengte is het probleem niet. Maar hoe langer je boek wordt, hoe meer elke paragraaf zijn eigen bestaan moet rechtvaardigen.' Met dat uitgangspunt heb ik een hoop tekst weggegooid. Niettemin: als je boek de 1.000 pagina's overschrijdt, verlies je een bepaalde vorm van controle. Je moet dan accepteren dat je niet altijd het hele gebouw kunt zien. Nu eens bevind je je op de tweede verdieping, dan weer ben je aan het werk op het dak, maar het geheel kun je niet overzien.

'Het voordeel daarvan is dat zowel de schrijver als de lezer geheel kunnen worden opgeslokt door het boek. Dat is een idee dat ik van de kunstenaar Mark Rothko heb gestolen, die ook in het boek wordt genoemd. Hij zei dat hij zijn schilderijen zo groot maakte omdat hij wilde dat je er geheel door werd omgeven. Rothko wilde dat je zijn werk van een afstand van 40 of 50 centimeter bekeek. Dan wordt kunst iets fysieks, een plek.'

De Vietnam-oorlog vormt een van de rode draden in Max, Mischa & het Tet-offensief. Het lijkt wat wonderlijk dat iemand die vier jaar na de val van Saigon is geboren zo door die oorlog wordt gefascineerd, om niet te zeggen geobsedeerd.

'De oorlog van mijn eigen jeugd was die in Bosnië, en ook die heeft in mijn werk een plaats gekregen. Maar inderdaad, Vietnam heeft mij altijd bovenmatig geïnteresseerd en lange tijd schaamde ik mij daar een beetje voor, omdat het niet 'mijn' oorlog was. In mijn jeugd speelden mijn vrienden en ik altijd de Tweede Wereldoorlog na. Daar gingen immers de meeste oorlogsfilms over.

'Totdat ik Apocalypse Now zag. In films over de Tweede Wereldoorlog bleven de helden er in alle omstandigheden goed uitzien. Na een beschieting of bombardement klopten ze wat stof af, maar hun haar bleef altijd goed zitten. In Apocalypse Now, maar ook in andere Vietnamfilms als Platoon, Full Metal Jacket en The Deer Hunter, ontaardt de oorlog onmiddellijk in een nachtmerrie. Dat vond ik als kind zeer fascinerend. Maar nogmaals : ik had die film nooit als 10-jarige moeten zien. Het kennelijke gevolg is dat Vietnam in elke vezel van mijn lichaam zit. Al meer dan twintig jaar lees ik me suf over die oorlog en probeer ik hem tot in detail te begrijpen. Wat overigens nog altijd niet is gelukt.'

Harstad mag de Vietnam-oorlog dan niet hebben meegemaakt, hij is wel opgegroeid met de gevolgen ervan. 'Ik groeide op in een wereld waarin geen plaats meer was voor echte helden. Een wereld waarin ons grote voorbeeld, de VS, verslagen was. Net als de rest van westelijk Europa is Noorwegen in de Tweede Wereldoorlog door de Amerikanen bevrijd. We adoreerden Amerika. Dat dat land zich in Vietnam ontpopte als een meedogenloze vernietiger was een schok.

'Vietnam heeft het politieke landschap beslissend veranderd, en we zien nog steeds de gevolgen. Wanneer Amerika weer ergens ten strijde trekt, is iedereen wantrouwend. In Irak en Afghanistan deden ze het op dezelfde botte manier als in Vietnam, waar het ook al niet werkte. Maar ze leren er niet van.

'Als je een land binnenvalt dat al tweeduizend jaar in oorlog verkeert, zoals Vietnam, dan win je nooit. Want de plaatselijke bevolking weet: deze vreemdelingen - Chinese dynastieën, Franse kolonialen, en ook de Amerikanen - gaan over een tijdje weer weg. Zoals Owen in het boek zegt: 'Amerika, nauwelijks tweehonderd jaar oud, was voor hen niet meer dan een klein ongemak, een slungelige puber die er vroeg of laat genoeg van zou krijgen of door zijn zakgeld heen zou raken; het was gewoon een kwestie van wachten tot wij zouden vertrekken en in de tussentijd gewoon doorgaan zoals altijd.''

Door enkele Noorse personages naar de Verenigde Staten te laten emigreren en er een zelfs GI te laten worden, verschaft Harstad zichzelf een kapstok om het verhaal van zijn obsessie - Vietnam - een persoonlijke, Noorse link te geven. Maar het idee van een nieuw leven in een nieuw land, met alle daarbij behorende verwachtingen, beloften, teleurstellingen en frustraties, heeft ook een andere achtergrond.

'Ik ben opgegroeid in Stavanger aan de westkust van Noorwegen. Sinds mijn studietijd in Trondheim woon ik in Oslo, nu zo'n elf jaar. Toch beschouw ik Stavanger nog steeds als mijn thuis en ik heb altijd gedacht dat ik uiteindelijk naar die stad zou terugkeren.

'Maar door de jaren heen bracht ik steeds minder vaak een bezoek aan de stad, ontmoette ik steeds minder oude vrienden. De ooit rijke oliestad Stavanger is inmiddels vervallen tot een kwijnende spookstad waar in korte tijd vijftigduizend banen zijn verdwenen. Het moment dat ik me realiseerde dat ik er waarschijnlijk nooit zal terugkeren was een kernpunt in mijn leven.

'Zo kwam de vraag in me op: hoelang moet je weg zijn van huis voordat het te laat is om terug te keren? Ik wilde iets met die vraag doen. Wat betekent het, wat zijn de consequenties? Terwijl ik dat overdacht, schoot me de grote Noorse emigratie-traditie richting Amerika te binnen. Na Ierland heeft Noorwegen het hoogste percentage migranten.

'Bij het schrijven van mijn boek heb ik dit gegeven en mijn persoonlijke gevoel mijn 'thuis' te hebben verloren gecombineerd. Noren zijn, net als Nederlanders, zeer bekend met de Amerikaanse cultuur omdat we daar op allerlei niveaus - muziek, literatuur, film, televisie - mee worden geconfronteerd. Om die reden hebben we het idee dat emigreren naar de VS gemakkelijker is dan emigreren naar bijvoorbeeld Japan. Maar er zijn talloze kleine verschillen tussen de Amerikaanse en de Noorse cultuur, die emigratie daarheen misschien nog wel moeilijker maken dan naar Japan. Want dan wéét je dat alles anders is en je helemaal opnieuw moet beginnen. In Amerika word je er voortdurend mee geconfronteerd dat je ideeën over dat land toch niet helemaal kloppen. Dat ervaart Max in mijn boek.'

Het omslag van Max, Mischa & het Tet-offensief wordt gesierd door een foto van actrice Shelley Duvall, een still uit haar debuutfilm Brewster McCloud (1970), toen Duvall volgens hoofdpersoon Max op haar aantrekkelijkst was. Dat komt mooi uit, want zijn vriendin Mischa lijkt nogal op de actrice.

'Ik ben altijd een groot fan van Shelley Duvall geweest. Het was een kwestie van tijd dat ik haar in een van mijn boeken zou opvoeren. Ze is zo anders dan andere actrices. Ik herinner me dat ik The Shining zag, net als Apocalypse Now op veel te jonge leeftijd, en dat al mijn vrienden haar zo lelijk vonden. En als je filmtheoretische artikelen leest, tref je vaak de analyse dat Kubrick Duvall voor haar rol in The Shining koos omdat ze zo lelijk was en het daardoor voor het publiek gemakkelijker was te sympathiseren met het personage van Jack Nicholson. Dat meent Max ook. Terwijl ik haar eerlijk gezegd ook in die film wel mooi vind, al begrijp ik best dat mensen daar anders over denken.

'Ik houd ervan mijn personages verliefd te laten worden op niet-perfecte figuren. Het moeten echte mensen zijn, met hun zwakheden en tekortkomingen. Shelley Duvall is niet perfect, dat spreekt mij in haar aan. Helaas gaat het tegenwoordig nogal slecht met haar. Ze heeft grote psychische problemen, is hevig uitgedijd. Treurig.'

Een van de redenen waarom Max, Mischa & het Tet-offensief zo'n reusachtig boek is geworden, zit hem in het feit dat Harstad zeer uitvoerige beschrijvingen geeft van de kunstwerken die de diverse personages produceren. We lezen tot in detail over de theaterproducties van Max, de films waarin zijn vriend Mordecai acteert en vooral over de kunstwerken van Mischa.

Zo obsessief als Harstad zich in zijn boek op de Vietnam-oorlog werpt, zo obsessief ook voert hij de lezer mee in de kunstopvattingen en -uitvoeringen van Mischa Grey. We krijgen gedetailleerde catalogusteksten te lezen over tientallen schilderijen die nota bene alleen in Harstads gedachten bestaan.

Hoewel, dat laatste is niet helemaal waar.

'Toen ik besloot dat Mischa een schilderes zou zijn, opende dat veel mogelijkheden. Ik had zelf graag schilder willen zijn, maar beschik simpelweg niet over dat talent. Maar door uitvoerig over Mischa's schilderijen te schrijven, door catalogusteksten voor haar niet-bestaande werken te maken, kwam ik er toch in de buurt.

'Uiteindelijk heb ik 60 of 70 van Mischa's schilderijen op de computer gemaakt, ze visueel een soort canvas-structuur gegeven enzovoort. Toen het boek klaar was, besloot ik in overleg met mijn Noorse uitgever een box te laten maken met een oplage van 200 exemplaren, waarin zowel de roman zat als een 206 pagina's dik boek met Mischa's schilderijen, compleet met essays en catalogusteksten over haar werk. Ze staan ook op internet. Wie de Issuu-app voor iOS downloadt, kan ze op zijn telefoon of tablet bekijken.'

Harstad lijkt een auteur die moet leven met extremen. Dat heeft een prijs. Tijdens elk boek dat hij schrijft, belandt hij vroeg of laat in een crisis. Maar het zijn er nog nooit zoveel geweest als tijdens het zevenjarige schrijfproces van Max, Mischa & het Tet-offensief. Hij is er terughoudend over.

'Begrijp me goed: ik wil mezelf niet als de lijdende kunstenaar voordoen. Elk mens gaat door crises. Maar omdat literatuur zó belangrijk voor mij is, is een crisis tijdens het schrijven tevens een persoonlijke crisis. Als ik vastzit met mijn boek, ben ik doodongelukkig en onmogelijk voor mijn omgeving.

'Toon, stem, ritme: ik heb met alles geworsteld. Soms had ik drie maanden aan hoofdstukken gewerkt die ik geweldig vond, maar bleek ik ze toch weg te moeten gooien omdat ze onvoldoende aansloten bij de rest van het boek. Dat waren verschrikkelijke momenten. Tegen het eind van het schrijfproces grensde de twijfel aan mijn eigen kunnen aan pure zelfhaat.

'Maar: elke crisis eindigde met een beter idee voor het boek. Een jaar voor ik het boek voltooide, werd onze dochter geboren. Dat betekende een periode met erg weinig slaap. Ik was gelukkig met het vaderschap, maar werd fysiek totaal gesloopt. In die periode schreef ik merkwaardig genoeg een aantal van de beste passages van het boek.'

Vietnam-Oorlog

In de Vietnam-oorlog (voor de Vietnamezen: de Amerikaanse Oorlog) stonden de communistische opstandsbeweging Vietcong, gesteund door Noord-Vietnam, en het Zuid-Vietnamese leger tegenover elkaar. De strijd duurde van 1955 tot 1975. Vanaf de vroege jaren zestig was er sprake van een steeds grotere Amerikaanse betrokkenheid bij de oorlog, waarbij de VS de Zuid-Vietnamese regering steunden. Het Tet-offensief, een goed gecoördineerd Vietcong-offensief ten tijde van het Vietnamees Nieuwjaar op 30 januari 1968, geldt als het keerpunt in de oorlog. Militair dolf de Vietcong uiteindelijk het onderspit, maar vanaf dat moment sijpelde het geloof in een Amerikaanse overwinning in hoog tempo weg. De VS trokken hun troepen geleidelijk terug en op 30 april 1975 nam de Vietcong de Zuid-Vietnamese hoofdstad Saigon in.

Compromisloos regisseur

'Ik heb een jaar voor het Nationaal Theater in Oslo gewerkt, en ook voor andere gezelschappen. Maar die zijn meer gericht op dode auteurs. Ze staan niet echt open voor nieuwe schrijvers. Ik van mijn kant vond dat mijn teksten het belangrijkste waren en dat het de taak van het theater was daaraan uiting te geven. Dat botste natuurlijk. Er zaten lange, technische dialogen in mijn stukken, waarbij de vraag of de toeschouwer die kon verdragen in mijn overwegingen geen rol speelde. Ik overwoog een acht uur durend stuk waarbij de theaterdeuren gesloten zouden blijven en niemand kon ontsnappen. Inderdaad, het ultieme huis clos, haha. Het idee dat mensen betalen om een toneelstuk te zien en dan verwachten dat ze vermaakt worden, betekende niets voor mij. Dat was natuurlijk hopeloos arrogant.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.