De eerste kleurenfoto van de aarde gezien van bij de maan, op 24 december 1968 gemaakt door de astronauten van de Apollo 8.

Bespreking Maanlanding in fotografie

Deze grootse foto-expositie belicht de verhouding tussen de mensheid en de maan

De eerste kleurenfoto van de aarde gezien van bij de maan, op 24 december 1968 gemaakt door de astronauten van de Apollo 8. Beeld AFP

Hoewel kortzichtige presidenten en rijke ondernemers nu dromen over een reis naar Mars, blijft de maan altijd tot de verbeelding spreken. Van de 19de eeuw, toen lenzen haar dichterbij brachten, tot de maanlanding van de Apollo 11 in 1969: in Antwerpen is de fotografische weerslag te zien van  onze relatie met het hemellichaam. 

Halverwege de tentoonstelling komt de aarde op. U leest het goed: daar, aan het einde van een donker gangetje in Fotomuseum Antwerpen (FoMu) piept plotseling, zwevend in het peilloos zwarte heelal, de aardbol boven de rand van het maanoppervlak uit, als was-ie de klimmende zon. Slechts de helft ervan wordt verlicht, maar het is ’m: onze eigen glorieuze, groen met blauw gemarmerde bowlingbal, de plek waar we met z’n allen wonen.

Op kerstavond 1968, terwijl de Amerikaanse Apollo 8-missie in zijn baan om de maan draaide en zeven maanden voordat Neil Armstrong als eerste mens voet op de maan zou zetten, maakte astronaut William Anders de kleurenfoto die de titel Earthrise zou krijgen en die wereldwijd een ongekende invloed zou hebben op het milieubewustzijn. Want dit was de eerste keer dat de mensheid de eigen planeet van zo’n grote afstand zag: zo mooi, zo perfect, zo kwetsbaar ook. Daar moeten we zorg voor dragen, was de teneur. En al zijn er tegenwoordig andere middelen nodig om verstokte klimaatsceptici ervan te overtuigen dat de planeet gevaar loopt, meer dan vijftig jaar na dato is dit beeld nog altijd indrukwekkend. Dat komt hier in het FoMu niet in de laatste plaats doordat de foto vergezeld gaat van Beethovens 14de pianosonate, beter bekend als Mondscheinsonate.

Het stuk klinkt alsof het wordt gespeeld door iemand die nog niet zo lang op pianoles zit: haperend, met hier en daar een hapje eruit. De klanken blijken van een zichzelf bespelende zwarte vleugel te komen, even verderop in de tentoonstelling, geprogrammeerd door de Britse kunstenaar Katie Paterson. Die liet de noten van de wereldberoemde sonate vertalen in morsecode en stuurde die dwars door de ruimte naar de maan. Het maanoppervlak kaatste de code terug, maar omdat een deel werd ‘opgeslokt’ door schaduwen en kraters, kwam hij ietwat gemankeerd retour. Paterson liet de maanversie weer vertalen naar pianoklanken en voilà: een herziene, ontroerend krakkemikkige liefdessonate, helemaal tot aan de maan en terug.

De maan en wij

De maan en wij – de relatie is eeuwenoud, maar veranderde voorgoed in de 19de eeuw. Toen werd het mysterieuze hemellichaam met sterke lenzen dichterbij gehaald, legde men zijn huid vol heuvels en kraters vast met camera’s en werd het een dankbaar onderwerp voor nieuwsgierige wetenschappers, gewapend met meetapparatuur. Het tijdperk was de opmaat voor de space race van honderd jaar later, en die allereerste menselijke voetstap op het maanoppervlak in 1969. Toch bleef de poëtische blik op de maan, de gedachte dat zij is als een maagdelijk stuk schildersdoek waarop iedereen zijn eigen wensen en verlangens kan projecteren, gelukkig ook bestaan.

De groots opgezette expositie Maan/Moon in het FoMu belicht alle kanten van dit verhaal. Vanaf het moment dat de maan voor het eerst werd vastgelegd op een foto (er is een prachtige, zeldzame daguerreotypie uit 1852, met een telescoop gemaakt door John Adams Whipple) tot nu, de tijd waarin ze eigenlijk alweer een gepasseerd station is, en rijke ondernemers en kortzichtige presidenten dromen van raketten naar Mars – to infinity and beyond. Alle kanten – dus ook de minder mooie (én de achterkant, letterlijk: in een vitrine ligt een Russisch boekje uit 1959, First Photographs of the Reverse Side of the Moon, met daarin foto’s van de onbekende zijde van de maan, daar waar radiocommunicatie onmogelijk is en waar die verdraaide Russen tóch – afijn).

Alles loopt hier heerlijk door elkaar. Dus terwijl je zowel de presidenten Kennedy en Trump, met meer dan vijftig jaar ertussen, hoort oreren over ‘challenges’ en ‘giant steps’ en ‘footprints’, word je tegelijkertijd geconfronteerd met een foto van rakettenbouwer Wernher von Braun, die belangrijk was voor NASA, maar ook voor de nazi’s. Terwijl op de achtergrond het beroemde kritische gedicht van de zwarte muzikant en schrijver Gil Scott-Heron uit 1970 klinkt, over al het geld dat de witte Amerikaanse regering destijds in de ruimtevaart pompte, terwijl de zwarte gemeenschap dat geld goed kon gebruiken – ‘I can’t pay no doctor’s bills, but Whitey’s on the moon’ – wordt in dezelfde ruimte een ontroerende film getoond over tweehonderd dakloze vluchtelingen die in een oude salamifabriek even buiten Rome van karton en metaal een fantasieraket bouwen om mee naar de maan te vliegen, waar ze tenminste wél welkom zullen zijn. Want: ‘De maan is van niemand en niemand kan haar kopen.’

De maan en verbeeldingskracht

De maan en verbeeldingskracht – ook die relatie kent een lange geschiedenis. En ook die veranderde in de 19de eeuw. In de fotografische geschiedenis van de maan hebben feit en fictie altijd naast elkaar bestaan. Een vroeg voorbeeld zijn de foto’s van het hobbelige maanoppervlak van James Nasmyth uit 1874. Niet het echte natuurlijk; de Schotse ingenieur creëerde samen met astronoom James Carpenter aan de hand van wetenschappelijke observaties en analyses gedetailleerde gipsmodellen, die hij in zijn aardse studio bij strijklicht fotografeerde. De beelden zagen er zo goed uit, dat ze als ‘echter’ werden beschouwd dan de maandaguerreotypieën uit die tijd.

Een fijne hedendaagse echo van Nasmyths werk, zijn de foto’s van Robert Pufleb en Nadine Schlieper, die er niet ver vandaan hangen. De serie Alternative Moons (2017) bestaat uit griezelig nauwkeurig gefotografeerde pannekoeken, compleet met ‘kraters’ en ‘heuvels’, tegen een diepzwarte achtergrond.

Dus tja, die maanlanding – was die nu echt of niet? En de astronauten: trainden die nu echt voor de maanvlucht of waren het overtuigende acteurs? Ook daaraan besteedt Maan/Moon uiteraard aandacht. Aan de ene kant volgen we, net als de Amerikanen in de jaren vijftig en zestig, de voorbereidingen van de astronauten op de voet middels uitgebreide documentaireseries in het tijdschrift Life, groot geworden dankzij de maan. Daarin worden de persoonlijke levens van de mannen uit de doeken gedaan: hun perfecte glamourvrouwen en schatten van kinderen, en ach, kijk nou wat Mike Collins doet wanneer hij niet in een raket zit: hij snoeit zijn rozen. Dit zijn, kortom, échte mensen, met wie je kunt meeleven wanneer ze straks écht op die maan landen.

De Amerikaanse astronaut Michael Collins snoeit rozen in zijn tuin in Texas, maart 1969. Beeld The LIFE Picture Collection via Getty Images

Aan de andere kant laat de Spaanse kunstenaar Joan Fontcuberta zien hoe makkelijk beeld kan worden gemanipuleerd. In zijn zwart-witserie Sputnik (1998) leven we mee met de Russische astronaut Ivan Istochnikov. Daar is Ivan met een aantal hoge Russische militairen, hier zwaaiend in zijn ruimtepak; er is zelfs een foto van de astronaut terwijl hij los in de ruimte zweeft, slechts met een slang verbonden aan zijn ruimtevoertuig. Oké, dat laatste is wel vrij onvoorstelbaar, maar zelfs nadat je erachter bent gekomen dat die hele Istochnikov nooit heeft bestaan en dat Foncuberta zijn eigen gezicht in samengestelde foto’s verwerkte, is het nog nauwelijks te geloven dat het niet echt is.

Ivan en Kloka zweven los in de ruimte. Beeld Joan Fontcuberta

Duke was here

Zo blijft die maan maar trekken. En blijven wij maar over haar dromen, blijven we haar bezingen en vastleggen en steeds opnieuw veroveren. Dat zij daar zelf totaal onverschillig onder is, wordt mooi verbeeld door een Nasa-beeld uit 1972. Op het grijze, zanderige maanoppervlak, vlakbij een voetafdruk van een astronaut, ligt een foto in plastic. Het is een familiekiekje van astronaut Charlie Duke, dat hij achterliet op de maan, zo van: Duke was here. Ligt die foto daar nog steeds? Ja, zegt het bijschrift, maar hij is waarschijnlijk volledig verbleekt, uitgewist door het felle licht. Het komt misschien als een verrassing, maar in de ogen van de maan zijn wij niet meer dan maanzaadjes op een bolletje.

De familiefoto die astronaut Charlie Duke achterliet op de maan. Beeld Nasa

Maan/Moon. De maan in de fotografie, 1840 – nu. T/m 06/10 in FotoMuseum Antwerpen. Catalogus €35,95.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden