Kunstwerk van de week

Deze Magritte doet denken aan het kennen van de weg in een huis dat niet meer bestaat

Wekelijks bespreken we een kunstwerk dat nú om aandacht vraagt. Deze week: De gelukkige schenker van René Magritte.

Stefan Kuiper
‘De gelukkige schenker’ (1966) van René Magritte, in het depot van Museum Singer Laren. Beeld Natascha Libbert
‘De gelukkige schenker’ (1966) van René Magritte, in het depot van Museum Singer Laren.Beeld Natascha Libbert

Het mooiste uur is het blauwe uur – ‘dat lange blauwe moment’, zoals ik het onlangs omschreven zag; de tijd ‘tussen hond en wolf’ (entre chien et loup), zoals de Fransen het noemen. Vooral in de stad is het fraai. Het diepe blauw van de lucht contrasteert dan met de kleuren van de verkeerslichten, waarvan het rood een onvermoede diepte krijgt. Het contrast tussen het donkerende blauw van de lucht en het gelige licht uit raampartijen mag er ook zijn. De schrijver Cyril Connolly was als jongeman zo dol op dat effect dat hij ’s avonds soms alle lampen in huis aanzette om er vanuit de tuin naar te gaan staan kijken. Zulke verlichte vensters, echt of geschilderd, worden geassocieerd met huiselijkheid en veiligheid, maar ook met dreiging en mysterie.

Dat laatste gevoel overheerst op de reeks straatscènes waarvan de Belgische schilder René Magritte er in zijn leven tientallen produceerde, een serie die nu bekendstaat onder de naam L’empire des lumières (in maart komt er eentje onder de hamer bij het Londense veilinghuis Sotheby’s, zie de foto hieronder). Deze schilderijen, waarvan de bestanddelen verder bestaan uit spiegelend water, gesilhouetteerde gevels en een lucht gevuld met donzige wolken, hebben iets unheimisch. Iets eraan klopt niet – al zag ik dat ‘iets’ toen ik zo’n schilderij voor het eerst in het echt zag (in de Guggenheimcollectie in Venetië) eerlijk gezegd straal over het hoofd. Dingen gaan daar niet zoals ze horen te gaan – maar dit kennertje had weer eens iemand anders nodig om hem daarop te wijzen.

Schilderij uit de serie ‘L’empire des lumières’ van Magritte. Beeld Sotheby’s
Schilderij uit de serie ‘L’empire des lumières’ van Magritte.Beeld Sotheby’s

Dat ‘iets’ is natuurlijk dat een van ’s levens meest geruststellende cycli, die van dag en nacht, wordt getart. Bij Magritte is het dag én nacht. De nacht is begonnen voordat de dag eindigde. Of, wat evengoed kan, de dag ving aan eer de nacht ermee uitscheidde. De wereld wordt in elk geval wel en niet door de zon beschenen. Het is tijd om naar bed te gaan, én tijd om op te staan.

Kent u dat gevoel? Ik wel. De Britse essayist Marina Benjamin kent het eveneens. In haar essay Insomnia (Kunstwerk van de week, deze rubriek, bevat vaak ook de boekentip van de week) brengt ze Magrittes schilderijen in verband met de schemerachtige toestand waarin ze belandt tijdens perioden van aanhoudende slapeloosheid. De wereld draait door, maar wij zijn losgeraakt van zijn ritme. We zweven als een uit zijn baan geraakte satelliet. Nacht? Dag? Ja, da-hag.

‘De gelukkige schenker’ (1966) van Magritte, in het depot van Museum Singer Laren. Beeld Natascha Libbert
‘De gelukkige schenker’ (1966) van Magritte, in het depot van Museum Singer Laren.Beeld Natascha Libbert

Het schilderij hierboven, De gelukkige schenker – het is hopelijk spoedig weer te zien in Singer Laren – behoort ook tot de reeks, maar wijkt af van de rest. Hier is het niet tegelijk dag en nacht. Het is ávond en nacht. Tegen een aardedonkere achtergrond tekenen zich de contouren af van een gehoede man waarbinnen zich een avondlijk landschap ontrolt: een berijpt grasveld, verduisterde bomen, een landhuis. Het lijkt statig. Het heeft geen deur. Naar die afwezige deur voert geen weg. Op die ontbrekende weg geen spoor van... et cetera. Toch is er leven in het huis. Wat heet, het lijkt in lichterlaaie te staan, zo rood en fel is het schijnsel van achter de ramen.

Rudy Kousbroek noemde de weg kennen in een verdwenen huis ooit het treurigste gevoel dat er bestaat. Dit schilderij van Magritte raakt aan een vergelijkbaar sentiment. Het hart, suggereert het, is een spookhuis. De felst verlichte vensters zijn die waardoor we niet langer kunnen kijken.

René Magritte (1898-1967) met zijn ‘Femme-Bouteille’ (circa 1955), met olieverf geschilderd op een glazen fles.  Beeld Getty
René Magritte (1898-1967) met zijn ‘Femme-Bouteille’ (circa 1955), met olieverf geschilderd op een glazen fles.Beeld Getty

René Magritte (1898-1967)

Titel

De gelukkige schenker

Jaar

1966

Waar te zien?

Singer Laren, Belgische meesters: Ensor, Delvaux, Magritte, t/m 27 februari (indien de omstandigheden het toelaten).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden