Deze korte Tsjechische verhalen zijn kluchtig amusant

Boek (fictie) - Herberg 'De goede luim'

De jaren dertig in Tsjechië, dat betekende sneeuw, regen en gaten op de ellebogen, als we de verhalen van Vladislav Vancura mogen geloven, een landelijk grote naam uit het interbellum die in 1942 door de nazi's werd vermoord.

Een paar maanden nadat vertaler Kees Mercks ons verraste met de eerste Nederlandse titel van Vancura, de komische novelle Een grillige zomer (1926), levert hij alweer drie korte verhalen uit 1932 die laten zien dat dat geen toevalstreffer was.

Fictie *** Vladislav Vancura; Uit het Tsjechisch vertaald door Kees Mercks. Pegasus; 80 pagina's; euro 12,50.

In de eerste twee vertellingen gaat het er boertig aan toe, met een zigeunerjongen en een herbergierster en een scharensliep, een zwerfster en een kaartspeler die vals speelt. Er worden potsen gemaakt en poetsen gebakken, en als er klappen vallen, aarzelt de schrijver niet de schijnheilige lezers die snel met hun veroordelingen klaar staan, een veeg uit de pan te geven: 'u, schuinsmarcheerders en fijne dametjes, die als bokken en geiten stiekem in gedachten plegen te zondigen'. Leuk is dat en het laat zien dat Vancura's sympathie voor de underdog geen pose was.

Het topstuk is 'Eind goed al goed', vanwege de iets verfijndere psychologie. Een saaie boekenwurm en leraar Grieks heeft een jonge vrouw die hem trouw is, althans voor zo ver de schrijver weet. Omdat de man bang is dat zijn vrouw zich bij hem verveelt, laat hij zijn angst om bedrogen te worden de vrije loop - en dát is net het zetje dat zijn vrouw nodig heeft 'om de oude bok tot hoorndrager te maken'.

De manier waarop dat gebeurt is kluchtig amusement. Als de weer gerustgestelde vent na het badderen lekker afgespoeld naar bed gaat ('naast de prachtige boeken die zijn bureau deden doorzakken kende de arme stakker niets beters'), vindt in zijn eigen achtertuin het gevreesde amoureuze afspraakje plaats.

Meer over