Deze Hollandse meester schilderde trefzeker én met licht

Een expositie in Haarlem zet de schijnwerper op de 19de-eeuwer Jan Weissenbruch. Volkomen verdiend: met licht en schaduw schiep hij geloofwaardige stadsgezichten waarin je ogen kunnen ronddwalen.

Jan Weissenbruch, Aan de Lek bij Elshout, (circa 1854). Beeld Teylers Museum Haarlem

Is het nu wel of niet het bewuste huis? De Jan Weissenbruchfan die een Jan Weissenbruchbedevaart maakt naar de plek zoals weergegeven op misschien wel het mooiste Jan Weissenbruchschilderij, Aan de lek bij Elshout (circa 1854), kan er lang over twijfelen. Het aan de noordkant van het dorp gelegen, uitzicht op de sluizen biedende, zich als een hamster in de dijk ingegraven bouwsel heeft een puntdak en hoge vensters met timpanen erboven. Dat komt overeen met het gebouw op Weissenbruchs doek, maar er zijn ook twee dakramen en een uitbouw aan de linkerzijde, en die ziet men daar dan weer niet terug. Laten we het erop houden dat het het is, zij het sterk verbouwd. Of het werd niet echt door Weissenbruch gekopieerd - dat kan natuurlijk ook.

Jan Weissenbruch (1822-1880), een schilder die introductie behoeft. Zijn achternaam, die hij zelf bij voorkeur met een 'g' schreef ('Ik ben een Nederlander'), associeert men tegenwoordig eerder met zijn neef: de vlotter en groter werkende Haagse scholer Jan Hendrik Weissenbruch. Begrijpelijk (want: Haagse School), maar niet terecht: ook Jan mocht er zijn. Weinig schilders portretteerden het 19de-eeuwse Nederland (een leeg land, zij het een op de drempel van de industrialisatie) op zulk een frisse en onopgesmukte wijze als hij; geen enkele benutte de mogelijkheden van het landschapsgenre uitputtender.

Overzicht

Het prachtige overzicht in Teylers Museum in Haarlem (het eerste in dertig jaar; het project werd geïnitieerd door conservator Terry van Druten) getuigt daarvan. Het toont Weissenbruch in al zijn kwaliteiten, en nog een paar.

Het eerste dat opvalt: Jan Weissenbruch was een reislustige meneer. Hoewel een 'zenuwaandoening' (pleinvrees vermoedelijk) hem soms voor langere tijd aan huis gekluisterd hield, had de schilder op andere momenten juist lust eropuit te trekken. Samen met zijn vaste schildermaat Lambertus Hardenberg ondernam hij tochten naar Haarlem, Amersfoort, Culemborg, Leidschendam en Elshout aan de Lek. De streek ten oosten van Rotterdam bezocht hij sowieso graag.

Twee onderwerpen trokken Weissenbruch daar in het bijzonder. Ten eerste de zogenaamde 'bedreigde bouwsels' (de benaming is van mij). Denk: vervallen stadswallen en -poorten zoals de Goilberdingerpoort in Culemborg of de Lekpoort in diezelfde stad - Weissenbruch hield van poorten. De tweede categorie laat zich nog het best omschrijven als 'de achterkant van de stad': vergeten houtvlonders, blinde gevels, aftandse scheepswerven enzo meer. De kunstenaar was geboeid door het prozaïsche en expliciet niet-pittoreske, ongeveer zoals hedendaagse schilders als Theo de Feyter of Arie Schippers dat zijn. Jan Weissenbruch, antitoerist.

(Tekst gaat verder onder foto).

Kinderdijk Collectie Gemeentemuseum Den Haag.
De plek aan de rivier nu. Beeld Ruben Uvez

Zijn weergave van zulke plekken gold in zijn tijd als zeer eigenzinnig. Anders dan zijn collega's, die hun schetsen en studies gebruikten om romantische, nadrukkelijk fantastische bouwsels te scheppen, was het Weissenbruch er juist om te doen een stukje stad herkenbaar en realistisch vast te leggen. Dat 'realistisch' mag hier trouwens tussen aanhalingstekens: in Weissenbruchs geval betrof het een sterk gemanipuleerde, van de grond af heropgebouwde variant. Alleen heb je dat nooit direct door. De schilder zette zijn hele arsenaal aan schilderkunstige trucs in om het je te doen vergeten. Met spiegelende ramen, verkort weergegeven muren, figuurtjes die op het punt staan een trap te bestijgen of juist af te dalen, en uit het lood hangende regenpijpen suggereerde hij het 19de-eeuwse kuierbestaan in vol bedrijf.

Klinkt deze aanpak u vertrouwd in de oren? Dat is goed mogelijk. Ze is exemplarisch voor tal van 17de-eeuwse Hollandse genreschilders; Johannes Vermeer uit Delft waarschijnlijk de bekendste. Was Weissenbruch voor 19de-eeuwse burgers wat Vermeer was voor die uit de 17de? Het klinkt plausibel. Zelfde veelvuldige ophogingen in wit (mutsjes, pleisterwerk); zelfde afwisseling tussen kubieke vormen (straten, gebouwen, vloeren) en grillige partijen (bomen, struiken, mensen). Zelfde gevoeligheid voor licht ook, het gewicht ervan; dat het op sommige momenten zwaar, haast tastbaar aanvoelt, bijvoorbeeld wanneer de dag op zijn einde loopt en de lucht vochtig is. Doortimmerde composities, extreem tactiel en atmosferisch aangekleed: zowel de Haarlemmer als de Delftenaar excelleerde erin. En in weinig schilderijen deed Weissenbruch het zo briljant als in het schilderij dat hij situeerde aan de huidige Lekdijk.

Tegenwoordig wil je daar niet zijn. Veel te toeristisch. De molens die er ooit de polders leegpompten, doen er dagelijks tourbussen vol selfie-schietende Aziaten arriveren. Maar ook voor wie de molens links laat liggen, is er genoeg om je aan te ergeren. De plek waar Weissenbruch stond te tekenen, blijkt verworden tot een planologisch ratjetoe van betonnen walkanten en drijvende waterbusplatforms, beplant met een woud aan verkeersborden. Wordt ooit een prijs in het leven geroepen voor het rommeligste stukje Nederland, de Lekdijk is een kanshebber.

Kinderdijk Collectie Gemeentemuseum Den Haag.

Voorbereiding

Nu is dat rommelige in het geheel niet nieuw. In de 19de eeuw diende de plek als scheepswerf en die was weliswaar rustiger dan nu (Nederland telde 3 miljoen inwoners in plaats van 17), en minder versnipperd, maar zeker niet aangeharkt. Men struikelde over rondslingerende balken, hopen stenen, arbeiderstentjes, provisorische dukdalven en olifantenpaadjes, die over de gazons grillige lijnen trokken als spataders over een been. Weissenbruch vond dat niet onaantrekkelijk. De combinatie van orde en chaos sprak hem vermoedelijk juist zeer aan.

Zijn voorbereiding aan de Lekdijk week af van zijn gebruikelijke aanpak. Die bestond nu eens niet uit snel neergezette schetsen in rudimentaire vormen (een soort visuele steno), nee, tijdens het verblijf aan Kinderdijk, onderdeel van een langere schilderstocht langs de rivierplaatsen, produceerde hij volwaardige, en plein air gemaakte olieverfschetsen. Deze studies kunnen zich meten met het beste wat Constable in het genre fabriceerde, wat neerkomt op het beste tout court (zie hoe het witte huis nog net een flinter zonlicht vangt). Ze laten zien hoe de schilder zocht naar het overtuigendste en bevredigendste beeld dat de plek in zich droeg. Eigenlijk zijn deze werkjes een vorm van hardop kijken; als een roofvogel cirkelt de schilder om het ideale beeld: dichterbij, steeds dichterbij. Geen huizen: nee. Eén huis: hm, nee. Twee huizen: verdomd, dat is het!

Trouw aan het nest

Jan Weissenbruch leed aan 'een zonderlinge ziekte': 'Alle drukte of ongewoonheid ontrustte zijne zenuwen.' Anders gezegd: Weissenbruch had pleinvrees. Dat betekende niet dat hij zijn dagen in eenzaamheid sleet. Weissenbruch had veel vrienden (onder hen schilder Johannes Bosboom en kunstkenner Carel Vosmaer) en was betrokken bij allerhande para-artistieke activiteiten: de oprichting van het schilderkunstige genootschap Pulchri Studio en de Haagsche Etsclub waren de belangrijkste. Hoe dan ook opmerkelijk: Weissenbruch bleef tot aan zijn dood in het ouderlijk huis wonen. Aan de andere kant: dat deden zijn broer, Frederik Weissenbruch, en hun drie zussen ook.

En zo zien we het dus op dit in 1887 door Teylers aangekochte werk. Twee huizen, één bruin, één wit, beide met rood dak, verkoeling zoekend onder een boom. Links daarvan bevindt zich de rivier met aanmerende bootjes. Rechts een grashelling waar je vanaf zou kunnen rollen, ware het niet dat ze bezaaid is met dikke keien (merk op hoe slim Weissenbruch een wereld buiten het doek suggereert door middel van de schaduw van een boom). Een werk waarin het oog kan ronddwalen, waarin zelfs de ruimte buiten de lijst lonkt. Maar ook een dat ons nooit vergeet te vertellen hoe vernuftig ze is geconcipieerd. Kijk eens hoe mooi het donker van mijn geboomte afsteekt tegenover het tandpastawit van mijn wolken, lijkt het te zeggen, hoe de houten balk vooraan op het strandje het grondvlak in twee exact gelijke delen splitst.

En zag u al hoe de schuin opwaartse lijn van de steunbalken links wordt gespiegeld in het weggetje rechts? Niet? Doet u dat eens gauw dan. Deze zonnige slice of life werd tot op in de kleine details doordacht. Zelfs haar olifantenpaadjes ontstonden niet toevallig.

Jan Weissenbruch: de Vermeer van de negentiende eeuw, Teylers Museum, Haarlem, t/m 8/1, catalogus uitgeverij Thoth, Bussum, euro 29,90.

Meer lezen?

Bekijk hier de overzichtstentoonstelling op de website van het Teyler Museum.

Kinderdijk Collectie Gemeentemuseum Den Haag
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.