Deze man bouwde zijn eigen 'kinetisch kunstpretpark'

Een kunstervaring om ronduit bang van te worden

Oscar Peters bouwde met zijn 'kinetisch kunstpretpark' een kunstervaring om ronduit bang van te worden. Want als het fout gaat met de rondvliegende kunstwerken, 'gaat het ook goed fout'.

Foto Marlena Waldthausen

Vanaf de stoep van de Warmoesstraat in Amsterdam zie je door de openstaande deuren van W139 een rond gevaarte als een wild beest heen en weer schudden. Het lijkt op zo'n vrolijk gekleurd bosje waarmee cheerleaders rondzwaaien, maar dan met een diameter van bijna 2,5 meter en bestaand uit duizenden gouden en zilveren sliertjes textiel. De reuzenpom-pom lokt voorbijgangers naar de tentoonstelling The Wild. In de ruimte erachter gaan meer mechanisch bewegende werken schuil. Sommige bewegen geruisloos, andere zoemen of ratelen. Achterin de expositieruimte staat het indrukwekkendste werk. Een houten achtbaan waarop geen bezoekers maar kunstwerken rond roetsjen.

Oscar Peters (35), die de tentoonstelling samenstelde en de achtbaan bouwde, heeft W139 samen met zeven andere kunstenaars gevuld met kinetische werken die samen een wild kunstpretpark vormen. 'In een pretpark sta je voor je plezier doodsangsten uit', legt Peters uit. Net als in een pretpark komen angst en plezier volgens hem ook samen in kinetische kunst. 'Je balanceert altijd op het randje van wat je wel en niet kunt doen', zegt hij. 'Een heel veilige installatie kan ontzettend saai zijn. Gevaar maakt iets interessant.' Waarmee ook de kans, of de illusie, ontstaat dat het gevaarlijk wordt voor het publiek.

Het idee voor de kunstachtbaan kwam voort uit de Anti-Gravity Downhill Derby, een zeepkistenparade die Peters in het Amerikaanse Pittsburgh organiseerde toen hij daar enkele jaren geleden studeerde. Samen met een klas kunststudenten vormde hij jaarlijks een stoet van zoveel mogelijk extravagante karretjes en performances. 'Net als die zeepkisten bieden de karretjes van de achtbaan een mogelijkheid om divers werk vankunstenaars aan toeschouwers voorbij te laten trekken', zegt Peters.

Suikerspinmachine

Oscar Peters (35) legt zich toe op kinetische kunst. Hij bouwt bewegende installaties, vaak samen met Zoro Feigl. Toen de twee afstudeerden aan de Rietveld Academie bouwden ze de installatie Sugarstorm, een opengewerkte suikerspinmachine die roze suikerdraden de lucht in werpt. Als eindexamenwerk voor de Master of Fine Arts die Peters in Pittsburgh volgde, bouwde hij een ronde houten baan met een diameter van 8 meter waarop een enorme bolle maan rond rolde.

Via een oproep verzamelde Peters tien kunstenaars die de werken maakten die over de achtbaan rijden. Het selecteren van de stukken noemt hij een 'blinde gok'. Wat er goed uitziet op papier kan in de praktijk heel anders uitpakken. In dezelfde periode dat Peters de achtbaan bedacht, was hij (na dat een paar jaar voor zich uitgeschoven te hebben) bezig met zijn masterscriptie over humor in kunst. 'Ik vond het vooral belangrijk dat de kunstwerken grappig zijn', zegt hij. Maar ook de haalbaarheid ervan was een belangrijk selectiecriterium. Stukken die te zwaar of te groot waren om over de achtbaan te rijden, vielen af.

Het leverde een bonte selectie op. Er is een klassieke witte pilaar die massief lijkt, maar gevuld is met flexibel schuim waardoor hij zwabberend over de baan rijdt. Er is een miniatuurversie van een witte Cadillac Escalade, die eruit ziet alsof hij in frontale botsing is gekomen met een voorganger. Er glijdt een groen plastic boodschappenkrat voorbij waar hondenkadavers uit hangen. Maar ook een toren van 1,5 meter hoog met luidsprekers erop, die een rondzingend geluid veroorzaakt als hij op het hoogste punt van de achtbaan een versterker passeert.

(De tekst gaat verder onder de afbeelding.)

Oscar Peters, kunstenaar, voor zijn kunstwerk in W139, Amsterdam. Foto Marlena Waldthausen

In een maand tijd bouwde Peters de houten baan samen met mede-kunstenaar Zoro Feigl en een aantal stagiairs. Kennis van het bouwen van een achtbaan kwam daar niet aan te pas. De afmetingen van de ruimte in W139 waren bepalend voor de route. De kunstwerken worden een voor een door een haak aan de ratelende ketting bijna verticaal omhoog getrokken tot het hoogste punt. Sommige raken het 8 meter hoge plafond net niet. Langs de 18 meter lange muur wordt snelheid gemaakt. Dan raast het karretje in volle vaart door een horizontale cirkel, daarna over een hobbel en door een scherpe bocht, waarna hij wordt afgeremd door vier rode bezemborstels en tot stilstand komt.

Hoe groot het bouwwerk precies is, weet Peters niet. Na een rekensommetje komt hij uit op een baanlengte van zo'n 60 tot 70 meter. 'We hebben geen tekeningen gemaakt', legt hij uit. 'We zijn de houten balken in stukken gaan zagen en daarna zijn we gewoon gaan bouwen.' Nattevingerwerk dus. Al bouwend leerden ze wat wel en niet werkt. Het gevaar van kinetische kunst, waarover Peters eerder vertelde, is voelbaar als je omringd door de houten constructie op armlengte afstand kunstwerken op achtbaankarretjes luidruchtig voorbij ziet suizen. Je begint te hopen dat alles wel goed vastzit. 'In principe is het veilig', zegt Peters. En dan, lachend: 'Maar als het fout gaat, gaat het goed fout.'

The Wild is t/m 13/8 te zien in W139 in Amsterdam.