REPORTAGE

Deze gebouwen moeten miljoen bezoekers trekken

Culturele Hoofdstad Mons grijpt het jubeljaar 2015 aan om zijn monumenten flink op de schop te nemen. Niet alles is af, maar wat er nu al te zien is, is vernuftig en goed gelukt.

Grote architectuurgebaren zul je niet vinden in Mons, maar kleine gebaren kunnen ook aantrekkelijk zijn. Mons is een middelgrote Waalse stad, met middelgrote kunstschatten en middelgrote architectuur, maar met een bovengemiddeld lobbyvermogen. Het leverde Mons de titel Europese Culturele Hoofdstad 2015 op, en die uitverkiezing probeert het vooral met architectuurprojecten waar te maken.

Mons is het Leeuwarden (Culturele Hoofdstad in 2018) van België, schaaltechnisch gesproken dan. Een provinciestad met een licht glooiend historisch centrum, 100 duizend inwoners. Een jaar lang vormt het het kloppend cultuurhart van het oude continent, samen met het Tsjechische Pilsen.

Klein maar fijn

Kijkersvraag: welke stad is in 2019, na Leeuwarden, Europa's cultuurdrager? Knap als u het raadt. Matera! Wat, Matera? Een soort Mijdrecht, 50 duizend inwoners, in de voet van Italië. Best mooie plaats overigens, daar niet van.

Het bewijst dat je vandaag de dag de titel van cultuurhoofdstad vooral binnensleept als je klein bent en groter wilt worden. Ooit waren onze cultuurhoofdsteden Athene (1985), Berlijn (1988), Amsterdam (1987) en Parijs (1989). Nu zijn het Pafos en Aarhus (2017), Leeuwarden en Valetta (2018) en Matera en Plovdiv (2019). Een vorm van stimuleringsbeleid en verkapt ontwikkelingswerk dus. Als het daarom gaat: Mons kan wel een zetje gebruiken.

De stad heeft zwaar geleden onder de 20ste eeuw. Mons (Bergen voor de Nederlandssprekenden) is een Zuid-Belgische stad, gelegen in het steenkoolgebied de Borinage. Al toen Vincent van Gogh in 1878 als lekenprediker naar Mons trok en er zijn kunstenaarschap herontdekte, was het een arm mijngebied, getuige de gitzwart gegroefde koppen die Van Gogh tekende: Le Pays Noir, de Borinage, land van de kompels.

Oorlogsgeweld

Dat zwart achtervolgt Mons, dat ook zijn portie oorlogsgeweld kreeg. In de Eerste Wereldoorlog lagen de loopgraven bijna op zichtafstand. In de Tweede leverden de geallieerden er heftig slag met de terugtrekkende Duitsers. Als epiloog na al die oorlogsverwoestingen gingen vanaf de jaren zestig de mijnen op slot. De Borinage heeft veel werklozen.

Kan nieuwe architectuur korte metten maken met het cliché van Le Pays Noir? Het is wel de inzet van Mons 2015, dat campagne voert met de slogan: Mons se métamorphose. Et toi? 'Wij willen dit jaar een miljoen bezoekers hierheen halen, zodat men met eigen ogen ziet dat het vooroordeel over het zwarte land niet klopt', zegt Yves Vasseur, directeur van Mons 2015.

Weinig geld, veel architectuur

De lokroep steunt vooral op nieuwe architectuur: vijf musea, een concertzaal, een treinstation (architect Santiago Calatrava) en congreshal (Daniel Libeskind). Dat alles met een begroting van 70 miljoen euro, wat relatief bescheiden is. Al vallen Calatrava en Libeskind buiten dit budget en is het merendeel van de musea geen nieuwbouw, maar herbestemming van monumentaal erfgoed.

'Weinig geld, veel architectuur', zegt Vasseur, die maar meteen zelf het gevreesde B-woord in de mond neemt: 'Mons is geen Bilbao. Wij zijn bescheidener, werken weliswaar met een paar grote architectennamen, maar onze budgetten zijn onvergelijkbaar veel kleiner en veel van de architecten komen uit de eigen streek.'

Het Noord-Spaanse Bilbao is in citymarketing nog altijd synoniem voor stedelijke wederopstanding met hulp van architectuur. De verloederde textielstad begon in de jaren negentig een nieuw leven dankzij het Guggenheim Museum van architect Frank Gehry, het vliegveld van Calatrava en meer moderne architectuur. Dezelfde Calatrava tekende ook het station in Mons. Meteen een domper als je per trein aankomt in een reusachtige bouwput: de als een tentdak gewelfde stationspassage van de artist's impression is nog heel ver van zijn eindfase. Die gaat dit jubeljaar niet gereedkomen.

1 Artotheek, in het 18de-eeuwse klooster van de Zusters Ursulinen. Bevat 50 duizend kunstobjecten, op de begane grond een tentoonstellingsruimte. Architecten L'Escaut-Gigogne, budget 10,8 miljoen euro.

Tegenslag

Het is het soort tegenslag dat een beetje hoort bij culturele hoofdsteden, waar nieuwe infrastructuur minstens zo belangrijk is als de programmering. 'Vroeger viel de keus meestal op grote steden en die haalden dan dans en theater van bekende buitenlanders als Pina Bausch en Robert Wilson naar de stad', zegt Vasseur. Niets ten nadele van Bausch, maar hem gaat het om lokale cultuur en de economische stimulans die het Mons oplevert.

De stad kreeg een nieuwe artotheek, een nieuw oorlogsmuseum, een bezoekerscentrum bij een prehistorische vuursteenmijn, een eigen museum voor de lokale groene draak (liefkozend Doudou genoemd) die jaarlijks op Drievuldigheidszondag door Sint Joris wordt gespietst, en een nieuwe muziekzaal: de Arsonic. Allemaal afgelopen paasweekeinde opengegaan.

Vooral die laatste, ook wel Het Luisterhuis genoemd, is goed gelukt. Vanwege zijn eenvoud, gevolg van een miniem budget (4 miljoen euro). Maar ook doordat de enige opdrachtgever de directeur van Arsonic zelf is: componist en cellist Jean-Paul Dessy. De man had maar één wens: een kleine zaal met de akoestiek van een kathedraal. 'Cellisten vragen altijd om resonantie, de cello moet klinken', zegt Eckhard Kahle, veelgevraagd akoestiekadviseur, die de architect bijstond in zijn ontwerp voor de Arsonic.

2 Silex's. Buiten de stad, in het dorp Spiennes, is een bezoekerscentrum gebouwd bij een oude vindplaats van vuursteen. De mijnen zijn meer dan zesduizend jaar oud. Het centrum is een gashoudervormig paviljoen, waar lichtkokers het daglicht brengen tot in de mijn. Architecten: Holoffe & Vermeersch, budget 3,3 miljoen euro. Beeld Mons2015

Beton en hout

En klinken doet het. Aan een oude brandweerkazerne is een 10 meter hoge zaal met 250 zitplaatsen gebouwd van beton, van binnen rijk bekleed met panelen van populierenhout. Die combinatie zorgt voor een sprankelende akoestiek. Architect Holoffe & Vermeersch (uit Mons) hield de aansluiting van de nieuwe zaal met de ruimtes van de oude brandweerkazerne onopgesmukt. Er was immers geen geld. Maar dat ruige biedt een goed contrast met de simpele muziekzalen. Vooral de nieuwe stiltekapel, een etherisch witte ruimte, waarin in de nok indirect daglicht schemert.

Hoe mooi de muziek ook klinkt, het vraagstuk van Mons is dat van veel kleine steden die erfgoed willen veiligstellen. Kun je al die oude industriële en religieuze monumenten die hun oorspronkelijke functie verliezen, wel opnieuw programmeren met cultuur?

3 Mons Memorial Museum. Drieduizend vierkante meter tentoonstellingsruimte over Eerste en Tweede Wereldoorlog. Architecten Pierre Hebbelinck en Pierre de Wit, kosten 10 miljoen euro.

Klooster

Tegenover de 15de-eeuwse Sint-Waltrudiskerk ligt het voormalig convent van de Zusters Ursulinen. Een fraai 18de- eeuws gebouw, waarvan het interieur enkele decennia terug werd verwoest door een meubelboer die er tijdelijk banken verkocht. Architecten hebben nu een nieuw gebouw, los van het oude, in het klooster gezet. Als je binnentreedt, passeer je een spouw van bijna twee meter. Het vormt niet alleen een mooie restauratie-oplossing, waarin de grens tussen oud en nieuw visueel gescheiden wordt, maar is ook technisch handig omdat de kunstobjecten in de artotheek zo goed kunnen worden geconserveerd.

Dat gebouw is dus gered - althans zijn omhulsel. Maar de programmering voor een culturele hoofdstad is een ander hoofdstuk. Voorlopig is het grootste publiekssucces van Mons de tentoonstelling Van Gogh au Borinage, ondergebracht in het bestaande Beaux-Arts-museum (BAM), een mooi wit en helder museum van de Franse architect Christian Menu (2007).

Van Gogh

Vincent van Gogh, die twee jaar van zijn leven net buiten het centrum van Mons doorbracht, is een belangrijke pion in de strijd om de bezoeker; er kwamen al meer dan honderdduizend bezoekers op af. 'Normaal gesproken komen er in een heel jaar 250 duizend toeristen en dagjesmensen naar Mons', vertelt Vasseur. Dit jaar verwacht hij een miljoen. 'Dat aantal houden we niet vast, maar op termijn willen we naar 500 duizend.'

Een substantiële bijdrage daaraan moet komen van het Mons Memorial Museum. Het ligt in een mooi industrieel monument van baksteen en gietijzer, waarvandaan in vroeger tijden rivierwater naar de stad werd gepompt. Het heeft nu twee moderne vleugels van wit geschilderd baksteen en doet dienst als oorlogsmuseum. 'Het verbouwde oorlogsmuseum van Ieper trekt jaarlijks bijna een miljoen bezoekers', weet Vasseur. 'Mons heeft tegen de frontlinie van 1914-1918 aan gelegen, maar van die oorlog was hier in de stad tot nu toe nooit iets te zien.'

Mons neemt dus een aandeel in het oorlogstoerisme, Vasseur is daar pragmatisch in. De stad heeft een metamorfose nodig. Economisch lijkt het tij al iets te keren, sinds bedrijven als Google investeren in de regio. 'Ik denk dat het omslagpunt is gekomen.' En ja, hij weet zeker dat de investering van 70 miljoen wordt terugverdiend.

Guide architecture moderne et contemporaine 1885-2015, Mons & Coeur Du Hainaut, uitgeverij Mardaga, 35 euro (alleen Frans).

Ook te zien in Mons

Er is weinig werk van Vincent van Gogh uit 1878-1880 bewaard gebleven. Wel geven tekeningen bij zijn brieven een mooi beeld van hoe hij zijn kunstenaarschap in Mons definitief ontdekte. Van Gogh au Borinage, tot 17/5, museum Beaux-Arts Mons. Verlaine, cellule 252 gaat over de boeken die dichter Paul Verlaine (1844-1896) schreef in een gevangeniscel in Mons, nadat hij collega Arthur Rimbaud had beschoten. BAM, 17/5 - 24/1. Processie en feest rondom draak Doudou vinden plaats van 27/5 tot 7/6. Mons Memorial Museum exposeert het leven van een dienstplichtige onder Napoleon: 13/6 t/m 27/9. Zie ook mons2015.eu.

4 Arsonic, alias Het Luisterhuis. Intieme en goede klinkende muziekzaal, met 250 stoelen. Architecten Holoffe & Vermeersch, kosten 4 miljoen euro.
5. Museum Doudou. Ondergebracht in een 17de-eeuws pandjeshuis. Het museum is volledig gewijd aan de jaarlijkse traditie waarbij een draak in een spectaculaire processie door het dorp wordt gedragen en door Sint Joris wordt verslagen. Budget: 4 miljoen euro.
6. Het Belfort, Unesco-monument uit de 17de eeuw, de enige uitkijk/klokketoren in barokstijl in België. De 87 meter hoge toren is na langdurige restauratie weer open voor publiek. Budget: 6,2 miljoen euro. Beeld Jean-Pol Grandmont
7 MICX (Mons International Congress Xperience). Sculpturaal congrescentrum, bekleed met onbewerkt hout. Lijkt de vorm van een schip te hebben, maar volgens de architect is de vorm afgeleid van een rozenknop. Architect: Daniel Libeskind. Budget: circa 30 miljoen euro.
8 Station Mons. Passage met tentdak over de sporen van station Mons. Bouw reeds aangevangen in 2006, gereed in 2017. Architect Santiago Calatrava. Geraamde kosten: 150 miljoen euro.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden